DRAY BOSMA

"Je moet niet alles willen meemaken."

Het is vroeg in de avond van de prille zomermaand. Ik zit op het bankje in de voortuin en ik kijk naar de overkant van mijn straat. Er zijn geen buren die terugkijken. Ik heb uitzicht op een grote grasvlakte en de zon heeft zojuist haar vertrek naar morgen aangekondigd. De lucht begint met het kleuren van het avondrood. Het doet me denken aan de openingsscène in het eerste hoofdstuk van Muizen en Mensen uit 1937 van de Amerikaanse schrijver John Steinbeck, zoals ik het heb meegemaakt.

Voor een moment voel ik me aanwezig aan de oevers van de rivier Salinas, enkele kilometers ten zuiden van de stad Soledad in de Amerikaanse staat Californië. Ik mis alleen nog het uitzicht op een sprong konijnen, die iedere zomeravond op het zand van de oevers van de rivier wat afkoeling zoeken, en ieder moment verwacht ik dat de twee hoofdpersonages uit de novelle van de Amerikaans schrijver vanuit het struikgewas tevoorschijn komen. George, de kleinere van de twee mannen, voorop en de lange slungel Lennie loopt een paar meter achter hem aan.

Er volgt deze avond geen dialoog tussen de twee mannen. Vanavond krijg ik niets mee van de geïrriteerde George Milton die zich enigszins ergert aan het overmatige waterdrinken van de niet al te snuggere Lennie Small. Wanneer hij te veel drinkt is deze weer de hele nacht misselijk. George is kwaad over de idiote buschauffeur die hen eerder deze dag zes kilometer heeft laten lopen. Daarnaast moet hij Lennie in de gaten houden. Hij is vergeetachtig en altijd ergens anders met zijn gedachten. Tenzij het over aaibare dieren gaat. Want die hebben altijd zijn aandacht.

Ik ben weer ter plaatse in mijn eigen voortuin wanneer een fietser met een beetje lawaai het trottoir oprijdt. De buurman van een paar huizen verderop groet vanachter zijn mondkapje mij een fijne avond toe. Ik groet terug en lach hem een vriendelijke grijns toe, en ik denk: Kan het leven altijd gevuld zijn met zomeravonden als deze, waarbij ik mag mijmeren over dingen die er niet toe doen. Ja, ik weet het, na een zoveelste avond met ondergaande zon, te midden van diverse mooie kleurschakeringen in de lucht, gaan deze wellicht ook vervelen, maar ik kan toch enorm genieten van deze momenten. Waar ik net als Lennie Small uit Muizen en Mensen niet al te veel behoef na te denken over allerlei zaken die alledaags, en soms ook overbodig zijn.

Sinds het begin van de crisis kom ik niet vaak buiten. Af en toe verplaats ik me naar de buurtsuper en twee, vaak drie, keer per week ga ik een uurtje hardlopen. Het is letterlijk zoals de wind waait, waait de planning voor de te nemen hardlooprondjes. Zo ook een paar dagen geleden toen ik een dagje vrij was. Ik wist tijdens het hardlopen nog niet helemaal hoe ik mijn route zou gaan hardlopen, om na zo’n zes kilometer het impulsieve besluit te nemen om daar op de Pampushoutweg in Almere, linksaf het wandelbos in te slaan.

Aangezien ik al om half zeven ‘s-ochtends de deur uit was gegaan, was het op dat moment dat ik het bos insloeg rond vijf over zeven in de ochtend en enorm rustig. Er waren nog geen mensen die met de hond aan de wandel waren. Ik liep in de bebossing op mijn gevoel naar de plek waar ik weer op een bekend stukje wandelpad zou aankomen, maar mijn intuïtie liet mij deze ochtend in de steek. Nadat ik een kenmerkend, afgebroken boomtak voor een derde keer voorbij liep, wist ik dat ik niet helemaal naar de buitenkant van het bos zou komen.

Te trots om via een app op mijn telefoon te checken waar ik mij bevond, ging ik voor de klassieke wijze van het vinden van de juiste weg. Iedereen weet dat de zon in het Oosten opkomt. Ik hoefde alleen maar de richting vanwaar de zon scheen, te gaan lopen. Helaas is het zo dat je bij een splitsing niet altijd de keuze hebt om de gewenste richting op te lopen, waardoor ik wederom een rondje in het bos had afgelegd. Mijn gedachten dwaalden even af naar gruwelverhalen waarbij mensen in bossen verdwalen en nooit meer terugkeren. 

Er was geen reden tot paniek. Het wandelbos bij Pampushout is niet groot en ik had inmiddels al een eerste hondeneigenaar, tezamen met twee hyperactieve labradors gespot. Ik groette de honden en het baasje en liep richting het Oosten. Ik had het idee dat ik aardig in de buurt van het, voor mij bekende Michelinpad was, maar ik zag alleen maar bebossing, waarbij de zon mij constant in de ogen scheen. Wijsheid won het van eigenwijsheid en ik besloot toch maar even op mijn mobiel te kijken. De app wist aan te geven dat ik bij de splitsing linksaf moest slaan. 

Nadat ik het bospaadje linksaf was ingegaan zag ik verderop de bekende betonnen bodem van het Michelinpad. Vanaf dat punt wist ik met gemak de weg naar huis te vinden. Mijn hardloopervaring had me ook geleerd dat het vanaf daar vijf kilometer duurt om thuis te komen. Nadat ik het bos achter mij had gelaten, werd me door de stem van mijn hardloop-app gemeld dat ik in totaal acht kilometer had afgelegd. Ik had zojuist twee kilometers over een afstand gedaan waar ik doorgaan nog geen hele kilometer over doe.  

Categorieën:Read

In deze tijd van Corona kom ik niet meer zo vaak onder de mensen. Eigenlijk helemaal niet meer. Een bliksembezoek aan de supermarkten is het hoogtepunt betreffende het samenkomen met andere mensen. Dit is niet altijd even gezellig. Mensen schuilen zich achter mondmaskers of kijken je schuchter aan, bang dat je hen besmet. Dan heb je nog de mensen die zich helemaal niet bewust zijn van hun omgeving. Die gaan hun eigen gang, hebben een eigen beleid over de huidige wereld, en ze doen maar. Waar ik me eerst nog kon ergeren aan dit zwikkie mensen, haal ik nu mijn schouders op. Deze rebellerende menigte raken naar mijn idee nooit besmet met enig verstand.

Naast de korte supermarktbezoeken kom ik alleen nog buiten voor het hardlopen. Op thuiswerkdagen trek ik na werktijd graag de hardloopschoenen aan. Ja, het corona-virus heeft ook sommigen op de been gekregen om te gaan hardlopen. Ik zie mensen puffend en hijgend in hun nieuwe hardloopschoenen voorbij strompelen en ik ben oprecht trots op deze mensen. Het maakt niet uit of je twee of nog niet eens één kilometer loopt, je bent in beweging in tegenstelling tot de anderen die thuis blijven zitten. Door de nieuwe hardlopers is het wel iets drukker in het groene Almere, maar er zijn voldoende parken en bossen om sportief te doen.

Zo is het weer mogelijk om langs de noordzijde van de Noorderplassen te lopen of te fietsen, nu de brug tussen Schateiland en Oostvaardersdijk weer in gebruik is genomen, zonder een enorme omweg te moeten maken. We kunnen ons weer op een van de mooiste wandel- en fietspaden van Almere begeven. Het Lepelaarpad. Het is in deze tijd van corona iets moeilijker om op dit pad afstand te houden. Het pad is niet heel breed, zeg maar smal. Maar met wederzijds begrip en wanneer alle partijen vertrouwen op de gewenste afstand van anderhalve meter is er genoeg afstand mogelijk voor de gedisciplineerde stadsgenoten.

Categorieën:Read

Van de week mocht ik weer sinds een eeuwigheid, tenminste voor mijn gevoel, een reisje met de trein ondernemen. Ik moest voor een periodieke afspraak in onze hoofdstad zijn en omdat niet alleen mijn eigen veiligheid belangrijk is, maar ook die van een ander, heb ik tijdens deze reis met een mondkapje in de trein gezeten. Het was een bijzondere ervaring. Niet het mondkapje. Dat vond ik niet zoveel voorstellen. Het idee om na acht weken thuisblijven weer onder de mensen te zijn was voor mij even wennen. Er gaat een wetenswaardigheid via het internet de wereld rond dat als je een bezigheid voor dertig dagen of langer volhoudt, dat die bezigheid een gewoonte wordt. En het in quarantaine blijven is na ruim dertig dagen ook voor mij een gewoonte geworden. Nu mocht ik onderweg naar Amsterdam wennen aan het onder de mensen zijn.

Dit keer hoefde ik niet dertig dagen te wachten om te wennen aan de mensen om mij heen. Mijn idee over mijn medemensen is niet veel veranderd in vergelijking tot voor de corona-crisis. Ik houd goede hoop, maar dit veroorzaakt wel teleurstelling. Op het perron was ik de enige met mondbescherming. Ik weet dat het pas per 1 juni 2020 verplicht is om beschermd met het openbaar vervoer te reizen, maar daar houdt een virus geen rekening mee. De mensen om mij heen ook niet. De vrouw wier haar lage IQ werd gecompenseerd met het hoog aantal kilo’s die ze met het dikke lijf meesleepte, was hier een uitstekend voorbeeld van. Voordat ze de openingsknop van de trein met haar onbedekte worstenvinger indrukte, hoestte ze eerst nog even in diezelfde hand.

Niet nadenkend over dat ze hierdoor niet alleen zichzelf kan besmetten, maar ook een ander, stapte ze waggelend de trein in. Op veilige afstand liep ik achter haar aan de coupé in. Lijdzaam wachtte ik af tot ze een zitplaats had gevonden. Het was er heel rustig dus ik kon op een veilige afstand, tweemaal de anderhalve meter, van de vrouw plaats nemen. Toen ik vanuit het raam zat weg te mijmeren en af en toe moest lachen om de weerkaatsing van mijn monkapkop in het raam van de coupé, begon de vrouw luid in haar telefoon te snateren. Ik schrok even op uit mijn gedachten en even later van wat de vrouw er allemaal uitkraamde. Het corona-virus is bedrog. Een hoax.

Naar enige uitleg heb ik niet eens meer geluisterd. Misschien heeft ze de persoon aan de andere kant willen overtuigen dat deze corona-crisis door zendmasten is veroorzaakt. Ik heb er over gelezen dat mensen dat geloven. Ach weet u, mensen geloven zoveel. Zo zijn er volksstammen die vandaag de dag er nog steeds van zijn overtuigd dat onze planeet plat is. Dat ze dat denken vind ik niet zo erg, maar deze geestdriftige mensen hebben altijd de drang anderen hiervan te moeten overtuigen. Hierbij wordt ieder tegenargument met het grootste gemak en tevens de grootste kolder weggewuifd. Dat vind ik zo vermoeiend. Kon ik me maar tegen deze onzin beschermen.

Categorieën:Read

Floris werd wakker met een gigantische hoofdpijn. Door de pijn wist hij niet waar hij was. Het zonlicht scheen in een dunne, strakke straal door de smalle openingen van de gordijnen. Floris rekte zich uit en was verrast dat het bed zo smal was. Een eenpersoonsbed. Hij kon zich niet herinneren wanneer hij voor het laatst in zo’n smal bed had geslapen. Hij keek om zich heen. Het kwam hem bekend voor. Een déjà-vu. Maar hij kon het niet plaatsen. Had hij gisteravond te veel gedronken? Hij wreef met zijn handen over zijn gezicht, en hij schrok dat zijn baard weg was. In een reflectie zat hij rechtop in het smalle bed. Floris stootte hierbij zijn hoofd aan de plank die boven het bed aan de muur hing.

Hij voelde aan de pijnlijke plek op zijn hoofd en daarna weer terug aan zijn kin. Deze voelde aan als een glad kinderhuidje. Wie had hem zover gekregen zijn baard af te scheren? Al jaren droeg hij een volle baard. Nog voordat het trendy en het weer niet trendy was. Hij keek rond in de kamer en ervoer een beleving die hij nooit eerder had ervaren. De kamer waarin hij zojuist wakker was geworden kwam hem nu wel bekend voor. De kamer was jarenlang een wazige herinnering geweest. Nu was ze gedetailleerd en angstig realistisch. Hij zat op zijn oude bed, in de slaapkamer van jaren geleden, toen hij nog thuis bij zijn ouders woonde.

De spullen op de plank waren heldere herinneringen van toen. Er lagen een paar persoonlijke dingen die Floris uit een ver verleden kende. Zoals een paar Suske en Wiske-albums. Rechts op de plank stond een groen, rode Playmobil-tractor. Bovenop een elpeehoes met de titel Hit-Voormekaar-Show. De speelgoedtractor droeg een Rubiks kubus in de voorlader. De kubus bracht hem nieuwe herinneringen. Hij had vroeger heel wat tijd verloren aan het oplossen van de vierkante uitdaging en hij was er toen best goed in. Floris keek naar een stapeltje kleren dat op de vloer lag. Nog meer herinneringen.

Gestommel in het huis. Floris stond rechtop naast het bed. Hij hoorde de voetstappen op de trap, gevolgd door een sprong op de overloop. Voordat Floris doorhad dat het oogpunt waarin hij de slaapkamerdeur zag, ging deze in een zwaai open.
‘Hé gozer! Hoorde je mama niet roepen? Ze heeft geen zin om op jou te wachten met het ontbijt,’ joelde zijn oudere broer Freek met een grote glimlach op zijn gezicht. ‘Kom nou maar naar beneden, dan hou ik ook nog wat te eten voor je over.’ Hij stak zijn jongere broer met een vinger in de buik, draaide zich om en was alweer halverwege de trap naar beneden.

De adrenaline schoot Floris door zijn lichaam. Het was zijn broer van vroeger die hem met een vinger had gepookt. ‘Dit klopt niet,’ mompelde hij tegen zichzelf. ‘Ik ben vijfenveertig jaar oud. Ik heb al een half leven achter de rug.’
Floris verliet de slaapkamer, benieuwd wat hem verder te wachten stond. Onderaan de trap stond Floris stil. Hij aarzelde om de woonkamer in te lopen. Niets van het afgelopen kwartier ervoer hij als normaal. Droomde hij of waande hij zich in een schemerwereld? Misschien lag hij in coma. Of ergens voor dood in een greppel.

Hij sloot zijn ogen en nam een laatste stap van de trap. Op hoop van zegen, dacht hij. In de gang opende hij zijn ogen en liep de woonkamer in. Floris stond in het verleden van zijn jeugd. De woonkamer was zeer nauwkeurig. Nog beter dan hij zich had kunnen herinneren. Een onbeschrijfelijk gevoel van geluk en verrassing overviel hem. Nostalgie in een nieuwe, vreemde ervaring. Hij nam plaats aan de eettafel. De tafel was gedekt zoals het vroeger altijd was geweest. Het brood in een rieten mandje, de vleeswaren in Tupperware-schaaltjes, de altijd aanwezige pot aardbeienjam en het blik met appelstroop.

Categorieën:Read

Naar aanleiding van mijn stukje tekst van een paar weken geleden over kletspraat, small talk, kreeg ik een paar dagen nadat het hier te lezen was, via de post een cadeau in mijn brievenbus aangeboden door een anonieme schenker. Dankjewel mensenvriend! Het boekje heeft de titel Smalltalk Survival en is geschreven door Liz Luyben en Iris Posthouwer. Ik heb het boek inmiddels met plezier uitgelezen. Het is een vermakelijk boekje. Het formaat is klein, maar het bestaat uit ruim 200 pagina’s, bol van tips over hoe je het beste prietpraat kunt voeren.

Natuurlijk weet ik ook wel hoe je een gesprek gaande kunt houden. Stel alleen die vragen waarop men niet alleen met ja of nee kan antwoorden. Dus stel niet aan je collega of buurman de vraag, ‘Hoe was jouw dag?’ maar stel een open vraag. ‘Wat was jouw hoogtepunt van vandaag?’ Weinig kans dat de collega of buurvrouw een ‘Wel oké’ mompelt en zich uit de voeten maakt. Die uitzonderingen daargelaten. Soms hebben mensen even geen zin in kletspraat.

Bij het dichtslaan van het boekje, dat overigens eindigt met vijftig fonkelende vragen voor verrassing en verdieping, die een beetje op de theevragen van Pickwick lijken, had ik er echt zin in om het geleerde in praktijk uit te brengen. Helaas is er het corona-virus die roet in het eten gooit. Geen praatje bij de koffieautomaat of printer. De geplande bedrijfsborrel is ook al niet doorgegaan. De vraag ‘Welke leeftijd zou je graag nog een keer overdoen?’ kon ik aan niemand vragen. Ik heb het onze poes gevraagd. Zij miauwde alleen maar, en ik kon hier niet uit opmaken wat ze nu bedoelde. Einde gesprek.

Tijdens mijn vijftigste hardlooprondje van dit jaar, word ik door een andere hardloper ingehaald. Bij het inhalen -op afstand- zegt hij: ‘Lekker tempo. Mooi om vol te houden!’ In plaats van een ‘Dankjewel’ en een vriendelijke groet terug, zeg ik dat ik normaal gesproken wel iets vlotter hardloop, maar door een lichte scheenbeenblessure nu iets rustiger loop. De man trekt de koptelefoon van zijn hoofd en vraagt: ‘Wat zei je?’ Ik herhaal wat ik zojuist over een blessure heb verteld, waarop hij zegt: ‘Ja, dat heb je op onze leeftijd.’

Ik wil gewoon weten of ik een beetje goed in kletspraat kan worden, en nu wordt mij door een mede hardloper met één opmerking de mond gesnoerd. Ook ben ik wel een beetje gepikeerd. Ik word er ongevraagd aan herinnerd dat ik geen dertig jaar meer ben.  De man steekt zijn linkerhand op en zegt: ‘Ik ga hier rechtsaf. Fijne dag nog!’ Hij loopt een straatje in en ik loop in mijn eigen tempo rechtdoor. Mijn tempo is wel mooi om vol te houden. Dat is mij zojuist verteld.

Categorieën:Read

De duif wipt wat onzeker om me heen. Het plekje op het eerste perron van Utrecht Centraal is rustig. De meeste reizigers staan elders, waar over enkele minuten de trein het station zal inrijden. Ik sta lekker in de schaduw. Laat de rest maar in de zinderende hitte zitten. Ik wacht wel tot ik in de trein met airconditioning plaats kan nemen. Ik neem een hap van mijn broodje. De duif begint nu zenuwachtig heen en weer te wippen. Hij gaat ervan uit dat er in no time een paar eetbare kruimels op de tegels van het perron vallen.

Ik heb een hekel aan duiven. Ik heb sowieso een hekel aan vogels. Dat fladdert met de vleugels zo vlak langs je hoofd en ze ontlasten zich wanneer en waar het maar uitkomt. Daarnaast vind ik duiven ook lelijk. De exemplaren die ik op verschillende stations in Nederland zie, lijken wel te zijn gemuteerd tot gedrochten. Met hun te kleine kopjes en afschuwelijk mismaakte vogelpootjes. Ik zie hier duivenexemplaren voorbij strompelen die niet anders kunnen dan waggelend rondlopen. De pootjes zijn vergroeid en mismaakt.

De duif aan mijn voeten, in afwachting van de kruimels van mijn broodje, heeft echter nog perfecte duivenpootjes. Het geduldige beestje op het perron van Utrecht Centraal lijkt op het duivenexemplaar van het ‘Aap Noot Mies leesplankje’. Als het dier het wenst, kan het statig over de tegels rondlopen. Ik voel al bijna enige binding met het gevederde ongedierte. Hoe cliché, en waar. De mens laat zich het liefst omringen door perfectie. Daarbij zichzelf wegcijferend in dat perfecte beeld.

In de verte zie ik dat mijn trein het station inrijdt en ik neem snel een paar flinke happen van mijn broodje. Grote kruimels vallen omlaag en de duif doet met gespreide vleugels een dansje van vreugde. Het wipt gulzig van kruimel naar kruimel. Voordat ik naar de trein loop laat ik de laatste hap van het broodje uit mijn hand vallen. Enthousiast begint het dier aan het feestmaal. Twee andere duiven komen aanvliegen. Ze strompelen met vergroeide pootjes naar de restjes en happen gezellig wat kruimels mee. Ik laat de dieren achter voor wat ze zijn. In gedachten ben ik al thuis.

Van de week was ik na mijn werkzaamheden thuis gaan hardlopen en met gepaste afstand passeerde ik de andere hardlopers, wandelaars en alle andere mensen die zich in deze corona-tijd op straat moeten begeven. Ondanks de constante zombiestroom van mensen die alleen aandacht hebben voor het telefoonscherm, dus niet voor een ander, zijn er ook velen die wel rekening houden met de afstand van anderhalve meter. Opmerkelijk vind ik dat de drukte van drommen mensen zich hier vooral buiten de woonwijken van Almere afspeelt. De meeste mensen kom ik tegen in de natuur. Gelukkig is er (nog) voldoende ruimte.

Na ruim zes kilometer te hebben gelopen, liep ik bij de vaartsluis aan het Wilgeneiland tegen een andere hardloper. We moesten even wachten tot de sluisdeuren weer werden gesloten en op een zeer gepaste afstand van ruim anderhalve meter (ik hou er niet van om te twijfelen, ik moet het altijd zeker weten) raakte we heel even aan de praat. Over koetjes en kalfjes. Het ging over het mooie weer en dat we het er maar mee treffen in deze rare tijden van corona-crisis. Met een welgemeende glimlach dacht ik nog; waar gaat dit over? Dit zegt alles over mij en niet over de andere hardloper. Ik ben niet zo goed in smalltalk. Ik kan het ook niet goed.

Altijd wanneer ik in een gesprek van kletspraat terecht raak, geraak ik een beetje van slag. De focus wordt troebel. Ik weet aan het einde van een zin niet meer wat ik bij de eerste woorden van mijn gesprek wilde zeggen. Dit uit zich in vreemde versprekingen of zinnen die ik blijf herhalen, waarbij ik zelf verbaasd reageer en dan gaat mijn aandacht naar het gehakkel in plaats van naar wat ik uiteindelijk wilde zeggen. Maar eigenlijk wilde ik niets zeggen, want het gaat over koetjes en kalfjes en dan schiet me ineens iets te binnen om over te praten, maar dat onderwerp staat helemaal los van waar de kletspraat over ging.

Laat mij maar schrijven. Communicatief kom ik in schrift beter uit mijn woorden. Hoewel ik met het neerkrabbelen van zinnen ook wel eens zit te hakkelen qua opbouw of dat ik een uitspraak verkeerd beschrijf. Ik kan mezelf aardig bezighouden met het vervaardigen van een stukje tekst. Het zal wellicht te maken hebben met de gedachte dat ik iets goed (niet twijfelen) wil doen en met schrijven kan je achteraf altijd bewerken wat je gezegd wilde hebben. Dat lukt niet met kletspraat. Overigens sprak ik een dag later de hardloper bij de sluis via mijn hardloop-app. Hij had mij herkend en vond het leuk mij ontmoet te hebben. Ik zal wel weer iets geks gezegd hebben.

Categorieën:Read

%d bloggers liken dit: