Het is een jaar geleden al eens gemeld door hoogleraar sociale psychologie Roos Vonk. Ik weet niet of ze het destijds heeft onderzocht of het heeft geconstateerd, maar mevrouw Vonk weet te vertellen dat mensen zichzelf door een roze bril zien. Velen vinden zichzelf uitzonderlijk. Met bijzonder diepe gedachten en unieke lagen. Dat is niet verkeerd, want als je jezelf zo ziet, dan durf je dingen te ondernemen en ga je uitdagingen aan.

Het nadeel is wel dat je zelf niet ziet hoe je echt bent. En daar hebben de mensen om je heen vaak last van. Dan vind jij jezelf lekker avontuurlijk, maar vindt je familie jou roekeloos. Of je vindt jezelf bedachtzaam, en je collega vindt je dan eigenlijk retepassief. En enig kritiek aan jouw adres heeft vanzelfsprekend weinig zin, want je wuift deze snel weg. Omdat het eerste wat je denkt is: wat weet jij er nou van?

Ik vind het niet makkelijk om toe te geven dat ik wel eens met een roze bril in het leven sta. Ik zie mezelf graag als een puur mens, en ik ben van mening dat ik ook echt wel een aardig persoon ben. Natuurlijk zullen er genoeg mensen die in de rij willen gaan staan om mij te overtuigen dat dit anders is. Het zou goed zijn wanneer iedereen realiseert dat hij of zij een roze bril draagt. Maar dat is heel moeilijk. Zelfs bij het lezen van deze tekst denken al veel mensen: dit geldt niet voor mij.

Afgelopen dinsdag waren we wederom geschrokken van de aanslagen op onze westerse samenleving. Honderden mensen gewond, 34 mensen gedood en miljoenen mensen verontrust door een drietal lafaards met kleingeestige gedachten, en ik weet niet meer hoe ik moet reageren. Wanneer ik via social media mijn medeleven uit wordt ik -indirect- aangesproken dat ik blind ben voor de aanslagen elders op deze wereld.

Ik schrik. Ik voel me onheus bejegend, want mijn bedoelingen zijn goed. Laat mij maar mijn ding doen. Ik bemoei me ook niet met jou. Wanneer je met een corrigerend vingertje naar anderen staat te wijzen, omdat zij niet voldoen aan jouw ideaalbeeld, ben je niet veel beter dan de idioot met een bomvest. Een berispend vingertje is vanzelfsprekend veel minder schadelijk dan een bomvest, maar het principe is hetzelfde.

Wanneer we ons beledigd voelen of het niet eens zijn met de ideeën van de ander, dan willen moeten we dit laten weten. Als men niet luistert, dan moeten ze het maar voelen. Een knokpartij hoort nu eenmaal thuis in de geschiedenis van de mens. Dat is niet alleen met het geloof, het gebeurt bij al onze idealen. Ook bij sport. Supporters en hooligans. We doen met liefde elkaar wat aan. Wat is dat toch, die drang naar vergelding?

Toen afgelopen donderdag duizenden mensen treurden over de dood van voetballegende Johan Cruijff, hoorde je mij toch ook niet ‘mauwen’ over dat er al genoeg andere mannen aan kanker zijn overleden? Het is pure arrogantie om te zeggen dat het verdriet van een ander onterecht of ongepast is. Wanneer iemand verdrietig is, dan heeft hij of zij behoefte aan een troostend gebaar en niet aan een vuistslag in het gezicht.

Laten we niet meer roepen dat de schuld van al onze ellende bij een ander ligt. Wanneer een persoon in God of Ajax gelooft, moet deze dat kunnen doen. Net zoals ik mag kiezen voor een leven zonder een opperwezen of een voetbalclub te aanbidden. Dat maakt het niet dat we tegenover elkaar moeten gaan staan, maar dat we naast elkaar kunnen staan. Ieder met een eigen visie. Dan leren we misschien nog eens wat van elkaar.

 

 

Op dit moment heb ik mijn 3e werkdag achter de rug. Sinds tijden. Vanmiddag heb ik weer collegae horen roepen dat de figuurlijke persoon ‘Zaagmans’ langs kwam. Inmiddels ben ik alweer gewend aan het ritme dat het werk op kantoor met zich meebrengt. Dat was afgelopen maandag wel even anders. Natuurlijk zorgen de nieuwe indrukken voor een lichte hoofdpijn, die overigens uitstekend werd geholpen door het constant naar een computerscherm te zitten staren, in een ruimte die verlicht wordt door tl-lampen.

Maar je hoort mij niet klagen hoor. Ook niet dat ik sinds dinsdag in een grote ruimte zit met tientallen andere mensen. Het is een kakofonie van telefoongesprekken van medewerkers en onhoorbare mensen die hun rekeningen niet willen (of kunnen) betalen. Zelf ben ik druk met het inhalen van een achterstand van mensen met een openstaande vordering die ‘onvindbaar’ zijn. Via aanvraag bij het BRP (basisregistratie personen) zijn er gelukkig nog veel mensen terug te vinden en kan er alsnog geïncasseerd worden..

Vandaag ben ik vanuit het werk meteen naar huis gefietst om daar meteen weer te vertrekken om te gaan hardlopen. Even een half uurtje mijn hoofd leegmaken. De werkzaamheden op kantoor zijn niet moeilijk, maar je moet wel constant voor de volle 100% de aandacht erbij houden. Ook iets waar ik weer even aan moet wennen. Maar je hoort me niet klagen. Ik vermaak me prima. Op het werk, en met het hardlopen.

In Nederland beweren veel mensen dat wanneer je werkeloos bent, maar toch wilt werken, je dan ook zeker meteen aan een baan kunt komen. Dit blijkt toch niet zo te zijn. In het verleden -wanneer ik werkzaam was bij een werkgever, heb ook ik meer dan eens deze opmerking gemaakt. Ik was destijds van mening -net als vele anderen, dat wanneer je echt wilt werken, je ook met gemak een baan kunt vinden.

Daarbij moet je natuurlijk niet kritisch zijn in de keuze van de werkzaamheden. De functies van Fortuinzoeker of Prinses zijn nooit vacant. Zelfs niet in de Efteling of in een ander pretpark. Dus zonder al te kritisch te zijn naar de uitvoering van het werk, is het volgens veel mensen een koud kunstje om meteen een baan te vinden. Ik weet nu uit ervaring dat dit niet het geval is.

Ik heb de afgelopen periode meerdere uitzendbureaus bezocht en daar gemeld dat ik, ongeacht de werkzaamheden of werktijden, zo snel mogelijk aan het werk moest. Gewoon om het feit dat ik geen inkomsten had. Het was alsof ik in een onverstaanbare taal sprak. Op het uitzendbureau willen ze eerst een intakegesprek en dan gaat men eens kijken of ze iets kunnen vinden conform mijn cv.

Een intakegesprek is naar alle waarschijnlijkheid hartstikke nodig, maar wanneer een intercedent van de vestiging -die naar mijn idee vorige week net zindelijk is geworden, een profielschets van mij moet maken, naar aanleiding van mijn cv en een standaard vragenlijstje, dan denk ik: dit had ik ook thuis, online kunnen invullen. De tijd die een intakegesprek inneemt had ik liever bij een werkgever doorgebracht.

Conform mijn cv heb ik dus geen ervaring in productiewerk, en waar je voorheen een uitzendbureau kon binnenlopen, een kort en leuk gesprek hield om vervolgens de volgende dag bij een opdrachtgever aan het werk gaan, is dit niet meer van deze tijd. Het is gebruikelijk dat er minimaal een week tussen een eerste afspraak en een terugkoppeling ligt, om daarna nog een week te wachten op een vervolggesprek. Als je dat geluk al hebt.

Soms kan het zo zijn dat de sterren je gunstig zijn gesteld (als je in astrologie wilt geloven) en gaat alles in een rap tempo. In een paar dagen tijd heb ik een tweetal positieve gesprekken gehad bij een bedrijf dat is gespecialiseerd in credit management. Via een detacheringsbureau zal ik daar per 4 april aanstaande een half jaar aan het werk gaan, om vervolgens -bij wederzijds goedvinden, in vast dienstverband te werken.

En het gaat maar door. In plaats van dat ik nu relaxt kan focussen op het werk per april aanstaande, heeft het detacheringsbureau voor mij een opdracht van een tweetal weken geregeld. Vanaf maandag ga ik als administratief medewerker bij een deurwaarderskantoor in Almere aan het werk. Als soldaat in het Nederlandse werklozenleger kan ik nu eindelijk zeggen: ‘Ik zwaai af..!’¹

wavingoff

¹ volgens het Van Dale woordenboek:
af·zwaai·en (zwaaide af, is afgezwaaid)
(militair) de dienst verlaten

Dolblij en euforisch. Twee woorden, één betekenis. Het omschrijft hoe ik me momenteel voel. Sinds maandagmiddag heb ik een extreem gevoel van vreugde: na ruim twee jaar werkeloos te zijn geweest, tel ik weer mee in de maatschappij. Met ingang van april ben ik een werknemer. Dit heerlijke gevoel, daar kan geen hardloopwedstrijd tegenop. Een medaille is leuk, maar een loonstrookje leuker.

Het zal ook voor het eerst in mijn leven zijn dat ik mag forensen. Waar ik al mijn vorige jobs op fiets- of loopafstand van mijn werk woonde, mag ik binnenkort afreizen naar mijn werk in een andere gemeente. Een afstand van zo’n 50 kilometer van thuis. Ik kan er nu al van genieten. Met de trein naar Utrecht en daar verder met de bus, en misschien over een paar maanden met een auto over de snelweg.

Natuurlijk zullen er momenten komen waarbij de euforie en het blijdschap ver te zoeken zijn, wanneer er een trein uitvalt of er een vertraging is. Wanneer ik in de auto onderweg naar het werk of thuis ben, zal ik ook meer dan eens in de file staan. Allemaal dingen waar ik niet op zit te wachten en op dat moment helemaal niet zal kunnen waarderen, maar who cares? Ik heb een baan.

forens

Een politiemedewerker is van de week aangehouden op verdenking van afpersing. Naar nu blijkt stuurde een 36-jarige medewerker uit de gemeente Wijk bij Duurstede chantagebrieven naar mensen die enkele parkeerplaatsen langs de A27 en de A1 hadden bezocht. Deze parkeerplaatsen staan ook bekend als ontmoetingsplaatsen voor de homoseksuele mannen.

Sinds vorig jaar mei kreeg de politie meerdere meldingen binnen van personen die een chantagebrief hadden ontvangen. Deze mensen kwamen vooral uit Midden-Nederland, en ook uit andere delen van het land. In de brieven stond dat er foto’s waren gemaakt van de geadresseerde op de ontmoetingsplaatsen. Om publicatie van deze confronterende foto’s te voorkomen moest er aan de chanteur betaald worden.

Inmiddels blijkt dat niemand van de brievenontvangers tot een betaling is overgegaan, maar wel melding hebben gedaan bij de politie. Naarmate het onderzoek vorderde werd het duidelijk wie de chantagebrieven had verzonden. Het bleek dus een medewerker van de politie te zijn. Deze man is inmiddels vrijgelaten, maar blijft nog wel als verdachte in deze zaak. Wat zijn functie binnen het politieapparaat was, is niet bekend gemaakt.

Het is vanzelfsprekend schandalig dat iemand overgaat tot chantage. Het wordt nog meer een naar verhaal wanneer de chanteur een functie bij de politie bekleed. Een organisatie waarvan je ervan mag uitgaan dat deze er is om het volk te beschermen tegen criminaliteit. Ik zou het meer dan normaal vinden wanneer deze chantagepleger zal worden ontslagen. Hij heeft bij zijn werkgever -naar mijn mening,  al het vertrouwen verspeeld.

Ik weet niet wat deze politiemedewerker heeft bewogen om tot deze actie over te gaan. Het kan zijn dat hij snel en makkelijk geld wilde ontvangen. Misschien vond hij de levensstijl die de gechanteerde mensen er op na hielden totaal ongepast, of was het niet meer dan een ordinair machtsspelletje. Maar dat een politiemedewerker ervoor kiest om overtreders te chanteren, in plaats van te bekeuren, dat vind ik veel ernstiger dan het vergrijp.

birds.png

Afgelopen zaterdag werd uiteindelijk bevestigd wat half Nederland al in januari wist: televisiepresentator Klaas van Kruistum is de Mol. De programmamakers geven achteraf toe dat het niet slim was om een wel heel duidelijk hint te geven over de identiteit van de Mol. Regisseur Rick McCullough dacht er mee weg te kunnen komen, maar vergat de fanatieke kijkers die alle afleveringen zeer kritisch, en daarbij elke seconde grondig onderzoeken, bekijken.

In de 2e aflevering van dit seizoen, met de titel Het Laatste Woord, Letterlijk, moesten de kandidaten in een oud klooster op zoek naar aanwijzingen, waarbij oud-mollen hints gaven. In deze hints zat een verborgen boodschap. De laatst gesproken woorden van de oud-mollen gaven de woorden: molboek, oordeel, legenda, contra en focus. De laatste letters van deze laatst gesproken woorden vormen de naam Klaas.

In een reactie lieten AvroTros en producent IDTV weten blij te zijn met de reacties. De fanatieke reacties geven aan dat dit de omroep en de producent in ieder geval scherp moet houden. Ze weten nu dat ze de kijkers niet moeten onderschatten, en dit zien ze als een uitdaging. Voor mij was de uitdaging na deze aflevering meer dan tanend geworden. Maar gelukkig was daar -na een afwezigheid van 13 jaar, per 1 februari, een nieuw seizoen van De Mol in België.

Het Belgische televisieprogramma De Mol is het originele concept waar veel andere landen een eigen televisieprogramma van hebben gemaakt. Net als in Nederland is er in de reeks een groep kandidaten die in het buitenland (dit jaar Argentinië) opdrachten moeten uitvoeren, waarbij ze voor elke opdracht geld kunnen verdienen. Alleen heeft de Belgische zender VIER ervoor gekozen om het programma zonder bekende Vlamingen te organiseren.

Door te kiezen voor mensen die elkaar nooit hebben ontmoet (waarbij kandidaten elkaar niet kunnen googelen, zoals het bij bekende mensen wel gebeurt) komt het psychologische aspect van het groepsgedrag beter naar voren. Het aftasten, en het vinden van een plek in de groep. Iemand gedraagt zich opvallend om de anderen om de tuin te leiden, of er is juist sprake van conformistisch gedrag, omdat er gezamenlijk veel geld valt te verdienen.

Het programma De Mol is niet leuker of beter¹ dan de bekende Nederlandse formule van Wie Is De Mol, maar het is ondanks hetzelfde concept toch een ander televisieprogramma. Dit is mede door die onbekende kandidaten, en het spel wordt in België harder gespeeld. De eerste afvaller krijgt de kans om in het spel terug te keren. Wanneer dit niet lukt ontploft er een verfbom in het gezicht en valt er geen extra geld te verdienen. De meerderheid van de groep kiest er alsnog voor om de kandidaat achter te laten.

FullSizeRender

Klik op VIER om de afleveringen te bekijken.
¹ maar eigenlijk wel.

Het was in de tweede helft van 1973 toen ik in de eerste klas (groep 3 voor hedendaagse begrippen) leerde lezen en schrijven. Het lezen kwam me mooi uit, want dankzij de ondertiteling op teevee kon ik vanaf toen ook de Engelstalige televisieseries volgen, en begrijpen waarover zo hartelijk gelachen werd bij ‘Wordt U al Geholpen?‘ en alle andere niet nagesynchroniseerde televisieseries. Daarbij kon ik ook fijn in onze televisiegids, de TrosKompas, bijhouden wanneer ik voor de teevee moest gaan zitten. Niet dat dit zo vaak gebeurde, kindertelevisieprogramma’s had je alleen aan het begin van de avond en op de woensdagmiddag.

Het meest leuke dat ik in 1973 heb geleerd is het schrijven. Ik heb het schrijven mogen leren via de ‘boom-roos-vis-methode’, dat in de tweede helft van de vorige eeuw was ontwikkeld door Caesarius Mommers*, en dat tegenwoordig nog steeds gebruikt wordt in het basisonderwijs. In mijn herinnering pakte ik het lezen en schrijven aardig vlot op. Ik combineerde de diverse letters en wist zo al snel zelf de woorden room, boos, voor, rib, enzovoorts te ontdekken (welke ik stiekem op het behang schreef, dit met ongenoegen van mijn moeder). Naarmate het leren vorderde, groeide mijn kennis van de Nederlandse woorden.

Ik kan me een moment herinneren dat we na een paar maanden een verhaaltje mochten schrijven met behulp van de letterdozen*. Onze juf, mevrouw Kapitein liep tijdens de opdracht rustig door het klaslokaal en wierp hier en daar een figuurlijke blik op de geschreven tekst -of noem het ons eerste opstel, van mijn klasgenootjes. Wanneer de juf bij mijn tafeltje aankwam, bleef ze staan. Ze pakte mijn letterdoos op, inclusief het verhaal op de opengeslagen deksel, en liep het klaslokaal uit naar een andere lerares. Mijn verhaal moet waarschijnlijk iets bijzonders geweest zijn, want de opwinding was te voelen bij de leerkrachten. Ik voelde me opgelaten. Ik wist niet wat ik verkeerd, of misschien wel goed had gedaan.

Met bovenstaande herinnering wil ik niet pochen of koketteren met het feit dat ik boeiend kan schrijven. Voor het zelfde is het zo dat sinds dat jaar mijn schrijfkunde zich niet heeft ontwikkeld en dat ik nog steeds schrijf als een zesjarig schoolkind. Ik wil alleen aangeven dat sinds het moment ik heb leren schrijven, ik dit altijd leuk heb gevonden. Dat is tevens de reden waarom ik een persoonlijk weblog bijhoud, af en toe een film recenseer en maandelijks een column voor een homoseksueel georiënteerde website schrijf. Daarom wil ik op dit weblog weer terug naar de dingen die ik schrijf, en niet de berichten ‘vertaal’ van Wikipedia of andere bronnen.

De eerste jaren op mijn weblog waren het vaak berichten waarin het gekeuvel over alledaagse dingen en een babbelpraatje veelvoorkomend waren. Daar is in principe helemaal niets mis mee, maar dat is niet wat ik wil. Ik wil gewoon schrijven over wat ik meemaak, over hoe ik de dingen ervaar, en hoe ik het zie. Ik maak -ondanks mijn avontuurlijke inborst ¹, ook niet iedere dag iets bijzonders mee. Niet bijzonder genoeg om in een blogbericht te melden. Dit is de reden dat ik vanaf vandaag niet meer iedere dag een bericht plaats op mijn weblog. Kwaliteit over kwantiteit. Dat is voor mijzelf leuk, en misschien voor jou en de andere bezoekers ook. Het is weer eens iets anders dan een Wikipediabericht lezen, welke je zelf ook had kunnen opzoeken. Tot volgende week woensdag!

¹ 😉

dray 1972
“Next year, I will start writing and you will read it.”

Lang geleden was er een jonge man, die nooit een meisje had gevonden met wie hij wilde trouwen. Hij woonde dus alleen. Op een avond in de winter, tijdens een heftige sneeuwstorm, hoorde hij iemand aankloppen. Toen hij opendeed, zag hij een jonge vrouw ineengezakt voor de deur liggen. Hij bracht haar naar binnen en al snel knapte ze op, hoewel haar gezicht zo wit bleef als sneeuw. Ze was zo mooi, dat hij haar vroeg om zijn vrouw te worden.

De hele winter waren ze gelukkig met elkaar, maar toen het voorjaar kwam met dooi en zonneschijn, begon de jonge vrouw haar kracht te verliezen. Met de dag werd ze magerder en zwakker. De jongeman dacht dat ze misschien snakte naar gezelschap, dus nodigde hij een paar vrienden uit om de komst van de lente te vieren. Tijdens het feest, terwijl de gasten zaten te eten en te drinken, riep hij naar zijn vrouw in de keuken. Hij kreeg geen antwoord en ging een kijkje nemen. In de keuken was niemand te vinden. Het enige wat hij zag, was haar kimono, die in een plas water voor de oven lag.

yuki_onna