Kampot

In een tienpersoonsbusje met airco zitten we onderweg van de Cambodjaanse hoofdstad Phnom Pengh naar het stadje Kampot, in het zuiden van Cambodja. Het is een bekende stad voor mijn neef Jasper en zijn echtgenoot sinds een week, Nichy. Zij brengen hier vaak de spaarzame vrije weekenden door. Hier zullen we 3 dagen in de omgeving van de rivier Preaek Tuek Cchu doorbrengen.

We hebben meer dan 10,000 kilometer per vliegtuig afgelegd om zo’n 40 jaar terug in de tijd te (be)landen. Het straatbeeld in Cambodja geeft me het beeld van de jaren zeventig van de vorige eeuw. Iedereen doet maar wat en dat gaat hen allemaal verrassend goed af. Kleine kinderen die zonder valhelm, geklemd tussen de ouders, op een scooter zitten en roken is bijna overal op straat toegestaan.

Wanneer we in Kampot over de zandwegen naar onze plaats van bestemming rijden, word ik er aan herinnerd dat er enorme armoede heerst. Welke prima samengaat met de decadente levensstijl van de financieel beter gesitueerde landbewoners van het Aziatische land. Het blijft iets raars, en ik weet niet of ik er aan kan wennen. Nadat we plaats nemen op het terras van Villa Vedici, sta ik weer voor de moeilijke keuze. Biertje, smoothie of cocktail?

Ritjes

Het was vorig jaar in Amsterdam op een terras dat ik getuige was van een gesprek tussen een mollige, destijds aantrekkelijke vrouw en haar tafelgenoot. Ze zei tegen hem: ‘De meeste hier zijn best tof, maar er zitten een paar zure exemplaren tussen. Ik herinner me een nacht… Je ken je Knappe Klaas toch wel herinneren?’
‘Nou,’ zei de tafelgenoot, met ogen als schoteltjes, alsof hij alle verhalen over Knappe Klaas kon.
‘Er zit nu geen smaak meer aan hem,’ zei de vrouw.
‘Getrouwd. En hij mag niets meer. Enorm onder de plak. Ik zag ‘m laatst met dat wijf van ‘m. Hij zag er niet uit! Vreselijk. Terwijl het vroeger zo’n bink was. Ik weet nog, een avond gingen we de kroegen af. Na sluitingstijd namhij me mee naar zijn huis. Daar nog wat gedronken tot de vogeltjes weer begonnen met zingen. Tijd om te gaan, maar ik had geen cent te makken! Knappe Klaas ook niet. Het was nog voor de tijd dat je bij de flappentap geld kon pinnen, en ik moest wel met de taxi want het goot van de regen en ik had al een aardige slok op. Knappe Klaas zei: ‘Bel een taxi. De chauffeur rijdt je wel op de pof. Die doen niet zo moeilijk.’
De taxi komt, ik stap in en ik denk: da’s mis. Het was zo’n stil type. Goed, hij brengt me thuis. Een tientje. Ik zeg: ‘Moet je luisteren, momenteel heb ik geen geld, maar morgenochtend wel. Ik zal mijn gouden oorringen als pand geven en als je morgen om 12 uur komt, krijg je je tientje, plus wat extra.’ Dat was toch een royaal gebaar?
Hij begint met schelden. Alsoftie er dagen op had geoefend. Ik zeg: ‘Als je ’t doet, dan mag je met me naar bed.’ Maar hij bleef maar doortetteren. Dat ie geld wilde zien. Nou woonde ik in de buurt van een politiebureau, waarvan ik bijna iedereen kende. Ik zeg dat ik binnen wel geld kon lenen. Dat bleek niet te kunnen, maar de jongens zeiden dat ik de chauffeur maar even naar binnen moest brengen. Zo gezegd, zo gedaan. Legt de politie uit dat zijn poen wel safe is. De chauffeur vertrekt, scheldend en tierend.
De volgende ochtend tegen 12 uur beltie aan. Ik had geld gehaald en stond ermee in mijn hand bij de voordeur. En toen zegt die chauffeur: ‘Kan ik nu dan met je naar bed?’ Ik zeg: ‘Nee, nou heb ik geen zin meer.’ Waarop hij zegt: ‘Maar ik heb er een vrije dag voor genomen.’ Ik druk hem die 15 gulden in zijn hand en ik zeg: ‘Er is kermis op de Dam. Hier. Daar kan je wel 10 keer voor in de botsautootjes.’

