Het kan in Almere. Jarenlang de slogan van de stad waar ik bijna dertig jaar woon. Het klonk als een belofte: ruimte, vrijheid, mogelijkheden. Hier kan wat elders niet kan. Almere als proefopstelling van Nederland. Nu is er een nieuw experiment: het samenscholingsverbod.
Drie mensen. Meer heb je niet nodig om ineens een groep te zijn. Sta je met z’n drieën te lang bij de Stadswetering of op het Stadhuisplein, dan kan de politie je wegsturen, beboeten of zelfs arresteren. Het hangt af van hoe je staat, hoe lang je blijft, hoe je overkomt. Het geldt in het centrum, waar de overlast volgens de burgemeester is toegenomen.
Drugsdeals. Intimidatie. Georganiseerde vechtpartijen die via sociale media worden afgesproken. Minderjarigen opgepakt in een fastfoodrestaurant. Gedoe op het plein. Het centrum als toneel van onrust. De burgemeester vond zo’n verbod eerder een zwaar middel. Maar soms wordt het zware middel toch gekozen. Voor een half jaar. Daarna volgt een evaluatie. Alsof het een kuur is: even slikken en kijken of de klachten verdwijnen.
Het doet me denken aan een andere periode waarin aantallen plotseling belangrijk werden. Twee mocht, drie werd ingewikkeld, vier was te veel. We telden elkaar. We maten afstand. Met mondkapjes op het gezicht hielden we toezicht op stoepen en pleinen. De openbare ruimte werd iets waar regels zichtbaar rondliepen.
Niet iedereen is enthousiast. Amnesty International noemt het zorgelijk. Een hoogleraar van de Vrije Universiteit spreekt van een idiote maatregel. Het kan willekeurig uitpakken, discriminerend zelfs. Wanneer is een groep jongeren een probleem en wanneer zijn het gewoon jongeren die elkaar opzoeken? Dat is de kern. Drie jongens op een bankje. Twee meisjes met een milkshake. Vier vrienden die elkaar tegenkomen en blijven praten. Vanaf welk moment wordt samenzijn een overtreding? Er is geen stopwatch die afgaat. Alleen een beoordeling. En gezag.
De gemeente zegt dat het verbod gericht is op gedrag dat leidt of dreigt te leiden tot ongeregeldheden. Preventie waar het kan, handhaving waar het moet. Jongerenwerk, hulpverlening, HALT. De politiek is verdeeld: sommigen zijn blij dat er iets gebeurt, anderen vragen zich af wie het moet controleren, met een tekort aan politie. En er is altijd de kans dat de overlast gewoon een straat opschuift.
Ik loop er vaak. Gewoon door het centrum. Ik zie mensen met rug- en boodschappentassen, een man met een hond in zijn armen, twee meisjes die hard lachen om iets op hun telefoon. Ik tel automatisch: één, twee, drie. Even voel ik die oude reflex. Mag dit eigenlijk? Er gebeurt niets. Misschien is het rustig. Misschien mis ik de momenten waarop het schuurt. Ik moet eerlijk zeggen: ik heb nergens last van gehad. Maar ik ben ook niet altijd in het centrum.
Wat me vooral opvalt is de heftigheid van de kritiek. Amnesty die zich roert. Een hoogleraar die het idioot noemt. Dat mag. Dat hoort bij Nederland. Toch vraag ik me af: zijn er nergens in de wereld ernstiger situaties die aandacht vragen? Is Almere nu de plek waar de mensenrechten het hardst worden geschonden?
Het kan in Almere, zegt de slogan. Blijkbaar kan dit ook. Over zes maanden weten we of het iets heeft opgelost. Of niet. Misschien staan er dan weer gewoon drie mensen bij elkaar. Omdat ze elkaar tegenkwamen. Omdat ze iets te bespreken hadden. Omdat samen zijn uiteindelijk normaler is dan elk verbod.









