1985

Mijn eindexamen in 1985 ging me makkelijk af. Ik slaagde in één keer zonder een herexamen. Dit had ik niet zien aankomen, omdat ik de maanden voor het examen niet vaak in de boeken had gekeken. Er was geen motivatie. Ik was van mening dat wat ik moest weten, ik wel tijdens de lessen had opgedaan. Dus wanneer ik op woensdag examen voor een vak als Engels had, ging ik de dinsdag ervoor pas in de lesboeken voor Engels kijken. Dit deed ik zo een beetje voor alle vakken en het leek me wel voldoende. En ik had gelijk.

Ik zat ’s-avonds liever op mijn kamer door tijdschriften te bladeren en te luisteren naar muziek. Ik heb avonden doorgebracht met mijn rug tegen de verwarming en de platenhoes met binnenhoes vol songteksten op schoot, om de songteksten mee te zingen. Huiswerk deed ik alleen tijdens het radioprogramma ‘De Avondspits’ en wanneer deze was afgelopen, was ook ik klaar met mijn huiswerk. Het sociale leven vond voor mij plaats op school.

In mijn vrije tijd was ik thuis of was ik tijdens de zomerse maanden op het water te vinden. Sinds mijn vijfde jaar ging ik vaak met mijn vader zeilen. Toen ik elf jaar was kreeg ik een eigen zeilboot. Dus in mijn vrije tijd was ik vaak met mijn vader of met een paar klasgenoten op het water te vinden.

Naar school gaan was een noodzakelijk kwaad en ik maakte er het beste van door me sociaal op te stellen. Ik was geen onderdeel van een specifieke groep leerlingen, maar ik kon me heel goed aanpassen. De leerstof uit de boeken vond ik te stoffig. Ik was het beste in het dagdromen en ik droomde mijzelf een zeilreis over de hele wereld of een leven in een wereldstad. De droom ook najagen zat er niet in. Ik was tevreden met het zeilen op het water en verder met het dromen zelf.

Nog voor mijn eindexamen liep ik even met het idee om naar de modevakschool in Amsterdam te gaan. Ik kon best goed tekenen en het leek me een goed idee om een grafische opleiding te volgen. Ik mocht toelatingsexamen doen, maar ik werd nadien enigszins ontmoedigd door de opmerkingen van mijn moeder. Ze vroeg zich hardop af of ik het wel aankon of leuk genoeg zou vinden om iedere dag zo ver en veel te reizen. Mijn moeder was op een missie en ik begon te twijfelen over mijn idee als reclametekenaar. Ik werd dusdanig ontmoedigd dat ik besloot om na mijn eindexamen van school te gaan om te gaan werken.

Al snel vond ik een baan als winkelmedewerker in een groot warenhuis die mijn stad rijk was. Ik mocht op de afdeling fotografie aan de slag. Tijdens mijn sollicitatie had ik gelogen over dat fotograferen een van mijn hobby’s was. Ik dacht dat ik dit wel kon maken, want ik was van mening dat ik alle fotografische vaktermen wel tijdens mijn werkzaamheden kon leren. En weer bleek dat ik gelijk had. Na mijn proeftijd werd ik in vaste dienst aangenomen en kon ik inmiddels van alles, en uitgebreid vertellen over fotografie.

Later in de zomer zag ik op een donderdagmiddag een oud-klasgenoot van mij door de winkel lopen. Rogier de Man. De populaire jongen en natte droom van alle meisjes uit de examenklassen en van de klassen daaronder. Rogier had een kop met krullen, mooie blauwe ogen verscholen achter een bril met ijzeren montuur.

Tijdens onze schooltijd gingen we vaak in groepsverband met elkaar om, maar echt close waren we niet geweest. Rogier was van het foute-jongen-type. Hij had al meerdere nachten in een politiecel mogen doorbrengen en hij kon in de schoolkantine boeiend vertellen over de nachten in een politiecel.

Rogier was meer crimineel dan een foute jongen, maar het idee om in te breken in een school en dat avontuur te beëindigen in een politiecel was niet mijn idee van een te gekke tijd. Zijn criminele acties maakte hem voor anderen wel interessant en zeker populair. Dat straalde hij ook uit. Deze donderdagmiddag droeg hij een spijkerjack en een strakke spijkerbroek met hierin een okergele wollen trui gestopt. Onder de trui droeg hij een grijs overhemd en verder droeg hij witte sportschoenen van het merk Nike. Hij zag er zeer modern en top uit.

Rogier liep naar mijn balie.
‘Ik wil graag een kleurenrolletje, ASA 200. 24 opnamen.’
‘Welk merk wil je?’ vroeg ik met een schuin hoofd. ‘Kodak of Fuji?’
‘Hé! Ik zie nu pas dat jij het bent. Hoe is het met je?’
‘Hé, Rogier,’ zei ik zo kalm en cool mogelijk. ‘Met mij gaat alles prima. Zoals je ziet heb ik een baan op de afdeling fotografie. Joh, hoe gaat het met jou?’
‘Met mij gaat het helemaal te gek. Ik doe hier en daar wat klusjes en dat levert genoeg op om een fijn leventje te leiden.’
‘Lijkt me fantastisch om met een paar klusjes een fijn leven te leiden.’
‘En dat is het ook!’ zei Rogier. ‘Dankzij een klus kan ik nu lekker op vakantie, Vandaar dat fotorolletje.’
‘Vierentwintig opnames is niet erg veel voor een vakantie. Ga je een lang weekend weg of zo?’
‘Klopt. Een weekend Parijs. En hoeveel foto’s moet je nu eigenlijk maken tijdens een trip naar het buitenland? Ik kan me niet voorstellen dat je meer dan 50 foto’s tijdens een weekendje Parijs wilt schieten. Je blijft fotorolletjes kopen.’
Ik lachte iets te enthousiast. ‘Dat is waar. Het lijkt me niets om de godganse dag door een lens te moeten turen om vervolgens niets van de stad te zien.’
Rogier moest lachen en ik zag nu ook wel waarom hij zo populair was. Naast een goed lichaam en opvallend lichtblauwe ogen was hij ook gezegend met een mond vol perfecte tanden. Wanneer hij lachte ontblootte zich een rechte rij met witte tanden. Wanneer Rogier lachte, werd je zelf vrolijk.

‘Hé, wat doe je vanavond?’ vroeg Rogier aan mij. ‘Heb je zin om iets te gaan drinken in Pim Pandoer of Odeklonje?’
Ik was geen uitgaanstype. Ik kende de genoemde bars van een eenmalige avondje uit. Ik vond het altijd te druk, de muziek te luid en de mensen te uitbundig. Onecht. Vooral wanneer ze enigszins aangeschoten of compleet dronken waren. De genoemde kroegen waren de populaire tenten van dat moment. Ik dacht dat het geen kwaad kon om met Rogier iets te gaan drinken.
‘Is goed,’ zei ik. ‘Hoe laat? Ik moet tot vanavond negen uur werken. Het is koopavond.’ Zonder te denken knipoogde ik naar hem.
Hij knipoogde terug en haalde zijn portemonnee uit zijn kontzak.
‘Dat is dan geregeld. Doe me nu dan maar een Kodakrolletje. Die maakt toch de meest kleurrijke foto’s. Tenminste, dat is me verteld.’
‘Een Kodakrolletje van 24 opnames, 200 ASA,’ zei ik mannelijk. ‘Dat is dan 6 gulden alsjeblieft. Wil je een tasje?’
Rogier schudde nee en ik sloeg 6 gulden aan op de kassa. Gaf hem zijn wisselgeld, terug van een tientje en overhandigde hem het fotorolletje. Hij nam het rolletje met kassabon aan en toen zijn hand de mijne raakte, kreeg ik een week gevoel en een stoot adrenaline schoot door mijn lichaam. Wat was er aan de hand met mij? Rogier lachte nogmaals en leunde over de toonbank naar mij.
‘Vanavond tien uur. Odeklonje. Zie je dan,’ zei hij op fluistertoon. Hij draaide zich om en liep naar de uitgang van het warenhuis.
‘Ik zie je dan,’ zei ik tegen niemand, want Rogier stond al buiten.

Beledigd

De afgelopen 2 weken lag ik een beetje in de lappenmand. Ik noem het een beetje, want ik ben niet ziek thuis gebleven van het werk of ben ik overdag in bed blijven liggen. Zo ziek vond ik mezelf niet. Maar dat mijn lichaam -en mijn hoofd- niet helemaal optimaal functioneerde merkte ik wel aan mezelf. Ik ben op deze zwakke momenten een beetje grumpy.  Net iets meer chagrijnig dan normaal en ik vind alles stom. Alles.

Het valt te begrijpen dat ik tijdens mijn ‘kwakkeldagen’ helemaal geen begrip kon opbrengen voor het feit dat (bijna) heel Nederland in de ban is van Juf Ank van basisschool De Klimop, en de hype over het ‘hallo-allemaal-begroetingsdeuntje’. Niet dat ik nu, weken later, wel handklappend die paar regels zit mee te zingen. Nee, ik zit niet meer in groep 3, dus die herkenning is er niet. Nooit geweest ook. Wat ik dan wel grappig vind, is dat de serie het volk een spiegel voorhoudt en iedereen vind het hilarisch.

Soms zijn mensen echt leuk. Vooral wanneer ze zichzelf zeer serieus nemen. Dat zijn van die momenten met een bling-randje. Ik vind het vooral leuk wanneer mensen boos worden en zich daarom beledigd voelen. Mensen zijn de laatste jaren zo makkelijk beledigd. Dat gaat beide richtingen op. Zo zijn mensen nog steeds zwaar gepikeerd om de hedendaagse rol van Zwarte Piet en daar zijn dan mensen weer op hun beurt beledigd over. Ook in de zomermaanden, en dit dit gaat nu al een paar jaar zo. Totaal geen vooruitgang in deze discussie.

Datzelfde geldt voor het in mijn ogen nutteloze discussieprogramma op tv: Voetbal Inside. Televisie voor en door boerenlullen. Nadat in België een transgender met haar nieuwe identiteit naar buiten treedt, komt de brildebiel van het programma met een goedkope pruik en lipgloss op de mond voor de camera. ‘Ik heet voortaan Randebilia,’ of iets van die strekking. Meteen zijn groepen mensen uit de LGBT-beweging beledigd. Terecht of onterecht. Daags erna blijkt het een bokkenpruik op het hoofd van de brildebiel te zijn geweest, want nu is hij, én de makers van Voetbal Inside beledigd. Om in voetbaltermen te spreken: een inkoppertje.

Houdt het dan nooit op? Nee. Nooit. Zo had ik vorige week een gesprek over de telefoon met een mevrouw die iets van mij gedaan wilde hebben. Waar ze geen recht op had. Dat moest ik haar vertellen. Het was dit, en niet dat. Misschien kort door de bocht, maar wel duidelijk. Mevrouw was beledigd, en ze bleef maar in herhaling vallen. Weliswaar iedere keer met een andere invalshoek, maar mijn antwoord bleef onveranderd. Soms gaan de dingen zoals ze gaan. Niemand blijft droog in een regenbui. Ook niet als je schreeuwt.

Uiteindelijk had mevrouw door dat ze mij niet kon inpalmen met mooipraterij. Hierop begon ze op mijn gevoel te praten, wat haar ook geen succes bracht. Ik bleek voor haar een typische kille Nederlander. Op mijn antwoord dat ze van mij mocht denken wat ze vond, sprak ze uiteindelijk een ‘vloek’ over mij uit. Hiermee dacht ze mij te kunnen overhalen. Niet dat het uitspreken van die vloek indruk op mij maakte, want ze sprak ‘m uit over mijn vrouw en kinderen (…).

Ik was niet beledigd. Wel verbaasd. Over het feit dat je anderen een slecht leven toewenst, omdat je gewoon je zin niet krijgt. Ik ben zelf niet gelovig, en geloof al helemaal niet in alternatieve aftreksels waarbij een sjamaan met gedroogde dieren of de ingewanden door een walm van wierook staat te zwaaien, maar ik hoop eerlijk dat alles wat deze mevrouw over mij (en mijn vrouw en kinderen?) uitsprak, dubbel op haarzelf terugslaat.