De wereld staat in brand. Soms figuurlijk, soms bijna letterlijk. Je hoeft het nieuws maar open te slaan en de temperatuur loopt vanzelf nog een paar graden op. Oorlogen, bosbranden, politieke ellende, mensen die elkaar het licht in de ogen niet gunnen. En alsof dat allemaal nog niet genoeg is, besloot ik afgelopen zaterdag zelf ook maar even kennis te maken met de harde werkelijkheid. Letterlijk.
Een oud Almeers bruggetje en ik bleken het oneens over de vraag wie er voorrang had. Het bruggetje won. Met afstand. Sinds mijn flinke schuiver loop ik rond met een beurs lijf dat bij vrijwel iedere beweging nog even fijntjes meldt dat we niet meer in 1986 leven. Het herstelt allemaal wel, maar blijkbaar vond mijn lichaam het nodig daar een uitgebreid, meerdaags evaluatietraject van te maken. Een zeurend gevoel hier, een beurs plekje daar, en ondertussen een energieniveau waarbij zelfs de bank soms verdacht ver weg lijkt. Dat helpt de gemoedstoestand niet bepaald.
Dus moet ik het momenteel hebben van de kleine geluksmomentjes. Gelukkig blijken die, als je er een beetje op let, overal tussendoor te glippen. Woensdagavond bijvoorbeeld: een zonsverduistering. Geen apocalyptisch spektakel waarbij vogels uit de lucht vielen en de buren spontaan hun zonden begonnen op te biechten, maar gewoon een paar minuten omhoogkijken naar iets bijzonders. De maan nam een hap uit de zon en herinnerde mij er heel even aan dat er boven al die dagelijkse herrie nog een compleet universum zijn eigen gang gaat. Best geruststellend, eigenlijk.
Net als zo’n avond in de achtertuin. Geen tropische temperaturen waarbij je na drie minuten aan je tuinstoel vastgeplakt zit, maar gewoon aangenaam. Beetje zitten. Beetje kijken. Niets hoeven. Zelfs mijn beurse lijf lijkt daar tijdelijk mee in te stemmen.
En toen kwam er ook nog nieuws uit een totaal andere categorie: volgend jaar wordt het Eurovisie Songfestival in Burgas gehouden. Burgas! Alleen die naam al. Het klinkt als een vakantiebestemming waar je voor twaalf euro een karaf wijn krijgt en iemand ’s avonds op een keyboard een repertoire speelt dat sinds 1993 niet meer is bijgewerkt. Ik zie de vlaggen, windmachines, modulaties en volstrekt onbegrijpelijke puntentellingen nu al voor me. De wereld mag dan op sommige plekken rokend uit haar voegen barsten, ergens wordt alvast nagedacht over pailletten.
Misschien is dat precies waarom die kleine dingen ertoe doen. Ze lossen niets op. Een zonsverduistering beëindigt geen oorlog. Een aangename zomeravond blust geen bosbrand. En zelfs het Eurovisie Songfestival — hoe krachtig de windmachines ook zijn — gaat de mensheid waarschijnlijk niet redden. Maar ze maken het leven tussendoor wel wat lichter. En op dagen waarop je lijf beurs is, het nieuws je niet vrolijk stemt en de wereld zichzelf weer eens veel te serieus neemt, is een klein beetje licht soms precies genoeg.
Volgens mij zei een Braziliaanse schijver ooit: “Aan het einde komt het allemaal goed. Mocht het dan nog niet goed zijn, dan is het nog niet het einde.”














