De jongeman stapte bij Haarlem de treincoupé binnen, en wat de oudere man meteen opviel waren zijn lange, in kapotte jeans gestoken, benen. Hij sloot zijn boek en keek even op. De jongeman nam tegenover hem plaats en plaatste zijn rugtas op de zitplaats naast hem. Hij was mooi. Een kop met krullen en een perfect gezicht. Het klassieke uiterlijk leek te zijn gebeeldhouwd uit marmer, waarbij een litteken, misschien per ongeluk of juist bewust door de beeldhouwer, op een van de jukbeenderen was achtergebleven. Het maakte het gezicht af en de blauwe ogen keken de man tegenover hem heel even aan. Vervolgens haalde hij een boek uit zijn rugzak en begon erin te lezen. Het boek, “A Brief History of Time” van Stephen Hawking, werden door de slanke handen gedragen. De oudere man raakte sterk geïntrigeerd in de reiziger tegenover hem. De aantrekkelijke jongeman, in het bezit van volmaakte schoonheid, en toch ook met eenzelfde interesse als hij. Een gelijk boek dat in zijn schoot lag.

De jongeman verplaatste zich op zijn plek en ging wijdbeens zitten. Hij keek even naar buiten naar het voorbijgaande landschap en voordat hij weer verder ging met het bladeren door zijn boek, keek hij even naar de oudere man tegenover hem. Snel keek hij weg, maar de glimlach bleef op zijn gezicht staan terwijl hij een paar bladzijden omsloeg. Het uiterlijk van deze man tegenover hem had een bijzondere aantrekkingskracht op hem. Het was misschien die scheve glimlach, maar zeker de bijzonder donkerbruine ogen, die hem even doordringend hadden aangekeken. Daarbij was de iets te jeugdige kledingkeuze voor een man van zijn leeftijd, ook wat hem in de man aantrok. Een rode hoodie, een spijkerjack en felrode gympen aan zijn voeten. Opgelaten wilde hij wegkijken, maar zijn blik bleef op de schoot van de man gericht. De oude handen rustten op een boek van Stephen Hawking, hetzelfde exemplaar dat hij in zijn handen had.

De oudere man stak zijn hand uit en stelde zich voor als Yannick. Hij vertelde dat hij het boek “A Brief History of Time” meer dan eens had gelezen. In meerdere talen ook. De jonge man ging rechtop zitten, sloot zijn boek en lachte even hardop om de licht arrogante opmerking en hoopte dat de man niet dacht dat hij hem uitlachte om het accent van Yannick. Snel beantwoorde hij de begroeting met een stevig handdruk en stelde zich voor als Kevin. Het boek dat hij had aangeschaft was uit pure nieuwsgierigheid en hij had de hoop het boek ooit uit te kunnen lezen, waarop Yannick aangaf dat wanneer Kevin meer informatie of achtergrond wilde met betrekking tot de inhoud van het boek, hij hem het een en ander met alle plezier uit wilde leggen. Kevin vond dit voorstel en de man leuk.

‘Doe je iedereen een soort gelijk voorstel in het bezit van een boek van Stephen Hawking?’ vroeg hij enigszins uitdagend.
Yannick lachte breeduit. ‘Nee. Dit is eerste keer dat ik een persoon in de trein tegenkom met dit boek,’ zei hij met het licht Frans accent.
Kevin reageerde hierop. ‘Ik lees het boek niet voor school ofzo, maar als je mij het een en ander meer over dit boek kan vertellen, dan hou ik me zeker aanbevolen.’
‘Geen probleem,’ reageerde Yannick. ‘Zal ik jou mijn telefoonnummer geven, of tot waar reis je? Ik stap uit in Amsterdam Centraal, misschien kan ik je bij een kop koffie alvast het een en ander vertellen over het boek.’
‘Ik reis tot Amsterdam Centraal,’ zei Kevin gespannen. ‘Maar ik wil je mijn telefoonnummer best geven, er is een grote kans dat ik je later vast wel meer wil vragen.’
Beide mannen raakten in gesprek over de oerknal, zwarte gaten en het leven van Stephen Hawking. Tussendoor wisselden ze telefoonnummers, en adresgegevens uit.

Aangekomen op Amsterdam Centraal stelde Kevin voor dat ze eerst nog wel koffie konden drinken, hij had nog geen zin om afscheid te nemen. Yannick vond het een goed idee en na het verlaten van de trein liepen ze met zijn tweeën naar het Grand Café op hetzelfde perron.