DRAY BOSMA

BE HAPPY.

Het is deze week tien jaar geleden dat ik voor het eerst een paar hardloopschoenen aantrok en heel voorzichtig, met behulp van een app, aan een nieuwe hobby, hardlopen, begon. Het was een hardlooprondje waarbij ik één minuut mocht hardlopen en daarna anderhalve minuut wandelen, om bij te komen. Dit herhaalde zich nog eens zeven keer waardoor ik nog net geen half uur bezig was met hardlopen/wandelen.

De eerste minuut hardlopen vond ik een beproeving en het leek een half uur te duren voordat ik weer kon gaan wandelen. Ik twijfelde aan het idee om hardlopen een leuke bezigheid te vinden. Dat moment wist ik nog niet hoe ik me ging voelen wanneer ik deze eerste sessie succesvol had afgelegd. Ik voelde me zielsblij dat ik negenentwintig minuten sportief bezig was geweest, en daar waarvan ik overgelukkig word, wil ik nog wel eens doordraven.

Ik kon dan -figuurlijk- ook niet wachten tot mijn tweede hardloopsessie, die twee dagen later weer van start ging. Wanneer ik het een en ander teruglees hier op mijn website, ging het niet altijd van een leien dakje. Als snel had ik last van pijn in de scheenbenen, maar toch ben ik blijven hardlopen (schijnbaar) en heeft het een paar weken geduurd tot ik trots kon melden dat ik ernaar uitkeek om twintig minuten achter elkaar te gaan hardlopen.

Na jaren van actief lopen, met hier en daar de verplichte rustmomenten in verband met lichte blessures, weet ik van dingen die ik anders nooit had geweten. Als ik al halverwege mijn eerste hardlooprondje in maart 2011 was gestopt, dan wist ik niet wat een runner’s high is. Daarbij had ik ook niet geweten dat het hardlopen best wat aardig blessures oplevert, en dat je daardoor oplettend wordt over hoe je hardloopt.

Ook wist ik voorheen niet dat hardlopers, net als motorrijders, elkaar groeten bij het passeren (oké, die paar zure mensen daargelaten) en dat niemand je zo bijstaat en aanmoedigt in het hardlopen als een mede-hardloper op sociale media. Ook wanneer je deze nog nooit in het echt hebt ontmoet. Hardlopers zijn vooral leuk en het hardlopen zelf is nog leuker. Ik zeg: Just do it.

‘Hey Dray! Kom eens hier en maak kennis met de nieuwe buren!’ wordt me toegeroepen. Ik spring uit het raam van de bovenverdieping en roetsj via de regenpijp naar beneden. Daar staan de twee nieuwe buurmannen. Jong en strak in het vel. Wat ze overduidelijk showen door nauwsluitende kleding, die bijna niet aanwezig is. Een buurman draagt alleen een versleten spijkerbroek en schudt me de hand, zijn partner draagt een heel minuscuul broekje en verder niets. Hij knikt naar mij en geeft me een valse sneer. Ik denk nog: Dat is niet vriendelijk bij een eerste ontmoeting.

Wanneer ik even later wakker word moet ik denken aan hoe vreemd dromen zijn. Technisch gezien zijn dromen een opeenvolging van beelden, gedachten, emoties en gevoelens die zich onvrijwillig in de geest voordoen gedurende bepaalde fasen van de slaap (dit zegt Wikipedia). Ik vind het bijzonder dat wanneer dromen daadwerkelijk voortkomen uit onze eigen gedachten, emoties en gevoelens ik in de bovengenoemde droom schuldig ben aan persoonlijke geestelijke foltering door mezelf een valse sneer te geven. Vreemd.

Ik droom vaak opmerkelijk en vreemd. Net als iedereen, denk ik, en ik verwonder mezelf dan door wat mijn brein in die dromen verzint. Ik heb wel gedroomd waarbij ik hartstikke enthousiast ben en dat ik bij het wakker worden opgewonden denk dat ík dit onbewust verzonnen heb. Heel soms kan dat terecht zijn, maar vaak ook heel idioot. Ik zeg maar zoals het is. Ik kan me een droom herinneren waarin ik een wereldhit had gecomponeerd.

Midden in de nacht werd ik wakker en was ik vol van verrukking van mijn idee! Ik heb toen de telefoon van het nachtkastje gepakt en meteen het refrein ingezongen in een dictafoon-app. Ik denk dat ik weer tevreden met een glimlach in slaap ben gevallen. In de loop van de volgende dag was ik de droom vergeten, maar na een week moest ik er weer aan denken en speelde de ingezongen tekst af: ‘You know, and I know it’s a different kind of story. A bird in the sky told me it was a lie.

Een rollercoaster aan emoties kwam er in me los. Ik kromp ineen van afschuw door de zwoele zangstem en ik lachte hardop om de onzin die ik hoorde. De tekst was nergens op gebaseerd en de melodie deed denken aan wat kleine kleuters fantasie-zingen wanneer ze geconcentreerd aan het fröbelen zijn. Geen wereldhit voor mij. Gelukkig kan ik er nog wel over dromen.

