As Above So Below

As Above, So Below neemt haar publiek mee onder de straten van Parijs. Daar beneden vinden we de catacomben van de Franse hoofdstad. De ondergrondse stelsels van gangen en kamers, welke een duister geheim bewaren. Wanneer een team van onderzoekers, onder leiding van Scarlet Marlowe (Perdita Weeks), het doolhof van botten betreedt, ontdekken ze een duister geheim dat binnen de catacomben ligt verscholen.

De film hoort thuis in het genre van found footage, bekend van films als The Blair Witch Project en Paranormal Activity. We mogen geloven dat de beelden die we te zien krijgen, echt zijn gebeurd. Laat regisseur John Erick Dowdle met As Above, So Below zien dat het genre van found footage nog interessant genoeg is om gemaakt te worden? De film vertelt het verhaal van alchemie-wetenschapper Scarlet, die het werk van haar vader wilt voortzetten: het vinden van de Steen der Wijzen. De steen die onedele materialen kan veranderen in goud. Scarlet vindt in Iran een sleutel om alchemieteksten te vertalen en met deze sleutel vertrekt ze later naar Parijs, waar ze –samen met haar cameraman Benji (Edwin Hodge), haar ex-vriend George (Ben Feldman) opzoekt om de Steen der Wijzen onder Parijs te vinden.

Haar ex-vriend kent de Armeense taal en leest in een museum een verborgen tekst met aanwijzing vanaf de grafsteen van Nicolas Flamel (de maker van de Steen der Wijzen). Het blijft grappig dat wanneer een tekst vanuit het Armeens wordt vertaald, deze ook in het Engels in rijmvorm blijft. Laat ik het er maar op houden dat het ten goede komt van de sfeer. Gedrieën gaan ze op zoek naar een gids, die ze in het uitgaansleven van Parijs vinden, in de persoon van Papillon (François Civil). Hij gaat ermee akkoord om ze door de catacomben te leiden en met nog eens twee vrienden van hem, Souxie (Marion Lambert) en Zed (Ali Marhyar), gaan ze de volgende morgen met videocamera en spy-camera’s op het hoofd de catacomben in.

Waar de film in het begin nog enigszins overkomt als een verhaal van Dan Brown (feit en fictie door elkaar verweven), vervalt de film bij het betreden van het gangenstelsel onder Parijs al snel in de herhaling van eerdere films uit dit genre. De wetenschap dat de catacomben van Parijs daadwerkelijk bestaan, inclusief de 6 miljoen skeletten die daar liggen, is best creepy te noemen, maar met alleen deze locatie red je het als horrorfilm niet. In de catacomben worden we verrast door bizarre figuren die er rondhangen en hier en daar wordt je als kijker op een schrikeffect getrakteerd, maar dat is het dan. Ik kreeg het idee dat ik het allemaal al eerder had gezien: de groep onderzoekers krijgen ruzie, worden als groep uit elkaar gehaald en hebben allemaal issues uit het verleden te verwerken. Wanneer er uiteindelijk ook nog eens een gangenstelsel instort, volgt er een opeenstapeling van gebeurtenissen waardoor de overlevingsdrang en het vinden van een uitgang belangrijker zijn geworden dan het doel van de zoektocht. As Above, So Below is een aardige film in het genre, maar het is niet vernieuwend meer en het wordt steeds meer ongeloofwaardig wanneer je mensen voor hun leven ziet rennen en ze die verdomde videocamera toch wel heel belangrijk vinden.

Koningsdag2015

Het is in 2015 de eerste officiële Koningsdag in Nederland. Vorig jaar vierde we het een dag te vroeg, want 27 april -de vaste datum voor Koningsdag, viel toen op een zondag. Ook was het vorig jaar nog geen officiële koningsdagviering, omdat men het programma van Koninginnedag 2013 -het jaar ervoor, moest afwerken, want op 30 april 2013 -de oude datum van Koninginnedag, mocht onze koning Willem-Alexander zijn kroontje opzetten en dat was allemaal erg officieel.

De weersvoorspelling waren vorige week nog onheilspellend: regen, koude en veel wind was ons voorspeld, maar bij het ontwaken zie ik dat het weer toch vriendelijk is. Na een snel ontbijt van koffie en een banaan sta ik om 08:45 buiten om een stuk te gaan hardlopen. De hardloop-app had een dag ervoor een update gehad, maar bij Nike+ was men vergeten om de audio met betrekking tot de voice-over ook te updaten, want tijdens mijn run word ik niet geïnformeerd over hoeveel kilometers ik loop en wat mijn gemiddelde snelheid is.

Ik had me al voorgenomen om een bekend rondje van 15 kilometers te lopen, dus ik weet wel waar en wanneer ik een kilometer achter de rug heb, ik hoor alleen niet of ik op schema zit, qua tempo, maar het is mooi weer en ik heb ook geen trein te halen. Ik loop heerlijk relaxt in een stuurloos tempo mijn rondje door een van de natuurgebieden van Almere. Na negen kilometer loop ik weer een woonwijk in, en na een uur en twintig minuten te hebben gelopen ben ik weer thuis.

In de middag besluiten we even het centrum in te lopen. Het is weer eens belachelijk druk en stapvoets lopen we langs alle het oude spul dat de anderen eigenlijk willen weggooien, maar toch nog die ijdele hoop hebben om een euro voor hun rommelzooi te mogen ontvangen. Alsof een weldenkend mens een paar oude schoenen van een ander zal aanschaffen of een fondueset -waarvan de vorkjes ontbreken, maar nog wel etensresten aan kleven. Ik bedank zonder te bedanken en loop lekker door, mee met de stroom.

Er zijn in het centrum zo veel mensen op de been, dat je door de drukte bijna niets goed kunt bekijken, maar na een half uurtje door het centrum te hebben gelopen hebben we eigenlijk toch wel genoeg gezien. We besluiten eerst nog wat boodschappen te doen (in Almere zijn de supermarkten alle dagen geopend) om later met een koud drankje de eerste officiële Koningsdag verder heel relaxt door te brengen. Om te genieten hoef je tenslotte niet altijd de deur uit te gaan.

bruce_jenner

Amerikaans Olympisch kampioen en realityserie-ster Bruce Jenner is ervoor uitgekomen transgender te zijn. Een transgender is een persoon die door het leven gaat als iemand van het andere dan zijn of haar biologische geslacht of balanceert tussen man en vrouw. In tegenstelling tot een transseksueel heeft de transgender geen geslachtsveranderende, operatieve ingreep gehad, of vindt deze achteraf niet bepalend voor het gendergevoel.

De term transgender wordt steeds vaker gebruikt als een overkoepelende parapluterm voor iedereen die zichzelf op welke manier dan ook, als lid van de andere sekse laat zien of zich zo voelt, dan hoe hij of zij geboren is: transseksueel, androgyn, travestiet, en andere manieren van genderbeleving die niet overeenkomen met het traditionele beeld van de indeling in één der twee geslachten.

Het begrip transgender dient niet gelijkgesteld te worden aan de deelterm travestiet. De travestiet gaat doorgaans alleen incidenteel door het leven als iemand van het andere geslacht. Een transgender doet dit altijd, en wenst dan ook aangesproken te worden als iemand van het geslacht, waarin hij of zij zich toont naar de buitenwereld, zelfs als dat niet man of vrouw heet; een kenmerk van transgenderisme is dat het de tweedeling van mensen in slechts twee geslachten ter discussie stelt.

Persoonlijk vind ik het enorm moedig van Bruce Jenner dat zij er, als publiek figuur, op haar vijfenzestigjarige leeftijd ervoor uitkomt transgender te zijn. Er zijn wereldwijd zoveel transgenders die ervoor kozen niet langer te willen leven, omdat ze dachten hier alleen in te staan. Bruce heeft het in een interview, welke een paar dagen geleden in de Verenigde Staten werd uitgezonden, heel duidelijk voor de buitenwereld gesteld hoe zij het ziet. Het is niet moeilijker dan de meesten denken.

‘Ik ben ik. Ik ben een persoon, en dat is wat ik ben. Ik zit niet gevangen in een verkeerd lichaam. Mijn brein is veel meer vrouwelijker dan mannelijk.’

Jenner

IMG_7217

Ik was toe aan een nieuwe mobiele telefoon. Tenminste, mijn abonnement liep ten einde en daarbij krijg je, tegen bijbetaling een bijna gratis mobieltje. Ik was niet eens op de hoogte van de afloop van mijn mobieltje, maar echtgenoot Edo kreeg vorige week via de post een herinnering dat zijn abonnement afliep en –om hem lekker te maken, de mededeling dat hij een nieuw toestel mocht uitzoeken. Hierna deed hij via een Facebook een oproep aan vrienden, familie en facebookvrienden om advies van keuze betreffende een mooi, nieuw en gratis mobiel apparaat.

Advies heeft hij gekregen en uiteindelijk heeft hij een keuze kunnen maken: een Samsung Galaxy S5. Uit pure nieuwsgierigheid wilde ik checken wanneer mijn abonnement zou aflopen, want ik had het idee dat ik mijn tweejarig abonnement ook wel zo’n twee jaar geleden was aangegaan. Snel was ik bij Vodafone ingelogd en bleek dat ik precies in deze week aan een nieuw abonnement mocht beginnen. Ik wist al wat voor toestel ik wilde, want ik gebruik al jaren naar tevredenheid een iPhone. Dit keer heb ik in ieder geval gekozen voor een exemplaar met genoeg geheugen, want mijn vorig mobieltje had 8Gb en dat vind ik te weinig.

Het is een iPhone 6 geworden. Het toestel is iets groter dan ik van een mobieltje gewend ben en het past niet meer zo makkelijk in mijn sportkleding, dus daar moet ik nog een oplossing voor zien te vinden. Maar verder ben ik zo blij als een kind. Na ontvangst van mijn iPhone had ik al een paar uur van plezier gereserveerd om alle instellingen weer door te voeren, maar dankzij mijn iCloud werden die paar uur, een paar minuten. Alles wat op mijn oude iPhone 4 stond staat nu op mijn nieuwe iPhone 6. Alle contactpersonen zijn een op een overgenomen en alle apps staan weer op precies dezelfde plek. Ach, dat is ook wel genieten.

In de afgelopen twee jaar heeft de wetenschap niet stil gelegen. De dingen die dit toestel meer kan dan mijn vorige exemplaar is bijna opzienbarend. Technisch gezien zijn we veel verder dan twee iPhonegeneraties geleden. Het toestel is sneller en de cameraopties zijn niet te vergelijken met vorige exemplaren. Filmen in slow motion en een time-lapsevideomodus zitten standaard in dit toestel, net als de mogelijkheid om panoramafoto’s te schieten. Het vergeten van je wachtwoorden is geen crime meer, want met de Touch ID is je vingerafdruk je wachtwoord. Het is een kwestie van tijd voordat we alleen nog maar communiceren met onze mobieltjes.

timehop

jeanny

De zon is net op en een druilerig regenbuitje valt. In een klein bos, nabij een grote stad, zit een negentienjarige vrouw in het natte gras tussen de varens. De planten, zwaar van de ochtenddauw, laten de stengels hangen en iets verderop lopen enkele kauwen statig tussen de bomen. De lippenstift van de vrouw is uitgelopen en een kauw vliegt op. Zijn roep klinkt na in het bos.

De negentienjarige vrouw rilt. De linkermouw van haar jas laat bij de naden los en ze mist een linkerschoen. Ze weet niet precies wat haar is overkomen en ze kan zich weinig herinneren van wat eerder is gebeurd. Fragmenten schieten door haar hoofd: de lippenstift die ze gisteren had gekocht. De ongure man die haar aansprak. Moe was ze van hem geworden, het leek dat hij haar de laatste tijd had achtervolgd. Bij het verlaten van de winkel had ze terecht gewezen en met een resoluut ‘val me niet lastig’ voorbijgelopen.

In de verte hoort ze iemand lopen. Takken breken en planten ruisen langs de benen van de persoon. Ze kijkt op en ziet de man van gisteren. De man uit de winkel, die haar al een paar weken achtervolgd. Ze had al eerder tegen haar ouders gezegd dat er een man was die haar in de gaten hield, maar haar ouders vonden dat ze zich aanstelde en te veel naar tv keek. De man staat nu naast haar en zijn natte lange haar hangt voor zijn gezicht. Hij reikt zijn hand naar haar uit en zegt dat ze moet opstaan. Hij weet hoe ze heet, want hij noemt haar bij haar naam. Ze kijkt op naar de man.

Hij glimlacht, maar zijn ogen staan wazig. Met zijn tong bevochtigt hij zijn lippen en kijkt haar aan. Met een hese stem spreekt hij. ‘Jeanny, kom. Kom op. Sta op, alsjeblieft. Je wordt helemaal nat. Het is al laat. We moeten weg hier. Weg uit het bos, begrijp je? Waar is je schoen? Ah, je hebt die verloren, toen ik je de weg moest wijzen. Maar wie was de weg kwijt? Jij? Ik? Of wij beiden? Jeanny stop met dromen, het leven is niet wat het lijkt. Zo’n klein meisje, eenzaam in een koude wereld. Je was verloren in de nacht, zonder te spartelen of te vechten, maar weet wel, er is iemand die je nodig heeft.’

Nabij een schuurtje, aan de andere kant van het bos lopen beiden. De vrouw loopt voor de man uit en hij duwt haar met een stok in de rug, in de richting die hij wilt dat ze loopt. Zijn afwezig blik heeft plaatsgemaakt voor boosheid. Hij spuugt op de grond en zegt: ‘Het is koud. We moeten hier weg. Je lippenstift is uitgelopen. Ik was erbij toen je het kocht. Te veel rood op je lippen, maar je snauwde dat ik moest oprotten. Maar ik had alles gezien, want ogen zeggen meer dan woorden. Je hebt me nodig, toch? Vanaf vandaag weet iedereen dat we samen zijn. Ik hoor ze. Ze komen je halen, maar ze zullen je niet vinden. Niemand zal je vinden, je bent hier bij mij.’

Op een kilometer afstand van het bos staat een auto. Het is twaalf uur en de zon staat hoog aan de hemel. De bestuurder van de auto zit stil achter het stuur en kauwen lopen statig over het zandpad langs de auto, om vervolgens allemaal weg te vliegen. Het zand stuift op. Het heeft al dagen niet meer geregend. De bestuurder buigt voorover en zet de autoradio voor het nieuws. De stem van de nieuwslezer klinkt vanuit de auto. ‘In de laatste maanden is het aantal vermiste personen dramatisch gestegen. De meest recente kennisgeving van de lokale politie vertelt over een tragisch ongeval. Het gaat hier om een negentienjarige vrouw, die veertien dagen geleden voor het laatst is gezien. De politie sluit de mogelijkheid niet uit dat het hier om een misdaad gaat.’

geïnspireerd door ‘Jeanny‘ (1986).

Vroeger hadden we een vrouw in onze buurt die ontzettend kon klagen. Ze deed het ook constant. Over de buurt, over haar man, over haar kinderen, over haar baas, over haar vrienden en vriendinnen, over de prijzen in de supermarkt, over televisieprogramma’s en over het weer. Je kon het niet zo gek bedenken, of mijn buurvrouw kon er urenlang over jammeren.

Ik meed deze vrouw,  omdat ik niet door haar klaagvirus besmet wilde worden. Maar na een tijd begon het me op te vallen dat ze ondanks dat voortdurende geklaag wel altijd vrolijk, goedlachs en vriendelijk was en nog wat later wist ik dat er een rechtstreeks verband was: ze was zo vrolijk omdat ze zo veel klachten had. Heel wonderlijk. Ik begon haar in de gaten te houden, want zij wist iets wat ik niet wist.

De volgende ontdekking die ik deed, was dat de buurvrouw nooit alleen was. Ze omringde zich met een voortdurende stoet vrienden, vriendinnen, broers en zusters. Als het mooi weer was, zaten ze met zijn allen in de tuin en kon ik ze van achter de schutting goed afluisteren en wat bleek? Ze klaagden allemaal dat het een aard had. Om te beginnen over de tuin waarin ze zaten, want daar viel te weinig zon in, en hij was te  klein, en de schutting die hem scheidde van de mijne was veel te hoog.

Verder gingen de klachten over de kinderen, de buurt, huisdieren, werkgevers, kennissen, buren, de politiek, de prijzen in de supermarkt, televisieprogramma’s -er kwam werkelijk geen einde aan, maar toch werd er veel gelachen en werd menige fles ontkurkt. Zelf werd ik helemaal niet vrolijk van al dat gezeik, gejeremieer, gejammer en gezeur aan de andere kant van de schutting, maar dat lag dus aan mij: ik zag het leven veel te zonnig in. Beter was het alles negatief te zien, kennelijk viel het dan allemaal weer mee.

Toen gingen we verhuizen. Onmiddellijk begon de buurvrouw daarover te klagen: nieuwe buren, dan kon niets worden -het zouden wel halvegaren zijn die gingen verbouwen, waardoor het huis scheef kwam te staan, of jongens met grote stereotorens, waardoor ze geen leven meer had. Terwijl ik me voorbereidde op het afscheid van mijn oude buurt, begon ik stilletjes zelf ook te klagen.

Het leek me dat dat in mijn nieuwe buurt goed van pas kon komen. Ik belde af en toe een vriend op en zeurde en jammerde tot ik een droge mond had. Over het weer, vrouwen, kinderen, de krant waar nooit iets in stond, de files en nog een keer het weer, want dat was en is een van mijn favoriete onderwerpen.

Heel fascinerend was dat iedereen mee ging klagen, zelfs de meest zonnige personages: alsof we met zijn allen in een warm bad stapten en door het klagen alles weer fris en schoon wasten. Klagen schept een band. Het lost niets op, maar je bent in ieder geval samen. Wie klaagt is nooit alleen. Wie klaagt vindt altijd lotgenoten. Dat vind ik best raar. Als ik dus even mag klagen.
bron

About_NordicWalking

Wanneer ik hardloop, loop ik meer dan eens andere mensen tegemoet. Nu is het mij ooit, lang geleden, geleerd dat je als voetganger en als hardloper je binnen de bebouwde kom rechts moet aanhouden en wanneer je buiten de bebouwde loopt, dan houd je links aan op straat, en loop je dus aan de linkerkant van het pad. Toen ik laatst binnen de stadsgrenzen een grote groep nordic walkers tegemoet liep, vroeg ik –enigszins lichtelijk geërgerd waar ze wilden dat ik ging lopen. In koor wisten zij mij te vertellen dat zij altijd links aan moesten houden.

Zuchtend en binnensmonds mopperend ging ik dan maar aan de linkerkant lopen. Ik had me voorgenomen om dit thuis eens goed uit te zoeken. Ik ben niet het type van de regeltjes, maar wanneer er regels zijn, dan hou ik me er graag aan. Niet om anderen er op te wijzen dat zij fout zijn, maar omdat regels afspraken zijn om beter en gemoedelijker met elkaar om te gaan. Zo vorm je samen een maatschappij. Ik ben van mening dat tegenwoordig iedereen maar doet wat ze zelf oké vinden.

Autobestuurders die bij het afslaan geen richting meer aangeven is tegenwoordig geen uitzondering. In Almere wordt er geen winkeldeur meer voor je open gehouden en het is gebruikelijk om midden in een drukke winkelstraat ineens stil te gaan staan. ‘Dat moeten ze eens op de snelweg proberen’, zucht ik dan maar. Het gaat me er niet om of iets mag, of niet mag, maar ik vind wel dat je eens rekening kunt houden met je medemens. Het is waarschijnlijk een vloek wanneer je zelf kunt nadenken, want je wordt omringd door onnadenkende idioten.

Thuis heb ik overigens wel opgezocht hoe het zit met de verkeersregels voor voetgangers en het blijkt volgens de wet dat voetgangers alleen het trottoir of het voetpad gebruiken. Wanneer dit niet mogelijk blijkt te zijn, dan gebruiken zij het fietspad. Voetgangers gebruiken de berm of de uiterste zijde van de rijbaan, indien ook een fietspad ontbreekt. Er wordt nergens gesproken over het aanhouden van de linker- of rechterzijde van een pad. Ik loop voortaan wel met een boog om een groep mensen heen.

jumbo-1

‘Wat doe je nou!’ Het is meer een schreeuw dan een vraag en deze komt uit de mond van een vrouw die in een rij naast mij bij de kassa in de supermarkt staat. Mijn eigen boodschappen worden door de bebrilde caissière langs de scanner gehaald. De duidelijk onnatuurlijk roodharige caissière van de kassa naast die van mijn caissière schrikt, laat haar schouders hangen en vraagt wat de vrouw bedoelt. ‘Wat ik bedoel!’ schreeuwt de vrouw en het is wederom geen vraag.

De schreeuwende vrouw heeft een mager gezicht en kijkt boos vanachter haar zwarte bril naar haar caissière. De vrouw heeft een modieus en kort blond kapsel, welke door een mousse of wat likjes gel speels in plukjes is gebracht. Andere klanten kijken vanuit de gangpaden en vanachter hun boodschappenkarretje richting het geschreeuw. Andere wachtenden in de rij kijken langs andere klanten om te zien wat er zo erg is dat de caissière bij de schreeuwende vrouw heeft gedaan.

‘Je rekent mijn boodschappentas af! Ik had deze tas al bij me. Nog voordat ik de winkel in kwam. En nu wil je hem in rekening brengen!’ stelt de boze vrouw met overslaande stem. Ik krijg het idee dat de boze mevrouw stiekem geniet van het moment. Ze staat er een beetje triomfantelijk bij. De linkerhand rust op haar heup en in de rechterhand houdt ze haar grote roze portemonnee vast, welke bij iedere uitgesproken zin richting de caissière naar voren wordt schudt.

‘Sorry,’ stamelt de caissière en kijkt naar de andere mensen in de supermarkt. Ze lijkt inmiddels van de schrik bekomen en heeft nu een blik in de ogen alsof ze het idee heeft dat de schreeuwende vrouw op haar achterhoofd is gevallen. Met een ‘Dan corrigeer ik dat meteen even voor u,’ probeert ze de boze vrouw te kalmeren. De boze vrouw is echter van mening dat het nu haar moment is om te schitteren en begint een eenmansdialoog over dat de klant koning is.

De andere klanten beginnen de situatie inmiddels een beetje vervelend te vinden. De oplossing is allang aangeboden en doorzagen heeft geen zin meer. Achter de boze mevrouw staat een brede, jonge man met een kaalgeschoren hoofd met daarboven een zonnebril geplant. Hij is inmiddels wel klaar met de boze mevrouw. Wanneer de boze vrouw met verheven stem stelt dat de klant nog altijd koning is, meld hij laconiek dat die koning zich dan niet als een viswijf moet gedragen.

draybosmapuntnl

Het is zondagochtend en we rijden via de Burgemeester Visserbrug mijn geboortestad Den Helder binnen. Vanmiddag wordt de zesde editie van de Halve van Den Helder georganiseerd. Over de Binnenhaven rijden we richting Zuidstraat en slaan later rechtsaf de Weststraat in om daar halverwege de straat Rijkswerf Willemsoord op te rijden. Een parkeerplek is al snel gevonden en om half twaalf stappen we uit de auto. We zijn in Den Helder gearriveerd, de stad waar de wind eeuwig waait.

Ik had mijn hardloopjack al enthousiast uitgedaan, maar in de gure wind trek ik deze toch maar weer snel aan. Straks aan de start geef ik deze wel weer uit handen, maar een half uur voor de start wil ik nog niet te veel afkoelen. Ik wil eerst nog even snel een plaspauze inlassen, want tijdens het hardlopen wil ik niet wijdbeens langs de weg staan urineren. Ondanks de wind is het wel mooi weer, een zonnebril is geen overbodige luxe vandaag. Ik ben klaar voor de komende 21,1 kilometers en loop richting het startvak.

Ik zie veel bekenden in de stad waar ik ben opgegroeid en steeds denk ik vooral hun ouders te herkennen, maar in de jaren die zijn verstreken jaren zijn het de bekenden van toen die vandaag op hun ouders lijken. Ik word er op een vileine manier aan herinnerd dat ook ik er niet jonger op word. Nog voordat ik er bitter om kan worden, wordt ik aangenaam verrast door de komst van mijn eigen moeder. Ze zit in een rolstoel, voortgeduwd door Rick, een van haar kleinzoons. Ze verontschuldigd zich dat ze met een rolstoel is gekomen, maar ik vind het alleen maar fantastisch en dat vertel ik haar ook.

Een kwartier voor het startschot zie ik Pieter, de oudste kleinzoon van mijn moeder staan. Hij gaat vandaag 13, 7 kilometers hardlopen, maar heeft wel last van een blessure aan zijn linkerknie. Ik vertel hem niet op te geven en de run gewoon uit te lopen. Ik ben dat ook van plan, ondanks een pijnlijke rechterheup. Ik loop naar voren in het startvak en kijk om me heen of ik nog andere bekenden zie. Via Facebook weet ik dat Claudia, een klasgenootje uit 1985, ook de 21,1 kilometer zou gaan lopen, maar ik zie verder alleen bekenden waarvan ik de naam niet meer weet.

Om twaalf uur klinkt het startschot en rennen we met zijn allen over het terrein van Rijkswerf Willemsoord, richting de dijk om in omgekeerde richting dat ik de stad binnen ben gekomen, Den Helder weer uit te lopen. Net voorbij de Burgemeester Visserbrug word ik door een bekend gezicht ingehaald. Het is Claudia, mijn klasgenootje van halverwege de jaren tachtig. Na bijna 30 jaar zien we elkaar weer voor het eerst in levende lijve. We besluiten even met elkaar op te lopen. Dat vind ik wel zo prettig. Niet alleen om het gezelschap, maar in dit tempo heb ik minder last van mijn heup.

Voor zo’n 8 kilometer rennen we samen en nadat we Fort Erfprins verlaten, laat ik Claudia op de Coenraad Botstraat achter me. In mijn eigen tempo ren ik nu over het Schapendijkje, onder de dijk langs, richting Huisduinen. De tegenwind is krachtig, snijdend en enorm aanhoudend. Voorbij de Lange Jaap, de hoogste gietijzeren vuurtoren van Europa, gaat het pad over in de Zeeweg en het stijgingspercentage naar Huisduinen ligt hoger dan 10%. Tezamen met twee andere hardlopers lopen we om beurten vooraan, zodat de anderen enigszins in de luwte kunnen lopen.

Eenmaal bovenaan in Huisduinen, even voorbij Fort Kijkduin, wanneer we 13,8 kilometers achter de rug hebben, komen we aan op de Zeepromenade en hebben we eindelijk de wind in de rug. Het lijkt in eerste instantie moeiteloos te lopen, maar nu ik geen tegenwind heb, word ik herinnerd aan de pijn in mijn rechterheup. Met de tanden op elkaar en de blik op oneindig loop ik de gehele dijk af, tot aan Lands End, het hotel tegenover het veer tussen Texel en Den Helder. Ik heb er nu 19 kilometer opzitten. Nu nog maar twee kilometers te gaan.

De figuurlijke laatste loodjes wegen wederom zwaarder dan ik had gehoopt, want ik mag eerst nog een kilometer onder de dijk langs, met diezelfde krachtige, snijdende en aanhoudende tegenwind naar de plaats waar ooit marinekantine ’t Huys Tijdverdrijf tegen de dijk aan stond, lopen. Hier mag ik eindelijk keren, met windje mee over de Kanaalweg terug naar Rijkswerf Willemsoord. Op de Weststraat voel ik iedere genomen voetstap, maar nu hoef ik nog maar een paar honderd meter te lopen.

Eenmaal op het terrein van de rijkswerf -tientalle meters van de finish, roept de omroeper wie er allemaal binnen komen lopen. Hij heeft een beetje moeite met de uitspraak van de naam Dray, maar hij weet het publiek te informeren over hoe snel ik de Zandvoort Circuit Run van twee weken geleden heb gelopen, en met een tijd van 1:41:52 uur loop ik de Halve van Den Helder uit.

stupidisasstupiddoes

Van de week had ik twee colporteurs voor de deur staan. Dat is helemaal niet zo eng, hoewel sommigen er niet zo van houden. Soms denk ik dat die paar mensen dan in de war zijn met collaborateurs. Collaborateurs zijn landverraders en het lijkt me niet fijn om deze aan de deur te hebben staan. Collaborateurs heulen met de vijand, maar colporteurs zijn niet echt gevaarlijk.

Colporteurs zijn mensen die goederen of diensten aan de deur verkopen. In mijn geval waren het van de week twee jonge colporteurs van Vodafone, die graag wilden weten of ik nog steeds tevreden was met mijn huidige provider. Er waren klachten bekend over dat men hier in de buurt op zolder een slechte wifi-verbinding heeft (wat overigens ook zo is), maar voordat de colporteur welke constant aan het woord was, met zijn verhaal verder wilde gaan, wilde hij eerst weten of ik de heer des huizes was. Hierop antwoordde ik dat dit wel een hele ouderwetse benaming is en ik vroeg hem of hij zich ervan bewust was dat we inmiddels in het jaar 2015 leefden.

Het figuurlijke ijs was nu gebroken en de spraakzame colporteur (de ander was zwijgzaam en knikte bevestigend na iedere gesproken zin van zijn collega) zag zijn kans waar. Een bloknootje was al snel gepakt en na iedere vraag stond hij in de aanslag om mijn antwoord te kunnen opschrijven. Niet dat ik zoveel interessants kon of wilde antwoorden. Ik heb de meneer zijn verhaal laten doen en hem toen maar duidelijk gemaakt dat wanneer ik van provider wil veranderen ik zelf wel op het internet ga uitzoeken wat het meeste voordeel voor mij heeft. Hier hadden beide heren geen weerwoord op en vertrokken om elders in de wijk meer succes te behalen.

Via mijn echtgenoot kreeg ik te horen dat men hier in de wijk waar ik woon, inmiddels op de hoogte was van de colporteurs. Via een melding in een facebookgroep van de woonwijk waar ik woon, kwam de melding van een buurvrouw van even verderop dat er zojuist twee jongemannen van Vodafone aan de deur stonden, die graag het huis op slechte wifi willen inspecteren. De buurvrouw had er geen vertrouwd gevoel bij. Het lijkt mij dat begrijpend luisteren inmiddels ook een uitstervende bezigheid is. Net als het logisch denken, want de reacties op de berichtgeving waren van het kaliber schreeuwen en vooral niet nadenken.

Ik heb inmiddels ondervonden dat ik niet sociaal genoeg ben voor de sociale media. Vooral wat Facebook betreft. Wanneer ik net ben toegetreden tot een specifieke facebookgroep, krijg ik daar niet veel later al spijt van. Ik lees daar wat alle groepsleden denken en veel mensen denken gewoon niet. Het is het rudimentair reageren. Op alles. Zo ook op de melding van mijn buurvrouw over de colporteurs. Meer dan 30 keer wordt er op gereageerd. Reacties met het advies 112 te bellen, de deur vooral dicht te houden of meteen de wijkagent in te schakelen, worden meer dan eens gemeld.

Een reactie met een enge, idiote opmerking maakt de andere groepslid nog gekker en het beeld waarin de bewoners van mijn woonwijk de twee colporteurs willen lynchen staat me onbedoeld voor ogen. Gelukkig zijn er ook mensen die het evenwicht van verwoede domheid op Facebook weer terug in balans brengen en reageren zonder een aanname of vooroordeel. Mensen die nadenken en melden dat de twee colporteurs zich juist wel konden identificeren en dat ze helemaal niet naar binnen wilden dringen. Maar ja, wie luistert daar nu naar?

20000410

Samen met mijn kersverse echtgenoot zit ik op een terrasje in het Yumbo Centrum. Het is een van de vele uitgaanscentra van het stadje Playa des Inglés in de provincie Las Palomas van het Spaanse eiland Gran Canaria. Het Yumbo centrum staat er sinds 1982 en is er om bekend dat het aantrekkelijk is voor de homoseksuele toeristen. Wanneer je pas getrouwd bent en je gaat op huwelijksreis naar het Eldorado voor de Europese homoseksueel, dan weet je dat je bent geslaagd voor een trouw huwelijk, wanneer er bij thuiskomt niets buitenechtelijk op het eiland heeft plaatsgevonden.

We zitten op het terras van wat nu de Gio Bar is, welke zich op een hoek tussen een van de westelijke trappen en naast de ZaZa Bar, waar veel Duitse toeristen veel bier drinken, bevindt. De serveerster van ons terras, Wilma uit Denemarken zal me altijd bijblijven. Wilma met haar lange rode haar gaat bij het serveren altijd eventjes bij de klanten op schoot zitten. Ik weet niet of het een Deens gebruik is of dat dit haar ‘bedieningshandtekening’ is, maar de drank zit in de man en dan is alles leuk, dat is waarschijnlijk het motto van de bar. Mijn nieuwbakken echtgenoot vind het allemaal heel vermakelijk en hij komt bij mij, met Wilma op zijn schoot net iets te heteroseksueel over.

Rond de klok van negen uur zie ik een bekend gezicht over het pleintje van het centrum paraderen. Ik weet dat de wereld klein is, maar het idee om een stadsgenoot op ruim 3100 kilometer afstand van je woonplaats te zien, gedurende de wittebroodsweken, gaat me iets te ver. Ik ken de persoon via een website en weet eigenlijk alleen zijn  nickname: ‘JustMenno’. Verder weet ik dat hij in Almere woont en dat hij niets met mij te maken wilt hebben. In zijn ogen ben ik namelijk veel te oud. ‘JustMenno’ loopt met flink wat gel in het haar, gekleed in een strak zittende spijkerbroek en een wit hemdje over het pleintje, met een gezwindheid alsof hij de trein moet halen. Misschien had hij zich beter moeten laten informeren: er is geen treinstation op het eiland.

‘JustMenno’ is aan het cruisen in het Yumbo Centrum en het is al snel duidelijk dat hij geen oudere sekspartner zoekt, want met deze snelheid van paraderen is sowieso voor iedereen van boven de 25 jaar uitputtend. Omdat ik relaxt op het terras zit kan ik ‘JustMenno’ prima in de gaten houden. Hij loopt met opgeheven hoofd, de kin vooruit in een rechte lijn langs de terrasjes. Het lijkt het erop dat hij een iets te strakke string onder zijn broek draagt. Hij loop zo met zijn heupen te zwaaien, alsof het hem hierdoor zal lukken de string uit zijn bilnaad te schudden. Wanneer hem dat lukt, is het dunne reepje stof tussen zijn billen overigens niet het enige dat het kan schudden: een man van mijn leeftijd, zo’n 10 jaar ouder dan ‘JustMenno’, spreekt hem aan en ‘JustMenno’ stopt abrupt.

Wat we te zien krijgen lijkt nog het meest op een oude aflevering van de Jerry Springershow. ‘JustMenno’ kijkt de oudere man aan, steekt zijn handpalm als een van The Supremes uit –een paar centimeter van het gezicht van de man, draait zijn gezicht van de man af en loopt door. De open handpalm is nog steeds uitgestoken naar de overrompelde man wanneer ‘JustMenno’ uit Almere verder door het Yumbo Centrum loopt. Andere toeristen op verschillende terrassen hebben het ook gezien en enkelen lachen luid om de scene. De man wiens gezicht bijna een afdruk achterliet op de handpalm van ‘JustMenno’ druipt af en ‘JustMenno’ loopt verderop de trap op, naar een hoger gelegen etage. Daar kan hij nog beter op de toeristen neerkijken.

 

dehalvevandehaar

Het is nog vroeg op de tweede paasdagochtend, wanneer ik een zakje nat kattenvoer bovenop een bordje uitstrooi. Oprah, de poes kijkt me met een scheef kopje afkeurend aan en loopt nadat ze nog geen seconde aan het voer heeft geroken weg van het bordje. Dit moet ik niet, lijkt ze te denken, terwijl ze de woonkamer inloopt naar een plek waar ze verder kan gaan slapen. Ik doe een paar eieren in een steelpan om te koken en ik zet het koffiezetapparaat aan. Straks gaan Edo en ik met zijn tweeën in bed nog even van een ontbijt genieten. We zijn vandaag vijftien jaar getrouwd en vanmiddag heb ik een halve marathon te lopen.

Na het ontbijt ga ik douchen en smeer ik daarna een aantal pijnlijke plekken op mijn lichaam in met een mentholachtig goedje uit Cambodja. Baadt het niet, dan schaadt het niet, denk ik wanneer ik het dekseltje van het potje losdraai. Mijn linkerkuit heeft af en toe last van een irritante kramp en sinds een week heb ik een pijnlijke rechterheup. Ouderdom komt met gebreken, maar van mij hoeft het niet meteen allemaal in een keer te komen. Ik smeer alle beurse plekken in en ik neem preventief een tweetal paracetamols in. Ik trek mijn hardlooptenue aan en ik zoek mijn andere hardloopspullen bij elkaar. Waar ik vroeger –bij mijn eerste officiële runs, alles dagen van te voren had klaargelegd, zoek ik nu alles relaxt op het laatste moment bij elkaar. Ik weet nu wel wat ik allemaal mee wil nemen.

Het wordt nog spannend vandaag, want de pijn in mijn rechterheup heeft er voor gezorgd dat ik mijn laatste run, een week geleden, eerder moest afbreken. Sindsdien heb ik niet meer hardgelopen. Ik ben benieuwd hoe het me vandaag gaat lukken om een halve marathon te gaan lopen. Ik heb er alle vertrouwen in en rond de klok van 11 uur stappen we in de auto richting Haarzuilens. Na drie kwartier komen we aan in het dorpje. Er zijn veel mensen op de been. Er staat een lange rij auto’s voor een parkeerplek op een stuk landgoed van een plaatselijke boer, ik stap tijdens het wachten uit de auto en loop het evenemententerrein op. Hier is het gezellig druk, er zijn tientalle kraampjes opgezet en er klinkt muziek door de speakers. Nog voordat de auto op het boerenlandgoed is geparkeerd, ben ik al in het bezit van mijn startbewijs.

Omdat we ruim op tijd zijn vertrokken mogen we even wat tijd doden in het dorp. Haarzuilens is een leuk dorp met een ouderwets dorpspleintje gesitueerd aan De Brink. Aan dit plein is ook de start en finish. Een kwartier voor het startschot, wanneer de hardlopers naar het startvak lopen, neem ik nogmaals twee paracetamols in. Zo moet ik die 21 kilometer wel kunnen uitlopen. In het startvak sta ik samen met de andere hardlopers positief gespannen te wachten tot het moment dat het startschot zal klinken. Wanneer het schot van verlossing wordt gegeven beweegt de stoet van hardlopers zich richting het noorden, naar het Rijneveldschepad. Na de eerste meters schrik ik van de pijn in mijn rechterheup. Ik besluit rustig aan te lopen en vooral door te lopen. Na 3 kilometer op de Thematerweg, richting Vleuten, wordt de pijn minder. Het voelt nu alsof de heup alleen een beetje beurs is.

Wanneer ik over de Dorpsstraat in Vleuten de stad verlaat om op de Joostenlaan weer richting Haarzuilens te lopen kom ik na 6 kilometer eindelijk in mijn flow. Ik haal nu ook de hardlopers van de 10 kilometer, die een half uur eerder waren gestart, in. Andere hardlopers inhalen geeft me altijd wel weer een boost en ik loop lekker relaxt over de Bochtdijk, richting de kasteeltuinen van Kasteel De Haar. Eenmaal door de kasteeltuinen loop ik na 10 kilometer het grootste kasteel van Nederland voorbij. We lopen nu over een fietspad, parallel aan de Bochtdijk, via de Brinkstraat het dorp in, waar we waren begonnen met lopen. Na ongeveer 50 minuten loop ik voor een eerste keer over de finishlijn. Ik mag nu hetzelfde parcours nog eens afleggen. Edo staat me aan de zijkant aan te moedigen en ik roep dat ik nog één rondje ga lopen.

Dit is de eerste keer dat ik een afstand afleg waarbij ik twee rondjes moet lopen. Ik dacht altijd dat ik dat stom zou vinden, maar eigenlijk vind ik het wel makkelijk. Ik weet nu dat ik halverwege ben en ook wat me te wachten staat. Ik weet nu waar het wegdek minder is en waar ik dus beter niet kan gaan lopen. Wanneer ik na 16 kilometer voor een tweede keer over de Dorpstraat in Vleuten loop, beginnen mijn voeten pijn te doen. Iedere stap voel ik en mijn rechterheup geeft ook aan minder soepel mee te doen. Ik bedenk dat ik nog 5 kilometer moet lopen en die gedachte troost me: de afstand van 5 kilometer leg ik met gemak binnen een half uurtje af. Nog een klein stukje dus! Het rondje om het kasteel gaat me toch wel makkelijk af en voordat ik het doorheb, heb ik alweer 20 kilometer gelopen. Nog een kilometer te gaan!

De allerlaatste kilometer haal ik nog een paar hardlopers in en voor een laatste keer loop ik vandaag via de Brinkstraat het dorp in. De aanmoedigende mensen achter de dranghekken zetten me aan tot een kort sprintje en uiteindelijk weet ik met een tijd van 01:42:19 de eerste editie van ‘De Halve van De Haar’ te finishen. Deze tijd met een lichte blessure vind ik helemaal niet verkeerd en ik ben best trots op deze prestatie. Nu volgen voor mij alleen nog een paar dagen van complete rust, want aankomende zondag heb ik alweer een halve marathon te lopen: de Halve van Den Helder. Een run door de straten van mijn geboortestad, over de dijk langs het Marsdiep en voor mij ook een run langs Memory lane.