Het is de zondagochtend na het Eurovisie Songfestival, waarbij Duncan Laurence na 44 jaar voor een Nederlandse overwinning heeft gezorgd. Het is deze ochtend mooi weer en ik wandel een rondje door het Hanny Schaftpark. Ik loop hier graag. Ook wanneer ik na een rondje hardlopen de benodigde kilometers achter me heb gelaten wandel ik in dit stadspark graag mijn cooling down uit.

Het is rustig in het stadspark. Mijn wandeling begint bij de hondenspeelplaats waar de honden vrij kunnen spelen en kinderen niet welkom zijn. Niet dat er vaak gespeeld wordt, want het gras staat er te hoog om er vrij rond te rennen. Tijdens mijn rondje door het park wandelen verschillende honden en hun eigenaren mij in een rustig tempo voorbij en wordt er vriendelijke gegroet. Een enkele hond begroet mij soms te enthousiast. De hondenbaasjes daarentegen doen dan of ze mij niet zien.

Ik vind dat niet erg. Honden zijn nu eenmaal enthousiast en het weer werkt deze zondagochtend zeker mee aan mijn goede humeur. Ik geniet van al het groen dat in de laatste weken explosief is gegroeid en van de voorjaarsgeur. Vrolijk wordt ik van de honderden aanwezige paardenbloemen met de pluizige, grijze afrokapsels, die eerdaags door de wind weer tot kale bloemenstengels geblazen te worden. Eigenlijk is het heel simpel om te genieten van het leven.

Ik loop stil neuriënd verder en wanneer ik bij het Bos der Onverzettelijken aankom, valt mij een mevrouw op. Ze loopt voor mij op op de nieuw aangelegde paden. Het is niet de kleding dat mijn aandacht trekt, maar haar manier van lopen. Met grote stappen en met gebogen knieën loopt ze stevig door, waarbij haar voeten bij iedere stap naar buiten staan. Ze zwaait hierbij met haar armen, waarbij haar handen met de vingers gespreid langs haar lichaam zwaaien.

Haar manier van lopen is niet echt bijzonder, maar gewoon anders. Voor een kort moment doe ik het loopje na, maar ik voel me er niet fijn bij. Het loopt gewoon raar en ik ben een beetje bang betrapt te worden om haar zo na te doen. Er lopen tenslotte meerdere mensen door het nieuw aangelegde stadspark. Ik loop langs het Herdenkingsveld, en bewonder een beetje trots de Anne Frank-boom. Een zaailing, of een stek, van de boom uit de achtertuin van het Achterhuis. Het staat toch maar mooi in deze stad die ver na de oorlog is opgebouwd.

Nadat ik het Herdenkingsveld heb verlaten, komt er een hond bij het Humberpad enthousiast naar mij toelopen. Het dier is aanstekelijk vrolijk en ik doe vrolijk terug. Tot hij fel wordt teruggefloten. De hond rent geschrokken naar het baasje en ik schrik wanneer ik het baasje zie. De vrouw staat er met kromme benen en met de voeten iets uit elkaar. Als ik langs haar loop vallen mij de gespreide vingers op. Ze begroet me kortaf, en ik durf haar bijna niet aan te kijken. Ik groet haar terug en loop snel door. Zou ze dan toch gezien hebben dat ik een loopje met haar wandeling nam…

Eerder gepubliceerd op Ons Almere.

Het is over en voorbij. De relatie tussen mijn fiets en ik. Het ging de laatste maanden al niet meer zo lekker, toen ze een laatste keer weer eens haar ketting afwierp. Ik heb haar toen bij het metrostation achtergelaten. Weken, misschien wel maanden, ben ik haar voorbijgelopen, zonder haar een blik waardig te gunnen.

Afgelopen woensdag zag ik haar ‘s-ochtends tegen een tweetal andere fietsen staan, als een bundeltje fietsen, en dacht nog: ze staat er niet alleen bij. Een dag later heb ik mijn fiets niet meer zien staan. Vrijdag wist ik het zeker. Ze is gedeporteerd naar een plek waar alle andere achtergelaten fietsen van Amsterdam verzameld worden.

De zorgeloze jaren van plezier kwamen al in december 2014 ten einde toen een autobestuurder in Almere tegen haar aanreed. Gelukkig kon ikzelf vlak voor de klap van mijn zadel springen, maar de linkertrapper van mijn fiets heeft nooit meer soepel gedraaid. Dit heeft haar waarschijnlijk tot diep in het frame geraakt.

Deze klap heeft haar karakter veranderd. Dit uitte zich in meerdere lekke banden en het afwerpen van de fietsketting. Ze had er geen zin meer in. De fietsbel rinkelde op het laatst niet meer. Deze heb ik moeten vervangen. Het was voor mijn fiets vermoedelijk als een pleister op een slagaderlijke bloeding.

De verhuizing naar Amsterdam heeft het ook niet goed gedaan. Geen beschutting van de schuur meer en dit liet ze mij weten door het zadel constant nat te houden na een regenbui. Soms dacht ik dat ze er nog wel zin in had, maar zodra ik van een stoep afreed, wierp ze roekeloos haar ketting van de tandwielen. Maar ze heeft nu rust op een nieuwe plek in Amsterdam.

Ik weet niet waar dit terrein is, maar ik hoop dat ze het er naar haar zin heeft en wanneer ze geen fiets meer is, wens ik dat ze wordt gerecycled. Misschien wordt ze een speeltoestel voor op een kinderspeelplaats ergens in Nederland. Ze hoeft zich dan niet meer als een oud barrel te gedragen en zich niet meer druk te maken over een fietsbel, het zadel of de spanning in haar luchtbanden.