Klagen

Vroeger hadden we een vrouw in onze buurt die ontzettend kon klagen. Ze deed het ook constant. Over de buurt, over haar man, over haar kinderen, over haar baas, over haar vrienden en vriendinnen, over de prijzen in de supermarkt, over televisieprogramma’s en over het weer. Je kon het niet zo gek bedenken, of mijn buurvrouw kon er urenlang over jammeren.

Ik meed deze vrouw,  omdat ik niet door haar klaagvirus besmet wilde worden. Maar na een tijd begon het me op te vallen dat ze ondanks dat voortdurende geklaag wel altijd vrolijk, goedlachs en vriendelijk was en nog wat later wist ik dat er een rechtstreeks verband was: ze was zo vrolijk omdat ze zo veel klachten had. Heel wonderlijk. Ik begon haar in de gaten te houden, want zij wist iets wat ik niet wist.

De volgende ontdekking die ik deed, was dat de buurvrouw nooit alleen was. Ze omringde zich met een voortdurende stoet vrienden, vriendinnen, broers en zusters. Als het mooi weer was, zaten ze met zijn allen in de tuin en kon ik ze van achter de schutting goed afluisteren en wat bleek? Ze klaagden allemaal dat het een aard had. Om te beginnen over de tuin waarin ze zaten, want daar viel te weinig zon in, en hij was te  klein, en de schutting die hem scheidde van de mijne was veel te hoog.

Verder gingen de klachten over de kinderen, de buurt, huisdieren, werkgevers, kennissen, buren, de politiek, de prijzen in de supermarkt, televisieprogramma’s -er kwam werkelijk geen einde aan, maar toch werd er veel gelachen en werd menige fles ontkurkt. Zelf werd ik helemaal niet vrolijk van al dat gezeik, gejeremieer, gejammer en gezeur aan de andere kant van de schutting, maar dat lag dus aan mij: ik zag het leven veel te zonnig in. Beter was het alles negatief te zien, kennelijk viel het dan allemaal weer mee.

Toen gingen we verhuizen. Onmiddellijk begon de buurvrouw daarover te klagen: nieuwe buren, dan kon niets worden -het zouden wel halvegaren zijn die gingen verbouwen, waardoor het huis scheef kwam te staan, of jongens met grote stereotorens, waardoor ze geen leven meer had. Terwijl ik me voorbereidde op het afscheid van mijn oude buurt, begon ik stilletjes zelf ook te klagen.

Het leek me dat dat in mijn nieuwe buurt goed van pas kon komen. Ik belde af en toe een vriend op en zeurde en jammerde tot ik een droge mond had. Over het weer, vrouwen, kinderen, de krant waar nooit iets in stond, de files en nog een keer het weer, want dat was en is een van mijn favoriete onderwerpen.

Heel fascinerend was dat iedereen mee ging klagen, zelfs de meest zonnige personages: alsof we met zijn allen in een warm bad stapten en door het klagen alles weer fris en schoon wasten. Klagen schept een band. Het lost niets op, maar je bent in ieder geval samen. Wie klaagt is nooit alleen. Wie klaagt vindt altijd lotgenoten. Dat vind ik best raar. Als ik dus even mag klagen.
bron

Auteur: Dray

'Je wordt met de lach leuker.'

One thought on “Klagen”

U mag reageren.

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s