DRAY BOSMA

It's just graffiti with punctuation.

Nu met de diverse versoepelingen van de corona-regels in Nederland, mag ik sinds afgelopen week minimaal één dag per week naar kantoor komen, om daar mijn werkzaamheden te doen. Eén dag dat ik weer mag wennen aan het reizen betreffende het woon- en werkverkeer. En dat het wennen is, daar kwam ik snel achter. Nog nooit eerder hoefde ik met een laptop te lopen zeulen in mijn rugzak. De schootcomputer van het werk is niet echt zwaar, maar zwaar genoeg om me weer even een brugklasser te voelen, met een tas vol zware schoolboeken. Bij mijn overstap op station Amsterdam-Zuid viel ik nog net niet achterover.

Mijn grote vriend, Medley, de herenfiets, stond nog steeds geduldig op me te wachten. Dat het even had geduurd bleek uit het feit dat Medley was gehuld in spinnenwebben en de ketting die hem op zijn plek hield, kleurde roestig. Deze kleur werd ook aan mijn handen afgegeven. Een geluk dat ik mijn handen, sinds maart vorig jaar, een paar keer per dag was. Deze dag was ik de fietssleutel niet vergeten en zo waren we klaar voor onze fietsrit-reünie sinds september vorig jaar. 

Dat het maandenlange stilstaan mijn vriend geen goed had gedaan hoorde ik aan het gekraak van de fietsketting in de kettingkast. Ik denk dat Medley een kruipolie-injectie wel kan waarderen, wanneer ik volgende week weer in Amsterdam ben. Ook had mijn fietsvriend tijdens het wachten op een uitje, enig lucht in de banden verloren. Afgelopen dinsdag heb ik dit meteen opgelost door in mijn pauze even beide fietsbanden volumineus op te pompen. Het schuldgevoel van het in de steek laten heb ik hiermee hopelijk voldoende van me afgeworpen. 

Op kantoor was het vreemd en ook heel gewoon. Het was af en toe wennen er weer te zijn, maar met andere zaken was het alsof ik er dag ervoor nog aanwezig was. Ik vind het bijzonder hoe sommige gewoontes zo vastzitten dat je er onbewust, als op de automatische piloot, mee omgaat. Een dag op kantoor met oude en nieuwe indrukken gaat snel voorbij. Voor ik het wist zat ik alweer op mijn fiets naar het metrostation. Ik kan het mis hebben, maar de fietsketting leek op de terugweg minder moeilijk te doen. Toen ik bij het plaatsen van vriend Medley per ongeluk aan de fietsbel zat, rinkelde deze verdacht opgewekt.

Sinds deze maand neemt Hongarije een wet aan die het promoten van homoseksualiteit en het veranderen van sekse verbiedt. Dit betekent dat jongeren tot achttien jaar niet mogen worden blootgesteld aan inhoud die homoseksualiteit, afwijking van genderidentiteit en het veranderen van sekse, aanmoedigen. Met deze wet kan het worden verboden om mediaproducties zoals films, televisieseries, videoclips en documentaires met homoseksuelen uit te zenden en op andere manieren aandacht te besteden aan de lhbti-gemeenschap. Ook wordt voorlichting op scholen door de wet aan banden gelegd en zijn openbare steunbetuigingen aan de gemeenschap verboden.

Wanneer ik ruim vierenvijftig jaar geleden niet in Nederland, maar in Hongarije geboren zou zijn, dan was ik op dit moment zeer waarschijnlijk jarenlang getrouwd met een Hongaarse vrouw. Dan was ik vader van minimaal twee kinderen en, gezien mijn leeftijd, wellicht ook grootvader van één of meerdere kleinkinderen. Ik was opgegroeid in een communistisch land, waar de sociale, politieke en economische ideologie gericht is op de oprichting van een klasseloze, staatloze en socialistische samenleving. Kortom, iedereen zou gelijk moeten zijn.

In het begin van de jaren negentig viel het communisme in Oost-Europa en moest de Hongaarse ik, samen met mijn landgenoten, alle dingen zelf regelen en bedenken. Niets werd meer voor ons gedaan. Wanneer je iets wilde worden kon je er zelf voor zorgen door hard te werken. Eindelijk een vrije wereld waar zo lang naar was verlangd. Wanneer ik daadwerkelijk in Hongarije opgegroeid zou zijn, dan had mijn leven er heel anders uitgezien. Maar mijn geaardheid zou hetzelfde blijven, want homoseksualiteit verkrijg je niet door een attitude of via een les over homoseksualiteit op de basisschool. De Hongaarse ik was wellicht een ware familieman, maar wel eentje met een geheim.

Ik was dan opgegroeid met het idee dat mijn gevoelens onnatuurlijk en verderfelijk zijn. Dat ik deze moest negeren en onderdrukken. Homoseksuelen werden meer dan eens het lidmaatschap ontzegd of uit de communistische partijen gezet. De Hongaarse ik zou mijn geaardheid verloochenen. Ik zou mijn beste best hebben gedaan om zo gewoon mogelijk te zijn, maar ik ben ook maar een mens. Gevoelens laten zich niet makkelijk bedwingen. Daar waar de Hongaarse ik nog wel een de spreekwoordelijke kat in het donker kon knijpen, is het risico nu te groot. Vooral nu de nieuwe wet is aangegaan.
Love is love, but not everywhere.

David, een knappe jongeman met rossig haar en een volle baard leefde duizenden jaren geleden in het oude Israël. Door zijn brutale en onverschrokken optreden tegen de Filistijnen wekte hij de nieuwsgierigheid van koning Saul. Deze raakte geïntrigeerd door deze succesvolle, en ook brutale actie van de jongeman en liet hem daarom voorkomen om hem te ontmoeten. Met het hoofd van de Filistijn nog in zijn linkerhand stond David voor koning Saul. ‘Wie ben jij?’ vroeg de koning en David vertelde waar hij vandaan kwam en wiens zoon hij was.

Jonathan, de zoon van koning Saul, voelde zich onmiddellijk en sterk aangetrokken tot David en vatte een innige vriendschap voor hem op. Niet alleen de brutale actie van David wakkerde zijn toewijding aan. Ook het stoere uiterlijk van David gaf hem een gevoel van genegenheid. Koning Saul nam David vanaf deze ontmoeting onder zijn hoede. Jonathan, die David zo liefhad als zijn eigen leven, sloot al snel vriendschap met hem: hij deed zijn mantel af en gaf die aan David. Zo ook zijn uitrusting, tot en met zijn zwaard, zijn boog en koppelriem.

Alle veldtochten die David sindsdien ondernam bracht hij tot een goed einde. De koning benoemde hem na de zoveelste overwinning tot legeraanvoerder. Dit met instemming van de soldaten en de hovelingen. Bij de intocht van het leger, toen David terugkeerde van zijn zoveelste overwinning, liepen in alle steden de vrouwen zingend en dansend uit om de koning feestelijk in te halen met muziek van tamboerijnen en rinkelbellen. Opgetogen zongen ze: ‘Saul versloeg ze bij duizenden, David bij tienduizenden.’

Deze aanbidding voor David stak de koning. Zijn affectie voor de succesvolle legeraanvoerder maakte plaats voor afkeer. De koning zei boos: ‘Zij geven David tienduizend, doch mij hebben zij maar duizend gegeven. Dit is onacceptabel. Nog even en het volk gunt David het land toe.’ Het was sinds dat moment, en voor altijd, dat David niet meer goed kon doen voor de koning. Daarom sprak hij tot zijn zoon Jonathan en tot al zijn knechten, om David te doden. Jonathan die meer dan vriendschap voelde voor David zag dit totaal niet zitten en waarschuwde David voor deze plannen van de koning.

Hierop bedachten de twee geliefden het idee dat David zou onderduiken. Jonathan liet David tot God zweren dat hun afspraak bindend was, omdat hij hem liefhad. Hij had hem lief met de liefde zijner ziel. Tijdens De nieuwe maan vroeg de koning zijn zoon waar David was. Hierop reageerde Jonathan met een leugen. De koning was buiten zinnen door het verraad van zijn zoon. Jonathan vertrok naar David, buiten de stad. Ze kusten elkaar, terwijl de tranen over hun wangen liepen, tot Jonathan zich vermande en zei: ‘Vaarwel. Onthoud wat wij tweeën voor God hebben gezworen.’ Daarop ging David weg en Jonathan keerde terug naar de stad.

Veel later, bij terugkeer hoorde David over de dood van de koning en zijn zoon Jonathan. Beiden bleken te zijn vermoord. Hierop hief David een klaaglied over zijn grote liefde:
‘Jonathan ligt gesneuveld op de heuvels. Het verdriet verstikte me, Jonathan, je was mijn broeder, en mijn beste vriend.
Jouw liefde was mij dierbaar, meer dan die van vrouwen.
Ach, dat de helden moesten vallen, dat jullie, wapens in de strijd van Israël, verloren moesten gaan.’

Bovenstaande komt uit het Oude Testament. Voor de achterdochtige goedgelovigen: het is te lezen in de hoofdstukken van Samuël. Ik was aangenaam verrast door dit verhaal. Niet omdat ik nu als homoseksuele medemens door christenen geaccepteerd zal worden, maar om de immer agressieve bijbelzwaaiers die mij en mijn gelijkgeaarden ons met de Bijbel om de oren willen slaan, een weerwoord te kunnen geven. Niet dat ik ooit een discussie over het geloof met hen aan zal gaan, want veel gelovigen zitten vast in de eigen gedachtekronkel, en daarom niet meegaand genoeg om te discussiëren.

Categorieën:Read

Jawel. Het is eindelijk zover. Dit is mijn eerste stukje geschreven als gevaccineerd mens! Ik ben blij en ik vind het ook hoog tijd dat we weer een vrijere wereld creëren. Ik ben niet zo een knuffel-type, dus ik blijf wel een groot voorstander van de anderhalve meter-samenleving. Echter heb ik nu wel die behoefte om de voor mij geliefde mensen weer eens in de armen te sluiten. Het heeft lang genoeg geduurd (sinds maart 2020) om deze mensen alleen met de elleboog aan te tikken.

Zo langzaamaan gaan we weer terug naar het oude normaal. Welke nooit meer echt het oude zal worden (we zetten die anderhalve meter-samenleving door!). Zo zal ik na mijn zomervakantie weer zoals voorheen een aantal dagen per week naar kantoor forenzen. Hoe dit zich zal ontwikkelen zal ik nog met de werkgever moeten bespreken, want de tijd van veertig uur op kantoor werken is -volgens mij- definitief voorbij. 

Dat is dan nog even onzeker. Gelukkig hebben we al ruim een jaar in een onzekere wereld geleefd, en daar hebben de meeste van ons zich netjes naar gedragen (nee, ik verspil verder geen energie betreffende mijn menig over corona-ontkenners of samenzweringswappies), dus daar slaan we ons de komende tijd ook wel doorheen. Wel weet ik dat er iemand totally not amused is wanneer ik binnenkort weer voor een paar dagen naar kantoor ga om te werken, en dat is Oprah. Onze veertienjarige zwarte poes.

Terug in de normale wereld waar ik nog vijf dagen in de week van Almere naar Amsterdam afreisde -en andersom, was onze Oprah een neurotisch huisdier. Van de eenzaamheid of van de stress vrat ze rond haar staart de eigen vacht helemaal kaal. Eén grote, schrale kale plek. Sinds ik enige tijd weer verplicht ben aan het thuiswerken heeft ze weer een mooi, egaal bontjasje. Het is dat ze een doodnormale huis-tuin-en-keuken-kat is, anders was ze een fantastische werkassistente voor me geweest. Ze volgt me de hele dag en overal waar ik ga.

Toen ik het er laatst in een meeting met een collega over had, dat wanneer ik uiteindelijk totally ben beschermd tegen Covid-19, ik dan ook weer naar kantoor kan komen om te werken. Toen zag ik vanuit een ooghoek dat Oprah-poes, die achter me op een kussen lag, heel even nieuwsgierig het koppie ophief. Na de meeting met mijn collega’s zat Oprah in de deuropening van de werkkamer. Nu kan ik het mis hebben, maar ze keek me op dat moment enorm geprikkeld en verwijtend aan. 

Categorieën:Read

%d bloggers liken dit: