Uitslover

Sinds een week ben ik in het bezit van een nieuwe ‘activiteitenvolger’. Ik droeg voorheen een fuel band van het merk Nike als armband, maar die heeft vorig jaar het functioneren er bij neergelegd. Waarschijnlijk vond het ding het dodelijk saai om constant mijn activiteiten te registreren. Of was ik wellicht te overactief. Misschien heeft zo’n gadget armband maar een beperkt aantal werkingsuren. Zo zijn televisies tenslotte ook gemaakt. Na een aantal honderden uren branden de beeldschermen door en hopen de vele televisiemakers in Azië dat je uiteindelijk toch weer hun merk in huis haalt. Wellicht dit keer een exemplaar dat enkele inches langer is, en een paar honderd euro’s meer.

Mijn nieuwe activiteitenvolger is als horloge op de markt gebracht. Geen armband meer voor mij. Het horloge geeft naast de tijd ook aan hoeveel stappen ik per dag verzet, het leest je hartslag en het kan waarnemen waar ik me bevind, dankzij GPS (satellietplaatsbepalingssysteem). Ik ben afgestapt van het merk Nike en draag nu het merk fitbit (zonder hoofdletters) om mijn pols. Het horloge houdt ook bij hoeveel trappen ik oploop (een trap aflopen is geen activiteit, want dat wordt niet bijgehouden) en hoeveel kilometers ik wegfiets. Ook houdt het bij wat ik in de sportschool uitvoer, maar ik heb mezelf wijs gemaakt dat het apparaat juist daar niet 100% functioneert, en die gedachte houden we erin.

Een leuke aanvulling is dat je via de fitbit-app vrienden kunt toevoegen. Op deze manier motiveert het om vooral te bewegen. Het met-je-luie-kont-uit-de-stoel-effect. Dat werkt. Heel wat familieleden, vrienden en kennissen in mijn fitbitvriendengroep zie ik flink wat stappen ondernemen. Ik zelf ben ook aardig overactief. Ik ben sowieso niet het type dat stil kan zitten (de reden waarom de poezen nooit bij mij liggen). Ik ben dan ook, met mijn nieuwe gadget om de pols, aardig gemotiveerd. Misschien tot lichte irritatie van anderen. Overigens zijn het niet alleen mensen die mij overactief vinden. Wanneer ik 2.000 stappen meer verzet dan mijn dagelijkse doelstelling, krijg ik via mijn telefoon van fitbit het bericht dat ik een overachiever ben. Belachelijk. Ik ben geen uitslover. Ik ben enthousiast.

 

Zomer

Het zijn de laatste dagen van de maand, met het mooie zomerweer moet ik dikwijls denken aan de hit Het is weer voorbij, die mooie zomer van Gerard Cox uit 1973. In het nummer wordt een zomer bezongen welke vroeg in het jaar, ongeveer in de maand mei, begint. Ik kan alleen maar hopen: zou het dan déze zomer van 2017 zijn die hierin bezongen wordt? Het origineel, City of New Orleans, geschreven en gecomponeerd door de Amerikaan Steve Goodman, gaat niet eens over een jaargetijde. Het gaat over een treinreis van Chicago naar New Orleans. Hoe dan ook. ..

Gerard Cox heeft ruim 40 jaar geleden in Noord-Frankrijk zelf de tekst aan de keukentafel zitten rijmen. Toepasselijk gebaseerd op de Franse uitvoering: Salut les Amoureux,  van de Frans-Amerikaanse zanger Joe Dassin. Het nummer wordt extreem nostalgisch toegeschreven en het nummer geeft me ook dit gevoel. Ik was een dreumes toen Het is weer voorbij, die mooie zomer 18 weken lang in de Top 40 stond. Een zomer is sowieso enorm lang voor een zesjarig kind. De tekst van Cox is nostalgisch, maar het strookt wel.

We keken er tenslotte al maanden naar uit. De laffe winter leek niet voorbij te gaan. Traag en slepend kropen de maanden voorbij tot uiteindelijk de warme dagen zich aanmeldden. Nu is het de tijd van lange dagen. Korte nachten en vogelgezang in de ochtenden. Een wereld vol licht en leven. De geuren van de natuur en zonnebrand. Lommerrijk in het bos en zonnebadend op het strand. Rode huid van zon en zand. Het duurt nog even dat de herfst de bomen laat verkleuren, of dat we ‘s-avonds in pyjama naar bed gaan.  De tijd van blijheid en vrolijkheid is aangebroken.

De afgelopen dagen hebben we een voorproef gehad van een zomer die nog moet komen. Jammer genoeg is het zomerse weer sinds gisteren betrokken. Ik hoop serieus dat de zomer van dit jaar sinds een paar dagen is begonnen en ook weer in oktober, wanneer pepernoten en chocoladeletters in de supermarkten liggen, zal veranderen in een herinnering. Ik denk dat velen met mij gewoon toe zijn aan een vijftal maanden van zomer. Een periode waarvan je denkt dat er geen einde aan kan komen, maar voor je het weet is heel die zomer al weer lang voorbij.

 

Schrikken

Donderdagmiddag. Het leven leek Martin even tegen te zitten. Hij was betrokken bij een verkeersongeluk. Zelf had hij gelukkig geen schrammetje. Zijn blauwe Ford Fiesta daarentegen was er slechter aan toe. Zijn wagen leek de boom frontaal te hebben geknuffeld. Total loss. Martin prees zich gelukkig met alleen materiële schade, maar baalde er wel van. Ondanks een goede verzekering, was dit financieel een flinke tegenvaller, en hier zat hij echt niet op te wachten. Dochter Steffy had vorige maand net haar laatste bezoek aan de orthodontist gebracht, terwijl zoon Jim inmiddels een eerste afspraak had gemaakt om een beugel aan te laten meten. Martin begreep het niet. Die onnodige hoge kosten voor zogenaamde perfectie. Een rechte rij tanden is mooi, maar waar ligt de grens? Alles moet tegenwoordig ook perfect zijn, en staan de tanden eenmaal recht in een rij, dan blijken ze niet wit genoeg. Zijn vrouw Monique vond het nodig. Ja, zolang mensen aan uiterlijke onzekerheden van anderen geld verdienen, wordt de mens angst aangepraat over het gebrek aan uiterlijke perfectie. Het leven maken we zelf duur en iedereen, zeker Monique, doet er van harte aan mee.

Martin dacht aan hoe hij de komende maanden zich moest verplaatsen. Het openbaar vervoer was de enige optie en ook dat is niet gratis. Afgezien van de vergoeding van zijn werkgever. De komende periode zal er een worden van meer dan eens in de maand overwerken. Hoe moet hij anders zijn gezin onderhouden? Door de enorme klap tegen de boom kon hij niet normaal nadenken. Natuurlijk had hij er alles voor over om zijn gezin te onderhouden, maar wanneer kinderen, en vrouw, aan de diverse hypes mee moeten doen, mocht hij diep in de buidel tasten. Met deze gedachte voelde hij zich enorm schuldig, maar hij verontschuldigde zich met de gedachte dat het nu niet het moment was om helder na te denken. Zeker niet als je net een zwaar auto-ongeluk hebt gehad. De schrik zat er goed in. Dit moment schoten er diverse, rare gedachten door zijn hoofd. Gedesillusioneerd en trillend stond hij bij het autowrak. Hulpverleners waren druk in de weer en Martin vond het prima. Blij dat hij het kon navertellen.

Thuis, aan het einde van de middag werd Martin wederom door een onaangename emotie overvallen. Het was niet alleen het financieel plaatje. Hij kon zich momenten van vandaag niet plaatsen. Er zaten gaten in zijn belevenis van vanmiddag. Zo kon hij zich niet herinneren hoe hij was thuisgekomen. Hij keek door het raam naar buiten. Het was inmiddels donker geworden. Was hij door de politie teruggebracht, of zelf met de trein of taxi naar huis gereisd? Misschien had hij toch even het bewustzijn verloren. Hij deed zijn best om zich een chronologisch plaatje voor de geest te halen, maar iedere herinnering aan vandaag vervaagde. Martin zat thuis in zijn eigen stoel. De hoofdpijn was minder, maar de onrust bleef. Hij hoorde de sleutel in het slot van de voordeur. De deur werd geopend en vrouw Monique en de kinderen kwamen thuis. In plaats van dat ze luid groetend binnenkwamen, was het nu stil. Dat komt vast door wat er vanmiddag is gebeurd, dacht Martin. Met verdrietige gezichten en rooddoorlopen ogen van het huilen kwamen ze de woonkamer binnenlopen. Martin wilde opstaan, maar de schrik sloeg hem om het hart. In de armen van Monique zag hij zijn bebloede kleding en schoenen. Hij begreep het nu. Martin was vandaag niet thuisgekomen.

Een scène

Een doodgewone doordeweekse avond en ik sta in de rij bij de kassa van mijn buurtsupermarkt te wachten. Het verbaast me dat het druk is in de winkel. Het lijkt dat veel mensen om 7 uur ‘s-avonds de winkelwagen of het winkelmandje moeten vullen met artikelen waarvan geen uitstel van aanschaf mogelijk is. Ik heb precies hetzelfde probleem, want de koffiemelk is op. Oké, ik drink mijn koffie zwart, maar de inhoud van de fles wijn vereist de aanschaf van een nieuwe voorraad. Ik ben niet verslaafd. Maar géén wijn in huis, dat is een waar alcoholprobleem. Paniek. Daarom snel met de boodschappentas in de hand op de fiets gesprongen. Het toiletpapier was overigens ook op.

Het is echt druk in de supermarkt. Ik verbaas me. Sommige klanten lijken de weekboodschappen steevast op de vaste dinsdagavond te doen. Inmiddels dreigt er een vijfde wachtende in de rij te komen en dan breekt er lichte paniek uit, want iedere vijfde wachtende in rij krijgt bij deze supermarkt de boodschappen gratis mee naar huis. Dat kan natuurlijk niet. Snel wordt er een medewerker van de afdeling vleeswaren ingezet om plaats te nemen achter de kassa. Sommige mensen zijn blij, anderen teleurgesteld. Hadden ze daar toch bijna een volle boodschappenwagen gratis en voor niks mee naar huis mogen nemen.

Een meneer met grijs haar, die al een tijdje met een zelfscanner in zijn hand bij de snelkassa stond te wachten, vind het helemaal niets dat hij wordt overgeslagen. Een medewerkster van servicebalie, die met verhit hoofd de rij aan haar balie probeert weg te werken, vraagt de man plaats te nemen in de rij van een van de 2 andere kassa’s. Dit valt de grijze doffer verkeerd en begint met verheven stem tegen niemand in het bijzonder te roepen dat hij nu voor niets bij de snelkassa staat te wachten. Waarom kan hij niet snel geholpen worden? Een andere man in de rij naast mij, het type gezondheidsgoeroe in sandalen, maant de man tot rust. Dan volgt er een soort van dialoog.

‘Bemoeit je vooral met je eigen zaken,’ zegt de boze, grijze meneer.
‘Dat zou ik wel willen, maar het volume van uw stem nodigt uit tot reageren,’ glimlacht de man.
‘Wat is jouw probleem, dat je je met anderen moet bemoeien?’ De meneer prikt met de zelfscanner richting de ongewenste gesprekspartner.
‘Ooit gehoord van overmacht en onderbezetting?’ vraagt de gezondheidsgoeroe heel kalm terwijl hij zijn biologische producten op de band legt.
‘Met chique woorden word je voor mij toch echt niet slimmer hoor, vriend,’ beweert de geïrriteerde grijze meneer.
Een mollige tienerjongen steekt zijn boodschappen -een blikje energiedrank en een zak chips, onder zijn linkerarm en met een bijna niet verstaanbare ‘Dit gaat viral!’ haalt hij zijn mobieltje tevoorschijn. Klaar om deze scene in de supermarkt op te nemen.
De caissière begint opgelaten de boodschappen van de gezondheidsgoeroe te scannen.

De meneer met de zelfscanner sluit zich aan in de rij naast mij en staat een paar meter achter zijn ‘gesprekspartner’. Ik veins alsof ik niet heb meegekregen en verplaats het toiletpapier, de koffiemelk en mijn fles rode wijn van de boodschappenmand naar de band bij de kassa.
‘Weet u?’ vraagt de gezondheidsgoeroe aan de meneer met de zelfscanner, om vervolgens geen antwoord af te wachten en verder te gaan. ‘Het leven is zo veel makkelijker wanneer je een positieve insteek in het leven hebt.’
Het gezicht van de grijze meneer heeft nu de kleur gelijk aan de tomaten die deze week in de aanbieding zijn.
De gezondheidsgoeroe rekent zijn boodschappen af en plaatst deze in zijn gerecyclede boodschappentas.
Met een ‘Ik wens u nog een hele fijne avond en heel veel positiviteit in uw leven,’ groet de gezondheidsgoeroe de meneer.

Wanneer de goeroe wilt weglopen brengt de zwaar geïrriteerd meneer de gele boodschappenmand boven zijn hoofd met het doel de gezondheidsgoeroe tegen het hoofd te raken.
Ik deins geschrokken terug en de wijze goeroe duikt weg.
Het gele boodschappenmandje mist het doel en de boze meneer verliest zijn evenwicht. Wat volgt lijkt in slow-motion. Meneer valt met een doffe dreun op de grond en slaakt een diepe zucht. Hij blijft op de grond zitten.
Iedereen is stil in de supermarkt.
Na een tijd wordt de stilte verbroken door de zwaar teleurgestelde tiener met het mobieltje.
‘Shit! Het heeft helemaal geen filmpje opgenomen.’

17 mei 2017

Ik zit in de trein. Buiten bepalen de wazige, grijze geluidschermen het stadsbeeld. Het is warm vandaag. Zomers weer. We zijn de warmte nog niet gewend, want het is de eerste tropische dag van het jaar. In de trein is het lekker koel. Anderen vinden dat ook fijn. Een medereiziger zucht opgelucht: ‘Stel je toch voor dat het in de trein net zo benauwd en warm is als buiten.’ Het reisgezelschap zucht mee en knikt bevestigend van: ‘Nou , zeker!’

Klagen is een favoriete bezigheid van de mens en het favoriete onderwerp om over te klagen is sinds de pre-historie altijd het weer geweest. Ik denk dat de eerst gesproken zinnen van de moderne mens het weer als onderwerp betrof. Maar daar waar we vroeger pas na een aanhoudende hittegolf van een paar weken enig protest durfden te uiten, klagen we nu meteen en vooral luidkeels wanneer het kwik in de thermometer, als bij de kop-van-jut op de kermis, tegen de 30 graden aantikt. We zijn het wennen verleerd en het ongeduld is er voor in de plaats gekomen.

Ik luister niet langer naar het geklaag in de coupé en kijk weemoedig naar buiten. De trein is de randstad uitgereden en het uitzicht wordt niet langer belemmerd door  de grijze geluidsschermen of de strategisch geplante bomen. Het landschap van de lage landen rolt aan me voorbij en ik zie vooral de heldere blauwe lucht en het frisse voorjaarsgroen van de weilanden. In een fractie van een paar seconden zie ik een oud boertje in overall voorovergebogen bij een slootje, van wat ik denk, gemaaid gras weg te harken.

Enkele kilometers later zie ik een groep schoolkinderen op een verdwaald fietspad langs het spoor lekker gek doen zoals alleen kinderen dat kunnen. Afgezien van de hoge, tropische temperaturen zijn er mensen die wel genieten van dit vriendelijke weer. Het brengt een glimlach op mijn gezicht en ik bedenk dat we ondanks het figuurlijke warme bad dat we klagen noemen vooral afhankelijk zijn van de blije momenten in ons leven. Lachen, of genieten, zorgt ervoor dat we de moeilijke tijden doorkomen. Koester de mooie herinneringen en geniet vooral vanuit het hart.

De vorige zin klinkt als een tegeltekst, maar de reden van mijn reis deze middag, is een crematie. De moeder van een zeer dierbare vriend is overleden en uit bewondering voor zijn moeder, maar ook als troost voor deze vriend, wil ik er bij aanwezig zijn. Dat is vanzelfsprekend, en ik ben gelukkig niet de enige die er zo over denkt. Deze woensdagmiddag in mei is verdrietig. Voor de nabestaanden een droevige, zwarte dag. Ik hoop dat de aanwezigheid van vrienden en dierbaren enige troost biedt voor een glimlach. Dan heb ik de hoop dat het verdriet eens voorzichtig plaats maakt voor mooie, fijne herinneringen en een lach op het gezicht.

Nabeschouwing

Het Eurovisie-circus is de stad uit. De voorstelling voorbij. De tent is opgedoekt. De artiesten en het publiek zijn naar huis. De keuze is gemaakt: Portugal is de winnaar van het Eurovisie Songfestival 2017. Of dat terecht is weet ik niet. Het Portugese lied Amar pelos Dios is geen lelijk exemplaar, maar persoonlijk vind ik het niet zo bijzonder. Zeker niet het beste liedje van alle 42 inzendingen. Ik la-la dan toch liever mee met Eurovisie inzendingen van landen als Cyprus, Italië of Roemenië.

Qua muziek had het winnend lied niet misstaan op het Songfestival van 1958. Mijn grootmoeder had er vast en zeker glimlachend op zitten meedeinen. Wanneer ik er met mijn ogen dicht naar luister, en niet de iele, fragiele zanger Salvador Sobral voor me zie, doet het me denken aan een intermezzo in een zwart-witfilm waarin een verlegen jongen, gedumpt door de liefde van zijn leven, door de regen naar huis terugfietst. Ook past het lied prima bij een televisiecommercial voor chocolade bonbons.

Hoe kan het dat het winnende liedje van Eurovision 2017, die ik tijdens het afluisteren van de dubbel-cd constant wegdrukte, toch zo populair werd? Het kan zijn dat mijn muzikale smaak niet algemeen is, maar dat betwijfel ik. Mijn smaak op muzikaal vlak is enorm gemiddeld en doorsnee. Kan het zijn dat die-hard Eurovisionsfans er invloed op hebben gehad? Door de slechte gezondheid (hartproblemen) van Salvador Sobral kon hij de eerste repetities in Kiev niet uitvoeren.

Hierdoor viel de Portugese Salvador meteen op en werd hij wellicht de underdog van het festival. Dit werd al snel opgepakt door de bookmakers in Engeland, die helaas veel invloed hebben op het stemgedrag van de Europese songfestivalliefhebbers. Het blijkt dat, mits je echt wilt winnen, je moet opvallen tussen de andere inzendingen. Onderscheidend. Een goed lied is niet goed genoeg. De afgelopen 3 jaar hebben acts gewonnen die echt opvielen naast de andere inzendingen.

Daar kan een man in een apenpak (Italië) niets aan veranderen, want op hetzelfde festival stond er een man bovenop een ladder met een plastic paardenmasker op zijn hoofd (Azerbeidzjan). Dat is niet opvallen, dat is gekkigheid, en daar kennen we genoeg momenten van. Het kopiëren van de winnaar van het voorgaande jaar is ook geen optie, want je valt niet meer op. Hebben we hier ergens in Nederland een Siamese tweeling rondlopen die ook nog eens een mooi riedeltje kan zingen? Zo is het circus hartstikke compleet en wordt Eurovision 2019 zeker in The Netherlands gehouden.