Een ontmoeting

Dinsdagavond. Ik loop van station Almere Centrum naar huis. Ik heb deze dinsdag het klokje rond gewerkt, van 8- tot 8 uur. Oké. Ik bedoel van kwart voor 8 ‘s-ochtends tot kwart voor 8 in de avond, als we dan toch gaan ziften. Ik vertrek een kwartiertje eerder, dat scheelt me een half uur om thuis te komen. Kortom, het is inmiddels al donker wanneer ik naar huis wandel. Op het Spoorbaanpad, een lang fiets- en voetpad net voorbij het station zie ik een man op een heuveltje van zand zitten. Een zielig hoopje. Ineengedoken, met de ellebogen rustend op zijn schoot en het hoofd treurig hangend. Ik wil in principe doorlopen en doen alsof ik niets zie, maar ineens komt de vraag ‘Is er iets?’ uit mijn mond. Ik verbaas mezelf. Hoort dit bij het ouder worden? Dat je dingen zegt voordat je besluit om ook maar iets te zeggen?

‘Och, hou maar op,’ zegt de man op de heuvel.
Ik weet niet wat me er toe drijft, maar ik loop in een rechte lijn naar de man op de heuvel.
‘Hoezo?’ vraag ik hem. De man ziet er vief, krachtig uit. Daarnaast toch ook gekrenkt.
‘Ik ben de duivel, en het is de laatste tijd niet leuk om mij te zijn.’
‘De duivel,’ itereer ik de man. ‘Als in Satan, Beëlzebub en de anti-Christ?’ Het voelt als een raar toneelstuk, waarin ik me bevind.
‘Die ben ik,’ en hij richt zijn rug.
Ik deins achteruit. Ik zie nu ook de kleine hoorntjes op zijn hoofd. Als van een jong geitje. Bijna vertederend. Maar ik blijf op mijn hoede. Het is toch een ontmoeting met een demon. Ik heb deze figuren niet eerder ontmoet, maar ik ken de huiveringwekkende verhalen. Ik heb meteen spijt dat ik het gesprek ben aangegaan.

‘Vroeger had ik er nog een beetje lol in om de psyche van argeloze mensen over te kopen. In ruil voor wat rijkdom en een beetje macht. Tegenwoordig met social media, voelt iedereen zich al machtig en rijkdom vinden ze in de vele ‘likes‘.
‘Ik denk dat jij, als duivel wel in je element moet zijn de laatste maanden. Zeker wanneer je het nieuws een beetje volgt,’ Ik ben een beetje stoutmoedig. ‘De Aarde staat in brand. Een perfecte plek waar de duivel zich thuis moet voelen!’
De duivel staat op en zijn lichaam torent zich boven mij uit. Ik schrik.
Niet dan?’ vraag ik hem met een trillende stem.
‘Nee,’ antwoord de duivel met een grom in de keel. ‘Ik heb er geen vat meer op. De verdorvenheid in deze wereld glipt me als los zand door de vingers. ‘
‘Is het zo erg?’ ik probeer het gesprek een beetje luchtig te houden. Het is tenslotte de duivel die voor me staat.
‘Wanneer de mens niet bang is voor de hel, en deze zelf creëert op deze planeet, heb ik er geen plezier meer in,’ de duivel kijkt beledigd voor zich uit. ‘Dan is voor mij de lol eraf, Dray.’

Nog voordat ik kan reageren, is de duivel weg. Ik sta alleen naast het zandheuveltje bij het Spoorbaanpad in Almere. Een schroeilucht vult mijn neus en ik kan niet bevatten wat me zojuist is overkomen. Was het een illusie? Een beleving of een dagdroom … Ik kom weer bij zinnen en loop door het zand terug naar het fietspad. Een fietser zonder fietsverlichting passeert mij. Ik kijk hem achterdochtig na. Na een paar honderd meter gelopen te hebben, wanneer ik bijna thuis ben, besef ik dat de duivel zojuist mijn naam noemde, en ik weet niet of ik daar blij mee moet zijn.