DRAY BOSMA

C'est juste un blog.

Het is vandaag tweeënveertig dagen geleden dat mijn moeder is overleden, en ik vind dat het niet de fijnste dagen van mijn leven zijn geweest. Waar ik voorheen altijd, op een stoere manier, wist te vertellen dat ik al een beetje afscheid van mijn moeder had genomen, toen ze in het verzorgingshuis werd opgenomen, omdat ze door het lichtelijk dementeren niet langer op zichzelf kon wonen, kom ik hier op terug. Wanneer je moeder er daadwerkelijk niet meer is, is het niet zoals je denkt dat het moest gaan. Ik ervaar voor het eerst hartzeer.

Het valt me enorm tegen dat ik bijna dagelijks korte momenten ken waarin ik veel verdriet heb. Het is niet alleen het gemis, maar ook hoe je het leven beleefd vanaf het moment dat beide ouders niet meer in leven zijn. Het zijn -gelukkig- zeer korte momenten van misschien nog geen minuut en het klinkt ook meer dramatisch dan dat ik het bedoel, maar het is een soort heimwee naar een situatie die niet meer bestaat. De basis van mijn leven bestaat niet meer.

Deze momenten ervaar ik slechts wanneer ik alleen ben. Tijdens een avondwandeling, ofzo. Ik ga over de dingen nadenken en voordat ik het weet begin ik te malen met mijn gedachten. Ik ben al begonnen met het wandelen met oordopjes in om dan maar naar muziek of een podcast te luisteren. Toch een beetje afleiding. Soms moet je jezelf gewoon voor de gek houden. Gelukkig ervaar ik het niet dat ik alles naargeestig zie en ik weet dat er ook heel veel leuke dingen zijn om voor te leven.

Het leven gaat met je door. Of je het nu wil of niet. Ik ga ervan uit dat met de tijd alles milder en zachter wordt. Dit lukt me al dankzij het hardlopen, wat ik drie keer in de week doe. Hiermee kan de emoties een plekje geven. Het komt goed met me.

December 2012. In de nacht, vlak voor Kerstmis, word ik om ongeveer 04:15 uur wakker van een aanhoudend gebel van de deurbel. Ik spring uit bed, de trap af, richting de voordeur. Onderweg naar beneden schieten diverse gedachten door mijn hoofd: Is er een brand? Zijn het dan toch die verdomde Maya’s met hun onheilspellende voorspelling, of is er een ongeluk gebeurd, waarvan ik persoonlijk op de hoogte gebracht moet worden?

Ik doe de deur open en zie een huilende mevrouw voor me staan. Ze vraagt in paniek of ik 112 wil bellen, want haar (ex)vriend heeft haar mobieltje afgepakt. De dronken (ex)vriend staat een paar meter, buiten onze voortuin en roept haar naam. Ik loop naar binnen, pak mijn telefoon en bel 112. Wanneer ik hoor dat deze overgaat, geef ik de telefoon aan de huilende mevrouw.

Ze doet haar verhaal aan de meldcentrale en ik zie dat ze er gehavend uitziet. Een feestelijk jurkje ziet er verfomfaaid uit en haar jas heeft ze in haar hand. In het telefoongesprek legt ze uit dat haar (ex)vriend geprobeerd heeft haar jas af te pakken en haar over de grond heeft meegesleurd. De (ex)vriend neemt nu afstand van de voordeur en roept nu van een paar honderd meter afstand haar naam. Hij ziet er ook niet uit. Het gezicht onder het bloed, waarschijnlijk met zijn dronken kop op zijn gezicht gevallen.

Na nog geen vijf minuten nadat ik 112 heb ingetoetst arriveren er al twee politieauto’s in de straat. De mevrouw (ik weet inmiddels haar naam, want die heb ik al tientallen keren door de dronken, gewonde en nu van de politie weglopende (ex)vriend horen roepen) vertelt, nog steeds, snikkend haar verhaal. Een van de politieagenten vraagt of hij achter de man aan moeten gaan. Een andere agent kijkt nog eens naar de mevrouw en zegt dan: ‘Ja, pak hem maar op’. De politieauto rijdt snel over het fietspad richting de (ex)vriend.

De mevrouw wordt door de politie opgevangen en mag in de auto plaatsnemen. De agent loopt nog even naar mij en vraagt of alles met mij goed gaat. Ik vertel hem dat het prima met mij gaat, naast een verstoring van mijn nachtrust. De agent bedankt me. Ik zeg een Graag Gedaan, want ik zie graag dat er ook voor mij een deur opengaat, wanneer ik hulp nodig heb. Om 04:30 uur lig ik weer in bed, maar het duurt nog even voordat ik de slaap kan vatten.

Categorieën: Read

De deurbel gaat. Snel kom ik van mijn werkplek vandaan en loop naar beneden naar de voordeur. Ik kan me niet herinneren dat er iets online is besteld, dus het zal geen medewerker van een koeriersdienst zijn. Ik doe open en het jaar 1973 staat voor de deur. Negentien-drieënzeventig in de vorm van een colporteur. Een man die mij artikelen of diensten aan de deur wil verkopen. Dit is wel een zeer ouderwetse manier om een afzetmarkt te creëren.

De man begint zoals een verkoper zijn praatjes normaal gesproken begint. Vooral veel positief gewauwel (gelukkig is het mooi weer, vandaag), maar als een wolk voor de zon onderbreek ik de man met de opmerking dat ik aan het werk ben en niet in de tuin lig te genieten. De colporteur is heel even van slag en vergeet zijn even zijn intro van het feitelijke doel: het verkopen van een alarminstallatie.

Hij stamelt voorzichtig dat hij al heeft gezien dat we al een doorbel met camera hebben en de colporteur wil snel doorgaan met de verkoop van zijn diensten (of artikelen, wanneer hij mij beveiligingscamera’s wil verkopen), maar wederom breng ik hem, onbedoeld, van slag door te zeggen dat er meerdere camera’s aanwezig zijn. Bij de garage, boven op onze voorgevel en in onze achtertuin.

De man lijkt een beetje zijn vaste verkoopverhaal te verliezen. Alle geloofwaardige verkoopzinnen brokkelen uit elkaar tot een niet samenvattend verhaal. Ik denk dat de colporteur niet meer op het juiste spoor komt en ik doe hem het voorstel om weer naar binnen te gaan, terug naar mijn werkzaamheden. De man lijkt heel erg opgelucht en blij te zijn dat ik hem red van deze chaotisch verkoopmislukking.

Categorieën: Read

Mijn toespraak op de uitvaart van mijn moeder, 12 augustus 2021.

Vorige week donderdagochtend liep ik hier in Den Helder een hardlooprondje, en ik liep hierbij langs de bollenboer op de Kortevliet waar ik in de zomer van 1979 als twaalfjarige jongen voor het eerst ging bollenbellen. 
Een herinnering die ik jaren vergeten was, kwam tijdens het hardlopen naar boven: Ik had die zomer op de eerste werkdag bij de bollenboer een paar kistjes vol gepeld en vond dat ik wel genoeg had gedaan. 
Ik liet het aantal kistjes noteren en sprong blij op mijn fiets, terug naar huis. 
Groot was mijn verrassing dat ik halverwege de Kortevliet mama tegenkwam. 
Ze was onaangenaam verbaasd en vroeg me waar ik naar toe ging. 
Toen ik haar vertelde klaar te zijn, gaf ze me het antwoord: ‘Ik dacht het niet, knul’.

Dus daar ging ik weer, samen met mama, terug naar de bollenboer. Mama met rechte schouders en ik met gebogen hoofd, en afgezakte schouders. 
Mocht ik aan de bollenboer vragen of we alsnog eens paar kistjes extra mochten volmaken.
Voor mama was het belangrijk dat wanneer je ergens aan begon, je dit ook afmaakte.
Desnoods met haar hulp. 
Dit is zo maar een herinnering van de honderden die me de afgelopen week door mijn hoofd gingen.

Het was op 16 juli 2018 dat bij mama de uitslag van de geheugentest bekend werd. Het was die maandag, de dag waarop ze in de ochtend alleen nog maar vergeetachtig was. In de middag had ze officieel Alzheimer. 
Het was niet alleen voor ons een zware tegenvaller, maar ook voor mama zelf. Ik heb van de week nog in oude WhatsApp-berichten teruggelezen dat ze er toch een paar dagen van slag van was.
Mama is sinds die dag in juli 2018 officieel dement, maar dit was ze wel op haar eigen, bijzondere manier. Want hoe vergeetachtig ze nadien ook is geworden, ze is ons in de jaren erna nooit vergeten. Ze wist nog heel goed hoe de familiesituatie was, en wie bij wie hoorde.

De allerlaatste keer dat ik mama sprak, toen ze al ziek en vermoeid in bed lag -de zaterdag voor haar overlijden, wist ze ook nog steeds wie ik was en vroeg ze me naar Edo, want ze kon hem vanuit bed niet zien. Edo was gewoon bij me. 
Mama was attent naar de mensen om haar heen. 
Mama was zoals ik het noem; ‘attent-dement’.
Ze vroeg me altijd naar iedereen en iedereen naar anderen, en dat deed ze dan zo’n zes á zeven keer. 
In een recordtijd van een paar minuten.

In een van mijn laatste gesprekken met mama begon ze over dat haar haar wel erg dun werd. Maar ze maakte er meteen ook een grapje over dat ze dan een excuus had om mooie hoedjes te kopen. Zo was ze, mama wist bij iedere tegenslag iets positiefs te verzinnen.

En zo wil ik mama graag herinneren; een lieve vrouw die overal het positieve van inzag.
Want huilen is soms nodig, maar lachen is noodzakelijk.

29 april 1930 – 6 augustus 2021

Categorieën: Read

%d bloggers liken dit: