De kerstliedjes horen we nu tot in den treuren sinds de goedheiligman zogenaamd weer naar Spanje is. Van de klassiekers van Bing Crosby tot de hedendaagse tot-kerstlied-bewerkte hit “Sunny Days” van Armin van Buuren. Ikzelf luister al sinds oktober naar diverse kersthits. Dat houdt in dat ik overmorgen overgelukkig ben wanneer de kerstliedjes niet langer meer regulier te horen zijn. Het is geen klagen. Ik ben het zelf die al 2 maanden naar de met sleebellen bewerkte hits luister. Het maakt me vrolijk. In de drukke winkels hoopt men dat de kerstliedjes de stress onder het winkelend volk doet vergeten. Dat lukt niet.

Gistermiddag. Ik zie een verhitte en gehaaste vrouw in rap tempo langs de kledingrekken in de C&A lopen, gevolgd door haar zwijgende echtgenoot. Er worden truien onder zijn kin gehangen en met een ‘Nah, da’s niets,’ worden diezelfde truien weer snel terug in het rek gehangen. Men is vooral op zoek, maar weet niet precies naar wat. Doelloos winkelen. Probeer dan maar met een succes thuis te komen. De vrouw loopt even later gefrustreerd, zonder aankopen, naar de roltrap en de man ergert zich stilletjes aan dit verloren bezoek aan de C&A. Zeer waarschijnlijk staat hem hetzelfde script te wachten bij de H&M. Of WE Fashion Store.

Kerstmis. Het moment aan het einde van het jaar waar we wensen stil te staan bij het hectische bestaan en bij de medemens. Men wenst elkaar het beste toe voor de feestdagen en het komende nieuwe jaar. Behalve voor de persoon die in de rij voordringt bij het winkelen. Men ergert zich aan die brutale dame in de boekenwinkel, die net voor jou het laatste exemplaar van een cadeau bestemd voor tante Jans weggrist. Dag Goede Dochter van Karen Slaughter. Dit jaar met Kerstmis geen plek voor jou bij ons in de familie! Ja, dan zijn mensen geneigd stiekem (sommigen doen het verrassend overtuigend duidelijk) iets minder begaan te zijn met onze medemens. Vrede op aarde, maar zeker niet voor iedereen. Een fuck you voor al die andere egoïsten en zelfzuchtige mensen. Daarbij zichzelf vergeten.

Misschien is het nog te vroeg in onze geschiedenis om verdraagzaamheid voor anderen op te brengen. Ik ben bang dat de hype ‘geduld-voor-een-ander’ voorlopig toekomstmuziek blijft. Misschien is het een idee voor de kerstman om iedereen op deze wereld een spiegel cadeau te doen? Ik bedoel niet zo’n stuk glas waarin je, je eigen reflectie ziet. Ik denk aan een waarin je jezelf als een compleet mens ziet. We denken altijd wel meegaand, tolerant of edelmoedig te denken, of te zijn. Wanneer iemand iets in onze ogen verkeerd doet mopperen we en laten we dat ook weten, maar als we ons zelf schuldig maken aan hetzelfde, dan moet dat kunnen. Ik herken het ook bij mezelf. Ik kan soms, in bepaalde situaties  mensen de hel toewensen, om een dag later hetzelfde te doen. Daarom wens ik iedereen (én mijzelf) voor vandaag en morgen 2 fantastische feestdagen toe, en vooral ook een empathisch 2018.

In de metro, onderweg naar huis, staat een jonge vrouw, druk pratend tegen een andere vrouw die verveeld voor zich uit staart, terwijl zij zelf haar kinderwagen, een maxi cosi, op en neer schudt. Ze doet het om het kind in de wagen stil te houden. Niet dat het veel helpt. Ze is zelf constant luid aan het woord. Met een aangeleerd buitenlands accent praat ze ook veel. Ze heeft de nodige drama in haar leven meegemaakt en het gezegde ‘gedeelde smart is halve smart’ moet haar lijfspreuk zijn. Iedereen moet meegenieten en wie niet wil luisteren kijkt ze met boze ogen aan. Haar heldere lichtblauwe ogen steken af tegen haar donkerpaarse hidjab, maar ik kan er niet vrolijk van worden.

Veel van haar levensdrama gebeurt in de familiekring, en in die van de schoonfamilie in het bijzonder. Door de giftige taal die ze uitkraamt wenden de andere reiziger hun gezicht van afschuw af. In de 4 minuten durende rit van metrostation Henk Sneevliet tot aan het metrostation van Amsterdam-Zuid heeft ze 5 keer iemand dood gewenst, en niet alleen dat: ze is bereid het allemaal zelf te doen. ‘Ik snij ze allemaal in stukken en gooi ze zo in de vriezer,’ braakt ze uit. Het jonge kind in de maxi cosi wordt er niet stiller van. Wanneer de omroepstem ons aangeeft dat we bij metrostation Amsterdam-Zuid zijn gearriveerd, kan ik niet wachten om naar buiten te gaan.

Met versnelde pas loop ik het perron op. Mijn fantasie gaat met me aan de haal en ik zie het al voor me: dan lig ik daar in tientalle stukken gesneden, rillend van de kou in de vriezer van de boze mevrouw met haar lichte ogen. Wanneer ik de trap af wil lopen naar een ander perron, draai ik me nog even snel om. Ik haal opgelucht adem. De boze mevrouw blijft in de metro achter. Als ze dan toch iemand in stukjes moet hakken, dan toch liever haar schoonfamilie.

Ik moest een nieuw pak. Het tweedelig kostuum had ik een jaar geleden bij de H&M gekocht. Het voordeel van een confectiepak is dat het niet meteen een hap uit je budget is. Wat een jaar  geleden ook nog even niet wenselijk was. Ik zag er netjes uit en kon ermee voor de dag komen. Tot na een jaar, een paar weken geleden. Het jasje kon ik nog wel dragen, want zo vaak droeg ik het niet. De pantalon begon echter tekenen van slijtage te tonen.

Hoe het mogelijk is weet ik niet, want de tijd dat ik op handen en knieën over de vloer kroop ligt jaren achter me, maar de pantalon werd vooral bij de knieën erg dun. Daarbij gaf de naad in het kruis het op, waardoor er een klein luchtig spleetje ontstond. Deze heb ik nog even gerepareerd, maar het waren voor mij allemaal tekenen dat ik nu toch wel aan iets nieuws toe was. Ik twijfelde nog even of ik naar de H&M terug moest keren, maar bij terugkomst zagen de pakken die er hingen er niet uit.

Daarom afgelopen zaterdag naar een andere winkel gegaan. De prijzen liggen er iets hoger, maar ik weet bijna zeker dat de pakken uit deze winkel langer dan 1 jaar gedragen kunnen worden. Het was er druk. Veel shoppers op zoek naar nette kleren voor de komende kerstdagen. Timing is niet een sterke kant, wat betreft winkelen. Dus tussen het winkelvolk probeerde ik een fraai pak uit te zoeken. Een uitdaging: mijn schouders zijn breder dan de heupen.

Ondanks 2 verschillende confectiematen voor het pak en de drukte van de winkelbezoekers ben ik uiteindelijk geslaagd voor een grijs, wollen pak. Ik kan er weer even tegenaan. Naast het pak heb ik een tweetal stropdassen gekocht. Het is niet altijd nodig, maar het staat wel fatsoenlijk wanneer er klanten of gasten over de werkvloer lopen. Zo opgedirkt in een tweedelig pak, ik voel me er niet verkeerd bij.

Ik was 12 jaar toen ik mijn eerste sigaret rookte. Eerder stom dan stoer, maar daar dacht ik toen anders over. Het was achter het fietsenhok en ik zat in de 6e klas (groep 8) van de Torpschool. Samen met Enrico, Peter, Angelique, Sheila en Yvonne stonden we stiekem een peukie weg te paffen. We dachten dat we voor anderen verscholen waren, maar het fietsenhok stond naast het schoolplein, vlakbij de Torplaan. Een drukke weg in de wijk waarin we met zijn zessen opgroeiden. Iedereen kon ons zien roken en de opmerkingen werden als figuurlijke oorvijgen aan ons uitgedeeld. Met opmerkingen als ‘Weten jullie ouders dit wel’ en ‘Je kan beter je broekspijpen dichtknopen’ werden we gewezen op deze brutale actie.

Vanaf die leeftijd heb ik af en aan een sigaret gerookt. Toen ik een jaar later naar het voortgezet onderwijs ging kwamen mijn ouders er achter dit ik stiekem rookte. Als straf moest ik van hen 3 sigaretten achterelkaar roken. Ik zie de sigaretten nog op de salontafel liggen. In een bruin pakje van het merk Caballero. Zonder filter. Dat zou mij wel leren om stiekem te roken, dachten mijn ouders. Ik kan me de verontwaardiging van mijn moeder nog goed herinneren. ‘Hij rookt gewoon over zijn longen!’ daarbij naar verwijtend mijn vader kijken, alsof het zijn schuld was dat ik met gemak 3 sigaretten kon wegroken.

Zo was het dat ik op mijn 13e van mijn moeder wekelijks een pakje shag van het merk Samson kreeg, want -zoals zij zei: ‘Ik heb liever dat je het van ons krijgt, dan van iemand met verkeerde bedoelingen.’ Die angst van mijn ouders betreffende drugsverslavingen werkte in mijn voordeel. Zo heb ik jarenlang shag gerookt. Daarbij hoorde ook de aardappelschil, die we in het pakje shag bewaarde om uitdrogen van het tabak te voorkomen. Het was geen verkeerd leven in het begin van de jaren 80 van de vorige eeuw, en ik heb er fijne herinneringen aan overgehouden.

Inmiddels rook ik niet meer. De laatste jaren dat ik rookte, rookte ik stevig. Anderhalf pakje per dag. Dat was tot het me tegen ging staan en ik er genoeg van had. Nadat het me uiteindelijk lukte om die gewoonte te doorbreken heb ik mezelf voorgenomen nooit meer een sigaret te roken. De bekende en figuurlijke knop was om. Sindsdien rook ik niet meer. Momenteel zijn er ook gewoonten in mijn leven waarvan het gebruik mij tegenstaat. Ik erger me mateloos aan de dieronvriendelijkheid van de bio-industrie en de kilo-knallers van de supermarkten. En gezond stuk vlees lijkt heel moeilijk te vinden.

Het is niet dat ik stante pede vegetariër moet worden, maar ik let wel op wat ik eet. Op het werk, tijdens de lunch, eet ik geen vlees meer. Zo stap voor stap kom ik er dichter bij. Waar ik voorheen 1 keer per week een vegetarische dag had, houd ik binnenkort 1 dag in de week een vleesdag. Alle beetjes helpen, en ik ben me ervan bewust dat niet iedere gewoonte zomaar is overwonnen.