DRAY BOSMA

"Je moet niet alles willen meemaken."

Vorige week zondag, de dag na de hittegolf -toen de buitentemperatuur niet meer gelijk of hoger lag dan de menselijke lichaamstemperatuur, zijn we na een afwezigheid van ongeveer 20 jaar weer eens op het strand nabij Den Helder gaan liggen. Ik weet het; het was die zondag niet echt een stranddag, maar de combinatie van een bezoek aan het strand nabij Den Helder is ook een bezoek aan mijn oude moedertje, die net een paar weken in het verzorgingshuis Dyckzicht woont.

Het was druk op het strand. Niet dat er hier en daar met zonnebrand ingesmeerde zonaanbidders lagen, maar het was druk met wandelaars en hondenuitlaatmensen. Het zonnetje brak door en wij besloten ons strandtentje uit te klappen. Met één greep uit de hoes stond het tentje meteen klaar voor gebruik. Wat een verschil met het opzetten van een windscherm, zoals we voor het laatst in het jaar 2000 deden. Dat was de tentstokken in elkaar schuiven, die vervolgens door de plooien van het schermdoek gestoken moesten worden, om vervolgens de lijnen aan te trekken totdat het scherm alle wind kon tegenhouden.

Eenmaal rustend met de blote billen op onze strandlaken, zagen we dat er meerdere strandgasten hetzelfde idee hadden. Niks wandelen, gewoon luierend op het zand. Bijna allemaal met de nieuwerwetse strandtentjes, als die van ons. Op een ouder echtpaar van net over de 70 na. Zij waren minutenlang bezig met het opzetten van het windscherm. Hoewel het eigenlijk de meneer was die druk was met het opzetten van het scherm. Mevrouw ging meteen op haar handdoek liggen. Soms zijn de taken niet helemaal gelijk gedeeld, maar wie ben ik om te oordelen?

Tijdens het mijmeren in het zonnetje gingen mijn gedachten naar het strand waar we ons nu bevonden, maar dan in de tijd dat we nog in Den Helder woonden en in de zomermaanden bijna dagelijks naar het strand gingen. Dat waren hele gebeurtenissen. Met vrienden van het in Den Helder niet meer bestaande café Chez Nous waren we geroutineerde strandbezoekers. Met flink gevulde boodschappentassen en koelboxen hebben we er uren doorgebracht.

Het was de tijd dat we als twintigjarigen dachten het strand te beheren. De wereld was van ons. We vermaakten ons met geanimeerde gesprekken, roddels en discussies. We speelden en zwommen in de zee en we hadden altijd te eten en te drinken. Honger was er alleen naar meer plezier. We verveelden ons nooit. We lachten luid en hielden ons niet in. We kenden geen zorgen over dat dit ooit voorbij kon gaan.

Categorieën:Read

De man schuin tegenover mij in de trein is me niet geheel onbekend. Ik heb hem vaker gezien. Hij is ongeveer van mijn leeftijd. Hij is altijd gekleed in een nette spijkerbroek met gestreken overhemd en fris gepoetste schoenen. Zijn kapsel is kort, ziet er verzorgd uit en is een beetje grijs bij de slapen. Verder heeft hij bolle hamsterwangen en een zuinig, samengeknepen mondje, waarmee hij een klein kind zou kunnen uitdagen om met de vingertjes in zijn wangen te laten prikken, zodat er een straaltje water uit zijn mond spuit. Wanneer ik deze man in de trein of op het perron zie, staat of zit hij altijd een beetje in elkaar gebogen. Als een bedeesd persoon dat verlegen opkijkt en om zich heen loert.

Ik kom de man, die ik voor het gemak Jan noem, niet iedere werkdag tegen. Ik weet ook niet of hij fulltime werkt of niet. Jan is een mysterieus mens. Ooit, toen de NS ons onbedoeld met een omweg naar onze bestemming wilde laten reizen, zag ik hem op ander station staan. Toen zag ik dat Jan ook mij herkende van het reizen. De eerste keer dat Jan mij opviel was op een terugreis in een volle trein, waarbij  3 moslima’s in gesprek waren met een oudere heer over het dragen van hijaabs. Jan ergerde zich aan het gesprek, want hij draaide constant met zijn ogen en mompelde onverstaanbaar.

Vandaag zit Jan met een koffie to go in zijn hand en kijkt vanuit zijn ooghoeken de trein in. Als door een wesp gestoken reageert hij op oogcontact. Ik denk dat Jan, ondanks zijn leeftijd, nog thuis bij zijn ouders woont. Het klopt met het idee dat ik van hem heb. Het tegenspreken van zijn ouders is uit den boze, vandaar het binnensmonds gemompel. Thuis, op zijn eigen kamer, waar hij beschikt over luxe gebruiksvoorwerpen waar zijn ouders helemaal geen weet van hebben, spreekt hij uit over het onrecht dat de wereld hem aandoet. Alleen op zijn kamer is hij de baas. Alleen daar is Jan de man.

In de trein zit Jan weer onverstaanbaar en binnensmonds te mopperen. Vooral nu, nadat uitzendkrachten in witte NS-jasjes, kaartjes hebben uitgedeeld met de mededeling dat er binnenkort weer werkzaamheden op het traject zullen zijn. Jan schudt in ontkenning en boosheid zijn hoofd. Hij is het er duidelijk niet mee eens. Hij is echt boos, want ik hoor duidelijk, ondanks dat het fluisterend uit zijn mond geperst worden, de woorden: tyfus en teringzooi. Vanavond wanneer hij thuis is, zal Jan op zijn kamer wel even duidelijk vertellen wat híj er allemaal van vindt.

De afgelopen weken was ik door familieomstandigheden vaak in mijn oude geboortestad Den Helder te vinden. Mijn moeder van 88 jaar, mocht haar intrek nemen in het verzorgingshuis Dyckzicht. Een thuis voor bewoners met een vorm van lichte dementie, zoals het verzorgingshuis het op haar website aan de bezoekers meldt. Dit hield in dat ik, in plaats van de reguliere familiebezoekmomenten, voor een langere periode in Den Helder aanwezig was.

De afgelopen jaren moest ik bij bezoek aan Den Helder een beroep doen op mijn geheugen, omdat al het nostalgische er niet meer aanwezig is (daar waar ik in de stad herinneringen heb opgedaan, is alles gesloopt), ben ik de weken op plaatsen geweest die er nog uitzagen zoals ik ze vroeger voor het laatst heb gezien. Zo fietste ik, samen met mijn zus Yvonne, door de diverse buurten waar ik allemaal herinneringen van 30 jaar geleden, of eerder, heb opgedaan. Toen ik vorige week woensdag door de Stakman Bossestraat reed was ik weer de tiener van toen en ervoer ik de herinnering van mijn jas, die in 1982 altijd zwaarder was door de vele buttons die ik erop had geprikt.

En zo kwam het dat tijdens het inrichten van mijn moeders nieuwe onderkomen en het verhuizen van haar oude inboedel dat ik constant met mijn gedachten in de vroege jaren 80 aanwezig was. De herinneringen aan de lp’s van Adam & the Ants, Culture Club en andere artiesten van toen, beantwoorde ik met afspeellijsten in Spotify. Tijdens het in elkaar zetten van de nieuwe linnenkast voor in mijn moeders nieuwe slaapkamer en tijdens het winkelen in mijn oude leefomgeving, schoten de herinneringen aan de oud-klasgenootjes en -collega’s door mijn hoofd, en dacht ik ineens aan de winkels in Den Helder van toen (zoals de niet meer bestaande stripwinkel Suske & Wiske aan de Middenweg en het bakkertje op de hoek Ooievaarstraat, Reigerstraat).

Ik vind het grappig dat je door de kleine ervaringen, evenwaardig aan die van vroeger, de herinneringen naar boven komen schieten en dan ook worden ervaren als een handeling die je de vorige dag nog gedaan zou kunnen hebben (terwijl dat voor mij ruim 35 jaar geleden is). Het blijft verwonderlijk hoe die hersenen van ons, ons ook zo voor de gek kunnen houden. Dat gebeurt niet alleen met de hersenen van mij, maar ook die van mijn moeder. Haar herinneringen van vroeger komen steeds vaker naar de voorgrond, waardoor ze het heden af en toe niet meer zo helder meemaakt.

Ik kwam er van de week op het werk achter dat ik en de collega’s waarmee ik altijd lunch, naast onze werkgever nog een overeenkomst hebben. We blijken allen godloochenaars te zijn. Ik vind dat wel iets illusionistisch hebben. Het woord godloochenaar lijkt op goochelaar, terwijl de godloochenaar juist niets van de illusie wil weten. God bestaat niet en religie is een aanname. Daar zijn wij het over eens.

Het is nu niet zo dat we en ook meteen een atheïstenclub willen oprichten dat zich fanatiek bezighoudt met het ontkennen van god. We hebben niet zo een behoefte om anderen te overtuigen van ons denkbeeld, zoals andere groeperingen of partijen anderen dat wel graag doen. We willen geen bevestiging vinden in het overtuigen van mensen over het bestaan van een platte aarde of van een oppermacht.