Categorieën:Read

Vorig jaar, tijdens de eerste corona-lockdown en in de aanloop naar de tweede, kwam ik er om onduidelijke redenen niet aan toe om boeken te lezen. Als ik iets van tien boeken in ruim acht maanden heb gelezen is het veel. Dit jaar is dat anders; de afgelopen twee maanden heb ik de hoeveelheid in die acht maanden inmiddels ruim overschreden. Ik verslind de boeken, figuurlijk, vanzelfsprekend. Ik lees de literaire thrillers, (auto)biografieën en avonturenverhalen alsof het niks is.

De coming of age*-avonturenverhalen zijn bij mij favoriet en doen me vanzelfsprekend denken aan mijn eigen kinderjaren. Toen ervoer ik iedere zaterdagochtend bij de padvinderij een avontuur. Die waren vanzelfsprekend braaf, zoals je van een scoutingavontuur kunt verwachten. Maar rottigheid heeft -bijna- iedere tiener wel uitgehaald. Ik zou hier liegen wanneer ik beweer de braafste tiener in Den Helder te zijn geweest.

Niet dat ik een hufterig ventje was, meer een beetje een nerd. Ik speelde nog met Playmobil terwijl ik nog geen uur later met andere, wel stoere lui, verveeld buiten op straat stond te roken. We draaiden shagjes, roddelden over anderen en onze ouwelui, en stonden als idioten stom te ginnegappen. Thuis aangekomen haalde je alleen je schouders op wanneer je ouders iets aan je vroegen. Behalve wanneer je iets van ze nodig had. Dan kwamen ze in ons vizier.

Ik kan me een zomer herinneren, waar ik heel even het criminele pad heb bewandeld. Al waren het maar een paar stappen. Het was puur uit verveling dat ik toen met een vijftal andere jongens uit de buurt een snackbar in de brand heb gestoken. Ik moet toegeven dat deze patatzaak, zoals wij het destijds noemde, al enig tijd niet meer in gebruik was en ook hartstikke leeg stond.

Samen met de andere jongens liepen we naar de leegstaande snackbar. Ik heel stoer met de peut in mijn handen, en ik dacht heel slim te zijn door mijn bril niet te dragen. Het denkbeeld dat wanneer iemand getuige van deze daad was, deze in ieder geval niet iemand met een bril op in de groep heeft gezien. Ik denk toen heel slim te zijn geweest. Alsof iedereen Lois Lane is, en niet ziet dat Clark Kent en Superman dezelfde persoon zijn.

De snackbar is uiteindelijk niet compleet afgebrand. We zijn bij het zien van de eerste vlammen meteen in paniek weggerend. Gelukkig was de wereld in die tijd nog niet zo digitaal als nu en zijn er geen camerabeelden van deze criminele daad. Nadien stonden we weer verveeld achteraf of in steegjes onze shagjes te roken. We hebben het met de groep ooit een keer tegen een paar meiden uit onze buurt verteld, maar die geloofden ons niet. En dat was prima. Wellicht waren we bang om alsnog door de politie opgepakt te worden.

*meerderjarig worden

Categorieën:Read

Eens om de zoveel tijd houd ik een geschreven dagboek bij. Het gaat meestal in vlagen dat ik mijn dagelijkse blijmoedigheid en sores bijhoud, maar vaak worden deze halfvol geschreven boekjes ook na een verloop van tijd weggegooid. Ik vind het vaak tenenkrommend wanneer ik teruglees dat ik me enorm heb verheugd op een bedenkelijke situatie, of wanneer ik me druk maak om zaken waarvan ik later denk: waarom die verspilde energie? En toch ben ik vorige maand weer begonnen met het opschrijven van de dagelijkse, beuzelachtige hersenspinsels. Misschien is het een idee om de persoonlijke fragmenten met enige eigen afstand te leren terug te lezen. Zo vond ik toevallig van de week (na dagen van zoeken) een kwart volgeschreven boekje met dagboekfragmenten uit het najaar van 2017, en kwam ik op de pagina van maandag 30 oktober 2017.

Een publiek geheim is nu open: Kevin Spacey is homoseksueel. Niet dat dit zo bijzonder is, maar de reden van zijn openheid is bedenkelijk. Op zesentwintige leeftijd heeft hij (iets meer dan) avances gemaakt naar de (toen) veertienjarige Anthony Rapp. Deze is er nu mee naar buitengekomen en meneer Spacey komt vandaag met een officiële verklaring dat hij zich ‘het incident’ niet kan herinneren (wel dat hij destijds dronken was – vreemd!), en dat het hem spijt. Daarbij volgt de verklaring dat hij nu het homoseksuele leven heeft geaccepteerd en omarmt. Jezus! Spacey denkt te veel als het fictieve karakter Frank Underwood, dat hij speelt in House of Cards. Hij denkt overal mee weg te kunnen komen. Als homoseksueel ben ik hier best verontwaardigd over, want homoseksualiteit heeft niets met ongevraagde seks met tieners te maken. Kinderen vind ik leuk: op gepaste afstand! Ik vind het walgelijk om kindermisbruik te verzwakken door de aandacht naar je coming out te leggen. Veel mensen die niet logisch kunnen denken (en dat zijn er veel!!), zijn nu overtuigd dat iedere gay ook van kids houdt. Dankjewel Kevin Spacey. Not.

Nadat we de barones van onze komst verwittigd hadden, begonnen we volgens de regelen der kunst het kamp in te richten; de tenten werden opgezet, afvalput werd gegraven en er werd door Mans een ‘solide’ aanlegsteiger voor de cano in de Wetering geslagen. Van de tuinman kregen we de nodige stromatten, die onder de tenten werden gelegd (daar is ‘Epeda’ niks bij).

Het grote voordeel van de kampplaats was, dat de westzijde, de regen en windhoek, geheel beschut was door een bos met zware bomen. Aan de Noordzij was een prikkeldraadversperring die dwars door de hele tuin liep (de ‘Tjebbelinie’). De rest van het weidje werd begrensd door een snelstromende Wetering die op de Loosdrechtseplassen uitkwam. Brood, melk en water moest bij de ‘directrice van de huishouding’ in de keuken gehaald worden, maar dat was eerde een voordeel dan een bezwaar, want de weg erheen liep onder de schaduwrijke pruimen en appelbomen door, waar nogal eens gerust werd.

Overdag maakten we tochten naar de Loosdrechtseplassen, doorkruisten de trekvaarten met de aardige zomerhuisjes, peddelden de Kalverstraat op en af, zeilden en zwommen op de plas. Op de plassen konden we ons watersporthart ten volle ophalen. We kregen geen genoeg van het boeien ‘de Hollandse landschap met de ontelbare BM’ers, tjotters, tjalken, regenbogen, valken, jollen en al wat niet meer voor sierlijke boten, die scherp aan de wind over de plassen scheerden.

Met de cano voeren we meer peddelend dan zeilend tussen de grote boten door, wier schippers met hun vaak meer dan 21m² zeil aan de mast, minachtend keken naar de onderbroek van tweeënhalf die wij eraan hadden hangen. Jammer dat de laatste dag toen we juist trots bezig waren een twaalf voet jol in te halen het zeil met mast en al overboord sloeg, als bewijs dat een cano geen zeilboot is.

Het koken in ons vaste kamp ging uitstekend. Om de andere dag hadden we corvee. De menu’s waren zeer uitgebreid; de eerste dag sla, de tweede dag sla, enz. met er tussendoor nog rijst met kerry en boontjes met Duitse biefstuk waarvan Johan ons veel voorgespiegeld had, maar toen ze op tafel kwam, het midden hield tussen fijngehakt teertouw en gebraden brandhout. Bijna elke dag aten we mata sapi’s (spiegeleieren).

’s-Morgens werden de inkopen in Maarssen of in Breukelen gedaan waarbij vooral de fiets van Johan dienstdeed. Met de gebruiksaanwijzing; twintig minuten fietsen, vijf minuten banden pompen. In de avond maakten we wandelingen langs de prachtige Vecht. Na afloop dronken we cacao en kropen dan in de slaapzak. Alles bij elkaar hadden we daar het heerlijkste kampleventje dat je je maar denken kan, maar dan alle vreugde komt een eind, en dinsdag 22 augustus werd Johan opgebeld; direct naar huis komen en examen doen. Ook wij bleven niet veel langer, de volgende dag hielden we een afscheidsbezoek bij de baron (waar de barones klaagde dat er zo weinig pruimen waren dit jaar, hoe bestaat het!).

Donderdagochtend braken we ons kamp op en voeren de Wetering uit tot de sluis waar we ons in de Vecht lieten schutten. De sluiswachter verklaarde ons te behoren tot de klasse luxe vaartuigen van meer dan één ton met meer dan één verplaatsbare zitplaats, en dus moesten we tien cent betalen. Om één uur waren we bij de Weerdsluis in Utrecht waar we tot twee uur moesten wachten eer we geschut werden. Na een dwaaltocht door de Utrechtse grachten waar we het onder andere aan de stok kregen met een familie zwanen, waarvan de huisvrouw ons hevig blazend en sissend te lijf wilde gaan omdat ze dacht dat wij haar jongen gingen ontvoeren, arriveerden we in de Kromme Rijn. De rivier die vooral bij Utrecht geweldig kronkelt, is erg smal en ondiep (bijna overal is de bodem te zien) en heeft een zwakke stroming naar Utrecht toe. Twee keer werden we gratis geschut. Het was jammer dat het bijna

… hier eindigt het vakantielogboek van de zeventienjarige Hayo, met zijn belevenissen in het Nederland van augustus 1940. Als volwassen man zal hij later veel reizen maken en nog veel meer van de wereld zien wanneer hij Kapitein ter Koopvaardij is.

Categorieën:Read

<span>%d</span> bloggers liken dit: