DRAY BOSMA

It's just graffiti with punctuation.

David, een knappe jongeman met rossig haar en een volle baard leefde duizenden jaren geleden in het oude Israël. Door zijn brutale en onverschrokken optreden tegen de Filistijnen wekte hij de nieuwsgierigheid van koning Saul. Deze raakte geïntrigeerd door deze succesvolle, en ook brutale actie van de jongeman en liet hem daarom voorkomen om hem te ontmoeten. Met het hoofd van de Filistijn nog in zijn linkerhand stond David voor koning Saul. ‘Wie ben jij?’ vroeg de koning en David vertelde waar hij vandaan kwam en wiens zoon hij was.

Jonathan, de zoon van koning Saul, voelde zich onmiddellijk en sterk aangetrokken tot David en vatte een innige vriendschap voor hem op. Niet alleen de brutale actie van David wakkerde zijn toewijding aan. Ook het stoere uiterlijk van David gaf hem een gevoel van genegenheid. Koning Saul nam David vanaf deze ontmoeting onder zijn hoede. Jonathan, die David zo liefhad als zijn eigen leven, sloot al snel vriendschap met hem: hij deed zijn mantel af en gaf die aan David. Zo ook zijn uitrusting, tot en met zijn zwaard, zijn boog en koppelriem.

Alle veldtochten die David sindsdien ondernam bracht hij tot een goed einde. De koning benoemde hem na de zoveelste overwinning tot legeraanvoerder. Dit met instemming van de soldaten en de hovelingen. Bij de intocht van het leger, toen David terugkeerde van zijn zoveelste overwinning, liepen in alle steden de vrouwen zingend en dansend uit om de koning feestelijk in te halen met muziek van tamboerijnen en rinkelbellen. Opgetogen zongen ze: ‘Saul versloeg ze bij duizenden, David bij tienduizenden.’

Deze aanbidding voor David stak de koning. Zijn affectie voor de succesvolle legeraanvoerder maakte plaats voor afkeer. De koning zei boos: ‘Zij geven David tienduizend, doch mij hebben zij maar duizend gegeven. Dit is onacceptabel. Nog even en het volk gunt David het land toe.’ Het was sinds dat moment, en voor altijd, dat David niet meer goed kon doen voor de koning. Daarom sprak hij tot zijn zoon Jonathan en tot al zijn knechten, om David te doden. Jonathan die meer dan vriendschap voelde voor David zag dit totaal niet zitten en waarschuwde David voor deze plannen van de koning.

Hierop bedachten de twee geliefden het idee dat David zou onderduiken. Jonathan liet David tot God zweren dat hun afspraak bindend was, omdat hij hem liefhad. Hij had hem lief met de liefde zijner ziel. Tijdens De nieuwe maan vroeg de koning zijn zoon waar David was. Hierop reageerde Jonathan met een leugen. De koning was buiten zinnen door het verraad van zijn zoon. Jonathan vertrok naar David, buiten de stad. Ze kusten elkaar, terwijl de tranen over hun wangen liepen, tot Jonathan zich vermande en zei: ‘Vaarwel. Onthoud wat wij tweeën voor God hebben gezworen.’ Daarop ging David weg en Jonathan keerde terug naar de stad.

Veel later, bij terugkeer hoorde David over de dood van de koning en zijn zoon Jonathan. Beiden bleken te zijn vermoord. Hierop hief David een klaaglied over zijn grote liefde:
‘Jonathan ligt gesneuveld op de heuvels. Het verdriet verstikte me, Jonathan, je was mijn broeder, en mijn beste vriend.
Jouw liefde was mij dierbaar, meer dan die van vrouwen.
Ach, dat de helden moesten vallen, dat jullie, wapens in de strijd van Israël, verloren moesten gaan.’

Bovenstaande komt uit het Oude Testament. Voor de achterdochtige goedgelovigen: het is te lezen in de hoofdstukken van Samuël. Ik was aangenaam verrast door dit verhaal. Niet omdat ik nu als homoseksuele medemens door christenen geaccepteerd zal worden, maar om de immer agressieve bijbelzwaaiers die mij en mijn gelijkgeaarden ons met de Bijbel om de oren willen slaan, een weerwoord te kunnen geven. Niet dat ik ooit een discussie over het geloof met hen aan zal gaan, want veel gelovigen zitten vast in de eigen gedachtekronkel, en daarom niet meegaand genoeg om te discussiëren.

Categorieën:Read

Jawel. Het is eindelijk zover. Dit is mijn eerste stukje geschreven als gevaccineerd mens! Ik ben blij en ik vind het ook hoog tijd dat we weer een vrijere wereld creëren. Ik ben niet zo een knuffel-type, dus ik blijf wel een groot voorstander van de anderhalve meter-samenleving. Echter heb ik nu wel die behoefte om de voor mij geliefde mensen weer eens in de armen te sluiten. Het heeft lang genoeg geduurd (sinds maart 2020) om deze mensen alleen met de elleboog aan te tikken.

Zo langzaamaan gaan we weer terug naar het oude normaal. Welke nooit meer echt het oude zal worden (we zetten die anderhalve meter-samenleving door!). Zo zal ik na mijn zomervakantie weer zoals voorheen een aantal dagen per week naar kantoor forenzen. Hoe dit zich zal ontwikkelen zal ik nog met de werkgever moeten bespreken, want de tijd van veertig uur op kantoor werken is -volgens mij- definitief voorbij. 

Dat is dan nog even onzeker. Gelukkig hebben we al ruim een jaar in een onzekere wereld geleefd, en daar hebben de meeste van ons zich netjes naar gedragen (nee, ik verspil verder geen energie betreffende mijn menig over corona-ontkenners of samenzweringswappies), dus daar slaan we ons de komende tijd ook wel doorheen. Wel weet ik dat er iemand totally not amused is wanneer ik binnenkort weer voor een paar dagen naar kantoor ga om te werken, en dat is Oprah. Onze veertienjarige zwarte poes.

Terug in de normale wereld waar ik nog vijf dagen in de week van Almere naar Amsterdam afreisde -en andersom, was onze Oprah een neurotisch huisdier. Van de eenzaamheid of van de stress vrat ze rond haar staart de eigen vacht helemaal kaal. Eén grote, schrale kale plek. Sinds ik enige tijd weer verplicht ben aan het thuiswerken heeft ze weer een mooi, egaal bontjasje. Het is dat ze een doodnormale huis-tuin-en-keuken-kat is, anders was ze een fantastische werkassistente voor me geweest. Ze volgt me de hele dag en overal waar ik ga.

Toen ik het er laatst in een meeting met een collega over had, dat wanneer ik uiteindelijk totally ben beschermd tegen Covid-19, ik dan ook weer naar kantoor kan komen om te werken. Toen zag ik vanuit een ooghoek dat Oprah-poes, die achter me op een kussen lag, heel even nieuwsgierig het koppie ophief. Na de meeting met mijn collega’s zat Oprah in de deuropening van de werkkamer. Nu kan ik het mis hebben, maar ze keek me op dat moment enorm geprikkeld en verwijtend aan. 

Categorieën:Read

Grote opwinding: Mooi weer! Waar het vandaan komt is onbekend. Velen zagen het niet meer zitten en dachten dat het mooie weer zelf ook in een lock-down zat, maar daar is het dan. Meteen ook mooi weer voor een hele week. Beloofd door de weermannen en vrouwen en de app op mijn slimme telefoon en tevens via een gelijke app op het slimme horloge, en bam! Inderdaad: bij het ontwaken blijkt de lucht blauw, zonder een wolkje aan de lucht, en is de zon aangenaam warm.

Na maanden drijven de wolken langzaam weg, kinderen verzamelen zich met voetbal op het grote veld voor ons huis. Hetzelfde veld en alle andere velden worden deze week ook meteen door de gemeentelijke ambtenaren in maaimachines gekortwiekt. Terrassen mochten, en gíngen eindelijk open! Bij de Jumbo, en ik denk ook bij alle andere supermarkten, is het druk. Houtskool en briketten zijn nodig om de vele barbecueën brandend te houden. Bier, wijn en rosé worden ingeslagen om ons koel te houden.

Op hetzelfde moment reageert ook de natuur. Vlinders fladderen door de lucht, hagedissen zwemmen in vijvers. Muggen, vliegen, wespen irriteren de mens. De knoppen van de diverse bomen en struiken zwellen op en de koeien hier even verderop dansen over het grasveld. Tegen de tijd dat de zon ondergaat krijgen we een concert van de krekels te horen. Het is ons allemaal duidelijk. De zomer is begonnen.

Een kleine week van hoge temperaturen. Het hoeft eigenlijk maar een halve dag te warm te zijn of je bent niet anders meer gewend. Zo mag het van mij dus altijd blijven. Korte broek en slippers. Een week vol gele zonnen op de weerkaart en de belofte van onheilspellende regen en onweer horen hierbij. Echter komen die niet altijd zoals voorspeld, dus wordt het naast warm weer ook benauwd weer. En wat genieten we enorm. Tegen de tijd dat we er echt genoeg van beginnen te krijgen is de verkoelende regenbui van harte welkom.

 We laten het zomers weer over ons heen komen. We genieten. De coronacijfers en het aantal IC-opnames dalen, in tegenstelling tot de aanhoudende zomerse temperaturen. Deze lijken stabiel en aanhoudend. Dus tot die tijd genieten we van het zwartgeblakerde vlees van de barbecue. We houden van de altijd volle glazen bier, wijn en rosé. Tot we lichtelijk aangeschoten mijmeren over de voorgaande zomers van vroeger. Ja, het leven is fijn. Al is het soms maar voor een paar dagen. 

Ik mocht van de week weer voor een dag naar kantoor komen om te werken, en om er een training te volgen die niet via een online-meeting kon plaatsvinden. Daags tevoren was ik druk met het voorbereiden van alle zaken die ik mee mocht nemen, zoals een laptop en de bijbehorende elektronische accessoires en tevens moest ik ook de zaken zien te regelen die ik vorig jaar als normaal en alledaags beschouwde. 

Dat mij dit niet helemaal is gelukt, merkte ik toen ik bij metrostation Henk Sneevliet mijn fiets uit de stalling wilde trekken. Ik had de, in die negen maanden aardig verroeste fietsketting van het slot gekregen, maar het primaire slot dat door mijn achterwiel stak kon ik niet openen. Het fietssleuteltje van dat slot hing nog thuis in het sleutelkastje. 

Onverwachts mocht ik een wandeling ondernemen. Het regende lichtjes, net iets te hard voor motregen en te zacht om het een regenbui te noemen. Noemen we dat een miezerbui, voor een vleugje regen dat net tussen deze twee buien zit? Tijdens de wandeling was ik er niet zo mee bezig. Ik keek om me heen. Naar de bekende omgeving die in de afgelopen negen maanden toch wel enigszins een heel klein beetje veranderd was.

De veranderingen waren me onderweg, tijdens de treinreis en trip van vijf minuten met de metro, al opgevallen. In die negen maanden stonden er ineens hoge torenflats of waren er complete gebouwen verdwenen. De wereld leek voor mij even te hebben stilgestaan, maar alles blijkt toch te zijn doorgegaan. Dat is ook niet zo vreemd. In negen maanden kan er veel gebeuren.

Eenmaal op kantoor bleek dat sommige dingen niet veranderen. Het was alsof ik na een paar weken weer terug van vakantie was, maar wel met een klein verschil. Aangezien ik deze middag een training had met meerdere collega’s in een beperkte ruimte, werd ik verzocht (niet verplicht!) een sneltest af te nemen. Mijn werkgever heeft hiervoor een ruimte gereserveerd, waar een verpleegkundige iedere donderdag klaarstaat met de neusstaafjes.

De verpleegkundige was aangenaam verrast dat ik nog nooit eerder een coronatest had ondergaan. Sommige collega’s kunnen of willen niet thuiswerken en hebben inmiddels meer dan tien keer een test gedaan. Ik kreeg een korte uitleg over de test en een voorbereidend praatje over de in te brengen staafjes. Ik was er klaar voor. Neus in de lucht, om die nieuwe ervaring aan te gaan.

Binnen een halve minuut was het gedaan. Het wachten op de uitslag van de snel-eiwit-test duurde langer dan het geschraap in mijn keel- en neusholtes. Ik leek er emotioneel van te worden, maar ik kreeg uitgelegd dat het staafje de zenuwen van de traanbuis stimuleert en dat je daar traanogen van kunt krijgen. Na een flink aantal minuten wachten werd via de testcassette bekend gemaakt dat ik negatief was getest. Ik was nu net als andere collega’s ervaringsdeskundige. Daar mag je de neus voor ophalen.

%d bloggers liken dit: