Dray Bosma

"Je moet niet alles willen meemaken."

Ik kwam er van de week op het werk achter dat ik en de collega’s waarmee ik altijd lunch, naast onze werkgever nog een overeenkomst hebben. We blijken allen godloochenaars te zijn. Ik vind dat wel iets illusionistisch hebben. Het woord godloochenaar lijkt op goochelaar, terwijl de godloochenaar juist niets van de illusie wil weten. God bestaat niet en religie is een aanname. Daar zijn wij het over eens.

Het is nu niet zo dat we en ook meteen een atheĆÆstenclub willen oprichten dat zich fanatiek bezighoudt met het ontkennen van god. We hebben niet zo een behoefte om anderen te overtuigen van ons denkbeeld, zoals andere groeperingen of partijen anderen dat wel graag doen. We willen geen bevestiging vinden in het overtuigen van mensen over het bestaan van een platte aarde of van een oppermacht.

De collega’s en ik willen niet tegen heilige huisjes schoppen, maar we ontkennen het bestaan van God, Allah, Jahweh, Krishna en andere opperwezens, zoals Bacchus. Hoewel ik deze laatstgenoemde wel een warm hart toedraag. šŸ·
Het is ook niet zo dat we het grote aantal mensen die wel in geloven belachelijk maken. We denken dat het geloof best wel troost kan bieden. Voor diegene die het nodig hebben, om welke reden dat ook is.

Zo bracht collega Tom het pastafarisme aan de orde. Deze religieuze stroming, welke altijd kritisch is naar de huidige maatschappij en andere religies, maar deze altijd in de waarde laat, aanbidden het Vliegend Spaghettimonster. Het isĀ een religie die werd opgesteld om de onzinnigheid van religieus geĆÆnspireerd onderwijs aan te tonen. Hoewel de aanhangers zich met publicaties en symboliek als echte gelovigen presenteren, wordt het vaak als parodie op religie beschouwd. De volgers van dit geloof herken je door het dragen van een vergiet op het hoofd.

Ik had zelf al eens van het Vliegend Spaghettimonster en de vergietdragende aanhangers gehoord en het geeft ook heel goed aan waar -volgens mij- het geloof op is gebaseerd. Het zijn aangenomen hypotheses die door ontwijkende uitspraken en vage verklaringen worden bevestigd als de waarheid. We hebben geen religie nodig om een fatsoenlijk persoon te zijn. Wees je bewust van het verschil tussen goed en kwaad.Ā Neem je eigen verantwoordelijkheid en schuil niet achter de naam van een religie of een opperwezen. Blijf verantwoordelijk voor je eigen daden. Iets zelf realiseren of creĆ«ren, werkt beter dan bidden. Geloof dĆ”t maar.

Categorieƫn:Read

‘Hoe gaat het nu?’ vraagt een meisje in de trein aan haar reisgenoot. Ze is iets ouder dan 16 jaar. Blond haar, in een spijkerjack met veel kleurrijke patches erop genaaid. Ik denk dat het een nieuwe rage is, of een trend.
Ze kijkt hem aan en lacht: ‘Wat doe je als je met hem alleen bent? Kus je hem en hou je zijn hand vast?’
De jongen lacht stilletjes. Zijn glimlach is een bevestiging.
‘Wat vind je omgeving ervan?’ vraagt ze hem.

De jongen rolt heel even met zijn ogen en zucht: ‘Soms word ik moe van de opmerkingen over wie de man is en wie het vrouwtje. Het gekronkel om mijn geaardheid. Vinden ze mij ziek of zien ze het als een geintje van Moeder Natuur?’
‘Ik niet hoor,’ antwoord het meisje in spijkerjack.
De jongen knikt. ‘Ik hoef me niet te schamen. Ik ben naar God’s evenbeeld gecreĆ«erd. Maar mijn broer kan niet begrijpen dat ik van een man kan houden, en mijn vader denkt dat we zijn vervloekt.’

Het lijkt alsof hij een traan wegdrukt, maar hij glimlacht al snel naar zijn reisgenoot. Zij pakt zijn hand.
‘Het is precies hetzelfde, maar dan net andersom,’ zegt ze lieflijk. ‘Het is niet beter en ook niet erger. Het is gewoon hetzelfde.’

‘Maar wat kan ik zeggen en waar moet ik heen?’ vraagt hij zachtjes.
Ze haalt haar schouders op. ‘Wil je dat de wereld het weet of bouw je een gevangenis van je eigen angst. Wordt een kamikaze-nicht.’
‘Maar kan ik me beheersen,’ fluistert hij luid. ‘Moet ik mijn mond houden? Ik ben toch niet de enige gay?’

‘Je hoeft niet bang te zijn,’ sust ze hem.
‘Ik weet het,’ zucht hij. Ik ben naar God’s evenbeeld gecreĆ«erd en het is precies hetzelfde, maar dan andersom.’
‘Juist,’ bevestigd zij hem en pakt hem bij zijn beide armen. ‘Vind je hem leuk, hou je van hem?’ vraagt ze.
‘Hou ik van hem? Ja, ik hou van hem. De mensen hoeven niet te twijfelen aan mijn genegenheid. Mijn liefde is geen aandoening. Het is liefde in contradictie.’
‘Amen,’ zegt ze. Ze klopt met de vlakke hand op zijn bovenbeen en geeft hem vervolgens een kus op zijn wang. ‘

Categorieƫn:Read

Warm. Warmer. Week 30, 2019.
We zitten momenteel met zijn allen in Nederland middenin een hittegolf. Dat merken we niet alleen door de hoge, aanhoudende temperaturen of het smeltende asfalt, maar vooral ook door het geklaag over de enorme aanhoudende warmte herinnert ons aan de zomer. Het aanhoudende gejeremieer van de mensen over het warme weer kan ik persoonlijk minder goed verdragen dan de hitte zelf.

Gelukkig mag ik door-de-week naar mijn werk in Amsterdam, waar het op de werkvloer tot Ā± 15:00 uur lekker koel en fris is vertoeven. Aan het einde van de dag stap ik pas de warmte in. Op de fiets terug naar metrostation Henk Sneevliet is het wel lekker, maar wanneer ik op lijn 51 stap, richting Station Amsterdam-Zuid ervaar ik ook de warmte. Iedereen heeft een glimgezicht van het zweet en ik voel het zweet op mijn rug, en ben blij dat ik het kan. Anders lag ik in no-time voor dood op de metrovloer.

In de metro is alles warm. Zelfs het metalen interieur straalt warmte uit. Andere reizigers zitten verslagen en verhit voor zich uit kijken. Zelfs de mobieltjes worden amper bekeken, behalve om af en toe te zien hoe warm het precies is en dat door te geven. Mensen zijn gek. Er wordt een tussenstop gemaakt bij metrohalte Amstelveenseweg en een vrouw met droog strohaar stapt in en blijft zo’n 30 centimeter voor mij staan. Ik ervaar het als een schending van mijn aura.

Het droge haar van de vrouw, blijkt niet zo verdord. Bij de haargrens zie ik druppeltjes zweet langs haar gezicht en nek naar beneden gaan. Ze zucht, steunt en kreunt. Alsof het aanstellerig gedrag enige verkoeling geeft. Ik betwijfel het. De metrowagon komt aan op station Amsterdam-Zuid en de mensen verdringen zich bij de deuren. Nog meer ervaar ik mijn aura als gemolesteerd. Zeker wanneer een hele grote meneer naast mij komt staan. De geur die hij met zich meeneemt is indringender dan de temperaturen in de stad.

We redden het de adem in te houden tot de metrodeuren opengaan, en wanneer we naar buiten stappen, ademen we warme lucht in. Ik ervaar het als een nieuwe belevenis. Ik krijg geen frisse lucht, maar alleen warme zuurstof in mijn longen. Toch zijn er mensen die zelfs in deze warmte de trein moeten halen en als een halvegare naar de poortjes rennen om vervolgens de aansluitende trein net niet te halen. Daar sta je dan zwaar te transpireren op het perron, te wachten op de volgende trein. Mensen zijn gek, en ik denk: ik doe het rustig aan. Daarom zweet ik een pietsie minder dan die anderen.

Categorieƫn:Read

Ik zit op een houten plateau op het stationsplein in Almere te wachten en van het mooie weer te genieten. Schuin tegenover de Primark (of de Praaimark als ik ervaringsdeskundigen moet geloven) en de ijssalon op de hoek. Het is druk in het centrum. Veel mensen zitten naast, en rondom mij op het plateau, en op de terrassen zit men te genieten van hun drankje en het gezelschap.

Twee meiden, of eigenlijk vrouwen, want ze zijn de leeftijd van ‘het meisje zijn’ net ontgroeid, komen van de ijssalon naar het bankje lopen. Druk likkend aan hun verkoelende traktatie drukken ze hun achterwerken in de krappe opening tussen mij en de andere bankzitters. Ik schuif mijn billen iets naar rechts. De volle papierentassen van de Primark klemmen ze vast tussen de benen.

