Er zijn momenten waarop de tijd zich niets aantrekt van vooruitgang. Dat je midden in een moderne woonkamer staat, iPhone binnen handbereik, de wereld in je broekzak, en toch kiest voor iets wat kraakt, glimt en geduld vraagt. Vinyl. Plaatjes draaien. Alleen al dat woord, draaien, suggereert beweging, handwerk, aandacht. En precies daar begint het genot.
Een elpee luisteren is geen achtergrondactiviteit. Het is geen muzikaal behang terwijl je mails wegwerkt of gedachteloos door het nieuws scrolt. Nee, een plaat dwingt je tot aanwezigheid. Je pakt de albumhoes vast, vaak groter dan je hoofd, met artwork dat niet bedoeld is voor een scherm van zes inch, maar voor je handen en je blik. Je schuift het karton open, voelt papier op papier, en daar is hij. Soms klassiek zwart, soms doorzichtig, gemarmerd of felgekleurd. Muziek die je niet alleen hoort, maar ook ziet.
Het moment waarop je het vinyl uit de hoes haalt, blijft ceremonieel. Je raakt de rand aan, nooit het speelvlak, alsof je een oud manuscript behandelt. De plaat op de draaitafel, een lichte tik wanneer hij zijn plek vindt. De arm omhoog, positioneren boven de eerste groef, een kleine correctie, en dan loslaten. De naald zakt. Soms hoor je eerst stilte, soms een zachte tik, een ademhaling van het materiaal. En dan begint het. Muziek die zich niet opdringt, maar zich aandient.
Als kind wist ik niet beter. Muziek was iets wat je omdraaide. Na kant A stond je op, draaide de elpee om en ging weer zitten. Het hoorde erbij. Net als het meelezen van songteksten op de binnenhoes of het bestuderen van foto’s. Muziek luisteren was een activiteit, geen bijzaak.
Een groot deel van mijn oorspronkelijke vinylverzameling is er helaas niet meer. Die raakte ik kwijt bij het faillissement van Edo’s bedrijf. De platen lagen opgeslagen op zijn werklocatie en verdwenen daarmee uit mijn leven. Het blijft een vreemd soort verlies. Niet alleen van objecten, maar van herinneringen. Misschien verklaart dat de verzameldrift.
Met digitale muziek veranderde alles. Cd’s, mp3’s, streaming. Ik waardeer het gemak enorm. Alles altijd bij je, in perfecte kwaliteit. Maar ergens onderweg zijn we minder aandachtig gaan luisteren. We skippen sneller, luisteren half. Muziek werd vloeibaar, maar ook vluchtiger.
Vinyl doet het tegenovergestelde. Het vraagt dat je blijft zitten. Dat je luistert naar een album zoals het bedoeld is, in volgorde, met rustmomenten en spanningsbogen. Je hoort de ruimte, de warmte, soms zelfs de foutjes. Juist die imperfecties maken het menselijk.
Dit jaar wil ik sparen voor een betere platenspeler. Ook dat is ouderwets. Sparen. Bewust iets opzijleggen. Het verlengt de voorpret en maakt de aanschaf betekenisvoller. Net zoals wachten tot de naald de groef raakt, in plaats van meteen op play drukken.
Plaatjes draaien is geen nostalgie om de nostalgie. Het is vertragen. Kiezen voor beleven in plaats van consumeren. En elke keer als die naald zijn weg vindt in het vinyl, weet ik weer waarom. Muziek is niet alleen iets wat je hoort. Het is iets waar je bij moet blijven.














