Wanneer u nu, op deze Koningsdag van 2019, naar buiten kijkt, geeft het niet het vermoeden dat we een week geleden, met Pasen, heerlijk zomerachtig weer hebben gehad. Even leek het erop dat deze zomer, net als vorig jaar in april ging beginnen, maar het mag niet zo zijn. Maar wie weet! Over een paar dagen kan het alweer mooi en zomerachtig weer zijn. We moeten de meteorologen goed in de gaten houden.

Het was wel weer even wennen, dat mooie weer. En dan vooral het wennen aan de Nederlanders en hun rare zomerrituelen. Alsof sommige mensen er op zaten te wachten. De completer zomergarderobe wordt tevoorschijn gehaald. Bij de eerste zonnestralen worden de benen meteen in shorts gestoken. De shirts worden mouwloos gedragen en de slippers worden aan tenen gehaakt.

Dat is voor mij een nadeel van het onverwachte mooie weer. Ik zie ongevraagd de onbedekte lichaamsdelen, die ik gewoon bedekt wil zien. Daarvoor is tenslotte de mode  uitgevonden. Bedek de armen, benen en vooral voeten met een leuk, trendy tenue. Ik kan me voorstellen dat wanneer je honderden euro’s hebt besteed aan een mooie tatoeage, je dit wilt delen, maar voor mij hoeft het niet.

Zo was ik van de week verbaasd over een lelijke tatoeage van een mevrouw in de metro. Ik kon niet wijs worden over de afbeelding die in haar onderarm was geprikt. Het leek op een grote blauwe plek en toen ik zo onopvallend mogelijk de moeite nam om de afbeelding beter te bekijken bleek het ook daadwerkelijk een blauwe plek te zijn.

Nu ben ik hoe dan ook niet de persoon die mensen aanspreekt op een tatoeage, zo van: ‘Nou, dat is wel een heel mooi plaatje dat je daar hebt laten prikken.’ Ik bewonder, of verafschuw de tatoeages die ik bij de mensen zie in stilte. Dit heb ik ook zo’n beetje met blauwe plekken. Daar spreek ik de mensen ook niet op aan.

Ik ben dan toch een beetje bang voor het antwoord, want een mooi verhaal over een grote blauwe plek zal het niet worden. Het zal misschien veroorzaakt zijn door een ongelukkige val, maar eerder nog is er een gewelddadige klap geïncasseerd, en daarom heb ik van de week de mevrouw in de metro toch maar niet aangesproken. Stel je voor dat zij daar niet van gediend was, en dat ze zelf losse handjes heeft, dan had ik nu ook met een blauwe plek Koningsdag mogen vieren.

Door een gebroken bovenleiding reden er dinsdagochtend bijna, tot geen treinen. Ik had die ochtend al vroeg op mijn app gezien dat mijn eigen treinreis kwam te vervallen. Daarom besloot ik een trein eerder te nemen. Snel tandenpoetsen en de deur uit. Op het station aangekomen merkte ik dat alle geplande treinreizen waren vertraagd of waren komen te vervallen. Het aantal mensen op het perron was veel. Het aantal emoties nog meer.

Veel gestrande reizigers kreunden, steunden, mopperden en vloekten. Ik baal ook van vertragingen, maar ik weiger om er chagrijnig van te worden. Het voegt niets toe en het lost ook niets op. Ik hoorde een paar mensen op samenzwerende toon zeggen dat er pas weer na 11:00 uur treinen gingen rijden. Welke memo heb ik niet ontvangen, vroeg ik mezelf af, en overwoog een misschien halve dag vrij te nemen. Deze gedachte liet ik varen toen er tot ieders verrassing een trein het station inreed.

Ik besloot, net als de rest van de meute, om ook in deze trein te stappen. In een overvolle trein (ik zag, ik rook, ik proefde, ik hoorde èn ik voelde de diverse aura’s van mijn medereizigers) en met een omweg van 2 uur, kwam ik laat op mijn werk aan. Het viel me mee, ik was maar een half uurtje te laat. Dat is dan weer het voordeel van vroeg van huis gaan, en ik zei tegen mezelf dat het zo best wel was meegevallen.

Gistermiddag stond ik op station Amsterdam-Zuid te wachten. Door werkzaamheden aan het spoor heeft een lijndienst de afgelopen weken niet gereden. Dit moet vanaf volgende week weer als vanouds gaan. Tot vandaag rijdt er 2 keer per uur een trein naar Almere. Door die werkzaamheden gebeurt het meer dan eens dat een trein vaak en minimaal 5 minuten vertraging heeft. Of langer. En ook hier geldt weer: ik vind het niet leuk, maar ik laat het mijn humeur niet beïnvloeden.

Dit in tegenstelling tot sommige van mijn medereizigers. Gisteren had de trein van 17:12 uur naar Almere een vertraging van 10 minuten, wat opliep tot maximaal 15 minuten. Dit tot groot ongenoegen van een medereizigster die schuin naast mij op het perron stond. Zij stond er een partij te mopperen tegen iedereen die het maar wilde horen, en iedere keer wanneer ze de app van de NS vanachter haar donkere bril checkte, begon ze weer opnieuw te jeremiëren.

In de 15 minuten van vertraging hield ze niet op met haar gefoeter. Alsof deze negatieve houding positieve invloed had op de aankomst van de trein. Ik moest er een beetje om grinniken. Bij het instappen van de trein, die maar 14 minuten later aankwam, was het drukker dan normaal, qua reizigers, en wilde iedereen dringend in de trein stappen. Ik kon me slinks nog net een zitplaats bemachtigen, maar de vrouw met de donkere bril heeft tijdens de reis, tot aan Almere Centrum staand staan mopperen.

Het is de nacht van zaterdag op zondag. De wintertijd heeft zojuist plaats gemaakt voor de zomertijd. Om 05:50 uur, nieuwe tijd, gaat mijn mobiele telefoon. Nog voordat ik weet wie er belt, weet ik waarom er wordt gebeld. Het gaat om mijn zwager Hans. Nadat ik heb opgenomen, hoor ik de emotionele stem van mijn jongste zus. Ik heb gelijk, maar ik wens dat ik geen gelijk had. De rest van de nacht slaap ik niet meer.

Mijn zwager Hans, de man van mijn oudste zus, is overleden. Hij kwam al sinds 1970 -toen ikzelf 3 jaar oud was, bij ons thuis over de vloer. Ik kan niet anders zeggen dat Hans mijn hele bewuste leven aanwezig is geweest. Tot aan de laatste dag van maart, 2019. Ik weet niet wat ik voel, en van wat ik voel, weet ik niet hoe het hoort te voelen. Ik ben in de war. En verdrietig.

 

img_1072_facetune_03-04-2019-20-02-00