Cambodian Living Arts

Vrijdagavond in Pnomh Pen. In het theater bij het Nationaal Museum van Cambodia wordt de dansvoorstelling “Traditional Dance Sow” door de Cambodian Living Arts uitgevoerd. Samen met familieleden en vrienden neem ik met een persoonlijk lichte vooringenomen instelling plaats naast een Franssprekende man. Hij kijkt nors voor zich uit alsof hij liever op zijn hotelkamer zit. Gezellig.

Enkele leden van de Cambodian Living Arts lopen vlak voor de voorstelling nog druk heen en weer. Ze dragen oortjes in die ik herken van de kassieres bij de Jumbo in Almere. Het is volgens mij iets Columbiaans: druk doen met druk bezig zijn. Maar ik kan het mis hebben. Ik ben ook maar een gemiddelde Nederlander.

Wanneer de dansers beginnen aan het eerste optreden -een dans waarin de succesvolle oogst van de landbouwers wordt uitgebeeld, ben ik aangenaam verrast. Vol overgave en plezier worden tradities, rituelen en dagelijkse gebeurtenissen uitgebeeld. Een volgend optreden is de traditionele Cambodiaanse Apsara-dans.

Het is duidelijk. De vooringenomen instelling was geheel misplaatst. De schoonheid en het enthousiasme van de Cambodiaanse kunstenaars weten me te ontroeren. Als je leert dat tijdens het genocide regime van Pol Pot, 90% van alle artiesten in het land zijn vermoord, en het cultureel erfgoed door enkele overlevenden is doorgegeven, besef je hoe belangrijk cultuur is.

De voorstelling duurt een uur. In deze 60 minuten dansen de dertig dansers de diverse culturele dansen uit alle streken van Cambodja. Van traditionele khmer-dansen tot optredens van de verschillende ethnische minderheden van het land. Mocht je ooit in Pnomh Penh zijn, dan is een bezoek aan de Cambodian Living Arts (http://www.cambodianlivingarts.org/show/) eigenlijk een must.

Sneeuwval

Het was op aandringen van goede vriendin Corine dat Elsemieke het voorstel durfde te doen aan vriend Ronald. Een weekendje skiën met z’n tweeën in Winterberg, Duitsland. Tot haar aangename verrassing reageerde Ronald positief. Hij reageerde het tegenovergestelde wat ze eerst had verwacht. Hij vond het een prima idee. De kinderen waren al groter en volgend jaar zouden ze zeker met z’n viertjes naar de wintersport kunnen gaan. ‘Leer jij maar alvast hoe je op de latten moet staan,’ zei Ronald enthousiast. Elsemieke was er helemaal blij van geworden. Zelf werd ze nog meer enthousiast toen Ronald had voorgesteld dat ze ook meteen maar naar een mooie outfit voor het weekend moest uitkijken.

Het was een feestje op zich om een middag lang op zoek te gaan naar het perfecte skipak. Elsemieke wilde er niet te veel geld aan uitgeven, maar ze wilde ook geen tweedehandsje. Via een collega had ze een adres gekregen van een sportwinkel gespecialiseerd in wintersportkleding. Toen Elsemieke het wit met blauwe pak zag hangen, wist ze dat dit het pak was wat ze in Winterberg zou dragen. Ze had er nog bijpassende handschoenen bij gekocht en een degelijke helm. Corine vroeg zich in de winkel hardop af of een helm echt nodig was, maar Elsemieke hield vol dat veiligheid voor alles ging. ‘Dan maar een weekendje geen fashionista,’ was haar antwoord.

Bij de sleeplift stond de eerst uitdaging voor Elsemieke haar op te wachten. Onervaren, ondanks een luchtige instructie van vriendin Corine, pakte Elsemieke de sleeplift vast. Verrast door de snelheid en de kracht van de lift verloor ze haar evenwicht en viel voorover in de sneeuw. Verward doordat haar gezicht in de sneeuw lag en de kracht van sleeplift bleef ze de sleeplift stevig vasthouden, waardoor ze als een menselijke sneeuwschuiver de berg opsteeg. Ondanks het ‘loslassen!’ van Duitse bijstanders hielden haar handen de lift  stevig vast. Na een paar minuten van sneeuwhappen en happen naar adem liet ze eindelijk los. Haar verwarde gezicht was nat en wit van de sneeuw.

Eenmaal op de latten, bovenop de piste zag Elsemieke wat het skiën precies inhield. Het was niet anders dan naar beneden glijden. In een duizelingwekkende vaart. Vriendin Corine, met jaren ski-ervaring, had Elsemieke geïnstrueerd vooral kalm naar beneden te gaan. Ze wilde nog uitleggen dat ze veel achterom moest kijken voor andere skiërs, maar Elsemieke was al met een lichte gil aan haar afdaling begonnen. Corine riep haar na: ‘Pizzapunt! Pizzapunt!’ om duidelijk te maken dat ze haar skilatten naar elkaar moest steken, maar Elsemieke hoorde haar niet meer. Met een gil liet ze zich vallen, rolde verder in de sneeuw en voor een tweede keer die dag zat haar mond vol sneeuw. Ze vroeg zich serieus af of ze volgend jaar weer zou gaan.

Stralen

Vrijdagochtend. Het is 7 uur in de ochtend wanneer ik de voordeur achter me sluit. Ik vertrek lopend naar het station in Almere Centrum. De zon staat laag aan de hemel te schijnen, alsof het universum me wil zeggen dat het vandaag dan wel de laatste werkdag voor mijn vakantie is, maar dat ze er alles aan doet om het mij zo aangenaam mogelijk te maken. Het universum is een mooie plek om aanwezig te zijn, lijkt me. Ik zou zo ook niet weten wat er nog buiten het universum bestaat.

De vrijdag loopt vervolgens ook vlot en aangenaam. Wanneer ik rond de klok van half 5 het pand verlaat schijnt de zon nog steeds. Een dag gevuld met zonneschijn heeft een positieve invloed op de mensen. Tijdens de wandeling naar het metrostation zie ik de mensen weer glimlachen. Een enkele fietser neuriet een vrolijk deuntje mee met de muziek die uit de oordopjes komen en schoolgaande tieners lachen vrolijker wanneer ze zon hen in het gezicht schijnt.

Onderweg in de metro en de trein valt het me op dat mensen meer vrolijkheid uitstralen. De chagrijnige hoofden, eerst nog verstopt in meterslange shawls en diepe kragen laten weer een nek zien. Terug in Almere hoor ik mensen lachen en ouders hebben weer meer geduld met het aanwezige gedrag van hun kinderen. Wanneer ik een kwartier later in mijn hardloopschoenen een kleine 10 kilometer weg ren zijn de mensen nog steeds blij. De zon gaat langzaam onder en ik begin aan de laatste kilometers van mijn hardlooprondje.

Ik heb via een nieuws-app de positieve weersvoorspelling voor de komende dagen gelezen: een korte periode van aangenaam voorjaarsweer is ons aangekondigd, en ik weet dat hiermee dagen van vrolijkheid en meer verdraagzaamheid aanbreken. Je kunt er maar aan wennen. Zelf zal ik op een andere manier aan de weersverandering moeten wennen, want vanaf aankomende woensdag heb ik, een kleine 9.675 kilometer ten oosten van Nederland, te maken met zomerse temperaturen, rond de 30 °C.

Koffers

De koffers zijn na vierenhalf jaar weer eens uit de garage gehaald. Ze mogen vanaf volgende week weer dienst doen voor datgene waar ze jaren geleden zijn aangeschaft: het maskeren van onze eigendommen als bagage tijdens onze reis. Nadat we vorig weekend beide koffers hebben opgefrist, staan ze nu op zolder klaar om gevuld te worden met kleding en andere benodigdheden om zo volgende week met ons mee te reizen naar Schiphol.

Na maanden van voorpret begint het nu echt spannend te worden. Ik probeer zoveel mogelijk rekening te houden met de dingen die ook echt meegenomen moeten worden, zoals contactlenzen of een oplader voor een elektrisch apparaat. Toch weet ik dat wanneer we in het vliegtuig zitten, ik opschrik en realiseer dat ik  dan toch iets ben vergeten in te pakken. Dat is dan jammer, want ik heb me voorgenomen dit maar te zien als gewoon pure pech is. Soit.

Al het nodige voor een geslaagde trip is inmiddels wel geregeld. Wat ons de komende dagen nog rest is de bekende, figuurlijke puntjes op de ‘i’ te zetten. De e-reader, camera’s en andere gadgets zijn stand by. De andere zaken verdeeld over de koffers en onze handbagage. Het enige wat we helemaal niet kunnen inpakken is ‘goede zin’, maar dat is niet nodig, want dat hebben we vanaf volgende week sowieso wel bij ons.

Geheime Boodschap

Er wandelen rare mensen op deze wereld. Zo heb je meneer van Dalen. Op het eerste gezicht is hij een vriendelijk man. Inclusief een vriendelijk uiterlijk. Meneer is 65-plusser en kijkt altijd serieus de wereld in. Niet per se nors. Meneer groet de mensen met een vriendelijke glimlach en bijna iedereen groet hem net zo vriendelijk terug. Verder valt hij niet op. Maar ik kan niet zeggen dat hij een grijze muis is. Meneer van Dalen doet nu bijna wekelijks iets wat niet voor iedereen geheim is, maar waarvan niemand weet dat het meneer is, die achter deze actie zit.

Zijn geheim begon ooit op een dinsdagochtend, een paar jaar geleden. Meneer was net een paar maanden aan zijn pensioen begonnen en bij zijn afscheid kreeg hij van zijn collega’s een Gazelle fiets. Een degelijk exemplaar. Stevig, maar licht genoeg om er lange afstanden mee af te leggen en dat deed meneer van Dalen. Vanuit het schuurtje in Julianadorp stapte hij altijd enthousiast op de fiets om door de duinen van Noord-Holland te rijden of voor een rondje om het Amstelmeer. Het was tijdens een rondje om dit meer dat meneer van Dalen voor het eerst zijn geheime boodschap achterliet.

Meneer van Dalen was bij het gehucht Van Ewijcksluis begon met het rondje om het Amstelmeer. Tegen de klok in. Op de terugweg, na 45 minuten, in de buurt van de Haukessluis voelde meneer van Dalen een enorme aandrang. Het was er geen die hij kon negeren tot zijn thuiskomst. Hevige krampen gaven een ondraaglijke pijn in de onderbuik . Bij Westerland besloot meneer zich van de pijn te ontdoen. Hij wierp voorzichtig zijn fiets in het hoge gras en sloop voorovergebogen naar de struiken. Snel trok meneer fietsbroek en onderbroek naar beneden en ging gehurkt zitten. Met veel lucht kwam de ontlasting naar buiten. De verlichting werd als hemels ervaren.

Schichtig keek meneer om zich heen om of niemand getuige was van deze situatie. Er werden pollen gras geplukt. Bij het opstaan werden onderbroek en korte broek in een keer opgetrokken. Hij schudde even met de heupen om alles op zijn plaats te krijgen en liep naar zijn fiets om zijn rondje te vervolgen. Meneer had nu een glimlach op zijn gezicht staan. Een glimlach als je iets stiekem hebt gedaan en waar je zonder problemen bent mee weggekomen. Toen meneer van Dalen de Amsteldiepdijk opreed werd zijn glimlach breder.

Meneer van Dalen had nooit gedacht dat het stiekem in het wild poepen hem zo een kick kon geven. Hij was van mening dat alleen jongeren nog een kick konden krijgen. Niet de mensen van zijn leeftijd. Onderweg naar huis, op de Balgweg bij Breezand wist meneer van Dalen dat hij dit vaker wilde gaan doen. De adrenalineboost die door hem was gegaan toen hij weer op zijn fiets sprong, deed hem verlangen naar meer ervaringen. De erectie in zijn broek van het idee om binnenkort weer in het wild te poepen, overtuigde hem dat dit voornemen een juiste was.

Oud

Mijn grootvader, mijn vaders vader, heeft zijn laatste dagen in een bejaardenhuis doorgebracht. Dit tot groot ongenoegen. Het is meer dan eens voorgekomen dat hij uit zijn kamer ontsnapte en dat de bejaardenverzorgers hem uit de aanliggende tuin konden plukken. Om hem vervolgens weer terug op zijn kamer te krijgen. Gelukkig werd er destijds niet zo op verzorgend personeel bezuinigd, want vandaag de dag was mijn grootvader na een ontsnapping nog uren zoek zijn geweest. Een ‘amber alert’ zou hem niet eerder teruggevonden hebben.

Ik ben een beetje als mijn grootvader. Ik heb niet veel op met oudere mensen. Het is niet dat ik een hekel heb aan oude mensen. Integendeel! Maar de wetenschap dat ik met de leeftijd van 50 jaar dichter bij deze senioren sta, dan bij de jeugd die nog een toekomst voor zich heeft, doet me pijn. Geen constante, ondraaglijke pijn die me de hele dag bezig houdt, maar het zijn de pijnscheuten wanneer je er even aan denkt. Maar daar wil ik verder niet over zeuren, want anders denk je nog dat ik met mijn gezeur gegrond bij de senioren onder de bevolking thuis hoor.

Ik zie me over een ruime tijd in een seniorenflat met een gemeenschappelijke ruimte wonen. Ik zit daar in mijn meest comfortabele, dus afzichtelijke, broek te wachten tot de verjaardagsvisite me komt verblijden. Ik ga er vanuit dat het de kinderen en kleinkinderen van familieleden zijn. Ik zou niet weten wie mij anders zou visiteren wanneer ik mijn 90+ verjaardag kan vieren. Misschien dat een oud-collega die ruim 25 jaar jonger is dan ik, mij komt bezoeken. Die als blakende zestigplusser na het bibberend handenschudden en te vochtige verjaardagskussen op een stoel bij het raam plaatsneemt. Om vervolgens akelig stil blijven.

De visite die met de armen over elkaar naar buiten zit te staren en zeer oncomfortabel een, door het personeel aangeschafte slagroomsoes netjes naar binnen probeert te werken. Een opmerking over de smaak of kwaliteit van de verjaardagstraktatie is het hoogtepunt van de conversatie. Steevast ben ik in december jarig, dus men kan enige diversiteit in het gesprek aanbrengen door over de aanschaf van een kerstboom te beginnen. Waarop ik antwoord dat ik vroeger altijd een boom had staan, maar nu in de seniorenflat helaas niet meer. De visite zal reageren met: ‘Dat heb je vorig jaar ook al verteld.’ Ik begrijp nu waarom mijn grootvader af en toe ‘kwijt was’ om later in de aanliggende tuin teruggevonden te worden.