Het was in de tweede helft van 1973 toen ik in de eerste klas (groep 3 voor hedendaagse begrippen) leerde lezen en schrijven. Het lezen kwam me mooi uit, want dankzij de ondertiteling op teevee kon ik vanaf toen ook de Engelstalige televisieseries volgen, en begrijpen waarover zo hartelijk gelachen werd bij ‘Wordt U al Geholpen?‘ en alle andere niet nagesynchroniseerde televisieseries. Daarbij kon ik ook fijn in onze televisiegids, de TrosKompas, bijhouden wanneer ik voor de teevee moest gaan zitten. Niet dat dit zo vaak gebeurde, kindertelevisieprogramma’s had je alleen aan het begin van de avond en op de woensdagmiddag.

Het meest leuke dat ik in 1973 heb geleerd is het schrijven. Ik heb het schrijven mogen leren via de ‘boom-roos-vis-methode’, dat in de tweede helft van de vorige eeuw was ontwikkeld door Caesarius Mommers*, en dat tegenwoordig nog steeds gebruikt wordt in het basisonderwijs. In mijn herinnering pakte ik het lezen en schrijven aardig vlot op. Ik combineerde de diverse letters en wist zo al snel zelf de woorden room, boos, voor, rib, enzovoorts te ontdekken (welke ik stiekem op het behang schreef, dit met ongenoegen van mijn moeder). Naarmate het leren vorderde, groeide mijn kennis van de Nederlandse woorden.

Ik kan me een moment herinneren dat we na een paar maanden een verhaaltje mochten schrijven met behulp van de letterdozen*. Onze juf, mevrouw Kapitein liep tijdens de opdracht rustig door het klaslokaal en wierp hier en daar een figuurlijke blik op de geschreven tekst -of noem het ons eerste opstel, van mijn klasgenootjes. Wanneer de juf bij mijn tafeltje aankwam, bleef ze staan. Ze pakte mijn letterdoos op, inclusief het verhaal op de opengeslagen deksel, en liep het klaslokaal uit naar een andere lerares. Mijn verhaal moet waarschijnlijk iets bijzonders geweest zijn, want de opwinding was te voelen bij de leerkrachten. Ik voelde me opgelaten. Ik wist niet wat ik verkeerd, of misschien wel goed had gedaan.

Met bovenstaande herinnering wil ik niet pochen of koketteren met het feit dat ik boeiend kan schrijven. Voor het zelfde is het zo dat sinds dat jaar mijn schrijfkunde zich niet heeft ontwikkeld en dat ik nog steeds schrijf als een zesjarig schoolkind. Ik wil alleen aangeven dat sinds het moment ik heb leren schrijven, ik dit altijd leuk heb gevonden. Dat is tevens de reden waarom ik een persoonlijk weblog bijhoud, af en toe een film recenseer en maandelijks een column voor een homoseksueel georiënteerde website schrijf. Daarom wil ik op dit weblog weer terug naar de dingen die ik schrijf, en niet de berichten ‘vertaal’ van Wikipedia of andere bronnen.

De eerste jaren op mijn weblog waren het vaak berichten waarin het gekeuvel over alledaagse dingen en een babbelpraatje veelvoorkomend waren. Daar is in principe helemaal niets mis mee, maar dat is niet wat ik wil. Ik wil gewoon schrijven over wat ik meemaak, over hoe ik de dingen ervaar, en hoe ik het zie. Ik maak -ondanks mijn avontuurlijke inborst ¹, ook niet iedere dag iets bijzonders mee. Niet bijzonder genoeg om in een blogbericht te melden. Dit is de reden dat ik vanaf vandaag niet meer iedere dag een bericht plaats op mijn weblog. Kwaliteit over kwantiteit. Dat is voor mijzelf leuk, en misschien voor jou en de andere bezoekers ook. Het is weer eens iets anders dan een Wikipediabericht lezen, welke je zelf ook had kunnen opzoeken. Tot volgende week woensdag!

¹ 😉

dray 1972
“Next year, I will start writing and you will read it.”

Lang geleden was er een jonge man, die nooit een meisje had gevonden met wie hij wilde trouwen. Hij woonde dus alleen. Op een avond in de winter, tijdens een heftige sneeuwstorm, hoorde hij iemand aankloppen. Toen hij opendeed, zag hij een jonge vrouw ineengezakt voor de deur liggen. Hij bracht haar naar binnen en al snel knapte ze op, hoewel haar gezicht zo wit bleef als sneeuw. Ze was zo mooi, dat hij haar vroeg om zijn vrouw te worden.

De hele winter waren ze gelukkig met elkaar, maar toen het voorjaar kwam met dooi en zonneschijn, begon de jonge vrouw haar kracht te verliezen. Met de dag werd ze magerder en zwakker. De jongeman dacht dat ze misschien snakte naar gezelschap, dus nodigde hij een paar vrienden uit om de komst van de lente te vieren. Tijdens het feest, terwijl de gasten zaten te eten en te drinken, riep hij naar zijn vrouw in de keuken. Hij kreeg geen antwoord en ging een kijkje nemen. In de keuken was niemand te vinden. Het enige wat hij zag, was haar kimono, die in een plas water voor de oven lag.

yuki_onna