De collega’s en ik willen niet tegen heilige huisjes schoppen, maar we ontkennen het bestaan van God, Allah, Jahweh, Krishna en andere opperwezens, zoals Bacchus. Hoewel ik deze laatstgenoemde wel een warm hart toedraag. 🍷
Het is ook niet zo dat we het grote aantal mensen die wel in geloven belachelijk maken. We denken dat het geloof best wel troost kan bieden. Voor diegene die het nodig hebben, om welke reden dat ook is.

Zo bracht collega Tom het pastafarisme aan de orde. Deze religieuze stroming, welke altijd kritisch is naar de huidige maatschappij en andere religies, maar deze altijd in de waarde laat, aanbidden het Vliegend Spaghettimonster. Het is een religie die werd opgesteld om de onzinnigheid van religieus geïnspireerd onderwijs aan te tonen. Hoewel de aanhangers zich met publicaties en symboliek als echte gelovigen presenteren, wordt het vaak als parodie op religie beschouwd. De volgers van dit geloof herken je door het dragen van een vergiet op het hoofd.

Ik had zelf al eens van het Vliegend Spaghettimonster en de vergietdragende aanhangers gehoord en het geeft ook heel goed aan waar -volgens mij- het geloof op is gebaseerd. Het zijn aangenomen hypotheses die door ontwijkende uitspraken en vage verklaringen worden bevestigd als de waarheid. We hebben geen religie nodig om een fatsoenlijk persoon te zijn. Wees je bewust van het verschil tussen goed en kwaad. Neem je eigen verantwoordelijkheid en schuil niet achter de naam van een religie of een opperwezen. Blijf verantwoordelijk voor je eigen daden. Iets zelf realiseren of creëren, werkt beter dan bidden. Geloof dát maar.

Categorieën:Read

‘Hoe gaat het nu?’ vraagt een meisje in de trein aan haar reisgenoot. Ze is iets ouder dan 16 jaar. Blond haar, in een spijkerjack met veel kleurrijke patches erop genaaid. Ik denk dat het een nieuwe rage is, of een trend.
Ze kijkt hem aan en lacht: ‘Wat doe je als je met hem alleen bent? Kus je hem en hou je zijn hand vast?’
De jongen lacht stilletjes. Zijn glimlach is een bevestiging.
‘Wat vind je omgeving ervan?’ vraagt ze hem.

De jongen rolt heel even met zijn ogen en zucht: ‘Soms word ik moe van de opmerkingen over wie de man is en wie het vrouwtje. Het gekronkel om mijn geaardheid. Vinden ze mij ziek of zien ze het als een geintje van Moeder Natuur?’
‘Ik niet hoor,’ antwoord het meisje in spijkerjack.
De jongen knikt. ‘Ik hoef me niet te schamen. Ik ben naar God’s evenbeeld gecreëerd. Maar mijn broer kan niet begrijpen dat ik van een man kan houden, en mijn vader denkt dat we zijn vervloekt.’

Het lijkt alsof hij een traan wegdrukt, maar hij glimlacht al snel naar zijn reisgenoot. Zij pakt zijn hand.
‘Het is precies hetzelfde, maar dan net andersom,’ zegt ze lieflijk. ‘Het is niet beter en ook niet erger. Het is gewoon hetzelfde.’

‘Maar wat kan ik zeggen en waar moet ik heen?’ vraagt hij zachtjes.
Ze haalt haar schouders op. ‘Wil je dat de wereld het weet of bouw je een gevangenis van je eigen angst. Wordt een kamikaze-nicht.’
‘Maar kan ik me beheersen,’ fluistert hij luid. ‘Moet ik mijn mond houden? Ik ben toch niet de enige gay?’

‘Je hoeft niet bang te zijn,’ sust ze hem.
‘Ik weet het,’ zucht hij. Ik ben naar God’s evenbeeld gecreëerd en het is precies hetzelfde, maar dan andersom.’
‘Juist,’ bevestigd zij hem en pakt hem bij zijn beide armen. ‘Vind je hem leuk, hou je van hem?’ vraagt ze.
‘Hou ik van hem? Ja, ik hou van hem. De mensen hoeven niet te twijfelen aan mijn genegenheid. Mijn liefde is geen aandoening. Het is liefde in contradictie.’
‘Amen,’ zegt ze. Ze klopt met de vlakke hand op zijn bovenbeen en geeft hem vervolgens een kus op zijn wang. ‘

Categorieën:Read

Warm. Warmer. Week 30, 2019.
We zitten momenteel met zijn allen in Nederland middenin een hittegolf. Dat merken we niet alleen door de hoge, aanhoudende temperaturen of het smeltende asfalt, maar vooral ook door het geklaag over de enorme aanhoudende warmte herinnert ons aan de zomer. Het aanhoudende gejeremieer van de mensen over het warme weer kan ik persoonlijk minder goed verdragen dan de hitte zelf.

Gelukkig mag ik door-de-week naar mijn werk in Amsterdam, waar het op de werkvloer tot ± 15:00 uur lekker koel en fris is vertoeven. Aan het einde van de dag stap ik pas de warmte in. Op de fiets terug naar metrostation Henk Sneevliet is het wel lekker, maar wanneer ik op lijn 51 stap, richting Station Amsterdam-Zuid ervaar ik ook de warmte. Iedereen heeft een glimgezicht van het zweet en ik voel het zweet op mijn rug, en ben blij dat ik het kan. Anders lag ik in no-time voor dood op de metrovloer.

In de metro is alles warm. Zelfs het metalen interieur straalt warmte uit. Andere reizigers zitten verslagen en verhit voor zich uit kijken. Zelfs de mobieltjes worden amper bekeken, behalve om af en toe te zien hoe warm het precies is en dat door te geven. Mensen zijn gek. Er wordt een tussenstop gemaakt bij metrohalte Amstelveenseweg en een vrouw met droog strohaar stapt in en blijft zo’n 30 centimeter voor mij staan. Ik ervaar het als een schending van mijn aura.

Het droge haar van de vrouw, blijkt niet zo verdord. Bij de haargrens zie ik druppeltjes zweet langs haar gezicht en nek naar beneden gaan. Ze zucht, steunt en kreunt. Alsof het aanstellerig gedrag enige verkoeling geeft. Ik betwijfel het. De metrowagon komt aan op station Amsterdam-Zuid en de mensen verdringen zich bij de deuren. Nog meer ervaar ik mijn aura als gemolesteerd. Zeker wanneer een hele grote meneer naast mij komt staan. De geur die hij met zich meeneemt is indringender dan de temperaturen in de stad.

We redden het de adem in te houden tot de metrodeuren opengaan, en wanneer we naar buiten stappen, ademen we warme lucht in. Ik ervaar het als een nieuwe belevenis. Ik krijg geen frisse lucht, maar alleen warme zuurstof in mijn longen. Toch zijn er mensen die zelfs in deze warmte de trein moeten halen en als een halvegare naar de poortjes rennen om vervolgens de aansluitende trein net niet te halen. Daar sta je dan zwaar te transpireren op het perron, te wachten op de volgende trein. Mensen zijn gek, en ik denk: ik doe het rustig aan. Daarom zweet ik een pietsie minder dan die anderen.

Categorieën:Read

Ik zit op een houten plateau op het stationsplein in Almere te wachten en van het mooie weer te genieten. Schuin tegenover de Primark (of de Praaimark als ik ervaringsdeskundigen moet geloven) en de ijssalon op de hoek. Het is druk in het centrum. Veel mensen zitten naast, en rondom mij op het plateau, en op de terrassen zit men te genieten van hun drankje en het gezelschap.

Twee meiden, of eigenlijk vrouwen, want ze zijn de leeftijd van ‘het meisje zijn’ net ontgroeid, komen van de ijssalon naar het bankje lopen. Druk likkend aan hun verkoelende traktatie drukken ze hun achterwerken in de krappe opening tussen mij en de andere bankzitters. Ik schuif mijn billen iets naar rechts. De volle papierentassen van de Primark klemmen ze vast tussen de benen.

‘He he,’ zucht de vrouw naast mij. ‘Even zitten hoor. Ze draagt een sierlijke paardenstaart achter op haar hoofd en heeft haar voeten in slippers met een pluizig bontje gestoken. De nagels van haar tenen zijn felroze gelakt.
‘Nou, echt wel. Even zitten,’ verzucht de ander. Ze heeft kort blond haar en draagt een zwart zomerjurkje met knalrode gympen aan de voeten.
De vrouw met de pluchen slippers likt nog even wat gesmolten ijs van haar hoorntje. ‘Wat was dat voor een mens daarnet bij de kassa?’
De vrouw in het jurkje rolt met haar ogen. Ik kan niet zien dat ze het doet, maar ik hoor aan haar zucht dat ze met haar ogen rolt.
‘Nou, dat was echt een heel dom wijf. Niet de slimste.’

Ze zijn even stil. Ze laten even de gedachten bezinken, denk ik. Verder likken zij vurig aan de ijsjes. Het smakkend geluid doet me denken aan mijn kat thuis. Die kan ook heel fanatiek likken bij het wassen van zichzelf.
De vrouw met de slippers gaat rechtop zitten en schudt even het hoofd los, waarbij haar paardenstaartje mooie zwaaibewegingen maakt.
‘Kijk,’ zegt ze. ‘Je hoeft van mij niet mega-slim te zijn om in een winkel te werken. Ik heb ook geen hoog IQ, maar mijn EQ.. Die is prima. Mijn emotie kwasjent ligt best wel hoog.’
Dit bevestigt ze door haar hoofd enthousiast te knikken. De paardenstaart zwaait weer.
‘Het is emotioneel quotiënt,’ zegt de vriendin in het jurkje.

Ik kijk van mijn mobieltje op. De vrouw in slippers kijkt haar vriendin met een schuin hoofd aan.
‘Ja, dat bedoel ik. Emotioneel kwasjent,’ zegt ze.
‘Quotiënt,’ zegt de ander rustig.
‘Ja-ha,’ lacht ze. ‘Dat bedoel ik. Mijn EQ, zeg maar.’
De vrouw in het jurkje kijkt haar vriendin in slippers recht in het gezicht en vraagt: ‘Wist je dat mensen met een laag IQ altijd lopen te pochen dat ze een hoog EQ hebben? Komisch toch?’
De vrouw lacht hardop en roept: ‘Ja, inderdaad!’
Haar lach verdwijnt langzaam en ik hoor bij wijze van spreken de radertjes in haar hoofd draaien.
‘Ha ha. Nee! Wacht eens even,’ stelt ze. ‘Nee, dat bedoel ik dus niet.’De vrouw in het jurkje neemt een hap uit haar ijshoorntje. Ze knipoogt en glimlacht naar haar vriendin.

Categorieën:Read

Afgelopen woensdag is mijn zus Gré overleden. 14 weken nadat haar geliefde man Hans is overleden, is ze nu weer met hem herenigd. 

Donderdagochtend.
Ik zit in de trein naar Den Helder, onderweg naar mijn moeder. Gistermiddag hebben we haar moeten vertellen dat haar oudste dochter is overleden. Ondanks de lange levenservaring, is het verdriet wat een moeder mag verwerken soms ondraaglijk. In de trein is het rustig en onderweg naar het Noorden schieten mij meer de herinneringen aan vroeger, dan het Noord-Hollandse landschap aan mij voorbij. In bijna al die herinneringen is mijn zus aanwezig.

Bij mijn moeder thuis aangekomen is zij nog emotioneel van het bericht dat haar de vorige middag is gebracht. Ik kan het me ook niet anders voorstellen. Ze zegt dat ze het bijna niet kan bevatten. ‘Vorige week zat ze hier nog tegenover me aan tafel,’ zegt ze bijna ieder half uur tegen me. Mijn moeder is 88 jaar en af en toe vergeetachtig, maar het bericht heeft haar ontdaan. Ze ziet op tegen de uitvaart, die aanstaande maandag plaatsvindt. Ik weet wat ze bedoelt, ik ben het met haar eens.

Donderdagmiddag.
Een klasgenootje van de basisschool, Brigitte, komt mijn moeder eten brengen. Zij en ik hebben elkaar bijna 40 jaar niet gesproken. Herinneringen zijn weer aan de orde. Nadat zij is weggegaan, leen ik de fiets van mijn neef Dennis en ga voor een klein rondje over de dijk. Ik heb behoefte aan de frisse, zilte zeelucht. Het weer werkt niet mee, het is druilerig regenachtig. Alsof de wereld er vandaag ook even geen zin in heeft. Ik rij door mijn oude straat en naar de woning waar ik met Edo in 1994 ging samenwonen.

Vandaag geniet ik van de nostalgische momenten. Deze middag mag het. Nadat ik bijna de gehele dijk rond Den Helder heb afgefietst rij ik bij bij de Donkere Duinen weer een woonwijk in. Ik had al lichtelijk besloten een laatste keer mijn zus te bezoeken en ik twijfel even wanneer ik het drukke parkeerterrein bij het uitvaartcentrum zie. Ik ben in korte broek en loop op mijn oude hardloopschoenen, maar ik denk: bekijk het maar, en parkeer de fiets. Even later loop ik met de medewerkster van het Oleahof mee naar de kamer waar Gré ligt.

Mijn zus ligt er vredig bij. We houden een kort praatje. Vanzelfsprekend zegt ze niets terug. In mijn hoofd wel, overigens. Ik vertel haar dat van veel van mijn eerste herinneringen zij vaak onderdeel was, en ik dank haar voor een laatste keer voor alles dat ze mij heeft geleerd. Vooral ook voor dat ze mij lang geleden op de trap van ons ouderlijk huis mij mijn veters heeft leren strikken. En dat is toch wel iets waarvan ik tot op de dag van vandaag nog iets aan heb.

Maandagochtend is het allerlaatste afscheid van mijn zus, maar deze donderdag is een persoonlijke afscheid tussen ons tweeën. Wanneer ik na een laatste groet even later weer naar buiten stap en naar de fiets loop, schijnt vandaag voor het eerst de zon. Het verzacht voor heel even mijn verdriet.

img_5733

Categorieën:Read

De afgelopen tijd leek het bij ons thuis wel een distributiecentrum. Of een expeditie-ruimte. Ik weet niet precies hoe je het noemt wanneer er constant iets aan de deur wordt geleverd. In ieder geval werden we deze dagen bijna goede kennissen met de bezorgers van Post.nl.

De reden hiervoor is dat in onze jarenlange huishouding, na een flinke periode de diverse apparaten de figuurlijke geest gaven. Zo hield de weegschaal ons vorige week constant voor de gek door ons te melden dat we iets meer dan 10 kilo zwaarder wogen dan normaal. Nu begrijp ik dat je in de vrije zomerweken iets meer kan wegen. Doordat je het niet zo nauw neemt met het aantal calorieën, maar zoveel kilo zwaarder, van de een op andere dag is wel heel veel. Tijd om de oude leugenaar richting de vuilcontainer te verhuizen en in te wisselen voor een nieuwe, eerlijke weegschaal. Hoewel het nieuwe exemplaar ook niet helemaal eerlijk is. Maar dat kan ook aan mijn eigen ontkenning liggen.

Naast de personenweegschaal raakte ook ons strijkijzer vermoeid. Het apparaat was niet echt heet meer te krijgen. Het wegstrijken van de ongewenste plooien en kreukels uit de kleding kostte wel heel veel tijd, daarnaast was de strijkplank ook niet meer zo fris, en ook van het formaat dat er niet zo maar een nieuwe bekleding overheen getrokken kon worden, dus ook hiervoor moest vervanging komen. Nu hebben we inmiddels een nieuwe plank ontvangen en een stoomstrijkijzer. Zo’n strijkexemplaar met een waterreservoir, die blíjft stomen. Ik weet nu nog niet of ik dat zo prettig vind, maar dat weet ik wel op het moment wanneer het vel van mijn arm wordt afgestoomd. Maar dat zal wel meevallen, want zo onhandig stel ik mezelf niet voor.

Hoewel ik blij ben met de nieuwe aanschaf, kijk ik een beetje angstvallig om mij heen naar de andere apparaten die al aanwezig zijn sinds de intrek van ons huis in maart 2002. De vaatwasser hebben we eerder dit jaar mogen inruilen voor een nieuw exemplaar welke wel een programma afwerkt en de vaat droogt. De koelkast in de keuken houdt zich voorlopig nog wel koel, daar maak ik me niet druk over. Het fornuis toont wel een paar ouderdomseigenaardigheden, maar zolang het eten nog warm genoeg wordt blijven deze apparaten in gebruik. Daarnaast hebben we nog altijd thuisbezorgd-punt-nl.

Categorieën:Read

Alleen thuis, aan het eind van de ochtend, had ik twee eieren voor mezelf geroerd. ‘Dat zal me een zorg wezen,’ zegt u nu. Maar geduld, want bij het lezen van De Da Vinci Code moet u ook eerst door half Europa reizen om te weten wat het wachtwoord is om de cryptex van Robert Langdon te kunnen openen. Ik had twee eieren geroerd en zou ze net gaan opeten, toen de telefoon ging.
Nadat ik ‘hallo’ had geroepen, vroeg een damesstem: ‘Met wie spreek ik eigenlijk?’
Veel mensen doen dat. Ze vallen telefonisch midden in je roereieren, en vertellen hun naam niet, maar vragen wel op hoge toon wie jij eigenlijk bent. Een beetje knorrig zei ik hoe ik heette en vroeg: ‘En wie is u dan?
‘Ja,’ vervolgde ze,’ die mevrouw Monique, die naast jou om de hoek woont, die grote blonde, jij weet wel, die is niet thuis.’ Ze zei het op een manier of ik het mens op straat had gezet.
‘Nou- en?’ vroeg ik.
‘Ik heb een boodschap voor d’r.’
‘Dan moet je haar opbellen,’ zei ik.
‘Dat kan niet, want ik vlieg vanmiddag voor de zomer naar Kreta,’ antwoordde ze triomfantelijk.
Uit de verte zag ik mijn bordje met roereieren en dacht: wat kan mij nou schelen dat een wilde-vreemde naar Kopenhagen gaat? Ik bedwong de spontane neiging deze verbinding te verbreken en vroeg: ‘Wat moet ik dan?
‘Vanavond even de boodschap aan haar overbrengen. Zeg maar van Ans.’ Het kraakte ergens in de slagaderen van het telefoonwezen. Later sprak de stem: ‘Hallo … is u daar nog? Mevrouw Blaaswinkel geeft niet thuis, ziet u, en ik vlieg vanmiddag nog voor de zomer naar Kreta, dus ik zou u willen vragen of u een boodsch… ‘
‘Ja-haaa,’ brulde ik.
‘Ah! Nu kan ik u weer goed verstaan,’ zei ze. ‘Ik ben naaister, weet u, en ik help haar met een jurkje die ze aan het maken is en die ze deze zomer aan wil. Als u nu alleen maar aan haar wil zeggen dat ze de bustenaad moet inknippen tot aan het afgetekende spietje.’
‘Versta ik: afgetekend spietje?’ vroeg ik.
‘Ja, dat is goed. Spietje. Maar weet u wat het is? ze kan ook gerust ruimte nemen. Laat mevrouw dat maar naar eigen smaak doen. Het is trouwens erg gemakkelijk voor haar, want ik heb het de laatste keer nog opgespeld en doorgeraderd. Als ze alleen het heupstukje maar een halve plooidiepte geeft en de onderkant goed bijtrekt, dan kan er niets gebeuren. De kloklijn heb ik namelijk zelf al voor haar gedaan, ziet u?’
En na een lichte aarzeling: ‘Uw vrouw is zeker niet thuis.’
‘Nee.’
Ik pretendeer niet dat ik het verhaal van de naaister zorgvuldig heb weergegeven. Ik heb wel eens vergaderingen en meetings genotuleerd, en ik kan best wel het een en ander goed onthouden, maar dit verhaal was voor mij niet echt samenhangend.
‘En zegt u dan ook nog even tegen de buurvrouw dat ze er vooral een tegenbelegje van vier centimeter aanknipt is, want dat wordt zo makkelijk over’ t hoofd gezien.’
‘Ik zal het doen,’ beloofde ik.
‘Dag meneer.’
‘Goede reis,’ heb ik nog geroepen.
Tegen buurvrouw Monique heb ik ‘s-avond gemeld dat de naaister heeft gebeld met de mededeling of ze zelf de jurk wilt afmaken.
‘Ik zal dit doen,’ zei de buurvrouw.
Nu hoop ik wel dat ze straks het tegenbelegje niet vergeet.


vrij bewerkt naar een Kronkel van Simon Carmiggelt.

Het is de zondag van de tiende editie van de Almere City Run. Bij deze jubileum-editie heeft organisatiebureau Golazo het organisatiestokje van Global Sports Communication en 20Knots overgenomen, en zoals het altijd gaat worden er enkele zaken aangepast. Zo is er dit jaar gekozen voor andere afstanden en is het parcours aangepast. Voor mij is het deze zondag de negende keer dat ik meedoe aan de Almere City Run.

In het eerste jaar dat de Almere City Run werd georganiseerd was ik nog geen liefhebber van het hardlopen. Ik was liever lui dan moe en ik vond hardlopers een stelletje uitslovers. Op de vlucht voor goede smaak. Gezien de fluorescerend-gekleurde hardloopkleding die ze altijd lijken te dragen. Daar denk ik nu, na zoveel jaar, anders over. Deze zondagmiddag sta ik zelf in een schreeuwerig, neon-groen hardloopshirt in het startvak te wachten op het startschot.

Ik ben deze middag vol goede moed over de nieuwe organisatie. Ik ben niet zo snel bang voor verandering en een rondje om het Weerwater vind ik typisch Almeers. Ik maak me meer zorgen om de afstand van 10 kilometer die ik moet afleggen. De afgelopen maanden heb ik alleen maar korte afstanden gelopen en hierdoor heb ik twijfels over het constante hardlopen gedurende de 10 kilometer. Ga ik het vandaag redden zonder wandelmomenten in te voeren?

De eerste kilometers gaan lekker. Het is wel altijd even wennen bij een hardloopwedstrijd. De andere hardlopers hebben een net iets afwijkend hardlooptempo en daarbij lijkt het alsof er vanmiddag ook mensen meedoen die voor het eerst hardlopen. Ongecontroleerd lopen ze snel en langzaam, links en rechts door de groep. Het nieuwe recreatiepad in het Lumièrepark is gelukkig breed genoeg voor een grote groep hardlopende mensen, waardoor het leed voor iedereen iets minder is.

Op het Starleypad, ter hoogte van het oude kasteel krijg ik het heel even moeilijk. Door een combinatie van het benauwde weer en een misplaatste moeheid overweeg ik om te gaan wandelen. Ik weet dat als ik hieraan toegeef, ik de rest van het parcours om de kilometer een wandelpauze in zal lassen. Lichaam en geest doen samen rare dingen. Ik weet dat als ik voorbij de Bosbrug in Haven ben, ik halverwege ben. Deze gedachte geeft me voldoende kracht om door te lopen en ik loop door richting de A6.

Op het Sturmeypad loop ik voorbij de laatste verzorgingspost. Er mag vanaf daar 3½ kilometer gelopen worden en dit gaat me ook zonder een beker water lukken. Ineens lijken de natuurgoden mij goedgezind, want uit de donkere bewolking vallen er dikke druppels naar beneden. Het verfrissend buitje geeft mij en de andere renners voldoende energie om door te lopen. Ons enthousiasme wordt van boven beantwoord met nog meer regen. Een stortbui, waarvan de douchekop thuis verlegen zal worden, doorweekt iedereen tot op het ondergoed en tot in de sokken.

Soppend in mijn schoenen loop ik door naar het Fontanapad. Mijn kleding zit door de hoosbui strak op het lichaam, waardoor de laatste kilometer over de Oeverpromenade een nieuwe uitdaging is. Het loopt niet fijn wanneer natte kleding strak over het lichaam valt. Maar wanneer ik uiteindelijk de spanbrug op de Hengelostraat in zicht krijg, weet ik dat de finish nu heel dichtbij was.

Met dat beetje energie dat wij nog hebben, lopen we over de Koetsierbaan naar de Esplanade. Hier volgt een laatste uitdaging. We lopen wel heel steil naar beneden, richting het KAF, waar we net voordat we het pand lijken te raken, strak naar links afslaan om naar de finishlijn lopen. Met een opgelucht en blij gevoel krijg ik even later mijn medaille omgehangen. Het is me gelukt, en wanneer ik om me heen kijk zie ik meerdere blije gezichten.

img_4368

Zo’n 40 jaar geleden, toen ik nog in Den Helder bij mijn ouders thuis woonde, was ik altijd gefascineerd door verhalen die ons eventueel in de toekomst stonden te wachten. Ik kan me nog een verhaal dat we op de basisschool van een leraar kregen te horen, herinneren, dat we in de toekomst niet meer met geld gingen betalen, maar met plastic pasjes. Dit heeft zich inmiddels vertaald naar het pinnen aan de kassa. Dat het zo zou gaan kon ik toen nog niet weten, maar het idee dat het anders zou gaan vond ik toen reuze interessant. Nu is het alledaags.

Zo werd in 1982 door middel van een klein artikel in een weekblad de compact disc in mijn leven geïntroduceerd, die dat jaar op de markt werd gebracht. In het artikel werd wel even gesuggereerd dat de cd de vinyl platen zouden verjagen. Dat idee leek me zeer onwaarschijnlijk. Tegenwoordig luister ik naar mijn muziek via wifi. Met mijn mobiele telefoon kan ik via de draadloze speakers overal in huis naar muziek luisteren. Oké, mijn liefde voor de oude platen is nooit echt weggegaan. Wanneer ik muziek aanschaf zijn het vinyl langspeelplaten.

Volgende maand is het 50 jaar geleden dat de mens de eerste stap op de maan zette. Deze vlucht van Apollo 11 deed men met behulp van de Apollo Guidance Computer (AGC). In vergelijking met mijn mobiele telefoon, heeft mijn iPhoneX zo’n 750.000 meer RAM-geheugen en heeft het 4 miljoen meer opslagruimte. Daarbij woog de ACG net zoveel als 217 iPhones bij elkaar. Waarom we inmiddels nog niet op meerdere en verdere planeten zijn geweest, is mij een raadsel. Je moet niet overal een antwoord op willen weten.

En zo gaat het door. De toekomst wacht op niemand. De compact disc uit de toekomst van de jaren 80, is inmiddels ingehaald door de mp3, die inmiddels alweer een tijdje is verdrongen door het digitaal streamen van muziek. Het zelfde geldt overigens ook voor de videobanden en dvd’s. We streamen vandaag de dag alles vloeiend via wifi naar onze afspelers. Daarnaast leerde ik een paar dagen geleden voor het eerst te betalen via gezichtsherkenning op mijn mobiele telefoon.

Er is al een tijdje een mobiele betalingsdienst ontworpen door Apple () waarmee gebruikers in Nederland kunnen betalen met o.a. hun iPhone, dat gekoppeld is aan een rekeningnummer van de ING. Apple Pay, zoals deze dienst heet, vereist geen speciale betaalautomaten, maar werkt op alle bestaande betaalterminals die contactloos betalen ondersteunen. Deze week was dit nog hartstikke opwindende en nieuw voor mij, maar ik durf te wedden dat ik over anderhalve week de toekomst ben ingestapt en ik niet meer anders wil.

Categorieën:Read

%d bloggers liken dit: