Herfst

Corine zit bij de kapper. Haar haar is net door haar favoriete kapster Christel, met verf aangepapt en in de aluminiumfolie gewikkeld. Ze is toe aan een herfstig kleurtje in haar lokken. De mussen buiten laten zich deze middag figuurlijk van het dag vallen, maar Corine wil al jaren in de laatste week van augustus een andere haarkleur. Zo weet ze voor haarzelf dat de zomer voorbij is en dat de herfst er aan kan komen. Het ontdekken van de zakken pepernoten en de chocoladeletters in de schappen van de supermarkt staat gelijk aan het veranderen van haar haarkleur. ‘Bye, bye blondje en welkom terug rode Corine,’ knipoogt ze naar kapster Christel.

Kapster Christel is druk met haar handen en met haar mond kwebbelt ze lekker door tijdens het kappen van Corines haar.
‘Hoe lang zet je deze traditie nu al zo voort? Dat kleuren van je haar in de laatste week van augustus? Volgens mij had je deze traditie al voordat ik hier kwam werken, en dat is toch al zo’n 15 jaar geleden,’ ze neemt snel een slok uit haar koffiemok. ‘Gets, het is al lauw geworden,’ en Christel plaatst de koffiemok weer terug op het planchet onder de spiegel,  om het deze middag te vergeten.
‘Nou, toch wel al een hele tijd hoor Christel.’
‘Wanneer heb je je haar ooit voor het eerst laten kleuren?’
‘Dat moet in de jaren 80 geweest zijn. Kleuren en touperen. Vooral dat laatste. Hoe hoger het haar, hoe beter.’
‘Oh meis, hou op. Ik weet er alles van! Hoog haar, honderd kleurrijke sieraden en schoudervullingen. Die schoudervullingen! Met het juiste jasje aan kon ik een compleet ontbijt met alleen mijn schouders opdienen!’

Oh, de eighties! Ik wou dat ik ze mee had kunnen maken,’ roept de stagiaire Demi enthousiast. Ze heeft even niets heeft te doen. De telefoon is stil en alle haarlokken zijn van de vloer weggeveegd.
‘Hoezo?’ vraagt kapster Christel.
‘Ongeacht hoe belachelijk je er uitzag, was het leven allemaal zo veel simpeler. Naast goede muziek had je geen mobieltjes en geen internet. Je kon jezelf zijn, zonder zorgen te maken of iemand je blunder online plaatste.’
‘Ja, dat is waar,’ geeft Corine toe. ‘De jaren 80 hadden toen alleen maar voordelen.’
‘Nou, niet echt alleen maar,’ reageert stagiaire Demi. ‘Als je de eighties bewust hebt meegemaakt moet je nu kapot oud zijn.’
‘In de herfst van je leven,’ zucht Christel en kijkt weemoedig naar Corine.

Wijn en wheelies

Gisteren ontving ik een berichtje op mijn telefoon. ‘Ben er met een half uur.’ Er moest een boek opgehaald worden. Een zeer lichte vorm van paniek nam bezit van me. Ik had niets in huis. Niets om een goede gastheer te kunnen zijn. Ik wist niet of de persoon op de bank ging blijven hangen. Gelukkig woon ik in een stad als Almere waar de 24 uurseconomie algemeen is. Dus snel op de fiets naar de supermarkt om daar een paar flessen te halen. Rode wijn en rosé. Niet dat de persoon die haar bezoek per whatsapp aankondigde een alcoholistisch orgel is, maar ik wil niet bekend staan als de zuinige Nederlander. Wijn moet geschonken en gedronken worden. Het moet vloeien. Niet druppelsgewijs zuinig worden uitgeschonken.

Het berichtje ontving ik rond 8 uur en de supermarkt die ik gebruikelijk bezoek is tot 10 uur ‘s-avonds open. Enige haast was niet geboden, behalve dat ik wel binnen een half uur met alcohol in de rugtas weer thuis moest zijn. Op de fiets, onderweg naar de supermarkt, mocht ik me nog heel even verbazen over een volwassen man van het formaat Hagrid (een bekende reus, uit de Harry Potter-boeken), die het een uitdaging vond om constant op zijn fiets een wheelie te rijden. Een volwassen man die zijn stuur omhoog trekt en zo balancerend, alleen op het achterwiel doorrijdt. Je moet het maar kunnen. Ik kan het niet eens leuk vinden. Maar die man wel, en hij was nog goed ook. Tientalle meters reed hij op zijn achterwiel weg.

