DRAY BOSMA

From the youngest city in the Netherlands.

Gisteren was het eindelijk zover. We konden weer met meerderen tegelijk een officieel rondje hardlopen in Almere; de Almere City Run. Dit was sinds 2019 weer de eerste keer dat we met honderden hardlopers rond het Weerwater konden rennen. Ik hoop dat evenementen als deze voortaan blijven verschoond van annulering door lockdowns of andere pandemie-gerelateerde zaken.

Zoals altijd was ik in aanloop naar de Almere City Run een beetje gespannen. Als een kind dat ’s ochtends weet dat het de dag van het schoolreisje is. Zenuwachtig. Maar dan om de goede, positieve redenen. Een gevoel dat ik de laatste twee jaar te weinig heb meegemaakt. De virtuele runs zijn leuk, maar missen het sensatiegevoel. Daarbij weet niemand langs het parcours dat je een virtuele run doet en zullen ze je niet aanmoedigen.

Bij thuiskomst is alleen de kat of hond blij dat je er weer bent (wanneer de kat nog geen eten heeft gehad). Ook is er thuis niemand die jou die welverdiende medaille om zal hangen. Die krijg je later via de post bezorgd. Prima en leuk, maar sinds de lockdowns en de andere pandemie-gerelateerde opsluitingen, is het ontvangen van post (online bestellingen) een alom bekend gevoel geworden. Het geeft geen emotionele prikkel.

Het officiële hardlooprondje, de Almere City Run, was me dan ook heel welkom. Het opgewonden gevoel in het startvak en het aftellen naar het startsein.  Het moment dat je de hardloopapp activeert wanneer je begint met hardlopen en de korte gedachten van: stel dat ik het net niet redt, die effing tien kilometers. De laatste weken hardlopen gingen ook niet heel vlot. Gelukkig zijn deze pieker-momenten van korte duur en heb je genoeg afleiding van andere hardlopers de mensen langs parcours.

De run ging goed. Geen pijntjes of andere narigheden, behalve een vermoeid gevoel, maar dat kwam meer door het benauwde weer. Na nog geen vijftig minuten liep ik over de finish. Blij dat ik de run in één keer had uitgelopen, blij met mijn tijd en blij met mijn medaille.

Zondagmiddag. Ik loop de slaapkamer in en open een lade van de linnenkast om een stapeltje schoon en strak gevouwen wasgoed op te bergen. Buiten schijnt de zon. Over een half uurtje is de zon gedraaid zodat deze op het slaapkamerraam zal schijnen. Ik herinner mezelf er aan dat ik niet moet vergeten straks het rolgordijn naar beneden te trekken, anders is het vanavond te warm in de slaapkamer. Ik sluit de lade van de linnenkast en ik hoor buiten, onderaan het slaapkamerraam stemmen. Het lijkt alsof het gesprek vanuit mijn voortuin komt en nieuwsgierig werp ik een blik naar buiten.

Twee vrouwen vlakbij onze voortuin. Hun auto staat scheef geparkeerd op onze oprit. Ze staan bij, en wijzen naar onze kat in het plantsoentje ernaast. Ze discussiëren over wat te doen. Ik weet niet waar ze het over hebben, maar ik voel aan alles dat ze onze oude, dove kat mee willen nemen. In no time sta ik beneden, buiten in onze voortuin. Nog voordat lk kan vragen wat hier aan de hand is, schrikken de dames zich het spreekwoordelijke hoedje. De dames staan nu midden in het plantsoentje. Hortend en stotend geven ze een antwoord. Ze dachten dat er iets mis met de kat was.

Op mijn vriendelijkst, of wat ervoor doorgaat, vertel ik het duo dat het onze oude, dove kat is en dat hij iets luider miauwt dan gewoon, omdat hij zichzelf niet kan horen. Een mevrouw met een mislukte kleurspoeling (want roze en groene lokken, was dat echt de bedoeling?) en een te strakke ruitjesbroek stapt rugwaarts het plantsoentje uit. De andere mevrouw staat een beetje verscholen achter de mislukte kleurspoeling. In haar rechterhand draagt ze een kattenreiskoffertje. Langzaam en als verslagen stappen ze in hun auto. Ik denk dat ik net op tijd naar buiten ben gelopen, anders had ik een kat als vermist kunnen opgeven.
Welke mensen zijn het die met een kattenreiskoffer in de auto door de stad cruisen om katten ‘op te vangen’?

Categories: Read

Nadat ik na ruim vijf maanden niet meer naar het werk in Amsterdam ben geweest en het thuiswerken sinds vorige maand wekelijks werd onderbroken door een paar werkdagen op kantoor, stond mijn grote vriend/fiets geduldig voor onze reünie op me te wachten bij het metrostation. De fiets was hier en daar roestig verkleurd en met wat spinrag bedekt, maar wel met volle, stevige fietsbanden heeft de herenfiets met de naam Medleygeduldig op mijn terugkeer gewacht. De afgelopen weken bracht hij me kreunende en piepend naar kantoor en weer terug naar kantoor. Afgelopen dinsdagmiddag heb ik ‘m nog veilig in de fietsenstalling van metrostation Sneevliet, beveiligd achtergelaten. 

Totdat ik vanmorgen vroeg tot de ontdekking kwam dat mijn fiets niet meer op me stond te wachten. Ik ben de hele fietsenstalling voorbij gelopen, maar ik heb ‘m niet meer teruggevonden. Na bijna drie jaar trouwe dienst in Amsterdam, waarbij de fiets de meeste tijd in de fietsenstalling stilstond is mijn vriend/fiets weg.

Ik weet nu niet waar Medley is. Ik weet niet of hij tijdens een fietsen-razzia is gedeporteerd of gewoon door een ordinaire dief is gestolen. Misschien heeft een vandaal ‘m meegenomen en ergens als oud schroot achtergelaten. De stalen vriend en ik zijn niet meer samen en zo is er een einde gekomen aan een jarenlange fietsenvriendschap. Ik hoop dat iemand ‘m ooit kan recyclen zodat er een tweede kans voor Medley bestaat. Misschien wordt hij omgebouwd tot glijbaan of draaimolentje voor op een kinderspeelplaats. Waarschijnlijk hoeft hij dan niet meer zo lang te wachten tot er iemand op ‘m gaat zitten. 
Ik mis mijn stalen vriend. 
Nu moet ik voortaan lopend naar mijn werk.

Categories: Read

Donderdagochtend. Vandaag is het weer een werkdag op kantoor in Amsterdam. Aangekomen op het metrostation, waar mijn fiets altijd geduldig staat te wachten om me naar mijn werkplek te fietsen, fiets ik deze ochtend de andere kant op. Ik heb een afspraak met mijn tandarts. Sinds anderhalve week heb ik last van mijn kies. Er zit al een paar jaar een barst in de kies en deze begint op te spelen. Het is nog spannend wat er precies gaat gebeuren, want als de kies in zijn geheel is gebarsten moet deze worden verwijderd, en dit idee staat me niet aan. 

Inmiddels rijd ik over de Vlaardingenlaan richting Amsterdam Oud-Zuid, waar mijn tandarts haar praktijk heeft. Vanzelfsprekend ben ik weer veel te vroeg aangekomen op de locatie van bestemming. Ik had nog geprobeerd zo relaxt mogelijk te fietsen, maar ik ben zoals mijn vader was; veel te ongeduldig en gehaast. Ik maak even een korte wandeling en stap om acht uur binnen. Na een paar minuten wachten in de wachtkamer haalt Hester, mijn tandarts, me op. 

In de tandartsstoel lig ik vol verwachting te wachten op wat er loos is met mijn kies. Hester prikt voorzichtig in mijn tandvlees zodat ik na een paar momenten niets meer voel van haar handelingen in mijn mond. Een oude vulling uit de vorige eeuw wordt vakkundig verwijderd en al snel blijkt dat het een klein barstje betreft en de kies is te redden. Gelukkig. De kies wordt voor nu opnieuw gevuld met composiet (witte vulling), maar dit is een lapmiddel. Ik mag over een paar maanden terugkomen voor een kroon. 

Categories: Read

This week, after five months of working from home, I finally went back to the office in Amsterdam to work for two days. The strict corona rules are pretty much history (and let’s keep it that way!) and I’ve experienced by now that it’s good to be among people again. To speak to my colleagues in real life instead of a chat or a meeting through Teams. There are those who go very well by living alone, but I am not one of those.

Although I sometimes think otherwise, especially when I travel by public transport from home to work, and back again. The behavior of some fellow travelers makes me wish I should travel alone. Only the lonely. Maybe it’s because of the two years of lockdowns and other strict rules, or maybe it’s because I’m now fifty-five years old, and this ‘golden boy’ just can’t handle the behavior of others very well anymore.

Many people live in their own world, and by that world I mean the screen of their phones. People watching movies or playing games. On the train, I don’t find that strange. You can’t go anywhere until you arrive at your destination. It becomes different when people on bikes, or while walking, are constantly looking at their phone screens. The number of times I had to warn people not to bump into me cannot be counted on one hand.

Maybe I did end up becoming that kind of disgruntled, white and fifty-five-year-old, nagging senior. Old by state of mind, but young at heart forever. I hope.

Categories: Read

For some time now they have been busy renovating the station in the center of Almere. Everything should be finished by next spring. Where at first you could walk through pedestrian tunnels over wooden floorboards to the platforms, these were later demolished to make way for fences and other barriers. They are still very busy rebuilding. You can’t see how far the process is, but you can hear they’re busy, and sometimes you can smell it. When a grinder is going through steel or metal. The penetrating smell that is released takes me back to my childhood in my parents’ birth place Sneek.

In my memory I spent every vacation in Sneek as a child. When I came home from school on Friday afternoons before the vacation, we immediately took the bus to the Afsluitdijk and then traveled through the Frisian countryside to my grandmother. My grandmother lived in a small house in the Ubbo Emmiusstraat and in the back of my grandmother’s house was a large machine factory and there was always that sharp penetrating smell of burned metal. Occasionally you could find small pieces of metal, similar to steel shavings. The kind of things you pick up as a little boy to look at and then throw away carelessly.

Grandma not only lived near the Hubert Machine Factory, but also near the Wilhelmina Park. This city park was located on the other side of the Franeker canal. The park was laid out in 1898. It was designed at the time in the English style by garden architect Gerrit Vlaskamp. What I do remember is that there was an island that could be reached by a small bridge and there was also a specially designed bench for the ‘elderly’ in the style of the early last century. Just like the large aviary, where exotic birds and squirrel monkeys lived. Peacocks walked stately across the many fields. They were beautiful to see, but horrible to hear.

I understand that the park is still in its original condition. Of course, bridges and the like have been replaced with safe ones, but the park is still as it was designed in the late nineteenth century. The park takes you back in time about a hundred years. It seems to me a nice place to relax and on a sunny day it must be wonderful to sit there. I have to travel to Friesland soon, because it’s not wrong reminiscing. Or better, to create new memories.

Categories: Read

A while ago a mobile kitchen stood in front of our house, next to the driveway, selling home-made pizzas. I was quite surprised about this, because we were not informed beforehand, nor were we informed that the pizza van parked in front of our house.

I read a catchy slogan on the pizza van, and the website address of the van owner. I could read online that the on-site selling was an ‘extra’ from a pizza restaurant in Het Gooi. Every week, the pizza van parks at a location to make a name among people who live outside Het Gooi. That’s fine by me, but does it have to be right outside my house? Our personal address was also mentioned on the website. Not okay.

On the restaurant’s website, I read that it was not a recurring event, so I assumed that I only had to get angry this time. It turns out that assumptions are not correct, because yesterday afternoon, I came home from a run and the pizza van was in front of our house again. This time in our driveway. I resolutely approached the pizza chef and asked to park the pizza van elsewhere, because our driveway is not a bazaar.

The pizza chef was unaware of a bad situation and thought that was nothing wrong. I changed that thought and also indicated, in view of the privacy law, that I do not appreciate my address (street and house number) being mentioned on a website. I also requested to remove the pizza van from our driveway and not to come back to this location, again.

During the conversation I remained friendly (so I believe) and put on my friendliest face, but in a way that it was clear to the pizza chef that this action shouldn’t be repeated. As a compensation of all this, we were offered free pizzas. Well, all’s well that ends well.

Categories: Read

Lately, I don’t really get around blogging here. There’s a lack of motivation and I have the idea that by now, after almost 18 years of blogging, I have written on just about everything I’m going through or how I experience things.

Since a couple of years, I no longer think it’s important to spout my opinion about everything. An opinion is like an ass: Everyone has one. I am therefore in utter disbelief that there are people who can get angry about someone else’s opinion. I see it as something religious. The fanaticism to convince others of one’s own rightness. Remember, I really don’t care about your shit opinion. That is probably why I don’t care that much to exploit my own shit opinion on this blog.

I think it’s no concern of mine to tell others what I think of Will Smith bitchslapping Chris Rock at the Oscars, or what my opinion is of the war in Ukraine. Well, I can say that nobody likes a war (when you’re name is not Vladimir Putin). Maybe one day, or next week perhaps, I am so offended or upset about something or someone that I just have to write it off, and then you, my readers, will read all about it.

Or maybe I’m just a bit too pessimistic and should I just lighten up, and blog about my visits to the optician (I have a new pair of glasses!) or tell you about our old cats or perhaps about the travels to and from my work in Amsterdam, when I have to work at the office again, very soon.

De laatste tijd kom ik er niet echt aan toe om hier te bloggen. De motivatie ontbreekt en ik heb het idee dat ik inmiddels, na bijna 18 jaar bloggen, wel over zo’n beetje alles wat ik meemaak of hoe ik dingen ervaar heb geschreven.

Sinds een paar jaar vind ik het niet meer belangrijk om overal mijn mening over te spuien. Een mening is als een kont: Iedereen heeft er een. Ik ben dan ook enorm verbaasd dat er mensen zijn die boos kunnen worden om de mening van een ander. Ik zie het als iets religieus. Het fanatisme om anderen te overtuigen van het eigen gelijk. Vergeet niet dat jouw shit mening me echt niet kan schelen. Dat is waarschijnlijk de reden waarom het mij niet zoveel kan schelen om mijn eigen shit mening op dit blog te verkondigen.

Ik vind dat het niet belangrijk anderen te vertellen wat ik vind van Will Smith die Chris Rock heeft ‘gebitchslapt’ bij de Oscars, of wat mijn mening is over de oorlog in Oekraïne. Ik kan wel zeggen dat niemand van oorlog houdt (tenzij je Vladimir Poetin heet). Misschien ben ik op een dag, of misschien al volgende week, zo beledigd of boos over iets of iemand dat ik het gewoon van me af moet schrijven en dan zullen jullie, mijn lezers, er alles over lezen.

Of misschien ben ik gewoon een beetje te pessimistisch en moet ik gewoon wat vrolijker worden en bloggen over mijn bezoekjes aan de opticien (ik heb een nieuwe bril!) of vertellen over onze oude katten of wellicht over de reizen van en naar mijn werk in Amsterdam, wanneer ik, zeer binnenkort, weer op kantoor moet werken.

Categories: Read

%d bloggers like this: