Beltegoed

Ik vond laatst een USB-stick in een laatje die ik al een tijdje niet had geopend. Het vinden van zo’n stick is toch een beetje alsof je een oud schatkistje hebt gevonden. Vooral nieuwsgierig over wat de inhoud betreft. Er opende op mijn laptop een map met allemaal oude stukjes tekst die ik jaren geleden heb geschreven. Zoals een verhaal uit 2010, die ik ooit had ingediend voor een schrijfwedstrijd van een tijdschrift. Ik kreeg het later zonder enig commentaar retour. Misschien dat ik de grote lap tekst hier ooit eens publiceer, wellicht dat ik dan wel commentaar krijg. Dan wel in een weekend, dan hebben de bezoekers van dit weblog iets meer tijd om het door te lezen. Onderstaande tekst vond ik wel grappig om hier te delen. Het is een dialoog die ik in juni 2009 heb geschreven. Je leest het zo door, het is een kort verhaal van nog geen 150 woorden.

‘De Romeinse beschaving ging destijds ten onder aan het te hoge loodgehalte in het water. Men werd langzaamaan gek.’
‘Dus?’
‘Door onwetendheid stierf een beschaving uit.’
‘Okay, en dat heeft betrekking op?’
‘Op vandaag de dag. Het is niet zo dat we niet weten wat er in ons water zit, maar we hebben geen duidelijkheid over wat de mobieltjes, infrarood en bluetooth voor ons betekenen.’
‘Het houdt in dat we bereikbaar zijn en niet op hoeven te staan wanneer we de televisie op een andere zender willen zetten.’
‘Nee, stel je voor dat de stralen van je mobieltje of je bluetooth schadelijk blijken te zijn voor je hersenen en dat we net als de Romeinse beschaving ten einde komen. Dat kan hoor!.’
‘Ben je gek of zo, hoe lang heb je zojuist zitten bellen?’

Vrijdagmiddag

Vrijdagmiddag. Het is vrijdag de 13e en toch ben ik blij. Niet alleen omdat een collega van mij deze middag voor het eerst vader is geworden, maar ook omdat ik een goed gesprek heb gehad met mijn leidinggevende. Even na 16:30 uur stap ik vrolijk op de pendelbus die mij naar metrostation Henk Sneevliet brengt. De metro rijdt op tijd en ik heb op station Amsterdam-Zuid een vlot aansluitende verbinding met de trein naar Almere. Heerlijk.

Onderweg naar huis krijg ik van het thuisfront een appbericht met de mededeling dat er enige consternatie op het veldje voor ons huis is ontstaan. Een foto en video bevestigen dit. Een traumahelikopter is ingevlogen, in wat wij onze voortuin noemen. Ik denk dat het wel eens serieus kan zijn. Meer dan 2 ambulances is geen grap. En dat blijkt. Wanneer ik met een omweg thuiskom, zie ik op social media dat het een serieuze kwestie is.

Het blijkt dat bij een schietincident op het veldje iemand om het leven gekomen. Ondanks langdurige reanimatie is de persoon uiteindelijk ter plekke overleden. Naast het assisteren bij de reanimatie heeft de brandweer schermen geplaatst om het zicht van omstanders te ontnemen. De politie weet later aan de media te vertellen dat het om een zelfmoord gaat. Het is een raar verhaal. Ik denk dat het om een conflict in relationele sfeer is geweest, waarbij het dodelijk slachtoffer geen andere uitweg meer wist.

De ware reden zullen we wellicht nooit weten. Een aantrekkelijk politieagent informeert later aan de deur of wij vooraf iets hebben meegekregen, maar ik moet hem teleurstellen. Ik was op dat tijdstip nog niet thuis. Verder forensisch onderzoek is nog in volle gang wanneer de pizzabezorger ons eten komt bezorgen. Voor ons gaat het leven door. We genieten van het avondeten en kijken naar een nieuwe serie op Netflix. Wanneer ik later de lege pizzadoos in de papiercontainer achterlaat en de zon ondergaat zie dat men nog steeds druk is met onderzoek.

Jij en Wij

Afgelopen zondag was het 19 jaar geleden dat Matthew Shepard, vastgebonden aan een hek, waar hij door Aaron Kreifels werd gevonden. Een kilometer buiten het stadje Laramie in de Amerikaanse staat Wyoming. Wat Aaron eerst aanzag voor een vogelverschrikker, bleek de 21-jarige Matthew te zijn, die 18 uur daarvoor op de vorige avond door Aaron McKinney en Russell Henderson was beroofd, in elkaar geslagen en vastgebonden aan het hek om daar vervolgens voor dood te worden achtergelaten.

