Schrikken

Donderdagmiddag. Het leven leek Martin even tegen te zitten. Hij was betrokken bij een verkeersongeluk. Zelf had hij gelukkig geen schrammetje. Zijn blauwe Ford Fiesta daarentegen was er slechter aan toe. Zijn wagen leek de boom frontaal te hebben geknuffeld. Total loss. Martin prees zich gelukkig met alleen materiële schade, maar baalde er wel van. Ondanks een goede verzekering, was dit financieel een flinke tegenvaller, en hier zat hij echt niet op te wachten. Dochter Steffy had vorige maand net haar laatste bezoek aan de orthodontist gebracht, terwijl zoon Jim inmiddels een eerste afspraak had gemaakt om een beugel aan te laten meten. Martin begreep het niet. Die onnodige hoge kosten voor zogenaamde perfectie. Een rechte rij tanden is mooi, maar waar ligt de grens? Alles moet tegenwoordig ook perfect zijn, en staan de tanden eenmaal recht in een rij, dan blijken ze niet wit genoeg. Zijn vrouw Monique vond het nodig. Ja, zolang mensen aan uiterlijke onzekerheden van anderen geld verdienen, wordt de mens angst aangepraat over het gebrek aan uiterlijke perfectie. Het leven maken we zelf duur en iedereen, zeker Monique, doet er van harte aan mee.

Martin dacht aan hoe hij de komende maanden zich moest verplaatsen. Het openbaar vervoer was de enige optie en ook dat is niet gratis. Afgezien van de vergoeding van zijn werkgever. De komende periode zal er een worden van meer dan eens in de maand overwerken. Hoe moet hij anders zijn gezin onderhouden? Door de enorme klap tegen de boom kon hij niet normaal nadenken. Natuurlijk had hij er alles voor over om zijn gezin te onderhouden, maar wanneer kinderen, en vrouw, aan de diverse hypes mee moeten doen, mocht hij diep in de buidel tasten. Met deze gedachte voelde hij zich enorm schuldig, maar hij verontschuldigde zich met de gedachte dat het nu niet het moment was om helder na te denken. Zeker niet als je net een zwaar auto-ongeluk hebt gehad. De schrik zat er goed in. Dit moment schoten er diverse, rare gedachten door zijn hoofd. Gedesillusioneerd en trillend stond hij bij het autowrak. Hulpverleners waren druk in de weer en Martin vond het prima. Blij dat hij het kon navertellen.

Thuis, aan het einde van de middag werd Martin wederom door een onaangename emotie overvallen. Het was niet alleen het financieel plaatje. Hij kon zich momenten van vandaag niet plaatsen. Er zaten gaten in zijn belevenis van vanmiddag. Zo kon hij zich niet herinneren hoe hij was thuisgekomen. Hij keek door het raam naar buiten. Het was inmiddels donker geworden. Was hij door de politie teruggebracht, of zelf met de trein of taxi naar huis gereisd? Misschien had hij toch even het bewustzijn verloren. Hij deed zijn best om zich een chronologisch plaatje voor de geest te halen, maar iedere herinnering aan vandaag vervaagde. Martin zat thuis in zijn eigen stoel. De hoofdpijn was minder, maar de onrust bleef. Hij hoorde de sleutel in het slot van de voordeur. De deur werd geopend en vrouw Monique en de kinderen kwamen thuis. In plaats van dat ze luid groetend binnenkwamen, was het nu stil. Dat komt vast door wat er vanmiddag is gebeurd, dacht Martin. Met verdrietige gezichten en rooddoorlopen ogen van het huilen kwamen ze de woonkamer binnenlopen. Martin wilde opstaan, maar de schrik sloeg hem om het hart. In de armen van Monique zag hij zijn bebloede kleding en schoenen. Hij begreep het nu. Martin was vandaag niet thuisgekomen.

Een scène

Een doodgewone doordeweekse avond en ik sta in de rij bij de kassa van mijn buurtsupermarkt te wachten. Het verbaast me dat het druk is in de winkel. Het lijkt dat veel mensen om 7 uur ‘s-avonds de winkelwagen of het winkelmandje moeten vullen met artikelen waarvan geen uitstel van aanschaf mogelijk is. Ik heb precies hetzelfde probleem, want de koffiemelk is op. Oké, ik drink mijn koffie zwart, maar de inhoud van de fles wijn vereist de aanschaf van een nieuwe voorraad. Ik ben niet verslaafd. Maar géén wijn in huis, dat is een waar alcoholprobleem. Paniek. Daarom snel met de boodschappentas in de hand op de fiets gesprongen en het toiletpapier was overigens ook op.

Het is echt druk in de supermarkt. Ik verbaas me. Sommige klanten lijken de weekboodschappen steevast op de vaste dinsdagavond te doen. Inmiddels dreigt er een vijfde wachtende in de rij te komen en dan breekt er lichte paniek uit, want iedere vijfde wachtende in rij krijgt bij deze supermarkt de boodschappen gratis mee naar huis. Dat kan natuurlijk niet. Snel wordt er een medewerker van de afdeling vleeswaren ingezet om plaats te nemen achter de kassa. Sommige mensen zijn blij, anderen teleurgesteld. Hadden ze daar toch bijna een volle boodschappenwagen gratis en voor niks mee naar huis mogen nemen.

Een meneer met grijs haar, die al een tijdje met een zelfscanner in zijn hand bij de snelkassa stond te wachten, vind het helemaal niets dat hij wordt overgeslagen. Een medewerkster van servicebalie, die met verhit hoofd de rij aan haar balie probeert weg te werken, vraagt de man plaats te nemen in de rij van een van de 2 andere kassa’s. Dit valt de grijze doffer verkeerd en begint met verheven stem tegen niemand in het bijzonder te roepen dat hij nu voor niets bij de snelkassa staat te wachten. Waarom kan hij niet snel geholpen worden? Een andere man in de rij naast mij, het type gezondheidsgoeroe in sandalen, maant de man tot rust. Dan volgt er een soort van dialoog.

‘Bemoeit je vooral met je eigen zaken,’ zegt de boze, grijze meneer.
‘Dat zou ik wel willen, maar het volume van uw stem nodigt uit tot reageren,’ glimlacht de man.
‘Wat is jouw probleem, dat je je met anderen moet bemoeien?’ De meneer prikt met de zelfscanner richting de ongewenste gesprekspartner.
‘Ooit gehoord van overmacht en onderbezetting?’ vraagt de gezondheidsgoeroe heel kalm terwijl hij zijn biologische producten op de band legt.
‘Met chique woorden word je voor mij toch echt niet slimmer hoor, vriend,’ beweert de geïrriteerde grijze meneer.
Een mollige tienerjongen steekt zijn boodschappen -een blikje energiedrank en een zak chips, onder zijn linkerarm en met een bijna niet verstaanbare ‘Dit gaat viral!’ haalt hij zijn mobieltje tevoorschijn. Klaar om deze scene in de supermarkt op te nemen.
De caissière begint opgelaten de boodschappen van de gezondheidsgoeroe te scannen.

De meneer met de zelfscanner sluit zich aan in de rij naast mij en staat een paar meter achter zijn ‘gesprekspartner’. Ik veins alsof ik niet heb meegekregen en verplaats het toiletpapier, de koffiemelk en mijn fles rode wijn van de boodschappenmand naar de band bij de kassa.
‘Weet u?’ vraagt de gezondheidsgoeroe aan de meneer met de zelfscanner, om vervolgens geen antwoord af te wachten en verder te gaan. ‘Het leven is zo veel makkelijker wanneer je een positieve insteek in het leven hebt.’
Het gezicht van de grijze meneer heeft nu de kleur gelijk aan de tomaten die deze week in de aanbieding zijn.
De gezondheidsgoeroe rekent zijn boodschappen af en plaatst deze in zijn gerecyclede boodschappentas.
Met een ‘Ik wens u nog een hele fijne avond en heel veel positiviteit in uw leven,’ groet de gezondheidsgoeroe de meneer.

Wanneer de goeroe wilt weglopen brengt de zwaar geïrriteerd meneer de gele boodschappenmand boven zijn hoofd met het doel de gezondheidsgoeroe tegen het hoofd te raken.
Ik deins geschrokken terug en de wijze goeroe duikt weg.
Het gele boodschappenmandje mist het doel en de boze meneer verliest zijn evenwicht. Wat volgt lijkt in slow-motion. Meneer valt met een doffe dreun op de grond en slaakt een diepe zucht. Hij blijft op de grond zitten.
Iedereen is stil in de supermarkt.
Na een tijd wordt de stilte verbroken door de zwaar teleurgestelde tiener met het mobieltje.
‘Shit! Het heeft helemaal geen filmpje opgenomen.’

17 mei 2017

Ik zit in de trein. Buiten bepalen de wazige, grijze geluidschermen het stadsbeeld. Het is warm vandaag. Zomers weer. We zijn de warmte nog niet gewend, want het is de eerste tropische dag van het jaar. In de trein is het lekker koel. Anderen vinden dat ook fijn. Een medereiziger zucht opgelucht: ‘Stel je toch voor dat het in de trein net zo benauwd en warm is als buiten.’ Het reisgezelschap zucht mee en knikt bevestigend van: ‘Nou , zeker!’

Klagen is een favoriete bezigheid van de mens en het favoriete onderwerp om over te klagen is sinds de pre-historie altijd het weer geweest. Ik denk dat de eerst gesproken zinnen van de moderne mens het weer als onderwerp betrof. Maar daar waar we vroeger pas na een aanhoudende hittegolf van een paar weken enig protest durfden te uiten, klagen we nu meteen en vooral luidkeels wanneer het kwik in de thermometer, als bij de kop-van-jut op de kermis, tegen de 30 graden aantikt. We zijn het wennen verleerd en het ongeduld is er voor in de plaats gekomen.

Ik luister niet langer naar het geklaag in de coupé en kijk weemoedig naar buiten. De trein is de randstad uitgereden en het uitzicht wordt niet langer belemmerd door  de grijze geluidsschermen of de strategisch geplante bomen. Het landschap van de lage landen rolt aan me voorbij en ik zie vooral de heldere blauwe lucht en het frisse voorjaarsgroen van de weilanden. In een fractie van een paar seconden zie ik een oud boertje in overall voorovergebogen bij een slootje, van wat ik denk, gemaaid gras weg te harken.

Enkele kilometers later zie ik een groep schoolkinderen op een verdwaald fietspad langs het spoor lekker gek doen zoals alleen kinderen dat kunnen. Afgezien van de hoge, tropische temperaturen zijn er mensen die wel genieten van dit vriendelijke weer. Het brengt een glimlach op mijn gezicht en ik bedenk dat we ondanks het figuurlijke warme bad dat we klagen noemen vooral afhankelijk zijn van de blije momenten in ons leven. Lachen, of genieten, zorgt ervoor dat we de moeilijke tijden doorkomen. Koester de mooie herinneringen en geniet vooral vanuit het hart.

De vorige zin klinkt als een tegeltekst, maar de reden van mijn reis deze middag, is een crematie. De moeder van een zeer dierbare vriend is overleden en uit bewondering voor zijn moeder, maar ook als troost voor deze vriend, wil ik er bij aanwezig zijn. Dat is vanzelfsprekend, en ik ben gelukkig niet de enige die er zo over denkt. Deze woensdagmiddag in mei is verdrietig. Voor de nabestaanden een droevige, zwarte dag. Ik hoop dat de aanwezigheid van vrienden en dierbaren enige troost biedt voor een glimlach. Dan heb ik de hoop dat het verdriet eens voorzichtig plaats maakt voor mooie, fijne herinneringen en een lach op het gezicht.

Nabeschouwing

Het Eurovisie-circus is de stad uit. De voorstelling voorbij. De tent is opgedoekt. De artiesten en het publiek zijn naar huis. De keuze is gemaakt: Portugal is de winnaar van het Eurovisie Songfestival 2017. Of dat terecht is weet ik niet. Het Portugese lied Amar pelos Dios is geen lelijk exemplaar, maar persoonlijk vind ik het niet zo bijzonder. Zeker niet het beste liedje van alle 42 inzendingen. Ik la-la dan toch liever mee met Eurovisie inzendingen van landen als Cyprus, Italië of Roemenië.

Qua muziek had het winnend lied niet misstaan op het Songfestival van 1958. Mijn grootmoeder had er vast en zeker glimlachend op zitten meedeinen. Wanneer ik er met mijn ogen dicht naar luister, en niet de iele, fragiele zanger Salvador Sobral voor me zie, doet het me denken aan een intermezzo in een zwart-witfilm waarin een verlegen jongen, gedumpt door de liefde van zijn leven, door de regen naar huis terugfietst. Ook past het lied prima bij een televisiecommercial voor chocolade bonbons.

Hoe kan het dat het winnende liedje van Eurovision 2017, die ik tijdens het afluisteren van de dubbel-cd constant wegdrukte, toch zo populair werd? Het kan zijn dat mijn muzikale smaak niet algemeen is, maar dat betwijfel ik. Mijn smaak op muzikaal vlak is enorm gemiddeld en doorsnee. Kan het zijn dat die-hard Eurovisionsfans er invloed op hebben gehad? Door de slechte gezondheid (hartproblemen) van Salvador Sobral kon hij de eerste repetities in Kiev niet uitvoeren.

Hierdoor viel de Portugese Salvador meteen op en werd hij wellicht de underdog van het festival. Dit werd al snel opgepakt door de bookmakers in Engeland, die helaas veel invloed hebben op het stemgedrag van de Europese songfestivalliefhebbers. Het blijkt dat, mits je echt wilt winnen, je moet opvallen tussen de andere inzendingen. Onderscheidend. Een goed lied is niet goed genoeg. De afgelopen 3 jaar hebben acts gewonnen die echt opvielen naast de andere inzendingen.

Daar kan een man in een apenpak (Italië) niets aan veranderen, want op hetzelfde festival stond er een man bovenop een ladder met een plastic paardenmasker op zijn hoofd (Azerbeidzjan). Dat is niet opvallen, dat is gekkigheid, en daar kennen we genoeg momenten van. Het kopiëren van de winnaar van het voorgaande jaar is ook geen optie, want je valt niet meer op. Hebben we hier ergens in Nederland een Siamese tweeling rondlopen die ook nog eens een mooi riedeltje kan zingen? Zo is het circus hartstikke compleet en wordt Eurovision 2019 zeker in The Netherlands gehouden.

Tjoerie

Het regent in Almere. Deze vrijdagmiddag zit ik aan een tafeltje in het leescafé van de Nieuwe Bibliotheek. Af en toe kijk ik op van mijn mobieltje, een beetje druilerig, net als de regen, naar buiten te kijken. Ik zit er bijna alleen. Samen met een medewerkster van het leescafé, en verderop een Surinaams jongedame. Ze is druk met haar smartphone. Haar grote bos haar met krullen beweegt mee in het ritme van haar duimen als ze zit te whatsappen.

Vanuit de verte zie ik een blonde, slungelachtige jongen lopen. Ik kijk even en doe alsof ik naar het scherm van mijn mobieltje kijk. Ik zie hem richting het leescafé lopen. In zo’n zwart-wit moderne broek die het modebeeld de laatste tijd bepaalt. Een trainingsbroek, maar dan een die vanaf de knie tot aan de enkels op een legging lijkt. Vroeger zou ik zo’n broek vast een heel tof exemplaar hebben gevonden, maar ik ben nu 50 jaar oud en mijn smaak past zich daar op aan. Ik vind het een belachelijk en onooglijk model. Gelukkig word ik niet verplicht het model te dragen en die gedachte maakt me blij.

De blonde slungel stapt op de dame af en spreekt haar -tot mijn verbazing- aan met een heel zwaar Surinaams accent.
‘Hey meissie. Fawaka?’
De jongedame kijkt verrast op van haar mobiel. Heel even is ze in de war. Ze hoorde zojuist duidelijk het bekende accent en nu ziet ze daar een lange, bleke slungel bij haar tafeltje staan. Ze corrigeert haar verbazing.
‘Fawaka!? Ben je een boeroe dat je zo tegen me praat? Jongen, ik zou je een tjoerie geven, maar daar ben je me te min voor. Ga spelen.’
De Surinaamse kijkt hem doordringend aan en de slungel druipt af. Ze neemt een slok van haar koffie en wanneer de slungel op enige afstand is hoor ik dan toch een echte tjoerie. De minachting is duidelijk gemaakt. Buiten is het harder gaan regenen.

Circus

In de jaren zeventig van de vorige eeuw, vond ik het als kind fantastisch wanneer het circus tijdens de zomermaanden neerstreek in Den Helder op het veld achter het bruggetje aan de Walvisvaardersweg. Het veld bestond uit een paar graspollen en enkele opgedroogde modderpoelen, waar stofwolken je het zicht ontnamen wanneer je aan het spelen was. Later werd het veldje geld waard, nadat het werd gevuld met appartementen. Maar daarvoor was het altijd een aangename afwisseling wanneer er in een warme zomer een grote felgekleurde circustent werd opgezet. Clowns, acrobaten in strakke pakjes en exotische dieren hadden een enorme aantrekkingskracht op mij. Ik kan me herinneren dat ik als pre-puber ‘s-avonds vaak heb liggen fantaseren om van huis weg te lopen en met het circus mee te reizen.

Jawel. Je beleeft het gras altijd groener aan de overkant. Maar dat terzijde. De exotische dieren van toen noemen we vandaag de dag bedreigde dieren. Tegenwoordig mag er bijna geen exotisch dier meer optreden in de piste van een grote circustent. En terecht. Dieren zijn er niet om ons, de verveelde mensen, te entertainen. Laat acrobaat en goochelaar maar in eigen persoon de kunstjes aan het publiek tonen. Ik twijfel er niet aan dat de dieren destijds, in de vorige eeuw, best goed werden verzorgd, maar een dier hoort te léven en niet alleen te bestaan in een omgeving van een beperkt aantal vierkante meters.

Overigens is het maar goed dat ik als kind niet van huis ben weggelopen en met een woonwagen de wereld ben ingetrokken. Het circuswereldje is er niet eentje waar ik gelukkig had kunnen worden. Niet dat het circusleven mij te slecht of te min is, maar nu ik iets rijper, qua leeftijd ben, is het fijn te beseffen dat je sommige keuzes juist niet gedaan hebt. Ook al was het nooit een serieuze overweging geweest om me aan te sluiten bij Circus Toni Boltini. Het circus van vandaag is als zwarte piet: Een relikwie, een gedachtenis aan vroeger. De ouderwetse circussen vind men niet meer leuk en het nieuwerwetse circus van dit millennium vindt niet meer plaats in een tent.

Een Cirque du Soleil heeft meer weg van een gala dan dat het op een circusvoorstelling van de vorige eeuw lijkt. Daardoor vind ik het zo grappig dat een specifiek chique gala dat in 1956 voor het eerst werd gehouden tegenwoordig meer op een circus lijkt. Het Eurovisie Songfestival begon ooit heel statig in Lugano te Zwitserland. Het is na jaren uitgegroeid tot één groot circus met vele circusacts. Mannen in hardrockmonsteroutfits, of rennend in een hamsterwiel. Een Ierse handpop achter een draaitafel en een leven draaiorgel. Er komt meer bij kijken dan alleen maar een liedje op het songfestival.

Gisteravond was de eerste halve finale van Eurovision 2017 en morgen, na een dag van rust op deze woensdag, is de tweede halve finale. De Brabantse zusjes Vol treden namen Nederland op, om ‘ons’ naar de finale op zaterdagavond te zingen, en zingen kunnen ze. Van die 10 finaleplaatsen zit er hoogst waarschijnlijk eentje voor Nederland bij. Een week met 3 avonden van Eurovisie Songfestival. Ik zit thuis heerlijk voor de televisie te genieten. Je mag me uitlachen, belachelijk maken. Mij maakt het niet uit. Ik geniet van het Eurovisie Songfestival sinds het circus nog jaarlijks bij ons vroeger in de woonwijk de olifanten en dromedarissen op het veldje lieten loslopen. En daar waar je van geniet, dat moet je niet verstoppen. Zo aan het einde van deze paar regels tekst weet ik, dat al sinds mijn kinderjaren ik toch altijd een beetje van het circus ben blijven houden.