Bijna overbodig om te melden, maar vandaag was het een schrikkeldag. Deze dag wordt aan bepaalde jaren toegevoegd omdat de werkelijke astronomische lengte van een jaar niet precies 365 dagen is, maar 365,2421875 dagen: ongeveer 365 en een kwart dag. Een jaar, waaraan een schrikkeldag is toegevoegd, wordt aangeduid als een schrikkeljaar.

De schrikkeldag werd voor het eerst voorgesteld in het decreet van Canopus van 6 maart 237 voor Christus om de loop van de Egyptische kalender nauwkeuriger met de seizoenen aan te laten sluiten (er zijn echter geen aanwijzingen dat dit daadwerkelijk werd toegepast). Het werd eerst in de juliaanse kalender toegepast als een extra dag die na 23 februari werd ingevoegd, waardoor de maand februari eens in de vier jaar 29 dagen duurde.

De nummering van de dagen in februari eindigde in een schrikkeljaar niettemin net als in de andere jaren op 28. De schrikkeldag was namelijk een ‘nummerloze’ dag, ingelast tussen de 23ste en de 24ste februari. Het betrof een zogenaamde ‘bis’dag, zoals uit de oude Latijnse aanduiding blijkt: ante diem bis sextus Kalendas Martii. Analoog daaraan heet een schrikkeljaar in het Frans une année bissextile en in het Engels a bisextile year.

Later stapte men van de nummerloze dag af. De schrikkeldag kreeg een eigen nummer, waardoor de maand februari in een schrikkeljaar 29 dagen telt.

momenten van een extra dag in februari.

Vandaag is het 75 jaar geleden dat er door middel van de Februaristaking actie werd gevoerd tegen de Duitse bezetting, en de opkomende Jodenhaat in het bijzonder. De Februaristaking was een staking op 25 en 26 februari 1941 die begon in Amsterdam en zich uitbreidde naar de Zaanstreek, Haarlem, Velsen, Hilversum en de stad Utrecht en directe omgeving. Het was de eerste grootschalige verzetsactie tegen de Duitse bezetter in Nederland. De staking was het enige massale en openlijke protest tegen de Jodenvervolging in heel bezet Europa.

Vanaf begin februari 1941 overwoog de Communistische Partij van Nederland (CPN) om actie te voeren tegen een mogelijke Mussert-regering van de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB). Op 17 februari 1941, toen de metaalstaking in Amsterdam-Noord op haar hoogtepunt was (als gevolg van – toen al – mogelijke gedwongen tewerkstelling van arbeiders in Duitsland) besprak de partijleiding van de CPN de mogelijkheden om voor de volgende dag een algemene staking uit te roepen. Omdat de Duitse bezetter zwichtte voor de eis om de uitzending naar Duitsland van Nederlandse metaalarbeiders te staken, verviel de aanleiding voor de staking.

Vanaf de winter 1940/’41 vielen leden van de nationaalsocialistische weerbaarheidsafdeling van de NSB Joden lastig in de Amsterdamse Jodenbuurt. Ze vernederden de Joodse bewoners en stalen hun spullen. De bewoners van de Jodenbuurt – een overwegend arme buurt – verzetten zich tegen de NSB’ers en vormden knokploegen. Ze werden in hun verzet gesteund door andere – niet-Joodse – Amsterdammers, vooral bewoners van de Jordaan en de Oostelijke Eilanden.

De weerbaarheidsafdeling trachtte caféhouders die niet van plan waren de toen net uitgevaardigde bordjes met teksten als ‘Voor Joden verboden’ of ‘Joden niet gewenscht’, te bewegen deze borden wél op te hangen. Dit leidde tot diverse opstootjes in de omgeving van het Rembrandtplein. Op 9 februari 1941 drongen NSB’ers, bijgestaan door Duitse militairen, op het Thorbeckeplein het café-cabaret ‘Alcazar’ binnen omdat daar nog Joodse artiesten optraden. Dit leidde tot een vechtpartij waarbij 23 mensen gewond raakten.

1941 a

Hanns Albin Rauter, Generalkommissar für das Sicherheitswesen in Nederland, rapporteerde de zaak Koco op 20 februari 1941 aan Heinrich Himmler. Hij schetste daarbij een voor de Joden zo ongunstig mogelijke weergave van de feiten, waarbij geschetst werd dat er een moedwillige aanslag door de eigenaren van Koco op de manschappen van de Sicherheitspolizei was gepleegd. Volgens Rauter moest er eindelijk eens iets gebeuren tegen de Joden en hun wreedheden. Als represaille voor de gebeurtenissen in ijssalon Koco vonden op zaterdag 22 februari en zondag 23 februari 1941 in de Jodenbuurt razzia’s plaats onder leiding van Obersturmbannführer Friedrich Knolle. Op bevel van Himmler, Seyss-Inquart en Rauter werden 427 Joodse mannen tussen 20 en 35 jaar opgepakt en – naar later bleek – naar het concentratiekamp Mauthausen afgevoerd.

Op zondag 23 februari was het zondagsmarkt in de Jodenbuurt, daardoor waren vele niet-Joodse Amsterdammers getuige van de razzia. De Nederlandse politie was niet op de hoogte gesteld van de razzia en was volledig overstuur. Ook de Amsterdammers waren verbijsterd en hun woede over het optreden van de Duitsers was groot.

De CPN zag door deze razzia een kans om de staking die op 18 februari niet was doorgegaan, alsnog uit te voeren. De CPN zag voldoende aanleiding “om de gehele massa te mobiliseren, daar de gehele massa tegen deze antisemitische actie was”. De CPN greep zodoende niet slechts terug op het idee van een staking die ze al op 17 februari overwogen had, maar gebruikte ook ongeveer dezelfde motivering: de dreigende machtsovername van de NSB door middel van de Jodenvervolging moest worden voorkomen. Wellicht zou de Duitse bezetter door een algemene staking in gaan zien dat de Jodenvervolging in Nederland een doodlopende weg was en zeker geen middel om de NSB aan de macht te brengen. Het landelijke partijbestuur en het bestuur van het District Amsterdam besloten vervolgens over te gaan tot een staking op 25 en 26 februari 1941.

Ter voorbereiding op de staking organiseerde de ondergrondse CPN op 24 februari een korte openluchtvergadering van ongeveer 400 Amsterdamse leidinggevende verzetsfunctionarissen op de Noordermarkt in de Jordaan. Stratenmaker Willem Kraan verkondigde hier het besluit tot staken. De merendeels communistische aanwezigen werden ook tot staken aangespoord door Piet Nak en Dirk van Nimwegen en stemden in met de plannen. Ze ontvingen pakken met manifesten en moesten proberen de arbeiders in de bedrijven tot staking te bewegen. De bedoeling was dat er twee dagen zou worden gestaakt: dinsdag zo veel mogelijk bij de overheidsbedrijven en woensdag een algemene staking, dus inclusief het bedrijfsleven.

Op de ochtend van 25 februari 1941 stonden de trams stil in Amsterdam. Tezelfdertijd verspreidden aanhangers van de CPN het manifest ‘Staakt, staakt, staakt!!!’ onder Amsterdamse bedrijven. De staking breidde zich als een olievlek uit over de stad. Rond het middaguur van de 25e was de algemene staking een feit, eerder dan de organisatoren hadden verwacht en anders dan zij hadden voorzien.

Van Amsterdam sloeg de staking over naar Zaandam, Haarlem, Velsen, Hilversum (waar werknemers van de Nederlandse Seintoestellen Fabriek het voortouw namen), Bussum, Weesp, Muiden en de stad Utrecht. De communistische Vonkgroep deed ook een poging om de februaristaking uit te breiden tot Den Haag; pamfletten met een stakingsoproep werden uitgereikt bij de tramremise, maar er was geen stakingsbereidheid bij het personeel van de HTM.

De Duitsers braken de staking met geweld, intimidatie en meedogenloos ingrijpen. Hierbij vielen negen doden en 24 zwaargewonden en talloze stakers werden gevangengenomen. Na twee dagen was de staking ten einde. Dit was een gevolg van de combinatie van enkele factoren: het Duitse ingrijpen, de stakingsparolen van de CPN (de staking mocht slechts twee dagen duren) en de druk van het Amsterdamse gemeentebestuur om het werk te hervatten.

De steden die hadden meegedaan aan de staking kregen van de Duitsers hoge boetes opgelegd. Amsterdam moest 15 miljoen gulden betalen, Zaandam een half miljoen en Hilversum 2,5 miljoen. Omdat er in Hilversum, net als in Amsterdam, ook was betoogd was de boete daar relatief hoog.

De Februaristaking wordt jaarlijks herdacht bij het beeld van De Dokwerker op het Jonas Daniël Meijerplein. Het bronzen beeld, dat een staker voorstelt, werd in 1952 gemaakt door Mari Andriessen. De Dokwerker staat symbool voor het verzet van ‘de kleine man’ tegen een grote macht. Het verhaal wil dat arbeiders spontaan in verzet kwamen omdat zij het lijden van hun Joodse medeburgers niet aan konden zien. Dat het initiatief voor de staking van de zijde van de CPN kwam, is bij velen niet bekend. Ook het verhaal van de ijssalon – aanleiding voor de razzia’s – kennen de meeste mensen niet.

Aan de zuidzijde van de Noorderkerk is een plaquette aangebracht die herinnert aan de verboden openbare bijeenkomsten op de Noordermarkt. Gedurende vele jaren waren de communistische organisatoren van de staking niet welkom bij de officiële herdenking, daarom hielden de communisten jarenlang een aparte herdenking. Op initiatief van Harry Verheij en Ed van Thijn werden beide herdenkingen vanaf 1968 samengevoegd.

1941 b

 

In navolging van het blogbericht van gisteren, betreffende de fermiparadox, wil ik graag ingaan op de vele mogelijke oplossingen voor deze paradox. Deze oplossingen vallen onder vier hoofdcategorieën, welke ik hier nogmaals zal benoemen:

Buitenaards leven bestaat niet en wij zijn alleen in de kosmos.

  • De aarde is uniek en is de enige planeet in het universum die levende wezens herbergt. Het is ondanks decennialang onderzoek en speculatie nog steeds niet duidelijk hoe uit levenloze stoffen vanzelf leven kan ontstaan. Misschien moeten er zoveel afzonderlijke factoren samenkomen dat het bijna onmogelijk is dat er spontaan leven kan ontstaan. Mogelijk is de aarde de enige plek in de geschiedenis, waar zich daadwerkelijk ooit leven heeft ontwikkeld.

Buitenaards leven bestaat, maar heeft tot op heden nooit contact gelegd met de aarde.

  • Intelligent leven is extreem zeldzaam of wij zijn zelfs het enige of het verst ontwikkelde bewuste leven in het heelal. Het vanzelf ontstaan van leven is uiterst zeldzaam en de ontwikkeling naar intelligente wezens verloopt zeer traag. Intelligent leven bestaat wel, maar is, net zoals wij, nog niet ver genoeg ontwikkeld om andere planeten te bereiken. Het heelal bestaat te kort voor de ontwikkeling van zulk intelligent leven.
  • Ander intelligent leven begeeft zich in andere dimensies. De snaartheorie gaat ervan uit dat op zeer kleine schaal de ruimte niet vier-, maar tien-, of zelfs elfdimensionaal is. De zes extra dimensies zijn opgerold, en daardoor niet waarneembaar.
  • Er is in het universum iets of iemand aanwezig die intelligent leven opspoort en vervolgens uitroeit als ‘ongedierte’. Alle beschavingen die eventueel in het verleden contact hadden kunnen leggen met de aarde zijn hier aan ten prooi gevallen. Om de een of andere reden is de aarde nog niet opgespoord en is daarom tot op heden nog niet ‘gesteriliseerd’ of is zij nog niet ver genoeg in haar ontwikkeling om de moeite waard te zijn om te worden uitgeroeid.

Buitenaards leven heeft in het verleden of het heden contact gelegd met de aarde.

  • Intelligente buitenaardsen hadden in het (verre) verleden contact met ons maar nu (waarschijnlijk) niet meer. Deze contacten waren zo indrukwekkend voor de toenmalige mensen dat ze hen als goden beschouwden en veel mythen en godsdiensten zijn hierop terug te voeren. Wellicht hebben deze goden de vroege mens ook op het spoor van de beschaving gezet en/of hen daarmee geholpen als leraren.
  • Intelligent leven vermijdt uit eigen beweging elk contact met ons. Om onbekende redenen of wellicht uit angst voor besmetting met het een of ander. De mens is egoïstisch, en tenslotte niet een van de meest vriendelijkste soorten.

Buitenaards leven is bewust van ons, maar heeft geen interesse of wilt geen contact.

  • Buitenaardse intelligentie is allang gearriveerd op Aarde maar om voor ons onbekende redenen kiest het ervoor zich niet openbaar te vertonen. Hun extreem geavanceerde technologie, die het mogelijk maakt om ons te bereiken, maakt het voor hen ook mogelijk om zich onzichtbaar voor ons over de Aarde te bewegen.
  • De dierentuinhypothese stelt dat er superintelligent buitenaards leven bestaat dat ervoor kiest om geen contact met het leven op aarde op te nemen om ons ongemerkt te bestuderen of om de menselijk beschaving zo de kans te geven om zich in lijn met zijn eigen natuurlijke evolutie te ontwikkelen.
  • De simulatie-hypothese. Een aanverwant, op het eerste gezicht vergezocht, idee is dat het door de mensheid waargenomen heelal deel uitmaakt van een ​​gesimuleerde werkelijkheid analoog aan de schijnwereld zoals getoond in de film The Matrix. De simulatie-hypothese stelt dat een zeer hoog ontwikkelde beschaving deze simulatie, waarin het heelal geen ander intelligent leven kent dan de mensheid, om hun moverende redenen (vertier, wetenschappelijk experiment, andere voor ons niet te vatten redenen) in het leven heeft geroepen.

CreationofET

De Fermiparadox is een paradox waarin de grote statistische waarschijnlijkheid van het bestaan van intelligent buitenaards leven in schril contrast staat met een gebrek aan bewijs daarvoor.

De leeftijd van het universum en het reusachtige aantal sterren lijken aanwijzingen voor de aanname dat buitenaards leven veel zou moeten voorkomen. Tijdens een lunch in 1950 praatte de natuurkundige Enrico Fermi daarover met zijn collega’s, en zou toen hebben gezegd: “Waar zijn ze dan? Als er zo veel buitenaardse beschavingen in de Melkweg zijn, waarom is er dan geen bewijs, zoals sondes, ruimteschepen of radio-uitzendingen?”

Deze eenvoudige vraag Waar zijn ze dan? (of, Waar is iedereen?) is misschien apocrief maar in het algemeen krijgt Fermi de eer voor het op heldere en eenvoudige wijze onder woorden brengen van het vraagstuk van de waarschijnlijkheid van buitenaards leven.

Er is een breed scala van mogelijke oplossingen voor de Fermi-paradox voorgesteld. Al deze oplossingen vallen onder een van de vier hoofdcategorieën:

  • buitenaards leven bestaat niet en wij zijn alleen in de kosmos.
  • buitenaards (intelligent) leven bestaat wel maar heeft tot op heden nog nooit contact gelegd met de aarde.
  • buitenaards leven heeft in het verleden of het heden inderdaad al op enigerlei wijze contact gelegd met de aarde.
  • buitenaards (intelligent) leven is zich allang bewust van ons maar heeft geen interesse in de mens en zijn technologie of wil geen contact met ons.

De Fermiparadox is een conflict tussen een argument van schaal plus waarschijnlijkheid en het ontbreken van bewijs. Een completere definitie kan als volgt omschreven worden:

De grootte en leeftijd van het universum suggereren dat er veel technologisch geavanceerde buitenaardse beschavingen zouden moeten bestaan. Deze hypothese is echter inconsistent met het ontbreken van gevonden bewijs dat deze stelling ondersteunt.

it_came_from_outer_space

Een paradox is een ogenschijnlijk tegenstrijdige situatie, die lijkt in te gaan tegen ons gevoel voor logica, onze verwachting of onze intuïtie. Ogenschijnlijk, omdat de vermeende tegenstrijdigheid veelal berust op een denkfout of een verkeerde redenering. Het is ook mogelijk dat de paradox een uitspraak is die verschillende semantische (betekenis) niveaus bevat.

Een beroemde paradox uit de logica is de paradox van Epimenides die in de brief aan Titus geciteerd wordt. Deze luidt (al heeft Epimenides het nooit zo gezegd of bedoeld):

“De Kretenzer Epimenides zegt: “Alle Kretenzers liegen altijd.”

Wanneer we deze uitspraak letterlijk interpreteren, dan is het inderdaad zo dat de uitspraak, die immers gedaan is door een Kretenzer, zichzelf tegenspreekt: de uitspraak zegt van zichzelf dat hij niet waar is, en kan dus niet waar zijn. De uitspraak “Alle Kretenzers liegen” kan onwaar zijn (en dus een leugen) als we aannemen dat Kretenzers soms liegen, echter in dit geval liegen ze dus niet altijd.

wigparadox
Wigparadox

Van de week bedacht ik dat het deze maand 15 jaar geleden is dat ik niet heb gerookt. Het was op de zondagavond van 18 februari 2001 dat ik mijn laatste sigaret heb gerookt. Ik lag in bad (ja, zo zwaar verslaafd was ik) en begon aan het laatste hoofdstuk van het boek Stoppen met Roken van Allen Carr. En zo ook aan mijn laatste peuk. Mijn eerste rookvrije dag was 19 februari 2001. Sindsdien heb ik nooit meer een sigaret, shaggie of sigaartje opgestoken. Ik kan me nu ook niet meer voorstellen dat ik buiten met een sigaret in de hand de stinkende, giftige dampen uitblaas. Ach, een mens kan veranderen.

En niet alleen een mens. Ook jarenlange tradities zijn onderhevig aan veranderingen. Zo vernam ik gisteren via diverse digitale berichten dat de puntentelling van het Eurovisie Songfestival een hevige wijziging zal krijgen. Waar sinds een paar jaar de punten van de professionele jury en die van de televisiekijkers gecombineerd werden, worden in de nieuwe opzet beide kanten los van elkaar (punten 1 tot en met 8, 10 en 12) verdeeld. Het land dat voorheen van de televisiekijkers of van de professionele jury één punt kreeg, verviel bij het combineren van de uitslagen. Nu krijgen meerdere landen de punten.

Eerst maar de inzending van Douwe Bob beluisteren om te zien of we dit jaar überhaupt op punten kunnen rekenen. Zijn inzending wordt begin volgende maand bekend gemaakt. Overigens is het alweer 40 jaar geleden dat op 18 februari 1976 de inzending (lied en artiest) van Nederland bekend werd gemaakt. Tijdens een live-uitzending vanuit het Congresgebouw in Den Haag won Sandra Reemer het nationaal songfestival met het lied The Party Is Over, en liet hiermee Spooky & Sue, Bolland & Bolland, Rosy & Andres en Lucifer achter zich. Voor hen was het feestje iets eerder over.

Er zijn mensen die lopen er mee weg en anderen lopen er voor weg. Valentijnsdag. Ongeacht de mening over deze dag, het blijft moeilijk deze romantische dag in februari te negeren of te ontwijken. Je ontkomt er niet aan. Commercials op televisie en radio met betrekking tot de cadeaus die je aan de liefde van je leven, of aan je geheime liefde, moet geven. De dromerige, romantisch rood met hartjes gevulde etalages van de winkels tekenen het straatbeeld, en je wordt digitaal overspoeld met e-mailberichten waarin aanbiedingen van ondernemers speciaal voor Valentijnsdag worden aangeboden.

Ikzelf heb geen hekel aan deze dag. Ik ontwijk het niet, maar ik zie het nut er niet van in om een geheimzinnige kaart te sturen. Vroeger verzond ik nog wel eens een kaartje, maar daar ben ik later op teruggekomen. Een beetje anoniem je liefde betuigen. Hou op. Wanneer een ander dat juist hartstikke leuk en fantastisch vindt, dat romantisch gedoe met bloemen, kaarten en chocolade, dan is het ook prima. Zolang ik er maar niet aan hoef mee te doen. Gelukkig denkt mijn maatje er net zo over. Dus ondanks dat er hier geen romantische kaarten door de brievenbus vallen, voelen we er ons niet minder om. We hebben het nog steeds naar ons zin.

Wanneer Valentijnsdag zich aankondigt, moet ik altijd even denken aan Marcel. Een oud-collega van mij. Hij had ooit in aanloop naar de meest romantische dag een paar Valentijnskaarten ontvangen. De eerste kaart was ondertekend met de initialen S.E. en een tweede kaart met C.R.. Marcel was aardig opgetogen van deze kaarten. Samen zaten we te bedenken wie deze personen konden zijn maar Marcel kon niemand bedenken. Een laatste ontvangen kaart, ondertekend met E.T., verraadde dat het om een persoon moest gaan. De initialen vormden het Engelse woord SECRET.

Op de dag voor Valentijnsdag vond Marcel het allemaal minder leuk worden. Hij ontving een poster van zijn idool Madonna en er zat een cryptisch gedicht bij. Daarin werden dingen benoemd die alleen bekenden konden weten. Het was ondertekend met Secret Man. Marcel vond het een beetje naar worden. Op Valentijnsdag zelf ontving hij nog een cassettebandje met hierop romantisch liedje over geheime liefdes. Zonder begeleidend e tekst. Na 14 februari bleef het stil. Maanden later bleek dat de stille aanbidder c.q. stalker uiteindelijk aan de neef van Marcel te hebben toegegeven dat hij de persoon achter de kaarten en cadeaus was. Collega Marcel heeft toen alles bij het huis van de verliefde stalker gedumpt. Sindsdien vind ik een Valentijnskaart niet zo romantisch meer.

Dit bericht is eerder op gaysite.nl gepubliceerd.

Afgelopen woensdag werd er Nederlandse geschiedenis geschreven. Het allereerste Correspondentendiner werd in de Beurs van Berlage gehouden. Het correspondentendiner is gebaseerd op een Amerikaanse traditie die sinds 1920, jaarlijks word gehouden. Bekend als het White House Correspondents’ Dinner, waar de Amerikaanse president een toespraak houdt voor de parlementaire pers en andere genodigden. Mark Rutte mocht woensdagavond als een cabaretier de journalisten met een knipoog aanpakken.

Als je ‘t mij vraagt, dan zat ik in de eerste minuten met de figuurlijke kromme tenen voor de televisie: een minister president in de rol van grappenmaker. Dat is wennen. Ook het lamzalig gelach van het aanwezige publiek werkte niet mee. Timing is belangrijk bij komedie en dat ging -eerlijk toegegeven, onze minister president af en toe best aardig af. Naarmate Rutte zelf aan de positie van een moppentappende minister president gewend was, leek het iets beter te gaan.

Of het concept van een Nederlandse Correspondentendiner is geslaagd? Ik denk het wel. Alleen al om het feit dat omroepbaas Jan Slagter (Omroep Max) zich beledigd voelde na een grap van Rutte over de dertigjarige dochter van Jan Marijnissen. ‘De dochter van Jan wordt klaargestoomd voor de politiek. Ze krijgt zelfs mediatraining bij Omroep Max’, zei de minister-president. Dat vond Slagter (61) lasterlijk genoeg om daags na het correspondentendiner een officiële verklaring af te leggen, dat er géén sprake is van een relatie met Lilian Marijnissen. Daarmee is het Correspondentendiner voor mij geslaagd te noemen, en hoop ik op een voortzetting voor volgend jaar.

 

 

Tallulah Bankhead (1902) was een Amerikaanse actrice. Ze acteerde op het toneel en voor de camera. Bankhead stond bekend om haar hese stem, haar schandalige persoonlijkheid, en haar verwoestende denkvermogen. Ze was overtuigd van absolute individuele vrijheid. Van oorsprong speelde ze vooraanstaande rollen in het theater. Zowel komedie en melodrama. Al snel werd ze beroemd aan beide zijden van de Atlantische Oceaan. Bankhead werd een icoon van de stormachtige, flamboyante actrice, en haar unieke stem en maniertjes waren vaak onderworpen aan imitatie en parodie.

Tallulah was afkomstig uit Alabama. Een vooraanstaande familie -haar grootvader en oom waren de Amerikaanse senatoren, en haar vader diende als voorzitter van het Huis van Afgevaardigden. Tallulah’s steun aan de liberalen, zoals het opkomen voor burgerrechten, veroorzaakten een breuk met de zuidelijke Democraten en haar familie. Om een meer conservatieve agenda te ondersteunen, sprak ze meer dan eens de ideeën van haar eigen familie tegen.

In de eerste plaats was Bankhead een toneelactrice, maar ze had een bioscoophit met Alfred Hitchcock’s Lifeboat (1944), verder had ze ook een korte, maar succesvolle carrière op de radio. Bankhead was berucht voor het niet dragen van ondergoed. Tijdens de opnames van Lifeboat had de crew over haar geklaagd, wanneer Bankhead een ladder moest beklimmen. Toen de bezwaren tegen Bankhead’s exhibitionisme Alfred Hitchcock bereikte, grapte hij dat hij niet wist of dit nu een zaak was voor de afdeling kostuums of voor de kappers.

In haar persoonlijke leven worstelde Bankhead tegen alcoholisme en drugsverslaving, en was ze berucht om haar ongeremde seksleven en haar nogal confronterende uitspraken.* Ondanks deze ondeugden was Bankhead in staat om edelmoedig anderen in nood te helpen, zoals het ondersteunen van kansarme pleegkinderen en het helpen ontsnappen van een aantal families in de Tweede Wereldoorlog.

Op 12 december 1968, overleed Bankhead in het St. Luke’s Hospital in Manhattan. Ze werd slechts 66 jaar. De doodsoorzaak was een longontsteking, veroorzaakt door een combinatie van roken, ondervoeding, en een griep. Haar laatste woorden waren een gorgelend verzoek om codeïne en bourbon. Voor haar bijdrage aan de filmindustrie heeft Bankhead een ster op de Hollywood Walk of Fame bij 6141 Hollywood Boulevard.

Tallulah

* De citaten van Tallulah Bankhead:

  • Toen haar door de roddelcolumnist Earl Wilson werd gevraagd of ze ooit was aangezien voor een man aan de telefoon. Reageerde ze: ‘Nee, jij wel?’
  • Bij een eerste ontmoeting van een vroegere minnaar zei ze droog: ‘Ik dacht dat ik je had verteld om in de auto te wachten.’
  • ‘De enige man in het theater, die kan rekenen op vast werk, is de nachtwaker.’
  • ‘Het enige waar ik spijt van mijn verleden heb is de lengte ervan. Als ik mijn leven opnieuw moest leven, zou ik dezelfde fouten maken, maar eerder.’
  • ‘Acteren is een vorm van verwarring.’
  • Op de vraag waarom zij iedereen dahling noemde, reageerde ze met: ‘Omdat ik in mijn hele leven vreselijk ben geweest in het onthouden van namen. Ik heb ooit  een vriend van mij geïntroduceerd als Martini. Haar naam was eigenlijk Olive.’
  • ‘Als u het Amerikaanse theater wilt helpen, word dan geen actrice, dahling. Word het publiek.’
  • ‘Het zijn de brave meisjes die dagboeken bijhouden. De slechte meisjes hebben daar geen tijd voor.’
  • ‘Ik ben zo zuiver als aangedreven modder.’
  • ‘Mijn vader waarschuwde me voor mannen en sterke drank, maar hij heeft nooit met een woord iets gezegd over vrouwen en cocaïne.’
  • ‘Cocaïne is niet verslavend. Ik kan het weten, ik gebruik het al jaren.’
  • ‘Niemand kan precies zijn zoals ik. Zelfs ik heb er moeite mee.’
  • ‘Denk niet dat ik niet weet wie is al die roddels over mij verspreidt. Na alle leuke dingen die ik heb gezegd over die heks Bette Davis. Als ik haar te pakken krijg trek iedere haar uit haar snor!’
  • ‘Zeg iets over mij, dahling, zolang het maar niet saai is.’
  • Wanneer een jonge actrice haar vertelde dat ze elke ochtend cranberrysap dronk, reageerde Bankhead met: ‘Oh, mijn God, cranberrysap? Toen ik 16 was, dahling, had ik een schoenendoos vol cocaïne.
  • In reactie op de vraag van onderzoeker Alfred Kinsey of ze in detail over haar seksleven wilde praten, zei ze: ‘Natuurlijk, dahling, als je mij de jouwe vertelt.’
  • Nadat ze hoorde dat er in een restaurant geen toiletpapier was, antwoordde ze met: ‘Kun je en tientje wisselen voor twee vijfjes?’
  • ‘Ze gebruiken gaasdoek om Shirley Temple mooier te fotograferen. Om mij nog toonbaar te fotograferen moeten ze linoleum gebruiken.’

Lifeboat