Het is de zondag van de tiende editie van de Almere City Run. Bij deze jubileum-editie heeft organisatiebureau Golazo het organisatiestokje van Global Sports Communication en 20Knots overgenomen, en zoals het altijd gaat worden er enkele zaken aangepast. Zo is er dit jaar gekozen voor andere afstanden en is het parcours aangepast. Voor mij is het deze zondag de negende keer dat ik meedoe aan de Almere City Run.

In het eerste jaar dat de Almere City Run werd georganiseerd was ik nog geen liefhebber van het hardlopen. Ik was liever lui dan moe en ik vond hardlopers een stelletje uitslovers. Op de vlucht voor goede smaak. Gezien de fluorescerend-gekleurde hardloopkleding die ze altijd lijken te dragen. Daar denk ik nu, na zoveel jaar, anders over. Deze zondagmiddag sta ik zelf in een schreeuwerig, neon-groen hardloopshirt in het startvak te wachten op het startschot.

Ik ben deze middag vol goede moed over de nieuwe organisatie. Ik ben niet zo snel bang voor verandering en een rondje om het Weerwater vind ik typisch Almeers. Ik maak me meer zorgen om de afstand van 10 kilometer die ik moet afleggen. De afgelopen maanden heb ik alleen maar korte afstanden gelopen en hierdoor heb ik twijfels over het constante hardlopen gedurende de 10 kilometer. Ga ik het vandaag redden zonder wandelmomenten in te voeren?

De eerste kilometers gaan lekker. Het is wel altijd even wennen bij een hardloopwedstrijd. De andere hardlopers hebben een net iets afwijkend hardlooptempo en daarbij lijkt het alsof er vanmiddag ook mensen meedoen die voor het eerst hardlopen. Ongecontroleerd lopen ze snel en langzaam, links en rechts door de groep. Het nieuwe recreatiepad in het Lumièrepark is gelukkig breed genoeg voor een grote groep hardlopende mensen, waardoor het leed voor iedereen iets minder is.

Op het Starleypad, ter hoogte van het oude kasteel krijg ik het heel even moeilijk. Door een combinatie van het benauwde weer en een misplaatste moeheid overweeg ik om te gaan wandelen. Ik weet dat als ik hieraan toegeef, ik de rest van het parcours om de kilometer een wandelpauze in zal lassen. Lichaam en geest doen samen rare dingen. Ik weet dat als ik voorbij de Bosbrug in Haven ben, ik halverwege ben. Deze gedachte geeft me voldoende kracht om door te lopen en ik loop door richting de A6.

Op het Sturmeypad loop ik voorbij de laatste verzorgingspost. Er mag vanaf daar 3½ kilometer gelopen worden en dit gaat me ook zonder een beker water lukken. Ineens lijken de natuurgoden mij goedgezind, want uit de donkere bewolking vallen er dikke druppels naar beneden. Het verfrissend buitje geeft mij en de andere renners voldoende energie om door te lopen. Ons enthousiasme wordt van boven beantwoord met nog meer regen. Een stortbui, waarvan de douchekop thuis verlegen zal worden, doorweekt iedereen tot op het ondergoed en tot in de sokken.

Soppend in mijn schoenen loop ik door naar het Fontanapad. Mijn kleding zit door de hoosbui strak op het lichaam, waardoor de laatste kilometer over de Oeverpromenade een nieuwe uitdaging is. Het loopt niet fijn wanneer natte kleding strak over het lichaam valt. Maar wanneer ik uiteindelijk de spanbrug op de Hengelostraat in zicht krijg, weet ik dat de finish nu heel dichtbij was.

Met dat beetje energie dat wij nog hebben, lopen we over de Koetsierbaan naar de Esplanade. Hier volgt een laatste uitdaging. We lopen wel heel steil naar beneden, richting het KAF, waar we net voordat we het pand lijken te raken, strak naar links afslaan om naar de finishlijn lopen. Met een opgelucht en blij gevoel krijg ik even later mijn medaille omgehangen. Het is me gelukt, en wanneer ik om me heen kijk zie ik meerdere blije gezichten.

img_4368

Het is de zondagochtend na het Eurovisie Songfestival, waarbij Duncan Laurence na 44 jaar voor een Nederlandse overwinning heeft gezorgd. Het is deze ochtend mooi weer en ik wandel een rondje door het Hanny Schaftpark. Ik loop hier graag. Ook wanneer ik na een rondje hardlopen de benodigde kilometers achter me heb gelaten wandel ik in dit stadspark graag mijn cooling down uit.

Het is rustig in het stadspark. Mijn wandeling begint bij de hondenspeelplaats waar de honden vrij kunnen spelen en kinderen niet welkom zijn. Niet dat er vaak gespeeld wordt, want het gras staat er te hoog om er vrij rond te rennen. Tijdens mijn rondje door het park wandelen verschillende honden en hun eigenaren mij in een rustig tempo voorbij en wordt er vriendelijke gegroet. Een enkele hond begroet mij soms te enthousiast. De hondenbaasjes daarentegen doen dan of ze mij niet zien.

Ik vind dat niet erg. Honden zijn nu eenmaal enthousiast en het weer werkt deze zondagochtend zeker mee aan mijn goede humeur. Ik geniet van al het groen dat in de laatste weken explosief is gegroeid en van de voorjaarsgeur. Vrolijk wordt ik van de honderden aanwezige paardenbloemen met de pluizige, grijze afrokapsels, die eerdaags door de wind weer tot kale bloemenstengels geblazen te worden. Eigenlijk is het heel simpel om te genieten van het leven.

Ik loop stil neuriënd verder en wanneer ik bij het Bos der Onverzettelijken aankom, valt mij een mevrouw op. Ze loopt voor mij op op de nieuw aangelegde paden. Het is niet de kleding dat mijn aandacht trekt, maar haar manier van lopen. Met grote stappen en met gebogen knieën loopt ze stevig door, waarbij haar voeten bij iedere stap naar buiten staan. Ze zwaait hierbij met haar armen, waarbij haar handen met de vingers gespreid langs haar lichaam zwaaien.

Haar manier van lopen is niet echt bijzonder, maar gewoon anders. Voor een kort moment doe ik het loopje na, maar ik voel me er niet fijn bij. Het loopt gewoon raar en ik ben een beetje bang betrapt te worden om haar zo na te doen. Er lopen tenslotte meerdere mensen door het nieuw aangelegde stadspark. Ik loop langs het Herdenkingsveld, en bewonder een beetje trots de Anne Frank-boom. Een zaailing, of een stek, van de boom uit de achtertuin van het Achterhuis. Het staat toch maar mooi in deze stad die ver na de oorlog is opgebouwd.

Nadat ik het Herdenkingsveld heb verlaten, komt er een hond bij het Humberpad enthousiast naar mij toelopen. Het dier is aanstekelijk vrolijk en ik doe vrolijk terug. Tot hij fel wordt teruggefloten. De hond rent geschrokken naar het baasje en ik schrik wanneer ik het baasje zie. De vrouw staat er met kromme benen en met de voeten iets uit elkaar. Als ik langs haar loop vallen mij de gespreide vingers op. Ze begroet me kortaf, en ik durf haar bijna niet aan te kijken. Ik groet haar terug en loop snel door. Zou ze dan toch gezien hebben dat ik een loopje met haar wandeling nam…

Eerder gepubliceerd op Ons Almere.