In de supermarkt waren de gewenste artikelen als snel gevonden en in het mandje gelegd. In no time stond ik bij de kassa de flessen wijn en een homp kaas af te rekenen. Ik vond het er verbazingwekkend rustig. Vaak zijn er mensen die op de meest onlogische tijden de weekboodschappen moeten inslaan. Zoals op een zondagochtend of op de maandagavond. Laat ze doen wat ze willen, als ik maar binnen een half uur een paar flessen wijn in huis heb. En ik was op tijd thuis. Met wijn. Het aangekondigd bezoek stond op afgesproken tijds voor de deur. Ik zag al aan haar lichaamstaal dat ze haast had, maar als een beleefde heer -zoals ik mezelf graag zie, vroeg ik haar toch binnen.

‘Het spijt me,’ excuseerde ze. ‘Ik heb echt geen tijd.’
‘Geeft niets,’ loog ik en trok daarbij mijn schouders op.
‘Een volgende keer blijf ik langer,’ werd me beloofd. ‘Echt,’ werd er benadrukt.
‘Dan zorg ik dat ik wat lekkers in huis heb.’
‘Gezellig!’
Ze draaide zich om, en met het boek in de hand stapte ze weer in de auto. Even zwaaien, en ze vertrok
Terug binnen liep ik naar de keuken en trok een fles rode wijn open.

Vakantiedagboek

Vrijdag, 18 maart 2005.

Vanmorgen ging de wekker om 04:50 uur. Ik wilde nog 10 minuten snoozen, maar Parijs gaf me net genoeg adrenaline om me uit het bed te laten springen. Vandaag zal ik voor het eerst de Franse hoofdstad bezoeken! Ik kon vanmorgen rustig aan doen. Alles stond al klaar (de avond ervoor al geregeld), dus heel relaxt liepen Edo en ik even voor 06:00 uur naar station Almere Centrum, om met de trein van 06:11 uur naar Amsterdam Centraal te rijden. Hier aangekomen konden we dan eindelijk overstappen naar de Thalys om richting Parijs af te reizen.

Hierboven een fragmentje uit een vakantiedagboek dat ik van het weekend terugvond. Je komt nog eens wat tegen bij het leegruimen van oude kastjes. In het dagboekje staat, zoals hierboven ingeleid, onze eerste stedentrip naar Parijs. Maar ook andere vakanties. Zoals de 3 weken durende roadtrip in 2001 door het zuiden van Frankrijk, waarin we liters heilig water in Lourdes hebben gedronken en geheime plekken van kruisridders hebben bezocht. Het is leuk om het weer terug te lezen. Vooral hoe je ruim 15 jaar geleden tegen de dingen aankeek. Of hoe netjes ik nog kon schrijven. Sinds we steeds vaker toetsenborden gebruiken, heb ik het schrijven een beetje verleert en lijkt een doktershandschrift op kalligrafie-kunst in vergelijking met mijn huidig handschrift.

Ik ben inmiddels begonnen om het vakantiedagboek digitaal te vertalen en online te zetten. Hierbij met toevoegingen van foto’s en andere plaatjes, die in het vakantieboekje zijn geplakt. Tegenwoordig is alles met een mobieltje te scannen (dat kon 16 jaar geleden nog niet met mijn Nokia 6210) en zo weer over te zetten naar dit weblog. Zo kan ik onze vakantie naar Nice (wederom Frankrijk) met de gehele schoonfamilie online zetten en de strandvakantie naar de Canarische Eilanden. Wanneer ik een ander vakantiedagboek (het vervolg op dit gevonden exemplaar) heb gevonden, zal ik ook deze digitaal vertalen. Maar dat is iets voor de lange, donkere avonden, over een paar maanden. Tegen die tijd plaats ik hier een link. Dan kan je onze vakanties -als je het wilt, meebeleven.

 

Zaterdagochtend

Zaterdagochtend, kwart over 6. Ik draai me om in bed, maar mijn blaas verplicht me tot opstaan. Slaapdronken strompel ik naar de badkamer. Iedere stap doet pijn. De 6 kilometers aan hardlopen straffen mijn lichaam af in de enkels, of misschien is het gewoon de leeftijd? Dat je zo oud wordt om te leren dat je lichaam langzaamaan aftakelt. De waarheid ligt waarschijnlijk in het midden, en is het een combinatie van beiden. Hardlopen en van gemiddelde leeftijd. Mijn blaas is leeg en ik loop weer naar de slaapkamer. Het was een kwestie van op gang komen. Ieder stap doet steeds minder pijn en zonder pijnlijke enkels stap ik weer in bed om nog even weg te dromen.

