Hondje

Toen we laatst, Edo en ik, terugkwamen van een avondje uiteten bij de Griek zagen we aan de overkant van ons huis, aan de rand van het grote grasveld voor ons huis, een hondje aan een boom vastgebonden zitten. Mijn liefde voor dieren, of de hoeveelheid glazen wijn die ik deze avond tot me had genomen, liet zich gelden en ik stapte resoluut naar het beestje om het te bevrijden. Wederom verbaasde ik me over de slechtheid van de mens van vandaag de dag.

Het dagelijks nieuws volg ik niet meer, want wanneer je even op de hoogte wilt blijven van wat er mondiaal aan de hand is, wordt je -boem!- geconfronteerd. Teleurstellende en veroordelende tweets van de Amerikaanse president en uitspraken van andere machthebbers. Of de idiote vergeldingsdrang van aanstellerige losers die geen bommen kunnen laten afgaan en daarom dan toch maar aanzien denken te verkrijgen door op andere mensen in te rijden. Kansloze droeftoeters zijn het. Allemaal.

Maar mijn teleurstelling in de mens viel me verrassend mee op het moment toen ik dichtbij het hondje aankwam. Het arme beestje bleek helemaal niet vastgebonden te zijn. Het zat alleen maar een beetje rillerig en depressief om zich heen te kijken. Alsof het ook teleurgesteld was om alles in zijn korte hondenleventje. Misschien had het beestje wel een carrière als blindengeleidehond voor ogen, maar bleek het een verkeerde afkomst te hebben. Van het verkeerde ras. Hartstikke ongeschikt om immobiele mensen te begeleiden.

Daar zat het dier dan met zijn toekomstdroom. Niets van dit alles. Alleen een loopbaan als schoothondje lag hem in het verschiet. Een toekomstperspectief dat het dier niet zag zitten. Totaal geen uitdaging. Dan wil je de hondenkop wel even laten hangen. Honden blijken dus ook hondsmoe te kunnen zijn. Hartstikke teleurgesteld. Je weet het natuurlijk niet echt, want je kan het zo een zielig, rillerig en depressief beestje ook niet vragen. Ja, je kan het wel vragen, maar het dier zal je toch echt geen antwoord kunnen geven.

Edo opperde het idee om met het beestje langs de deuren te gaan. Hij had het hondje al bij de halsband vast. Ik kon alleen maar bedenken dat de mensen in mijn buurt hier totaal niet op zitten te wachten: Twee mannen met een hondje onder de armen die ‘s-avonds laat nog voor de deur staan. Geen weldenkend mens die op een laat tijdstip nog de deur opent. Nee, ik heb begrepen dat het tegenwoordig hot is om foto’s van gevonden voorwerpen als bankpasjes, bibliotheekkaarten en sleutelbossen op sociale media te plaatsen. Dat vind men leuk. Dat is kicken.

Dat is net zo leuk als de met smartphone geschoten foto’s waar iedereen tegenwoordig haarscherp op staat afgebeeld. Van die mensen die zogenaamd verdacht doen. We zijn achterdochtig en vertrouwen het niet, en maken een foto van die verdachte personen. Om het dan te kunnen delen op Facebook met een onderschrift waarin een handeling wordt verzonnen. Het doel om de foto zo veel mogelijk te delen. Om die ‘klootzakken’ op de foto voor eens en altijd een les te leren. Ik vind het eng, dit soort acties. Het klinkt als een moderne heksenjacht. De overtuigende veroordeling over onschuldige mensen.

Edo hoefde ik overigens niet te overtuigen om toch niet langs de deuren te gaan, want het rillende hondje vond dat namelijk ook geen goed idee. Op een gegeven moment draaide het even fanatiek raar met het koppie, waardoor het uit zijn halsband bevrijd werd. Het beest nam rap de benen, om niet meer terug te keren. Daar stonden we dan met onze goede bedoelingen, en Edo met een hondenhalsband in zijn hand. Iets waar we totaal niets mee kunnen, omdat we het niet bij onze eigen katten om kunnen doen. Naast mensen kunnen ook honden teleurstellen.