Zwembroek

Vrijdag was het mijn laatste vakantiedag. Ik had besloten om al vroeg te gaan hardlopen, aangezien het om 7 uur in de ochtend al 21 graden was. Ondanks een lichte blessure heb ik een rondje van 10 kilometer gelopen. Verder had ik in de planning staan om deze dag naar het Almere-strand te gaan. De beste verkoeling is afkoeling op, of nabij het water.

Het Almere-strand vind ik persoonlijk geen echt strand, je ligt op de oever van een meer. Niets lijkt op het zandstrand aan zee, maar bij gebrek aan beter is dit een goed alternatief. Ik zat even na 10 uur al op de fiets, maar halverwege mijn rit naar het strand bedacht ik dat ik mijn zonnebrandcrème was vergeten mee te nemen, en zo ook mijn zwembroek.

De zonnebrandcrème kon ik nog snel bij een supermarkt aanschaffen. € 4,50 voor 50 milliliter. Het is dat je niet zonder uv-bescherming in het zonnetje kan zitten, en het aankoopbedrag stelt eigenlijk niets voor in vergelijking met de huidziektes die je ermee kunt voorkomen, maar het is niet goedkoop.

Met de nieuwe minitube op zak ging ik verder op de fiets naar mijn bestemming. Eenmaal op het strandje ben ik een paar honderd meter doorgelopen, naar het gedeelte waar je zonder badkleding, in je blootje mag recreëren. Geen zwembroek is geen zwembroek, en ik ga alleen naar het strand om er op een handdoek te liggen. Niet om te volleyballen.

Het werd de tube zonnebrandcrème uitknijpen, liggen en genieten. Aangezien ik het ‘die hard’ zonnebaden al lang niet meer als prettig ervaar, ben ik voor een paar uurtjes onder een schaduwrijke boom gaan liggen. Argeloos heb ik de recreatieve wandelaars en andere nieuwsgierigen maar genegeerd.

 

Krassen

Toen het van de week de gehele dag zo druilerig regende ben ik naar de bibliotheek in het centrum van Almere gegaan. In het leescafé is het goed vertoeven, helemaal wanneer het buiten regent en je binnen wordt omgeven door boeken, tijdschriften en ander allerlei leesvoer. Echter een andere cafébezoekster, een tafeltje verder, zat er niet zo op haar gemak.

‘Ik ben zo toe aan iets sterkers dan een cappuccino,’ zei ze al roerend in haar koffiekopje. Ik keek vanuit een tijdschrift rond om te zien tegen wie ze het had. Er zat verder niemand in het café en de blonde medewerkster was druk bezig, met de rug naar de bezoekers gekeerd.
‘Oh ja?’ zei ik meer reagerend dan vanuit interesse. Mevrouw kwam los.
‘Ach, weet u wat het is?’ Ik schudde van niet. ‘Als alleenstaande moeder heb je het niet makkelijk. Helemaal als je 4 dagen in de week werkt.’

Ik glimlachte afwezig, trok mijn beide wenkbrauwen op en boog mijn hoofd lichtjes naar links. Het non-verbale gebaar voor “daar-zou-je-gelijk-in-kunnen-hebben”.
‘Ja, ik weet heus wel dat ik niet de enige alleenstaande moeder in deze wereld ben,’ ging ze verder. ‘Er zijn moeders die het veel slechter dan ik hebben. Maar het werk geeft me zó veel stress. Ik kan het nog net allemaal behapstukken. En daar lijdt die kleine van me wel onder.

Ze wenkte de blonde dame achter de balie en wees naar het lege cappucinokopje voor haar.
‘Wilt u iets van mij drinken?’ vroeg ze me. Ik bedankte vriendelijk. ‘Zelf weten,’ zei ze schouderophalend. ‘De koffie hier is goed. Geen slootwater in ieder geval.’
Ze rees lichtelijk op om op haar andere bil te zitten. ‘Het is niet alleen voor mij niet makkelijk, maar ook voor Raymond niet, zo heet mijn zoon,’ verhelderde ze. Ze schudde somber haar hoofd.

‘Zo heb ik al jaren een kinderschoolbord. Ooit door mijn opa, Ray’s overgrootvader, gemaakt. Heel lieflijk allemaal. Nu kwam ik gisteravond thuis en zie ik allemaal diepe krassen in het schoolbord. Alsof er met een scherpe punt of een schroevendraaier in is gekrast. Afschuwelijk! Nu was ik een beetje gaar van urenlang vergaderen op het werk en werd ik woedend. “Wie heeft dat gedaan!” schreeuwde ik. Nou, Raymond bleek het gedaan te hebben.’

Ze schudde het hoofd en nam een slokje van haar cappuccino. ‘Ik roep hem bij me en ik scheld hem de huid vol. Keihard, en hartstikke onredelijk. Het kind is net 5 jaar. Dus ik schrok zelf ook en begin ook te snotteren. Wij met z’n tweetjes snotterend en hyperventilerend in de woonkamer. Ik haal uiteindelijk diep adem en vraag hem “Waarom deed je dat nou?” Geen geluid, behalve zielig gesnik. Ik had al spijt. Ik knijp hem zachtjes in zijn armen en vraag: “Wat wou je in vredesnaam op dat schoolbord schrijven?” En weet je wat hij zei?’

Ik had geen flauw idee, maar zag wel het ritueel voor me. De boze, gefrustreerde en huilende moeder en het kleine ventje dat met schokkende schoudertjes naar de grond staat te staren en met tranen in zijn stem eindelijk het antwoord gaf, dat zijn moeder deze ochtend naar iets sterkers dan cappuccino deed verlangen: ‘Ik wou er in krassen: dag mamma, kusjes.

Muis

 Gisteravond kwam kat Harpo door het kattenluik binnen, luid miauwend. Aan de toon van het gemiauw van de kat kon ik horen dat hij iets in zijn bek had meegenomen. Het bleek een muis.
‘Kssh, ga je weg? Naar buiten!’ riep ik, want ik wil geen knaagdieren in huis. Twee katten vind ik wel genoeg. De kat koos het hazenpad en sprong, niet elegant, door het kattenluik naar buiten. Poes Oprah rende achter haar broer aan.

Met mijn handen op mijn bovenbenen boog ik over de muis en zei: ‘Och, arm beestje. Wat zal je geschrokken zijn.’ Het beestje draaide zich op zijn pootjes.
‘Geschrokken?’ riep het beestje, rood van drift. ‘Man, het had mijn dood kunnen zijn. U heeft leuke katten, dat kan ik niet ontkennen, maar waarom houdt u dat kreng niet binnen?’
‘De kat is gewend naar buiten en binnen te lopen,’ zei ik. ‘Maar het zit in zijn karakter, ziet u. We hebben werkelijk van alles gedaan om het tegen te gaan. Brochures van de dierenbescherming leggen we als placemat onder de bakjes kattenvoer, maar toch heeft hij af en toe een terugval. U begrijpt..’ 

‘U begrijpt.. U begrijpt..’ bauwde de muis. ‘Wat koop ik voor al die kletspraatjes? De feiten zijn, dat ik buiten rustig in het veldje liep en onverwacht door dat monster van u werd besprongen. Moet u mijn kleren eens zien..’
‘O, ik wil de schade graag vergoeden,’ zei ik. ‘We zijn verzekerd, weet u?’
‘En de schrik?’ riep de muis. ‘Wie vergoedt me de zenuwschok, die ik heb gekregen? Ik zou gezellig met mijn vrouw Edam gaan eten, maar voor mij is de pret er af. Ik sta te shaken op mijn pootjes.’
‘Misschien wilt u stukje kaas mee naar huis nemen?’ stelde ik voor. ‘Dan kunt u het in alle rust opeten.’
Gelukkig vond hij dat goed.

‘Maakt u er maar een langwerpig pakjes van,’ zei de muis. ‘Dat draagt makkelijker naar huis.’ Nadat ik de kaas had ingepakt nam de muis het onder zijn voorpootje en zette het op de vloer gevallen petje op zijn muizenkoppie. Bij het kattenluik draaide hij zich nog even om en sprak: ‘Waarom hou je eigenlijk geen duiven? Dát zijn aardige beesten!’
Ik heb ‘m beloofd het te zullen overwegen.

Zondagochtend

 Almere. Het is zondagochtend, nog net geen 7 uur. De straten zijn nat en verlaten en in het centrum loopt Peter, een blonde jongen van begin 20, alleen over de Grote Markt, een groot plein in het centrum van Almere-Stad. Hij heeft een langwerpig litteken bij zijn rechter wenkbrauw. Het maakt zijn uiterlijk hierdoor alleen maar meer interessant. Gedachteloos steekt hij schuin over het plein, richting Stedenwijk. De klinkers en de terrassen op het plein zijn nat van een flinke regenbui. Het was een soort van reünie voor het oppervlak in Almere en het water, want nog geen 50 jaar geleden bevond deze plek zich op de bodem van het IJsselmeer.

Het meubilair van de terrassen worden door lange staalkabels bij elkaar gehouden. Het zal niemand lukken om een van de zithoeken van ruim 3- bij 3 meter breed mee te nemen. De regenplassen op de terrastafels en de natte stoelen schrikken eerder af dan dat ze uitnodigend voorbijgangers lokken. Toch zal vanmiddag, wanneer de obers en serveersters het water hebben afgenomen, het terras vol met terrasgasten zitten. Het belooft vandaag mooi weer te worden.

De blonde man heeft inmiddels het centrum van Almere verlaten. Via de Korte Promenade loopt hij nu over het Deventerpad richting zijn huis. Thuis zal hij niemand aantreffen, want zijn vader heeft dienst en zal pas vanmiddag thuiskomen en zijn bed induiken. Zijn moeder heeft hij al jaren niet mee gezien. Het idee doet hem niets meer. Met een glimlach op zijn gezicht geniet hij van het idee dat hij straks eerst de frituurpan aanzet om wat te gaan snacken. Hij heeft enorme trek in een vette hap.

Wanneer Peter thuiskomt en de voordeur wilt open, wordt deze al geopend door zijn vader. Deze voelde zich vanmorgen grieperig en was eerder naar huis vertrokken. ‘Wie is hij dan?’ vraagt zijn vader, en knikt kort het hoofd. Wanneer Peter zich omdraait ziet hij bij het tuinhek een man in een lange zwarte lange jas staan. Het magere, bleke gezicht verstopt in de opgetrokken kraag. De harde ogen kijken niet meer broeierig als zonet. Nog voordat Peter kan reageren draait de man zich om en rent er vandoor.

Vrij

Aangezien de NS vanaf vandaag tot en met volgende week zondag geen treinverkeer op de trajecten Almere-Weesp en Almere-Naarden-Bussum aanbiedt, behalve een paar geïmproviseerde busritjes, en omdat men op mijn werk van mening was dat ik enkele vakantiedagen mocht opnemen, heb ik besloten om vanaf vandaag een weekje vrij te nemen.

Ik heb deze dagen geen vakantieplannen in de agenda staan. Ik doe het gewoon een weekje kalm aan. Af en toe lekker hardlopen, een beetje aanklooien en vooral zo min mogelijk gebruik maken van de klok. De tijd zoekt het maar even lekker uit. Ik doe even niet mee. Misschien hier en daar een afspraak inplannen, maar verder zie ik wel wat de dagen me brengen.

Genieten van een week niet om 06:00 uur opstaan. De meteorologen beloven nu nog voor volgende week aangename temperaturen. Dat wordt langzaamaan wakker worden en dan maar eens te besluiten wat te gaan ondernemen. Valt er regen, dan ga ik naar het leescafé in de Nieuwe Bibliotheek en als de zon schijnt, spring ik op de fiets. Richting strand. Kortom: ik vermaak me wel.

 

Poeslief

 De laatste weken loopt er af en toe een jong katertje bij ons door de achtertuin. Dat is op zich niet zo vreemd, want er lopen wel vaker meerdere katten door de achtertuin. Zo heeft Amsterdam zijn poezenboot, en wij een poezentuin. Het grappige aan het jonge katertje -of poesje, ik heb het beestje niet goed onder de staart bekeken, is dat het heel voorzichtig  naar de schuifpui komt aanlopen en zodra het beestje maar even denkt bij ons binnen iets te zien bewegen, schiet het weg. Om daarna steeds eventjes snel om te kijken. Wat het ook grappig maakt is dat het poezenbeest een heel lief, guitig kittenkoppie heeft. Je zou het dier bijna willen adopteren.

Ik denk niet dat onze huidige katten, Oprah en Harpo, een adoptie zouden appreciëren. Ze zijn inmiddels bijna 10 jaar oud en nieuwe kattenaanwinst zal niet enthousiast ontvangen worden. Daarbij zijn we thuis inmiddels nieuwsgierig naar een huishouden zonder harig huisdier. Gelukkig zijn we nog net niet nieuwsgierig genoeg om de behaarde, bejaarde huisgenoten het huis uit te zetten. Maar mochten ze naar de kattenhemel zijn vertrokken, dan nemen we voorlopig even geen nieuw huisdier. Echter, niets is zo veranderlijk als een mens. Hoewel, ik voel er niets voor om een laatste afscheid, zoals bij poes Molly van een paar jaar geleden, nog eens mee te maken. Afscheid nemen is niet iets om naar uit te kijken.

Mijn hele leven heb ik met tussenpozen afscheid van huisdieren mogen nemen. Het maakt niet uit hoe vaak je het meemaakt, het went nooit. Het eerste afscheid van een huisdier was onze kat Mickey. Het moet rond 1970 geweest zijn. Ik zat nog niet eens op de kleuterschool en toch kan ik me het moment nog levendig herinneren. Op een ochtend nam mijn vader Mickey mee naar het werk in Den Helder, om hem daar bij fort Erfprins achter te laten. Zo af en toe heb ik de hoop dat het een nare droom uit mijn vroege jeugd is geweest. Ach, zo gingen die dingen eind jaren zestig van de vorige eeuw. Een dier, daar moest je niet al te moeilijk over doen.

Na Mickey hebben we jarenlang geen huisdier over de vloer gehad. Het heeft toch minimaal 10 jaar geduurd voordat mijn ouders weer een kat in huis namen. Het was een half Perzische poes met de naam Muffy. Deze deftige poes heeft bij mijn ouders gewoond tot ik het ouderlijk huis al had verlaten en ik op mezelf ben gaan wonen. Daar, op mijn eigen flat heb ik 2 jonge kittens uit Heerhugowaard geadopteerd. Een katertje en een poes met de namen Bono en Disney. Deze 2 katten waren erbij toen Edo en ik gingen samenwonen en op Valentijnsdag 1995 beviel Disney van een nestje, waarvan we de 2 katertjes, Choppy en Marvin bij ons lieten wonen.

Met deze vier katten zijn we in 1998 van Den Helder naar Almere verhuisd, waar wij en de katten zich al snel thuis voelden. Bono, Disney, Choppy en Marvin terroriseerden al snel de buurt waarbij bijna iedere hond in onze buurt slachtoffer werd van het kattengeweld. Wanneer een opgeschoten hondeneigenaar de hond opjutte naar onze katten toe, zagen deze dit juist als een vermakelijke uitdaging. Als een groep jagers omsingelden de 4 katten de enthousiaste hond, welke er dan snel vandoor ging met de staart tussen de poten. Dit tot groot ongenoegen van de hondeneigenaar. Nog voordat de boze hondenbezitters iets konden ondernemen, waren onze katten al  lang verdwenen.

Bang

 Een groep van een paar jongens zitten in de bus naar Utrecht Centraal en hebben een gesprek over angst. Een van de jongens, met een capuchon over zijn hoofd, beweert dat hij geniet van horror- en griezelfilms. Hij zegt er op te kicken om te schrikken. Griezelfilms als Nightmare on Elmstreet en Scream doen hem niet zoveel. Die vindt hij eerder flauw en kinderachtig. De betere enge films kijkt hij het liefst in het donker en alleen.
‘Dat is kicken, man.’, zegt hij enthousiast. Ik denk niet dat hij veel bijval van een vriendinnetje zal krijgen. Een ander vindt griezelfilms niet eng. Hij vindt sommige dieren niet tof.

Hij is niet dol op muizen. ‘Die beesten rennen zo langs je poten voorbij. Doodeng.’ zegt hij met een vol afschuw vertrokken gezicht. Een ander trekt hierbij zijn schouders op, vindt kakkerlakken viezer. Hij kijkt graag met afschuw naar filmpjes met verkeersongelukken op YouTube. Een beetje bloed mag daarbij wel in beeld komen. Maar voor hem geen snuff movies, want dat is echt ziek. De anderen zijn het met hem eens en een blonde knul zegt dat je juist bang moet zijn voor de mensen die deze filmpjes maken. Wanneer de stille jongen van de groep zegt niet dol te zijn op spoken of geesten, wordt hij uitgelachen.
‘Ja, daar was ik ook al een beetje bang voor. Dat jullie me uit zouden lachen.’

De bus stopt bij busstation Jaarbeurszijde en de groep jongens stappen druk pratend en lachend de bus uit. Wanneer ik achter hen loop, door station Utrecht Centraal, bedenk ik dat ook ik niet bang ben voor griezelfilms. Misschien voor sommige dieren. Ik ben niet dol op slangen en ook niet op haaien, maar dat is meer een soort van gereserveerdheid maak ik mezelf wijs. Het is niet zo dat ik binnenkort met een boa constrictor om de nek zal rondlopen, of dat ik me in een kooi laat afzakken in de Gansbaai bij Zuid-Afrika om daar tussen de witte haaien mijn wetsuit te bevuilen. Gelukkig hebben we hier niet zoveel slangen of haaien. Ja, ik prijs mezelf gelukkig.