Om kwart over 9 schrik ik wakker. De deurbel. What the fuck?, denk ik. Maar meteen weet ik dat het de bezorger is. Edo heeft van de week een crosstrainer besteld en deze zou vandaag bezorgd worden. Lekker op tijd, dat wel. Ik spring (niet gracieus) in een korte broek en loop snel naar beneden. Mijn enkels doen toch aardig mee, dus ik hoef niet als een senior van de trap te sjokken. Ik open de deur en de bezorger staat met een grote kartonnen doos bij de voordeur. Er wordt getekend voor ontvangst en we zijn een crosstrainer rijker. Met zijn tweetjes tillen we de doos naar boven, waar Edo het in elkaar mag zitten. Een jarenlange relatie heeft geleerd dat apparaten als deze niet samen in elkaar gezet gaan worden.

Ik zet koffie en parkeer mijn kont op de bank. Op mijn mobiel check ik wat social media. Ik lees het verdriet van Roos Schlikker en verder nog wat columns. Eén van een vriend over roze vakanties en de wekelijkse column van Youp. Ik vraag me af waarom er vaak in columns mensen of dingen, grappig bedoeld, afgezeken moeten worden? Sinds de jury van Idols bestaat is het doodnormaal om iemand te verguizen. Wat weer resulteert in mensen die beledigd zijn. Youp heeft het over ‘die getatoeëerde beroepspuber en de Nijmeegse krottenmelker’. Nu kan ik op mijn beurt een wijze opmerking hierover maken, maar kunnen we het over leuke dingen hebben? Misschien moet ik nog goed wakker worden, maar er is al genoeg ellende in de wereld. Doe eens aardig.

Inmiddels is het half elf en op Twitter meld ik mijn volgers dat ik iets ga doen. Ik ga douchen om daarna een paar regels op mijn laptop in te tikken, welke ik om 12 uur wil plaatsen. Net wanneer ik denk klaar te zijn, gaat de deurbel weer. Ik doe open en een stoere knul van Post.nl staat met een doosje in zijn handen in de voortuin. De door mij bestelde hardloopbroek wordt me overhandigd. Misschien dat ik vandaag een rondje ga hardlopen. Maar dat zie ik de zaterdagmiddag wel.

A Family Affair

Na een weekje vrij te zijn geweest vind ik het altijd spannend om te weten wat je na een (korte) vakantie mag verwachten. Gelukkig viel het me maandagochtend allemaal mee. Mijn collega’s hebben mijn werkzaamheden goed overgenomen, waardoor ik deze week het werk dat ik ruim een week geleden had neergelegd, weer makkelijk kon oppakken. Ik kon weer gewoon aan de slag. Wel was het druk aan werkzaamheden. Ik hoefde me niet te vervelen. In de ochtend werd me gevraagd of ik een nieuwe collega wilde inwerken, in de zin van het uitleggen waar mijn werkgever voor staat en de verdere in & outs van het bedrijf. Dat wilde ik wel. Ik had de tijd, en ik vind het altijd leuk om nieuwe mensen enthousiast te maken.

Na de lunch kwam mijn nieuwe collega, Esther, naast me zitten en begon ik met behulp van het -fantastische- softwarepakket die het bedrijf waarvoor ik werk zelf heeft ontwikkeld, aan mijn uitleg c.q. kleine presentatie. Omdat ze andere werkzaamheden gaat doen dan ikzelf, hoefde ik niet inhoudelijk op mijn eigen bezigheden in te gaan. Naast de zakelijke gesprekken, heb je het natuurlijk ook over de bekende koetjes en kalfjes. Waar kom je vandaan? Kom je op eigen gelegenheid of met openbaar vervoer. Standaard meld ik dat ik met de trein en metro naar het werk kom, omdat de verbinding vanuit Almere prima is. Collega Esther komt dagelijks uit het Gooi en neemt de auto. Hierdoor moet ze wel heel vroeg op pad, anders zit ze haar kostbare tijd op de snelweg te verdoen.

En zo kom je langzaamaan op andere onderwerpen. Oorspronkelijk komt Esther uit het Noorden van het land. Daar sta je alleen stil met je auto wanneer er een brug openstaat. In gedachten kan ik het alleen maar bevestigen. Dat weet ik nog van vroeger wanneer we iedere schoolvakantie in de bus naar Friesland zaten. De langdurige busritten van en naar Sneek werden vaak verlengd door het stilstaan voor een brug. Dan was het vooral bij de sluizen van de Afsluitdijk vaak raak. Ik kan me de warme, lange zomers in Friesland goed herinneren. Als ik dan weer aan mijn huidige woon-werksituatie denk, ben ik blij met mijn treinverbinding. Per uur gaat er 4 keer een trein van Almere naar Amsterdam-Zuid. En vice versa. Heerlijk.

Collega Esther heeft het over Friesland. Ze komt er vandaan en kan, wanneer ze het wilt, ook Frysk praten. Ik zeg dat ik het alleen kan verstaan (in grote delen, dan) en vertel dat mijn familie ook uit Friesland komt. Grappig detail is dat zij dus oorspronkelijk uit Sneek komt. Nou, vrolijkheid alom en andere collega’s kijken een beetje curieus naar ons beiden. Wanneer ze me vertelt dat ze eigenlijk uit een klein gehucht vlakbij Sneek komt, herken ik de naam van het dorp en zeg: ‘Daar heb ik óók familie wonen.’ Het is zo dat mijn neef Tjeerd daar al jaren woont. Collega Esther vraagt me wie mijn familie is, want het dorp is niet groot. Ze moet mijn familie wel kennen. Wanneer ik de naam van mijn neef noem worden haar ogen als schoteltjes zo groot en zegt ze: ‘Dat is mijn vader!’

Achteraf herkende ik mijn achternicht Esther ook wel. Enigszins. Ik heb haar eerder op foto’s gezien op het facebookaccount van haar moeder, maar op het werk leg je die link niet zo snel. Daarbij is het contact met mijn familie in Friesland sinds de jaren 80 van de vorige eeuw niet meer zo regelmatig. Tegenwoordig zijn er niet meer zo veel bruiloften (of begrafenissen), waar je de familieleden nog tegenkomt. Maar wie weet? Wellicht komt daar nu verandering in.

Goede Buren

De buurman stond donderdagavond aan de deur. Ik deed zelf niet open, want ik lag in bad. Een moment van ontsnapping aan de dagelijkse routine. Alleen afgezonderd in het warme water tot jezelf komen. Geen televisie, radio of mobieltje. Wanneer het bad volloopt en de geur van lavendel de badkamer vult, maak ik voor mezelf de keuze: een boek mee of niets anders dan alleen mijn gedachten. Het is voor mij een ultiem meditatiemoment. Donderdagavond koos ik voor een boek. Deel 1 uit de Harry Potter-reeks. Als je dan toch zo nodig van alle realiteit moet ontsnappen …

Edo was beneden en deed de voordeur open. De buurman van een paar huizen verderop stond er met een pak kattenvoer in de handen. ‘Is je kat dood?’ kwam het er bot bij Edo uit. Gelukkig is deze buurman niet de persoon voor over-emotioneel gedrag, en kon hij deze directe vraag zonder tranen beantwoorden. Inderdaad, zijn kat was overleden. Het oude diertje was op. Een klagende Siamees, die vaak jammerend en flanerend in onze achtertuin kwam. Het was een aanwezig beest. Niet alleen door de opvallend helblauwe ogen, maar door het aanhoudende gemekker. Wanneer ik soms te dicht in de buurt van de buurkat kwam leek het vaak 12 uur op de eerste maandag van de maand te zijn.

Dit was deze week al de tweede keer dat er een nabuur aan de voordeur stond. Eerder deze week -toen Edo op zijn beurt in bad zat, belde de Chinese buurvrouw van nummer 57 aan. Ik zat op de bank te Netflixen en schrok op van de deurbel. Het ding rinkelt enorm luid, je verschiet zelfs wanneer je zelf aanbelt. Dus enigszins knorrig van de schrik liep ik naar de voordeur. ‘Wie belt er ‘s-avonds nog aan?’ vroeg ik binnensmonds aan niemand in het bijzonder. Ik deed open en zag eerst niemand staan. Onze Chinese buurvrouw is een kleine mevrouw en daarom zag ik haar eerst niet staan. Vrolijk, zoals ze altijd is, begroette ze me. ‘Goedenavond buu’man! Ik heb boontjes. Wilt u dat hebben?’ In beiden handen hield ze een portie sperzieboontjes op.

Nu is mij geleerd dat je een gegeven paard niet in de mond moet kijken, en wanneer je iets aangeboden krijgt, éérst instemt. Voor je het weet heb je een zekere reputatie en wordt je nooit meer iets aangeboden. Dus eerst ja zeggen. Later kan je het alsnog weggooien. Overigens heb ik dat niet met de aangeboden boontjes gedaan. Ik heb ze zeer vriendelijk in ontvangst genomen. De buurvrouw teelt haar groenten in de voortuin en hierdoor weet ik dat alle groenten die uit haar voortuin komt, 100% biologisch zijn. Na een kort praatje ben ik met een portie bonen weer naar binnengegaan. Heel toepasselijk hebben we gisteren een recept voor Chinese boontjes gebruikt. Genieten. Zo zie je maar weer: een goede buur is beter dan een verre vriend.