Zonder vlees

‘Kook je vaak voor jezelf?’ vraagt ze nieuwsgierig wanneer hij een teentje knoflook en een handje grof gesneden kastanjechampignons in de wok gooit.
‘Ja, hoezo? Jij niet?’
‘Bijna niet. Een magnetronmaaltijd of thuisbezorgd werkt prima voor mij.’
‘Dat is niet echt gezond te noemen.’ Hij roert even in de pan met tagliatelle.
‘Ik weet het, maar ik vind het gewoon niet leuk, koken. Jij wel?’
‘Jazeker. Helemaal nu ik geen vlees eet, kook ik meer gevarieerd.’
Verrast kijkt ze op, terwijl hij verse spinazie in de wok doet.
‘Eet je geen vlees meer? Waarom? Sinds wanneer? Vind je het zielig voor de dieren? Eet je nog wel vis?’
Het zijn de inmiddels bekende vragen die hij de afgelopen maanden te horen krijgt, nadat hij een paar maanden geleden heeft besloten geen dieren meer te eten.
‘Ik eet geen vlees meer, want ja, ik vind het zielig en het voelt voor mij niet goed dat ik dieren eet. Ik eet dus ook geen vis, al een paar maanden niet. Het eten van dieren is zo van voor 2018,’ licht hij glimlachend toe.
‘Joh, ik weet niet of ik dat kan, hoor!’
‘Dat hoeft ook niet,’ reageert hij lachend en voegt de roomkaas toe aan de spinazie in de wok. ‘Het is geen religie voor mij, ik hoef en wil je niet overtuigen.
‘Gelukkig maar,’ laat ze opgelucht weten.
Hij haalt de tagliatelle van het vuur en voegt nog wat peper en zout toe aan het spinazie-roomkaas-champignonmengsel.
De borden worden opgeschept met de pasta en de spinaziesaus. Nog even bestrooit hij het eten met wat geraspte kaas.
‘Klaar om lekker te eten?’ Hij loopt naar de eettafel en zij volgt hem.
‘Jazeker! Zonder vlees?’ informeert ze overbodig.
Hij glimlacht naar haar en zegt: ‘Zonder vlees, maar met smaak.’
300 gram tagliatelle
1 teen knoflook
250 gram kastanjechampignons
3 eetlepels olijfolie
600 gram spinazie
100 gram roomkaas (naturel)
geraspte pittige kaas

Gespannen

Nadat ik mijn eigen fiets van woonplaats Almere naar mijn werk in Amsterdam heb verhuisd, heeft het fietsplezier precies een week geduurd. Sindsdien is de relatie gespannen. Alsof het vervoersmiddel ineens een ziel heeft verkregen en mij wel eens karma zal leren. Omdat het rijwiel in Almere altijd droog in de schuur heeft mogen staan, verblijft het nu ‘s-nachts, ongeacht de weersgesteldheid, onbeschermd bij metrostation Henk Sneevliet. Daar wordt een fiets niet blij van en ik kan bij wijze van, het rijwielgeroddel in de fietsenstalling al horen. ‘Een man verkast toch niet zo maar ongevraagd zijn rijwiel?’

Het idee om mijn fiets te gebruiken als vervoersmiddel tussen het metrostation en mijn werkadres, is een prima plan geweest. Ik win er per dag gemakkelijk 20 minuten mee en reken dat maar uit: Dat scheelt per half jaar 40 uur, en dat zijn twee werkweken in een jaar. Voorlopig kom ik niet aan dat getal, want constant ligt mijn fietsketting eraf. De eerst keer was vorige week, dinsdagavond. De enige dag in de week dat ik tot 20:00 uur moet werken. In de avonden rijdt de metro niet meer zo vaak en is een fiets een uitkomst. Gejaagd, maar als een volleerde chirurg, trek ik fel de kettingkast open om het binnenste van de kettingkast te bekijken.

De fietsketting hangt er ongeïnteresseerd en levenloos bij. Geïrriteerd over de onverschilligheid trek ik de ketting los van haar raderen om deze met precisie weer op de juist plek terug te leggen. Na wat gepriegel en wild draaien van de trappers ligt de ketting er weer op en draait ze als een kermisattractie het achterwiel rond. Het schijnt een zware operatie van een paar uur te zijn, maar mijn horloge geeft aan dat ik nog geen twee minuten bezig ben geweest. Snel dicht ik de kettingkast en spring op mijn fiets. Met mijn vingers zwart van het oude vet fiets ik naar het metrostation. Vervolgens heb ik na deze dinsdagavond nog een paar keer de kettingkast mogen openen. Mijn fiets en ik zijn zo hecht niet meer.

Sporten

Ik heb me van de week aangemeld bij de sportschool. Onder het mom van liever hardleers dan standvastig, ga ik er weer voor. Ik weet echt wel dat het iets is dat niet altijd tot me doordringt. Ik ga altijd fanatiek sporten, maar na een maand spoelt mijn enthousiasme voor het sporten als het water tijdens het douchen weg via het doucheputje. Daarnaast is mijn planning voor het sporten altijd hartstikke verkeerd. Ik ga altijd fanatiek sporten wanneer de zomer net voorbij is. Hierdoor zit ik rond mijn verjaardag tussen Sinterklaas en Kerstmis, strak in mijn zomerlichaam, dat met de kerstdagen en tegen oudejaarsavond weer teniet wordt gedaan door al het lekkere eten.

Juist om die reden lig ik tijdens de zomermaanden als een Jabba the Hutt op mijn bedje aan de rand van het zwembad of in de achtertuin. Ik hou van eten. Dat nog meer dan van sporten. Daar ben ik geen uitzondering in, want ik zie overal Obesitas-look-a-likes om me heen. Voor mij zal dat binnenkort weer veranderen, want zoals hierboven gemeld; ik ga weer sporten. Over een paar weken wordt er in de buurt een sportschool geopend, waarvan de maandcontributie gelijk staat aan 2 pakjes sigaretten, en ik mag mijn sportpas met iedereen delen. Aangezien de nieuw sportschool ongeveer 200 meter van mijn huis ligt, wordt de door mij gecreëerde drempel vernietigd.

Zo verkoop ik het sportschoolverhaal heel goed aan mezelf. Ik moedig mezelf fanatiek aan, maar ik weet dat ik in november alweer ben bevorderd tot sportschoolsponsor. De te korte periode van reguliere sportschoolbezoeker ligt dan achter me. Zo is het altijd gegaan. Maar misschien moet ik het dit keer anders aanpakken. Een schema voor een langere periode, waardoor ik langer dan een maand actief bezig ben. Ik ben tenslotte ook ooit met een schema begonnen voor hardlopen, terwijl ik de hardlopers in opzichtige kleding eerder lachwekkend vond dan inspirerend. U mag me in december weer eens aanspreken over mijn sportschoolbezoeken.