Morgen, 12 oktober, is het 19 jaar geleden dat Matthew Shepard overleed aan zijn verwondingen. Het nieuws maakte destijds veel los in de westerse wereld. Er was een homoseksuele man vermoord om wat hij was. Een haatmisdaad. Waren we inmiddels zo diep gezakt? Helaas was dit niet de eerste keer dat een persoon om zijn (of haar) geaardheid was vermoord, maar dit keer werd het nieuws mondiaal opgepakt. De wereld was in shock -en vooral boos, om wat er was gebeurd met Matthew Shepard.

De daders verklaarden tijdens het proces dat ze in paniek waren geraakt toen ze door Matthew werden verleid. Later vertelden ze dat ze hem alleen wilden beroven. Op 5 april 1999 bekende Henderson schuld in ruil voor strafvermindering van de doodstraf naar twee keer levenslang. McKinney werd schuldig bevonden aan moord met voorbedachten rade, maar zijn straf werd omgezet van doodstraf in een levenslange gevangenisstraf. Beiden beweren dat hun daad door de Bijbel wordt gerechtvaardigd.

In 2013 publiceert journalist Stephen Jimenez The Book of Matt waarin hij het officiële verhaal betwist. Hij schetst aan de hand van getuigenverklaringen een geheel ander beeld van de zaak. Shepard zou verslaafd zijn en door een medegebruiker en dealer te zijn vermoord. Bovendien komt naar voren dat de moordenaars zelf uit de homoscene kwamen en er sprake was van een vermeende seksuele relatie tussen de twee. Het idee dat dit een haatmisdrijf is wordt hiermee onderuitgehaald.

De moord op Matthew Shepard symboliseert de kwetsbare, onzekere plaats in onze wereld. Gelijkheid en vrijheid blijkt door haatmisdaad niet langer waarheid te zijn. Wanneer je anders bent dan de gemiddelde medemens, dan ben je een buitenbeentje. Een zonderling, waarbij een vogelvrijverklaring een logisch gevolg is. Een verbanning uit de gemeenschap. Daarom is het belangrijk om iedereen te accepteren zoals ze zijn. Geen mens verdient het apart gezet te worden.

Vandaag zal ik zo min mogelijk oordelen over anderen. Zolang het mogelijk is. Het zal niet makkelijk zijn, want mensen houden graag vast aan de hokjesgeest, en ook ik ben maar een mens. Mensen die vandaag chagrijnig over straat lopen en mopperen zal ik vragen of ze ook eens vrolijk kunnen zijn. We mensen zijn nu eenmaal ingedeeld in diverse rassen, maar ik zal mijn best doen ze niet langer in groepen of hokjes in te delen. We zijn tenslotte allemaal één volk, met zijn allen woonachtig één planeet.

Ruzie

Om negen uur in de avond kregen ze ruzie. Ik weet niet waarover, maar dat doet er niet toe, want als het in de lucht zit, dan is iedere aanleiding te gebruiken. Het begon met het over-en-weer van kleine verwijten, maar na een minuut of vijf was zij al aan: ‘En dan zeg jij altijd…’

Dan wordt er gezegd wat hij altijd lijkt te zeggen, en als ik haar imitatie mag geloven, spreekt hij altijd heel lijzig, waarbij de tong ver uit mond hangt. Hij blijft koel en reageert hier niet op, wat haar mateloos irriteert, zodat al spoedig de situatie rijp wordt om op te staan en waardig te zeggen: ‘Goed, als mijn aanwezigheid je dan zo hindert, zal ik je daarvan verlossen’.

Opstaan, kamer verlaten en jas aantrekken. Als hij de buitendeur opent, hoort hij haar nog iets roepen. Op een compromistoon. Maar hij zet door en loopt even later op straat. De nare herinnering aan de idiote ruzie glijdt onmiddellijk van hem af, om plaats te maken voor het prettige, mobiele gevoel van een man die met een reden van huis is gegaan. Onder normale omstandigheden ga je een eindje om en moet je binnen een uur weer thuis zijn, maar wanneer je van mening bent dat je onrecht is aangedaan loop je door, omdat hij daarmee een missie uitvoert.

Hij bezoekt een kroeg waar hij al heel lang niet meer is geweest. Hij stapt binnen en als anonieme bezoeker staat hij tussen de andere gasten. De kastelein herkent hem toch en vraagt of hij het gebruikelijke wenst. Later staat hij er met een biertje in zijn hand en loopt naar een plek in de kroeg waar het rustiger is. Er wordt door de bezoekers gelachen, gediscussieerd en vooral veel gedronken. Een licht aangeschoten jongedame spreekt hem aan en vertelt een heel lang verhaal, over haar kind dat dit weekend bij haar ouders uit logeren is. Hij hoort haar gelal glimlachend aan. Na zijn derde biertje besluit hij naar huis te gaan. Zijn woede is weg. Die van zijn vrouw zeer waarschijnlijk ook.

Dromen

Ik lig in bed en ik ben in een platenzaak. Een winkel uit de tijd van voordat de compact-discs de markt veroverden. De tijd waarin muziek alleen op vinyl of via cassettebandjes werd verkocht. Grote bakken gevuld met vinyl in grote hoezen waarvoor ik geen leesbril nodig heb om op de achterzijde van de albums de tracklist te kunnen lezen. Men zegt dat platenzaken als deze weer in opkomst zijn. Ik verlang naar de winkels als Concerto aan de Utrechtsestraat in Amsterdam. Maar dan van minimaal 20 jaar geleden.

Heerlijk struin ik er langs de grote aantallen aan Lp’s en 12″-uitvoeringen van de grote hits. De bak met een paar vinyl exemplaren bij de Mediamarkt valt er in het niet bij. De grote kleurrijke platenhoezen doen bijna zeer aan mijn ogen, maar diep van binnen geniet ik intens van het moment. Het verlangen is gearriveerd en is feit. Met mijn vingertoppen tik ik de platenhoezen naar voren, en bij iedere nieuw album dat tevoorschijn komt klopt mijn hart iets sneller.

Jarenlang heb ik deze terugkerende droom gehad, waarin ik de meest zeldzame uitvoeringen op vinyl van mijn muzikale idolen in mijn handen kreeg. Een bijzondere uitgave nog mooier dan de andere. Alleen heb ik het nooit voor elkaar gekregen om deze buitengewone exemplaren bij de kassa af te mogen rekenen. Het is me in al die dromen niet een keer gelukt om deze collector items in mijn bezit te krijgen, en ik heb geen idee wat de terugkerende droom betekent. Ook nu kan ik geen kassa vinden.

Lichtelijk teleurgesteld word ik wakker en check de tijd via mijn mobieltje. Het is 03:15 uur. Ik mag nog even blijven liggen. Ik herinner mezelf eraan dat ik later de app Discogs moet checken. Hier vind ik voldoende vinylalbums. Oude en nieuwe uitvoeringen. Een ding is zeker, daar is wel een kassa. Ik val in slaap en droom verder over totaal andere dingen. Ik ben in Parijs en de regen veroorzaakt enorme watervallen langs de trappen in de stad. Parijs. Daar ben ik ook al heel lang niet meer geweest.

Uiteten

Vrijdagavond en thuis heeft geen van ons tweeën zin om te koken, of iets te kiezen om te laten bezorgen. Het is de laatste vrijdag van de maand. Laten we er dan maar voor kiezen om een nieuwe traditie te creëren. Uiteten. Er even uit, en we vinden het beiden een fantastisch idee. We weten ook waar we willen eten. Edo wilt altijd het liefst naar sushirestaurant Sake. Natuurlijk is dat het verst afgelegen sushirestaurant in Almere op loopafstand van ons huis, maar dat heeft ook weer een voordeel: de ingenomen calorieën loop je er na afloop ook weer zo van af.

Op de bonnefooi wandelen we ernaartoe, en bij aankomst hebben we geluk. Er zijn voor dit moment van de avond niet veel reserveringen en mogen plaats nemen. Aan een minuscuul tafeltje, iets groter dan een dambord, nemen we plaats. Gelijk met ons is een klein gezin naar een tafel gebracht. Een Indiase familie. Een vader, een moeder en een klein jongetje met grote bril. Het kind gaat eerst braaf in een kinderstoeltje zitten, maar wanneer de avond vordert, kan het toch niet zo lang stilzitten. Of stil zijn. De familie is er wellicht van overtuigd bij de McDonald’s te zitten.

Na een uurtje wordt het drukker binnen en gaat het buiten harder regenen. Zo heftig dat het hemelwater via het plafond binnenkomt. Gasten worden onder begeleiding naar andere en droge tafels gebracht. Het water stroomt via de kroonluchters in de grote plastic emmers. De verlichting gaat uit, waardoor donder en bliksem nog indrukwekkender overkomen. Het schept een vreemde band met de andere gasten. Je maakt grapjes. Met elkaar verbonden door de consternatie. Alleen de oorzaak verbindt, want morgen herkennen we elkaar niet meer.

Na 4 rondjes van bestellingen zitten we vol, de ogen waren wederom groter dan de maag. Beiden zijn we ervan overtuigd dat we genoeg gegeten hebben. We drinken onze glazen leeg en wachten op de rekening. Bij het afrekenen wordt ons -net als iedere keer, gevraagd of we een stempelkaart hebben. Die hebben we wel, maar deze ligt thuis. We krijgen een nieuwe stempelkaart mee en wij beloven deze bij een volgend bezoek mee te nemen. Net als iedere keer.. Buiten zien we in de verte dat het nog onweert. Het is inmiddels gestopt met regenen wanneer we naar huis lopen.