Oud

Mijn grootvader, mijn vaders vader, heeft zijn laatste dagen in een bejaardenhuis doorgebracht. Dit tot groot ongenoegen. Het is meer dan eens voorgekomen dat hij uit zijn kamer ontsnapte en dat de bejaardenverzorgers hem uit de aanliggende tuin konden plukken. Om hem vervolgens weer terug op zijn kamer te krijgen. Gelukkig werd er destijds niet zo op verzorgend personeel bezuinigd, want vandaag de dag was mijn grootvader na een ontsnapping nog uren zoek zijn geweest. Een ‘amber alert’ zou hem niet eerder teruggevonden hebben.

Ik ben een beetje als mijn grootvader. Ik heb niet veel op met oudere mensen. Het is niet dat ik een hekel heb aan oude mensen. Integendeel! Maar de wetenschap dat ik met de leeftijd van 50 jaar dichter bij deze senioren sta, dan bij de jeugd die nog een toekomst voor zich heeft, doet me pijn. Geen constante, ondraaglijke pijn die me de hele dag bezig houdt, maar het zijn de pijnscheuten wanneer je er even aan denkt. Maar daar wil ik verder niet over zeuren, want anders denk je nog dat ik met mijn gezeur gegrond bij de senioren onder de bevolking thuis hoor.

Ik zie me over een ruime tijd in een seniorenflat met een gemeenschappelijke ruimte wonen. Ik zit daar in mijn meest comfortabele, dus afzichtelijke, broek te wachten tot de verjaardagsvisite me komt verblijden. Ik ga er vanuit dat het de kinderen en kleinkinderen van familieleden zijn. Ik zou niet weten wie mij anders zou visiteren wanneer ik mijn 90+ verjaardag kan vieren. Misschien dat een oud-collega die ruim 25 jaar jonger is dan ik, mij komt bezoeken. Die als blakende zestigplusser na het bibberend handenschudden en te vochtige verjaardagskussen op een stoel bij het raam plaatsneemt. Om vervolgens akelig stil blijven.

De visite die met de armen over elkaar naar buiten zit te staren en zeer oncomfortabel een, door het personeel aangeschafte slagroomsoes netjes naar binnen probeert te werken. Een opmerking over de smaak of kwaliteit van de verjaardagstraktatie is het hoogtepunt van de conversatie. Steevast ben ik in december jarig, dus men kan enige diversiteit in het gesprek aanbrengen door over de aanschaf van een kerstboom te beginnen. Waarop ik antwoord dat ik vroeger altijd een boom had staan, maar nu in de seniorenflat helaas niet meer. De visite zal reageren met: ‘Dat heb je vorig jaar ook al verteld.’ Ik begrijp nu waarom mijn grootvader af en toe ‘kwijt was’ om later in de aanliggende tuin teruggevonden te worden.