‘He he,’ zucht de vrouw naast mij. ‘Even zitten hoor. Ze draagt een sierlijke paardenstaart achter op haar hoofd en heeft haar voeten in slippers met een pluizig bontje gestoken. De nagels van haar tenen zijn felroze gelakt.
‘Nou, echt wel. Even zitten,’ verzucht de ander. Ze heeft kort blond haar en draagt een zwart zomerjurkje met knalrode gympen aan de voeten.
De vrouw met de pluchen slippers likt nog even wat gesmolten ijs van haar hoorntje. ‘Wat was dat voor een mens daarnet bij de kassa?’
De vrouw in het jurkje rolt met haar ogen. Ik kan niet zien dat ze het doet, maar ik hoor aan haar zucht dat ze met haar ogen rolt.
‘Nou, dat was echt een heel dom wijf. Niet de slimste.’

Ze zijn even stil. Ze laten even de gedachten bezinken, denk ik. Verder likken zij vurig aan de ijsjes. Het smakkend geluid doet me denken aan mijn kat thuis. Die kan ook heel fanatiek likken bij het wassen van zichzelf.
De vrouw met de slippers gaat rechtop zitten en schudt even het hoofd los, waarbij haar paardenstaartje mooie zwaaibewegingen maakt.
‘Kijk,’ zegt ze. ‘Je hoeft van mij niet mega-slim te zijn om in een winkel te werken. Ik heb ook geen hoog IQ, maar mijn EQ.. Die is prima. Mijn emotie kwasjent ligt best wel hoog.’
Dit bevestigt ze door haar hoofd enthousiast te knikken. De paardenstaart zwaait weer.
‘Het is emotioneel quotiĆ«nt,’ zegt de vriendin in het jurkje.

Ik kijk van mijn mobieltje op. De vrouw in slippers kijkt haar vriendin met een schuin hoofd aan.
‘Ja, dat bedoel ik. Emotioneel kwasjent,’ zegt ze.
‘QuotiĆ«nt,’ zegt de ander rustig.
‘Ja-ha,’ lacht ze. ‘Dat bedoel ik. Mijn EQ, zeg maar.’
De vrouw in het jurkje kijkt haar vriendin in slippers recht in het gezicht en vraagt: ‘Wist je dat mensen met een laag IQ altijd lopen te pochen dat ze een hoog EQ hebben? Komisch toch?’
De vrouw lacht hardop en roept: ‘Ja, inderdaad!’
Haar lach verdwijnt langzaam en ik hoor bij wijze van spreken de radertjes in haar hoofd draaien.
‘Ha ha. Nee! Wacht eens even,’ stelt ze. ‘Nee, dat bedoel ik dus niet.’De vrouw in het jurkje neemt een hap uit haar ijshoorntje. Ze knipoogt en glimlacht naar haar vriendin.

Categorieƫn:Read

Afgelopen woensdag is mijn zus GrĆ© overleden. 14 weken nadat haar geliefde man Hans is overleden, is ze nu weer met hem herenigd.Ā 

Donderdagochtend.
Ik zit in de trein naar Den Helder, onderweg naar mijn moeder. Gistermiddag hebben we haar moeten vertellen dat haar oudste dochter is overleden. Ondanks de lange levenservaring, is het verdriet wat een moeder mag verwerken soms ondraaglijk. In de trein is het rustig en onderweg naar het Noorden schieten mij meer de herinneringen aan vroeger, dan het Noord-Hollandse landschap aan mij voorbij. In bijna al die herinneringen is mijn zus aanwezig.

Bij mijn moeder thuis aangekomen is zij nog emotioneel van het bericht dat haar de vorige middag is gebracht. Ik kan het me ook niet anders voorstellen. Ze zegt dat ze het bijna niet kan bevatten. ‘Vorige week zat ze hier nog tegenover me aan tafel,’ zegt ze bijna ieder half uur tegen me. Mijn moeder is 88 jaar en af en toe vergeetachtig, maar het bericht heeft haar ontdaan. Ze ziet op tegen de uitvaart, die aanstaande maandag plaatsvindt. Ik weet wat ze bedoelt, ik ben het met haar eens.

Donderdagmiddag.
Een klasgenootje van de basisschool, Brigitte, komt mijn moeder eten brengen. Zij en ik hebben elkaar bijna 40 jaar niet gesproken. Herinneringen zijn weer aan de orde. Nadat zij is weggegaan, leen ik de fiets van mijn neef Dennis en ga voor een klein rondje over de dijk. Ik heb behoefte aan de frisse, zilte zeelucht. Het weer werkt niet mee, het is druilerig regenachtig. Alsof de wereld er vandaag ook even geen zin in heeft. Ik rij door mijn oude straat en naar de woning waar ik met Edo in 1994 ging samenwonen.

Vandaag geniet ik van de nostalgische momenten. Deze middag mag het. Nadat ik bijna de gehele dijk rond Den Helder heb afgefietst rij ik bij bij de Donkere Duinen weer een woonwijk in. Ik had al lichtelijk besloten een laatste keer mijn zus te bezoeken en ik twijfel even wanneer ik het drukke parkeerterrein bij het uitvaartcentrum zie. Ik ben in korte broek en loop op mijn oude hardloopschoenen, maar ik denk: bekijk het maar, en parkeer de fiets. Even later loop ik met de medewerkster van het Oleahof mee naar de kamer waar GrƩ ligt.

Mijn zus ligt er vredig bij. We houden een kort praatje. Vanzelfsprekend zegt ze niets terug. In mijn hoofd wel, overigens. Ik vertel haar dat van veel van mijn eerste herinneringen zij vaak onderdeel was, en ik dank haar voor een laatste keer voor alles dat ze mij heeft geleerd. Vooral ook voor dat ze mij lang geleden op de trap van ons ouderlijk huis mij mijn veters heeft leren strikken. En dat is toch wel iets waarvan ik tot op de dag van vandaag nog iets aan heb.

Maandagochtend is het allerlaatste afscheid van mijn zus, maar deze donderdag is een persoonlijke afscheid tussen ons tweeƫn. Wanneer ik na een laatste groet even later weer naar buiten stap en naar de fiets loop, schijnt vandaag voor het eerst de zon. Het verzacht voor heel even mijn verdriet.

img_5733

Categorieƫn:Read

De afgelopen tijd leek het bij ons thuis wel een distributiecentrum. Of een expeditie-ruimte. Ik weet niet precies hoe je het noemt wanneer er constant iets aan de deur wordt geleverd. In ieder geval werden we deze dagen bijna goede kennissen met de bezorgers van Post.nl.

De reden hiervoor is dat in onze jarenlange huishouding, na een flinke periode de diverse apparaten de figuurlijke geest gaven. Zo hield de weegschaal ons vorige week constant voor de gek door ons te melden dat we iets meer dan 10 kilo zwaarder wogen dan normaal. Nu begrijp ik dat je in de vrije zomerweken iets meer kan wegen. Doordat je het niet zo nauw neemt met het aantal calorieƫn, maar zoveel kilo zwaarder, van de een op andere dag is wel heel veel. Tijd om de oude leugenaar richting de vuilcontainer te verhuizen en in te wisselen voor een nieuwe, eerlijke weegschaal. Hoewel het nieuwe exemplaar ook niet helemaal eerlijk is. Maar dat kan ook aan mijn eigen ontkenning liggen.

Naast de personenweegschaal raakte ook ons strijkijzer vermoeid. Het apparaat was niet echt heet meer te krijgen. Het wegstrijken van de ongewenste plooien en kreukels uit de kleding kostte wel heel veel tijd, daarnaast was de strijkplank ook niet meer zo fris, en ook van het formaat dat er niet zo maar een nieuwe bekleding overheen getrokken kon worden, dus ook hiervoor moest vervanging komen. Nu hebben we inmiddels een nieuwe plank ontvangen en een stoomstrijkijzer. Zoā€™n strijkexemplaar met een waterreservoir, die blĆ­jft stomen. Ik weet nu nog niet of ik dat zo prettig vind, maar dat weet ik wel op het moment wanneer het vel van mijn arm wordt afgestoomd. Maar dat zal wel meevallen, want zo onhandig stel ik mezelf niet voor.

Hoewel ik blij ben met de nieuwe aanschaf, kijk ik een beetje angstvallig om mij heen naar de andere apparaten die al aanwezig zijn sinds de intrek van ons huis in maart 2002. De vaatwasser hebben we eerder dit jaar mogen inruilen voor een nieuw exemplaar welke wel een programma afwerkt en de vaat droogt. De koelkast in de keuken houdt zich voorlopig nog wel koel, daar maak ik me niet druk over. Het fornuis toont wel een paar ouderdomseigenaardigheden, maar zolang het eten nog warm genoeg wordt blijven deze apparaten in gebruik. Daarnaast hebben we nog altijd thuisbezorgd-punt-nl.

Categorieƫn:Read

Alleen thuis, aan het eind van de ochtend, had ik twee eieren voor mezelf geroerd. ‘Dat zal me een zorg wezen,’ zegt u nu. Maar geduld, want bij het lezen van De Da Vinci Code moet u ook eerst door half Europa reizen om te weten wat het wachtwoord is om de cryptex van Robert Langdon te kunnen openen. Ik had twee eieren geroerd en zou ze net gaan opeten, toen de telefoon ging.
Nadat ik ‘hallo’ had geroepen, vroeg een damesstem: ‘Met wie spreek ik eigenlijk?’
Veel mensen doen dat. Ze vallen telefonisch midden in je roereieren, en vertellen hun naam niet, maar vragen wel op hoge toon wie jij eigenlijk bent. Een beetje knorrig zei ik hoe ik heette en vroeg: ‘En wie is u dan?
‘Ja,’ vervolgde ze,’ die mevrouw Monique, die naast jou om de hoek woont, die grote blonde, jij weet wel, die is niet thuis.’ Ze zei het op een manier of ik het mens op straat had gezet.
‘Nou- en?’ vroeg ik.
‘Ik heb een boodschap voor d’r.’
‘Dan moet je haar opbellen,’ zei ik.
‘Dat kan niet, want ik vlieg vanmiddag voor de zomer naar Kreta,’ antwoordde ze triomfantelijk.
Uit de verte zag ik mijn bordje met roereieren en dacht: wat kan mij nou schelen dat een wilde-vreemde naar Kopenhagen gaat? Ik bedwong de spontane neiging deze verbinding te verbreken en vroeg: ‘Wat moet ik dan?
‘Vanavond even de boodschap aan haar overbrengen. Zeg maar van Ans.’ Het kraakte ergens in de slagaderen van het telefoonwezen. Later sprak de stem: ‘Hallo … is u daar nog? Mevrouw Blaaswinkel geeft niet thuis, ziet u, en ik vlieg vanmiddag nog voor de zomer naar Kreta, dus ik zou u willen vragen of u een boodsch… ‘
‘Ja-haaa,’ brulde ik.
‘Ah! Nu kan ik u weer goed verstaan,’ zei ze. ‘Ik ben naaister, weet u, en ik help haar met een jurkje die ze aan het maken is en die ze deze zomer aan wil. Als u nu alleen maar aan haar wil zeggen dat ze de bustenaad moet inknippen tot aan het afgetekende spietje.’
‘Versta ik: afgetekend spietje?’ vroeg ik.
‘Ja, dat is goed. Spietje. Maar weet u wat het is? ze kan ook gerust ruimte nemen. Laat mevrouw dat maar naar eigen smaak doen. Het is trouwens erg gemakkelijk voor haar, want ik heb het de laatste keer nog opgespeld en doorgeraderd. Als ze alleen het heupstukje maar een halve plooidiepte geeft en de onderkant goed bijtrekt, dan kan er niets gebeuren. De kloklijn heb ik namelijk zelf al voor haar gedaan, ziet u?’
En na een lichte aarzeling: ‘Uw vrouw is zeker niet thuis.’
‘Nee.’
Ik pretendeer niet dat ik het verhaal van de naaister zorgvuldig heb weergegeven. Ik heb wel eens vergaderingen en meetings genotuleerd, en ik kan best wel het een en ander goed onthouden, maar dit verhaal was voor mij niet echt samenhangend.
‘En zegt u dan ook nog even tegen de buurvrouw dat ze er vooral een tegenbelegje van vier centimeter aanknipt is, want dat wordt zo makkelijk over’ t hoofd gezien.’
‘Ik zal het doen,’ beloofde ik.
‘Dag meneer.’
‘Goede reis,’ heb ik nog geroepen.
Tegen buurvrouw Monique heb ik ‘s-avond gemeld dat de naaister heeft gebeld met de mededeling of ze zelf de jurk wilt afmaken.
‘Ik zal dit doen,’ zei de buurvrouw.
Nu hoop ik wel dat ze straks het tegenbelegje niet vergeet.


vrij bewerkt naar een Kronkel van Simon Carmiggelt.

Het is de zondag van de tiende editie van de Almere City Run. Bij deze jubileum-editie heeft organisatiebureau Golazo het organisatiestokje van Global Sports Communication en 20Knots overgenomen, en zoals het altijd gaat worden er enkele zaken aangepast. Zo is er dit jaar gekozen voor andere afstanden en is het parcours aangepast. Voor mij is het deze zondag de negende keer dat ik meedoe aan de Almere City Run.

In het eerste jaar dat de Almere City Run werd georganiseerd was ik nog geen liefhebber van het hardlopen. Ik was liever lui dan moe en ik vond hardlopers een stelletje uitslovers. Op de vlucht voor goede smaak. Gezien de fluorescerend-gekleurde hardloopkleding die ze altijd lijken te dragen. Daar denk ik nu, na zoveel jaar, anders over. Deze zondagmiddag sta ik zelf in een schreeuwerig, neon-groen hardloopshirt in het startvak te wachten op het startschot.

Ik ben deze middag vol goede moed over de nieuwe organisatie. Ik ben niet zo snel bang voor verandering en een rondje om het Weerwater vind ik typisch Almeers. Ik maak me meer zorgen om de afstand van 10 kilometer die ik moet afleggen. De afgelopen maanden heb ik alleen maar korte afstanden gelopen en hierdoor heb ik twijfels over het constante hardlopen gedurende de 10 kilometer. Ga ik het vandaag redden zonder wandelmomenten in te voeren?

De eerste kilometers gaan lekker. Het is wel altijd even wennen bij een hardloopwedstrijd. De andere hardlopers hebben een net iets afwijkend hardlooptempo en daarbij lijkt het alsof er vanmiddag ook mensen meedoen die voor het eerst hardlopen. Ongecontroleerd lopen ze snel en langzaam, links en rechts door de groep. Het nieuwe recreatiepad in het LumiĆØrepark is gelukkig breed genoeg voor een grote groep hardlopende mensen, waardoor het leed voor iedereen iets minder is.

Op het Starleypad, ter hoogte van het oude kasteel krijg ik het heel even moeilijk. Door een combinatie van het benauwde weer en een misplaatste moeheid overweeg ik om te gaan wandelen. Ik weet dat als ik hieraan toegeef, ik de rest van het parcours om de kilometer een wandelpauze in zal lassen. Lichaam en geest doen samen rare dingen. Ik weet dat als ik voorbij de Bosbrug in Haven ben, ik halverwege ben. Deze gedachte geeft me voldoende kracht om door te lopen en ik loop door richting de A6.

Op het Sturmeypad loop ik voorbij de laatste verzorgingspost. Er mag vanaf daar 3Ā½ kilometer gelopen worden en dit gaat me ook zonder een beker water lukken. Ineens lijken de natuurgoden mij goedgezind, want uit de donkere bewolking vallen er dikke druppels naar beneden. Het verfrissend buitje geeft mij en de andere renners voldoende energie om door te lopen. Ons enthousiasme wordt van boven beantwoord met nog meer regen. Een stortbui, waarvan de douchekop thuis verlegen zal worden, doorweekt iedereen tot op het ondergoed en tot in de sokken.

Soppend in mijn schoenen loop ik door naar het Fontanapad. Mijn kleding zit door de hoosbui strak op het lichaam, waardoor de laatste kilometer over de Oeverpromenade een nieuwe uitdaging is. Het loopt niet fijn wanneer natte kleding strak over het lichaam valt. Maar wanneer ik uiteindelijk de spanbrug op de Hengelostraat in zicht krijg, weet ik dat de finish nu heel dichtbij was.

Met dat beetje energie dat wij nog hebben, lopen we over de Koetsierbaan naar de Esplanade. Hier volgt een laatste uitdaging. We lopen wel heel steil naar beneden, richting het KAF, waar we net voordat we het pand lijken te raken, strak naar links afslaan om naar de finishlijn lopen. Met een opgelucht en blij gevoel krijg ik even later mijn medaille omgehangen. Het is me gelukt, en wanneer ik om me heen kijk zie ik meerdere blije gezichten.

img_4368

Zo’n 40 jaar geleden, toen ik nog in Den Helder bij mijn ouders thuis woonde, was ik altijd gefascineerd door verhalen die ons eventueel in de toekomst stonden te wachten. Ik kan me nog een verhaal dat we op de basisschool van een leraar kregen te horen, herinneren, dat we in de toekomst niet meer met geld gingen betalen, maar met plastic pasjes. Dit heeft zich inmiddels vertaald naar het pinnen aan de kassa. Dat het zo zou gaan kon ik toen nog niet weten, maar het idee dat het anders zou gaan vond ik toen reuze interessant. Nu is het alledaags.

Zo werd in 1982 door middel van een klein artikel in een weekblad de compact disc in mijn leven geĆÆntroduceerd, die dat jaar op de markt werd gebracht. In het artikel werd wel even gesuggereerd dat de cd de vinyl platen zouden verjagen. Dat idee leek me zeer onwaarschijnlijk. Tegenwoordig luister ik naar mijn muziek via wifi. Met mijn mobiele telefoon kan ik via de draadloze speakers overal in huis naar muziek luisteren. OkĆ©, mijn liefde voor de oude platen is nooit echt weggegaan. Wanneer ik muziek aanschaf zijn het vinyl langspeelplaten.

Volgende maand is het 50 jaar geleden dat de mens de eerste stap op de maan zette. Deze vlucht van Apollo 11 deed men met behulp van de Apollo Guidance Computer (AGC). In vergelijking met mijn mobiele telefoon, heeft mijn iPhoneX zo’n 750.000 meer RAM-geheugen en heeft het 4 miljoen meer opslagruimte. Daarbij woog de ACG net zoveel als 217 iPhones bij elkaar. Waarom we inmiddels nog niet op meerdere en verdere planeten zijn geweest, is mij een raadsel. Je moet niet overal een antwoord op willen weten.

En zo gaat het door. De toekomst wacht op niemand. De compact disc uit de toekomst van de jaren 80, is inmiddels ingehaald door de mp3, die inmiddels alweer een tijdje is verdrongen door het digitaal streamen van muziek. Het zelfde geldt overigens ook voor de videobanden en dvd’s. We streamen vandaag de dag alles vloeiend via wifi naar onze afspelers. Daarnaast leerde ik een paar dagen geleden voor het eerst te betalen via gezichtsherkenning op mijn mobiele telefoon.

Er is al een tijdje een mobiele betalingsdienst ontworpen door Apple (ļ£æ) waarmee gebruikers in Nederland kunnen betalen met o.a. hun iPhone, dat gekoppeld is aan een rekeningnummer van de ING. Apple Pay, zoals deze dienst heet, vereist geen speciale betaalautomaten, maar werkt op alle bestaande betaalterminals die contactloos betalen ondersteunen. Deze week was dit nog hartstikke opwindende en nieuw voor mij, maar ik durf te wedden dat ik over anderhalve week de toekomst ben ingestapt en ik niet meer anders wil.

Categorieƫn:Read

Al jaren jeremieer ik er over. Over de activiteit die in Nederland uitsterft. Het betreft een passieve activiteit, waarvoor niemand moeite voor hoeft te doen, en toch kost het ons te veel moeite om te doen. Ik heb het over wachten. Het wachten is in Nederland (en de rest van de westerse wereld?) iets van vroeger. Waar vroeger nog speciaal vertrekken werden gecreĆ«erd voor het wachten, kan men tegenwoordigĀ onlineĀ een afspraak maken zodat er bij de huisartsenpost of het gemeentehuis niet meer in een wachtkamer gezeten hoeft te worden. Meteen doorlopen naar de behandelend arts of de baliemedewerker (m/v) van burgerzaken. Snel en makkelijk.

We willen niet meer wachten en ik zie dat het overal gebeurt. Het niet wachten. Automobilisten die bij het afslaan de voetgangers opĀ het zebrapad omver rijden. Laatst reed ik op de fiets, waarbij ikzelf op een kruising van rechts kwam en ik reed op een voorrangsweg. In principe had ik dus tot twee keer toe voorrang. Een vrouw, ouder dan ik, dus van over-gemiddelde leeftijd, stak toch vlak voor mijn voorwiel snel fietsend over. Ze wist dat ze fout was, maar had blijkbaar geen zin om te wachten. Ze keek me heel even pardonnerend aan, maar trapte toch stevig door. Bitch.

Het is niet meer bij te houden hoe vaak ik aan de kant ben gesprongen voor voetgangers en fietsers die mij niet willen zien. Gewoon omdat men het geduld niet meer heeft om even te wachten. Alles moet snel. Wanneer ik met het openbaar vervoer reis, kan ik bijna de trein of de metro niet uitkomen, omdat andere reiziger mij bijna omver lopen, die niet kunnen wachten om een zitplaats te bemachtigen. Het is ook niet wonderlijk dat hierdoor het openbaar vervoer steeds vaker met vertragingen te maken heeft, en een vertraging, daar heeft iedereen een hekel aan, want dan moet je weer langer wachten..

Toch is er bij mij nog de hoop dat er binnenkort iemand niet meer gehaast door het leven wil gaan en daarmee ook andere mensen het inzicht geeft dat het helemaal niet erg is om te wachten. Misschien dat het binnenkort een hype of een trend wordt om zo lang mogelijk geduldig te zijn. Hoe zal de wereld er dan uitzien? Iedereen is dan heel relaxt en gaat gemoedelijk met elkaar om? Ik kan haast niet wachten!

Categorieƫn:Read

Iedereen kent wel een persoon die de mooiste en sterkste verhalen kan vertellen. Zo had ik vroeger een buurman die schitterend en in detail je dingen kon doen laten geloven. Of deze verhalen waar waren, daar moest je dan zelf maar achter zien te komen. Het verhaal over zijn oudtante Boukje staat me nog wel helder bij. De ouders van oudtante Boukje hadden vroeger een kroeg in Den Helder. Als kind moest ze ā€˜s-ochtends niet alleen ontbijt voor haarzelf, maar ook die van haar vader en moeder maken.

Wanneer haar ouders nog in bed lagen, bij te komen van een nacht zwaar kroegwerk, moest Boukje een paar eieren voor hen klutsen. ā€˜Doe er maar een flinke scheut uit dat vaatje in,ā€™ had haar vader de eerste keer gezegd. En dat deed ze. Dat er cognac in het vaatje zat, had Boukje pas later begrepen. Omdat vader en moeder het lekker vonden deed Boukje ook een scheut uit het vaatje bij haar eigen eitjes. Oudtante verklaarde later: ā€˜Ik was acht jaar oud en ik kwam elke ochtend dronken in de klas.’ Hierbij keek ze iedereen die het lachende aanhoorde ernstig aan en voegde eraan toe: ā€˜En dat is niet om te lachen.ā€™

Tante Boukje leefde altijd samen met een oude en eenzame man die ze in haar cafĆ© leerde kennen. Het was telkens een andere vent, want ze liepen op hun laatste benen en bewaarden hun laatste adem voor tante Boukje. Daardoor kreeg Boukje een zekere routine in het verkeer met de dood. Ze sprak erover met een soort galgenhumor.Ā Toen oom Gerrit bij het ontwaken geen teken van leven meer gaf, had ze de buurman erbij gehaald. Deze hield een zakspiegeltje voor de mond van de oude man en stelde, toen het spiegeltje niet besloeg, vast dat hij gestorven was. Tante Boukje vertelde het ā€˜s-middags in het cafĆ©.

De Kastelein, die de omvang van oom Gerrits dagelijkse consumptie kende, zei: ā€˜Nog goed dat-ie er een spiegeltje en geen lucifer had bijgehouden, anders was ie uit mekaar geknald.ā€™ Dat was de treurzang voor oom Gerrit. Tante Boukje lachte een beetje afwezig mee. Ze heeft na oom Gerrit nog twee oude mannen versleten. Haar laatste jaar was ze alleen. Na een ziekbed van een kleine maand, waarin ze geen woord meer heeft gesproken, stierf ze. De hemel zal zonder enige twijfel vriendelijk voor haar zijn.

Het is de zondagochtend na het Eurovisie Songfestival, waarbij Duncan Laurence na 44 jaar voor een Nederlandse overwinning heeft gezorgd. Het is deze ochtend mooi weer en ik wandel een rondje door het Hanny Schaftpark. Ik loop hier graag. Ook wanneer ik na een rondje hardlopen de benodigde kilometers achter me heb gelaten wandel ik in dit stadspark graag mijn cooling downĀ uit.

Het is rustig in het stadspark. Mijn wandeling begint bij de hondenspeelplaats waar de honden vrij kunnen spelen en kinderen niet welkom zijn. Niet dat er vaak gespeeld wordt, want het gras staat er te hoog om er vrij rond te rennen. Tijdens mijn rondje door het park wandelen verschillende honden en hun eigenaren mij in een rustig tempo voorbij en wordt er vriendelijke gegroet. Een enkele hond begroet mij soms te enthousiast. De hondenbaasjes daarentegen doen dan of ze mij niet zien.

Ik vind dat niet erg. Honden zijn nu eenmaal enthousiast en het weer werkt deze zondagochtend zeker mee aan mijn goede humeur. Ik geniet van al het groen dat in de laatste weken explosief is gegroeid en van de voorjaarsgeur. Vrolijk wordt ik van de honderden aanwezige paardenbloemen met de pluizige, grijze afrokapsels, die eerdaags door de wind weer tot kale bloemenstengels geblazen te worden. Eigenlijk is het heel simpel om te genieten van het leven.

Ik loop stil neuriĆ«nd verder en wanneer ik bij het Bos der Onverzettelijken aankom, valt mij een mevrouw op. Ze loopt voor mij op op de nieuw aangelegde paden.Ā Het is niet de kleding dat mijn aandacht trekt, maar haar manier van lopen. Met grote stappen en met gebogen knieĆ«n loopt ze stevig door, waarbij haar voeten bij iedere stap naar buiten staan. Ze zwaait hierbij met haar armen, waarbij haar handen met de vingers gespreid langs haar lichaam zwaaien.

Haar manier van lopen is niet echt bijzonder, maar gewoon anders. Voor een kort moment doe ik het loopje na, maar ik voel me er niet fijn bij. Het loopt gewoon raar en ik ben een beetje bang betrapt te worden om haar zo na te doen. Er lopen tenslotte meerdere mensen door het nieuw aangelegde stadspark. Ik loop langs het Herdenkingsveld, en bewonder een beetje trots de Anne Frank-boom. Een zaailing, of een stek, van de boom uit de achtertuin van het Achterhuis. Het staat toch maar mooi in deze stad die ver na de oorlog is opgebouwd.

Nadat ik het Herdenkingsveld heb verlaten, komt er een hond bij het Humberpad enthousiast naar mij toelopen. Het dier is aanstekelijk vrolijk en ik doe vrolijk terug. Tot hij fel wordt teruggefloten. De hond rent geschrokken naar het baasje en ik schrik wanneer ik het baasje zie. De vrouw staat er met kromme benen en met de voeten iets uit elkaar. Als ik langs haar loop vallen mij de gespreide vingers op. Ze begroet me kortaf, en ik durf haar bijna niet aan te kijken. Ik groet haar terug en loop snel door. Zou ze dan toch gezien hebben dat ik een loopje met haar wandeling nam…

Eerder gepubliceerd op Ons Almere.

%d bloggers liken dit: