Onaardigheden

Waar ik mijn hele leven altijd heb gedacht dat ik wel een aardig persoon ben, raak ik er de laatste tijd steeds meer van overtuigd dat het waarschijnlijk niet zo is. Ondanks dat ik de laatste jaren glimlachend door het leven ga (van fronzen krijg je rimpels, en ja, ik ben hier te laat mee begonnen) maakt dat niet altijd alle mensen blij. Dat geeft niets. Er zijn veel mensen die mij niet blij maken, maar daar heb ik het wel eens een andere keer over. Ik maak de mensen niet blij. Het zij zo.

Een maand geleden haalde ik dankzij een kort sprintje op station Amsterdam-Zuid nog net de trein naar thuis. De conducteur floot zijn fluit op het moment dat ik de trein in schoot. Zwaar ademend liep ik de coupé in op zoek naar een zitplaats. Er was nog plaats bij een meisje en een oudere vrouw. Ik ging zitten en het meisje keek mij heel teleurgesteld aan. Met een trillend stemmetje zei ze dat ze deze plek, waar ik zat, voor haar zusje en haar vader was.

Met een ‘In de trein hebben we geen gereserveerde plaatsen,’ bleef ik zitten. Het meisje liep weg en de mensen in de coupe keken mij aan. De oudere vrouw schuin tegenover mij mompelde mij het woord flauw toe. ‘Hoezo flauw,’ vroeg ik haar. ‘Ik heb net zo veel recht op een zitplaats als iedereen.’ De vrouw viel in de herhaling, ze mompelde mij hetzelfde woord toe en verschool zich achter haar e-reader. Van het meisje, haar zus en vader heb ik trouwens niets meer vernomen.

Diezelfde week reageerde ik op social media op een tweet met de opmerking dat de term homohuwelijk  inmiddels achterhaald is. Het is een huwelijk, ongeacht wie er trouwt. Ik antwoordde bevestigend met een vergelijking van andere huwelijken die juist niet specifiek benoemd worden. Ik sprak over een gehandicaptenhuwelijk en een moslimhuwelijk, maar ook over een huwelijk waarbij ik, zonder na te denken, het n-woord heb gebruikt. Hierop werd mij door een andere twittergebruiker de titel racist toebedeeld.

Mijn uitleg dat men mijn woorden uit de context haalde, werd juist als de superioriteit van een typisch blanke man gezien. Dat vond ik zelf dan een beetje racistisch, maar enige verdere uitleg van mij kwam gewoon niet goed over. De vrouw was zeer stellig. Ik wilde haar graag overtuigen omdat ik mezelf helemaal niet als racist zie, maar toen er meerdere twitteraars ook tegen mijn ageerden, haakte ik af. Dit was iets dan ik niet kon, en ook niet meer wilde winnen.

Zo blijkt maar weer dat je onbedoeld toch als een onaardig persoon kan worden ervaren. Zo bleek van de week op Amsterdam-Zuid. Vanuit het werk was het weer een uitdaging om mijn verbinding naar Almere te halen. Vanuit de metro moest ik versneld naar perron 1 lopen. Tijdens deze spits was er een mevrouw met een beker koffie in de linker- en een koffer op wieltjes in de rechterhand, die hierdoor de toegang tot de roltrap belemmerde. Licht geïrriteerd glipte ik langs haar.

De mevrouw met koffie en koffer schrok hiervan en tetterde verwijtend dat ik haar aan de kant duwde. Een paar treden hoger hield ik mijn pas in (ik zag dat mijn trein er nog niet was), en zei haar dat er veel dingen zijn die ik niet doe, en het aan de kant duwen van mensen hoort daar zeker bij. ‘Laten we vooral normaal met elkaar omgaan,’ zei ik voordat ik het perron op steeg. Mevrouw met koffie en koffer zocht schetterend bijval van medereizigers, maar mijn aandacht had ze niet meer.

Hierbij biecht ik het dan maar op. Ik ben een onaardig persoon. Ik steel de zitplaats van jonge meisjes in de trein, ik gebruik foute woorden die nu niet meer kunnen en ik geef mensen het idee dat ik hen aan de kant zet. Al deze handelingen waren geen opzet. Ik vind mezelf nog steeds de knul van een toen, die denkt vriendelijk naar anderen te zijn. Ondanks dat ben ben ik toch een zeer onsympathieke man. Juist wanneer ik geen rekening houd met de ervaring van anderen. Het is iets waarmee ik moet leren leven.

Skwiesj

Een paar maanden geleden liep ik samen met een collega vanuit het werk naar metrostation Henk Sneevliet. Het had die dag flink geregend, want onderweg mochten we meerdere regenplassen ontwijken. Halverwege onze wandeling werd mijn aandacht door een vreemd geluid aangetrokken. Een geluid dat ik niet thuis kon brengen.
Skwiesj. Skwiesj. Skwiesj. Skwiesj.
Ik keek mijn collega aan en vroeg: ‘Hoor jij dat ook? Wat is dat?’
Skwiesj. Skwiesj. Skwiesj. Skwiesj.
‘Oh,’ zei hij. ‘Dat zijn mijn schoenen. De hakken onder mijn schoenen zijn versleten en nu komen die luchtcompartimenten in de hakken vrij. Het regenwater maakt dat geluid.’ Het was een duidelijke verklaring en we praatten door over wat er die dag was gebeurd en wat ons de komende dagen stond te verwachten. Op het metrostation stapte mijn collega in de metro richting Sloterdijk en even later vertrok ik met de metro richting Amsterdam-Zuid.

In de trein naar thuis dacht ik nog even aan het ‘Skwiesj-geluid’ en begreep toen, op dat moment, dat ik het geluid lang geleden al eens eerder heb gehoord. Ik heb vroeger vaak genoeg schoenen afgesleten en de kapotte schoenhakken maakten toen hetzelfde geluid.
Skwiesj. Skwiesj.
Vroeger hadden de kinderen in mijn omgeving maar 1 paar schoenen. Sommige kinderen hadden misschien 2 paar schoenen, maar dan was het tweede paar voor de zondag. Zondagse kleren waren vroeger een bekend gegeven. Voor mijn moeder zal het moment dat mijn schoenen versleten waren dan ook de gelegenheid zijn geweest om nieuwe schoenen voor mij te kopen. De nostalgische herinnering aan mijn oude schoenen met een flink maatje kleiner dan nu, waren al vervlogen toen de trein het station van Almere Centrum inreed.

Afgelopen donderdag regende het flink toen ik vanuit het werk naar het metrostation Henk Sneevliet liep. Het kwam nog net niet met bakken naar beneden, maar een paraplu was wel nodig om niet als een verzopen kat thuis te komen. In een flink tempo liep ik door deze regenbui. Totdat ik halverwege een ietwat bekend geluid hoorde.
Skwiesj. Stap. Skwiesj. Stap.
Het duurde een paar stappen voor ik wist wat het geluid met zich meebracht. Ik stopte en keek ontstemd onder mijn schoenen. In de hak van mijn rechterschoen zag ik een klein sneetje. Deze miezerige snee gaf het regenwater toegang tot de luchtkamers van mijn hak, en veroorzaakte het irritante geluid.
Skwiesj. Stap. Skwiesj. Stap.
Met een lichte ergernis liep ik door naar het metrostation.

Jip en Jammer

“Wanneer gaan we naar de Hema?”
“Hoezo? We zijn laatst nog geweest.”
“Ik wil iets van Jip en Janneke kopen.”
“Voor jezelf?”
“Ja. Voor mezelf.”
“Oké, prima.”

“Wist je dat Annie M.G. Schmidt de schrijfster is van Jip en Janneke?”
“Wie?”
“Annie M.G. Schmidt. Van de musicals en televisieliedjes.”
“Zegt me niets.”
“Cultuurbarbaar. Ze deed vroeger heel veel voor het amusement.”
“Ja hoor, whatever.”
“Nou, ik dacht een leuk weetje met je te delen.”
“Het zal mij boeien dat die Annie de Hema heeft opgericht.”

Home Alone

Edo, mijn beste vriend, mijn echtgenoot, mijn maatje, is samen met zijn zus op familiebezoek naar Bali. Voor ongeveer 12 dagen is hij weg en vertoeft hij, samen met familie, 10.050 kilometer van Nederland vandaan in de tropische omgeving van Indonesië. Het is hem gegund. Ik vermaak me prima (tot nu toe; dag 2) in mijn Home Alone-situatie. De katten heb ik wel om mij heen, maar daar kan ik geen praatje mee maken. Doe ik dat wel, dan zijn de antwoorden toch hersenspinsels van mijzelf.

Het is momenteel de langste periode van elkaars afwezigheid in de 25 jaren waarin wij elkaars beste maatjes zijn. Niet dat het erg is, want we weten dat ook aan deze iets langere periode van het niet samenzijn een einde komt. Geen reden voor mij tot oproep van medelijden of mededogen. I am doing okay. Het alleen-zijn heeft natuurlijk ook wel een paar voordelen: Heb ik trek in patat, dan laat ik het bezorgen. Wil ik een horrorfilm zien, dan kijkt er niemand angstig mee.

Je moet jezelf een beetje kietelen op de momenten dat je jezelf een beetje alleen voelt. De aanschaf van een Sonos Play:1 is dan altijd een goed excuus, en verantwoord. De minispeaker was namelijk in de aanbieding. Hiep hoi. Misschien is het een mannending om de aanschaf van een gadget te vergoelijken, omdat het in de aanbieding is, maar ook omdat je het jezelf op dit moment enorm gunt. En momenteel is er niemand aanwezig om mij te zeggen dat het een slecht idee is.

Inmiddels heb ik vernomen dat broer en zus zich prima vermaken op Bali. Ze hebben aan de rand van het zwembad gelegen en zijn er op uit gegaan om speciale koffie te drinken. Luwak-koffie. Deze koffie is bijzonder omdat de rauwe koffiebonen door een loewak, een civetkatachtige, worden opgegeten en daarna via het darmkanaal weer wordt uitgeworpen. Nieuwsgierig ben ik op zoek gegaan naar wie ooit als eerste op het idee kwam om rauwe koffiebonen aan een loewak te voeren?

Een korte Googlezoektocht leerde mij dat toen de koffieproductie in de 18e eeuw in Indonesië op gang kwam, de koffieconsumptie voor het gewone volk onmogelijk was. De enige mogelijkheid om aan koffiebonen te komen, was om deze uit  de uitwerpselen van de civetkatten te halen. Deze koffie bleek dus heel erg lekker te zijn. Ja, over smaak valt niet te twisten. Ik vind het heel bijzonder, en heel duur. Voor 250 gram Luwak-koffie heb je hier in Nederland een nieuwe Sonos Play:1 aangeschaft.