Vanmorgen, onderweg naar station Almere Centrum, werd ik er op nogal onaangename wijze aan herinnerd dat de zomer inmiddels écht achter ons ligt. Het was koud. Niet een beetje fris, maar zo’n temperatuur waarbij je je afvraagt waarom je überhaupt je warme bed hebt verlaten. Terwijl ik stevig doorliep richting het station, besefte ik dat we weer aan die tijd van het jaar zijn begonnen waarin je ’s morgens eerst moet controleren of je neus nog aan je gezicht vastzit.
Afgelopen weekend vertelde ik mijn nicht uit Cambodja nog dat ik hier dan wel geboren en getogen ben, maar absoluut niet gemaakt ben voor deze temperaturen. Je zou denken dat bijna zestig jaar ervaring met het Nederlandse klimaat enige vorm van gewenning oplevert. Vergeet het maar. Mijn lichaam blijft hardnekkig verlangen naar temperaturen waarbij een korte broek, een T-shirt en slippers voldoende zijn om de dag door te komen. Het liefst zonder voortdurend de weersverwachting te hoeven raadplegen om te bepalen hoeveel lagen kleding noodzakelijk zijn om levend buiten te komen.
Begrijp me niet verkeerd, ik kan de afwisseling van de seizoenen best waarderen. Sterker nog, ik vind het een van de aardige eigenschappen van Nederland. De lente waarin alles weer tot leven komt, de zomer met zijn lange dagen en aangename avonden, de herfst met prachtig verkleurende bomen en zelfs de winter heeft zo zijn charme. Vooral wanneer ik er vanuit een verwarmde woonkamer naar kan kijken.
Want die donkere avonden hebben natuurlijk ook iets gezelligs. De open haard aan, wat kaarsjes op tafel en lekker thuis zitten terwijl het buiten waait en regent. Een goed boek erbij, misschien wat muziek op de achtergrond. Niets mis mee. Ik kan daar werkelijk van genieten. Het heeft iets behaaglijks, dat gevoel dat je nergens meer naartoe hoeft en de wereld buiten het verder zelf maar moet uitzoeken.
Alleen is mijn enthousiasme voor die gezelligheid nogal beperkt houdbaar. In oktober vind ik het knus, in november hoort het er gewoon bij en in december mag het allemaal nog een tikje uitbundiger. Kerstverlichting, kaarsjes, de hele mikmak. Maar zodra de kerstboom is opgeruimd en het nieuwe jaar zich aandient, ben ik er eigenlijk wel klaar mee. Dan heeft de winter wat mij betreft zijn kansen gehad en mag hij vriendelijk doch dringend vertrekken.
Helaas trekt het Nederlandse klimaat zich bijzonder weinig aan van mijn persoonlijke voorkeuren. Januari en februari moeten dan nog beginnen en soms besluit maart ook nog even een winterse duit in het zakje te doen. Alsof drie maanden donkere gezelligheid niet voldoende zijn geweest. Ik vind dat persoonlijk nogal opdringerig van een seizoen.
En toch zou ik niet zomaar willen verhuizen naar een land waar het twaalf maanden per jaar zomer is. Misschien heb ik die afwisseling wel nodig om de warmte extra te kunnen waarderen. Bovendien smaakt de eerste koffie op een zonnig terras in het voorjaar toch net iets lekkerder wanneer je maandenlang met koude handen hebt rondgelopen.
Maar zover is het voorlopig nog niet. Vanmorgen was het gewoon koud in Almere en moest ik constateren dat mijn korte broeken en slippers voorlopig vooral een herinnering aan betere temperaturen zijn.
We moeten er dus weer even doorheen. De herfst, de winter en al die koude ochtenden waarop het warme bed een stuk aantrekkelijker is dan het station.
Ach, nog een maand of vijf.
Ik krijg het er nu al koud van.