Cambodian Living Arts

Vrijdagavond in Pnomh Pen. In het theater bij het Nationaal Museum van Cambodia wordt de dansvoorstelling “Traditional Dance Sow” door de Cambodian Living Arts uitgevoerd. Samen met familieleden en vrienden neem ik met een persoonlijk lichte vooringenomen instelling plaats naast een Franssprekende man. Hij kijkt nors voor zich uit alsof hij liever op zijn hotelkamer zit. Gezellig.

Enkele leden van de Cambodian Living Arts lopen vlak voor de voorstelling nog druk heen en weer. Ze dragen oortjes in die ik herken van de kassieres bij de Jumbo in Almere. Het is volgens mij iets Columbiaans: druk doen met druk bezig zijn. Maar ik kan het mis hebben. Ik ben ook maar een gemiddelde Nederlander.

Wanneer de dansers beginnen aan het eerste optreden -een dans waarin de succesvolle oogst van de landbouwers wordt uitgebeeld, ben ik aangenaam verrast. Vol overgave en plezier worden tradities, rituelen en dagelijkse gebeurtenissen uitgebeeld. Een volgend optreden is de traditionele Cambodiaanse Apsara-dans.

Het is duidelijk. De vooringenomen instelling was geheel misplaatst. De schoonheid en het enthousiasme van de Cambodiaanse kunstenaars weten me te ontroeren. Als je leert dat tijdens het genocide regime van Pol Pot, 90% van alle artiesten in het land zijn vermoord, en het cultureel erfgoed door enkele overlevenden is doorgegeven, besef je hoe belangrijk cultuur is.

De voorstelling duurt een uur. In deze 60 minuten dansen de dertig dansers de diverse culturele dansen uit alle streken van Cambodja. Van traditionele khmer-dansen tot optredens van de verschillende ethnische minderheden van het land. Mocht je ooit in Pnomh Penh zijn, dan is een bezoek aan de Cambodian Living Arts (http://www.cambodianlivingarts.org/show/) eigenlijk een must.

Sneeuwval

Het was op aandringen van goede vriendin Corine dat Elsemieke het voorstel durfde te doen aan vriend Ronald. Een weekendje skiën met z’n tweeën in Winterberg, Duitsland. Tot haar aangename verrassing reageerde Ronald positief. Hij reageerde het tegenovergestelde wat ze eerst had verwacht. Hij vond het een prima idee. De kinderen waren al groter en volgend jaar zouden ze zeker met z’n viertjes naar de wintersport kunnen gaan. ‘Leer jij maar alvast hoe je op de latten moet staan,’ zei Ronald enthousiast. Elsemieke was er helemaal blij van geworden. Zelf werd ze nog meer enthousiast toen Ronald had voorgesteld dat ze ook meteen maar naar een mooie outfit voor het weekend moest uitkijken.

Het was een feestje op zich om een middag lang op zoek te gaan naar het perfecte skipak. Elsemieke wilde er niet te veel geld aan uitgeven, maar ze wilde ook geen tweedehandsje. Via een collega had ze een adres gekregen van een sportwinkel gespecialiseerd in wintersportkleding. Toen Elsemieke het wit met blauwe pak zag hangen, wist ze dat dit het pak was wat ze in Winterberg zou dragen. Ze had er nog bijpassende handschoenen bij gekocht en een degelijke helm. Corine vroeg zich in de winkel hardop af of een helm echt nodig was, maar Elsemieke hield vol dat veiligheid voor alles ging. ‘Dan maar een weekendje geen fashionista,’ was haar antwoord.

Bij de sleeplift stond de eerst uitdaging voor Elsemieke haar op te wachten. Onervaren, ondanks een luchtige instructie van vriendin Corine, pakte Elsemieke de sleeplift vast. Verrast door de snelheid en de kracht van de lift verloor ze haar evenwicht en viel voorover in de sneeuw. Verward doordat haar gezicht in de sneeuw lag en de kracht van sleeplift bleef ze de sleeplift stevig vasthouden, waardoor ze als een menselijke sneeuwschuiver de berg opsteeg. Ondanks het ‘loslassen!’ van Duitse bijstanders hielden haar handen de lift  stevig vast. Na een paar minuten van sneeuwhappen en happen naar adem liet ze eindelijk los. Haar verwarde gezicht was nat en wit van de sneeuw.

Eenmaal op de latten, bovenop de piste zag Elsemieke wat het skiën precies inhield. Het was niet anders dan naar beneden glijden. In een duizelingwekkende vaart. Vriendin Corine, met jaren ski-ervaring, had Elsemieke geïnstrueerd vooral kalm naar beneden te gaan. Ze wilde nog uitleggen dat ze veel achterom moest kijken voor andere skiërs, maar Elsemieke was al met een lichte gil aan haar afdaling begonnen. Corine riep haar na: ‘Pizzapunt! Pizzapunt!’ om duidelijk te maken dat ze haar skilatten naar elkaar moest steken, maar Elsemieke hoorde haar niet meer. Met een gil liet ze zich vallen, rolde verder in de sneeuw en voor een tweede keer die dag zat haar mond vol sneeuw. Ze vroeg zich serieus af of ze volgend jaar weer zou gaan.

Stralen

Vrijdagochtend. Het is 7 uur in de ochtend wanneer ik de voordeur achter me sluit. Ik vertrek lopend naar het station in Almere Centrum. De zon staat laag aan de hemel te schijnen, alsof het universum me wil zeggen dat het vandaag dan wel de laatste werkdag voor mijn vakantie is, maar dat ze er alles aan doet om het mij zo aangenaam mogelijk te maken. Het universum is een mooie plek om aanwezig te zijn, lijkt me. Ik zou zo ook niet weten wat er nog buiten het universum bestaat.

De vrijdag loopt vervolgens ook vlot en aangenaam. Wanneer ik rond de klok van half 5 het pand verlaat schijnt de zon nog steeds. Een dag gevuld met zonneschijn heeft een positieve invloed op de mensen. Tijdens de wandeling naar het metrostation zie ik de mensen weer glimlachen. Een enkele fietser neuriet een vrolijk deuntje mee met de muziek die uit de oordopjes komen en schoolgaande tieners lachen vrolijker wanneer ze zon hen in het gezicht schijnt.

Onderweg in de metro en de trein valt het me op dat mensen meer vrolijkheid uitstralen. De chagrijnige hoofden, eerst nog verstopt in meterslange shawls en diepe kragen laten weer een nek zien. Terug in Almere hoor ik mensen lachen en ouders hebben weer meer geduld met het aanwezige gedrag van hun kinderen. Wanneer ik een kwartier later in mijn hardloopschoenen een kleine 10 kilometer weg ren zijn de mensen nog steeds blij. De zon gaat langzaam onder en ik begin aan de laatste kilometers van mijn hardlooprondje.

Ik heb via een nieuws-app de positieve weersvoorspelling voor de komende dagen gelezen: een korte periode van aangenaam voorjaarsweer is ons aangekondigd, en ik weet dat hiermee dagen van vrolijkheid en meer verdraagzaamheid aanbreken. Je kunt er maar aan wennen. Zelf zal ik op een andere manier aan de weersverandering moeten wennen, want vanaf aankomende woensdag heb ik, een kleine 9.675 kilometer ten oosten van Nederland, te maken met zomerse temperaturen, rond de 30 °C.

Koffers

De koffers zijn na vierenhalf jaar weer eens uit de garage gehaald. Ze mogen vanaf volgende week weer dienst doen voor datgene waar ze jaren geleden zijn aangeschaft: het maskeren van onze eigendommen als bagage tijdens onze reis. Nadat we vorig weekend beide koffers hebben opgefrist, staan ze nu op zolder klaar om gevuld te worden met kleding en andere benodigdheden om zo volgende week met ons mee te reizen naar Schiphol.

Na maanden van voorpret begint het nu echt spannend te worden. Ik probeer zoveel mogelijk rekening te houden met de dingen die ook echt meegenomen moeten worden, zoals contactlenzen of een oplader voor een elektrisch apparaat. Toch weet ik dat wanneer we in het vliegtuig zitten, ik opschrik en realiseer dat ik  dan toch iets ben vergeten in te pakken. Dat is dan jammer, want ik heb me voorgenomen dit maar te zien als gewoon pure pech is. Soit.

Al het nodige voor een geslaagde trip is inmiddels wel geregeld. Wat ons de komende dagen nog rest is de bekende, figuurlijke puntjes op de ‘i’ te zetten. De e-reader, camera’s en andere gadgets zijn stand by. De andere zaken verdeeld over de koffers en onze handbagage. Het enige wat we helemaal niet kunnen inpakken is ‘goede zin’, maar dat is niet nodig, want dat hebben we vanaf volgende week sowieso wel bij ons.