Sommige mensen worden rustig van een wandeling. Anderen vinden hun geluk in een goed boek of een avond op de bank. Ik hoef maar de eerste tonen van een lekker nummer te horen en er gebeurt iets. Mijn voeten weten vaak eerder wat ze moeten doen dan mijn hoofd.
Ik dans al zolang ik me kan herinneren. Eigenlijk is dansen voor mij een beetje als ademhalen. Het gaat vanzelf. Ik hoef er niet over na te denken en ik kan me eerlijk gezegd ook niet voorstellen hoe het zou zijn om zonder te leven. Zet muziek aan en mijn lichaam reageert. Al is het maar met een tikkende voet of een schouder die ongemerkt op de maat meebeweegt.
Als kind deed ik het al. Gewoon in de woonkamer, waar niemand zich druk maakte om techniek of perfecte passen. Ik bewoog omdat ik het heerlijk vond. Later kwam de dansles. Niet alleen voor de gezelligheid, maar ook serieus genoeg om uiteindelijk succesvol aan wedstrijddansen te doen. Natuurlijk was het leuk om goed te presteren, maar de prijzen waren uiteindelijk bijzaak. Waar ik echt gelukkig van werd, was het moment waarop muziek en beweging één werden. Dat gevoel dat alles klopt. Niets anders dan de volgende maat.
Madonna verwoordde het misschien nog wel het mooist: “Only when I’m dancing can I feel this free.” Toen ik die regel voor het eerst hoorde, dacht ik meteen: ja, dát is het. Dansen geeft me een gevoel van vrijheid dat moeilijk uit te leggen is. Je vergeet alles om je heen en bent volledig in het moment. Alsof de wereld heel even stilstaat, terwijl jij juist begint te bewegen.
Een van mijn mooiste herinneringen stamt uit 1979, tijdens het schoolreisje van groep 8 naar Friesland. Natuurlijk hoorde daar een discoavond bij. Op een gegeven moment klonk Go West van The Village People. Terwijl de meesten nog wat onwennig langs de kant stonden, ging ik helemaal los. Voor elk lid van de groep had ik wel een beweging bedacht, geïnspireerd op hun kostuum. Ze kwamen allemaal voorbij.
Het bleef niet onopgemerkt. Meisjes van andere scholen vroegen of ik met hen wilde dansen. De jongens uit mijn klas riepen dat ik het helemaal had gemaakt, of wat daar in 1979 ook de populaire uitdrukking voor was. Ik vond het prachtig, al wist niemand dat ik eigenlijk veel liever met de jongens had gedanst. Dat hield ik toen natuurlijk voor mezelf. Het waren andere tijden. Niet omdat ik me ervoor schaamde, maar omdat je zulke dingen simpelweg niet vertelde.
Ook nu dans ik nog graag. Misschien iets minder onbevangen dan vroeger. Niet omdat ik het minder leuk vind, maar omdat je je op een bepaalde leeftijd toch iets bewuster wordt van jezelf. Toch wint de muziek het uiteindelijk altijd. Zodra een goed nummer begint, verdwijnt die remming vanzelf. Dan ben ik weer even die jongen die zonder nadenken de dansvloer op stapt.
Dansen is voor mij nooit een manier geweest om indruk te maken. Het is een gevoel. Een manier om alles even los te laten. Geen werk, geen agenda, geen zorgen. Alleen muziek, beweging en een glimlach die vanzelf verschijnt. Net als hardlopen maakt dansen mij oprecht gelukkig. Het verschil is alleen dat ik al mijn hele leven dans. Hardlopen ontdekte ik pas veel later. Beide geven me hetzelfde gevoel van vrijheid, maar dansen was er als eerste. Misschien zit het daarom wel zo diep in mij.
Mijn lichaam zal ongetwijfeld slijten. Dat hoort bij het leven. Maar de wil om te dansen? Die slijt nooit. Die zit niet in mijn benen, maar ergens veel dieper. Zolang de muziek speelt, zal ik blijven dansen. Want sommige mensen worden gelukkig van stilte. Ik word gelukkig van beweging.














