Laatst zag ik de film Unbroken welke het verhaal vertelt over de Amerikaanse Louis Zamperini, een olympische atleet die gedurende de tweede wereldoorlog verschillende Jappenkampen heeft overleefd.

Hoewel ik de film zeker niet wil aanraden, want de vertelling is enorm traag en zeer oppervlakkig, is het leven van de heer Zamperini bijzonder en helemaal niet alledaags te noemen. Wat mij overigens ook stoorde aan de film was het einde waarbij, tijdens de aftiteling, wordt vermeld hoe het na de tweede wereldoorlog is gegaan met de hoofdpersonages.

Een film moet vertellen in beelden en niet in een tekst tijdens een aftiteling. Er worden al honderden jaren boeken gedrukt om te lézen hoe iets verloopt en nu las Ik tussen een paar namen van crew-members dat Louis Zamperini de Heer (God dus) enorm dankbaar was voor het overleven van de diverse jappenkampen.

Als door een wesp gestoken stoorde ik me enorm aan deze opmerking. Deze uitspraak gaf voor mij meteen aan hoe egoïstisch het geloof daadwerkelijk is. Hoe kun je een god dankbaar zijn iets te overleven waarvan duizenden, miljoenen zelfs -wanneer je de concentratiekampen van de nazi’s meerekent- de oorlog(skampen) niet overleefd hebben?

Hoe verklaar je zo’n uitspraak tegenover de nabestaanden van de slachtoffers die het einde van de tweede wereldoorlog veel te vroeg hebben moeten meemaken? Heeft die god dan alle andere slachtoffers, zoals een Sjouke Kuiper, de zeven jaar oudere broer van mijn moeder, in de steek gelaten?

Het is niet dat ik de heer Zamperini, die vorig jaar juli overleed, veroordeel, maar ik ben wel van mening dat men iedere uiting met betrekking tot een geloof voor zichzelf mag houden. Hiermee stoot je niemand voor het hoofd en ontstaat er wellicht een begin voor meer verdraagzaamheid. Of zie ik dat verkeerd?

Louis Zamperini

Soms lees je een nieuwbericht waarvan je denkt: waar gaat dit over? Zo overleed afgelopen zondagavond een passagier tijdens een vlucht van Aer Lingus van Lissabon naar Dublin, nadat hij zich agressief had gedragen tegen een medepassagier.

De man begon een andere passagier te bijten en raakte onwel toen hij door de bemanning werd overmeesterd. Door het incident werd het toestel gedwongen uit te wijken voor een tussenlanding in Cork. Volgens het bericht begon de passagier te bijten en werd daarna zeer gewelddadig. Toen de bemanning de man uiteindelijk onder bedwang had, raakte hij bewusteloos. Vlak voor de landing werd door een arts die aan boord was, geconstateerd dat de passagier was overleden.

De man reisde alleen, zijn identiteit is niet bekendgemaakt. Autopsie moet uitwijzen wat de precieze doodsoorzaak is geweest. De passagier die is gebeten, is naar het ziekenhuis gebracht voor onderzoek. Na de landing werd ook een Portugese vrouw aangehouden. Vanwege het bijt-incident werd alle bagage onderzocht, waarna er een nog onbekende substantie werd aangetroffen bij de Portugese vrouw. Bovenstaand bericht lijkt wel op een  heel slecht script voor een nieuwe zombiefilm. Raar.

Gisteren was de veertigste editie van de Amsterdam Marathon en voor mij de vijfde keer dat ik de halve marathon van Amsterdam heb gelopen.

Voor de supporters langs de weg werkte het weer niet optimaal mee: miezerige regenbuitjes vielen op hen neer, maar voor de hardlopers was dit heerlijk hardloopweer. Er stond niet te veel wind en de temperatuur lag niet te laag.

Afgelopen vrijdag, na het ophalen van mijn startnummer, bemerkte ik dat het parcourse van deze veertigste editie iets aangepast was. Na 6 kilometer werden we door Duivendrecht geleid, wat ik wel aardig vond, want hiermee leek het -voor mij- dat het allemaal sneller ging.

Onderweg hoorde ik via mijn hardloop-app van Nike dat ik ruim op schema liep. Iets te snel eigenlijk, maar ik liep lekker en had geen last van ongemakkelijke pijntjes. Alleen aan het einde van het parcours, in het Vondelpark, begonnen mijn voeten enigszins pijnlijk aan te voelen (net als ieder jaar eigenlijk).

Wanneer je uiteindelijk het Vondelpark verlaat is het nog maar een paar kilometer tot de finish, en ondanks de pijn in de voeten loop je toch gestaag door, door de wetenschap dat je bijna bij de finish bent én door de enthousiaste kreten van de supporters langs de kant.

Wanneer je dan uiteindelijk het Olympisch stadion inloopt om de laatste honderd meters af te leggen krijg je dat euforisch gevoel van enorm geluk, omdat je zojuist een geweldige prestatie hebt gedaan. Het maakt daarbij niet uit wat voor tijd je hebt gelopen. Ikzelf was dit jaar weer iets sneller dan voorgaande jaren, dus mijn blijdschap was terecht, wanneer ik mijn medaille kreeg omgehangen.