DRAY BOSMA

From the youngest city in the Netherlands.

Na vorige week bezoek te hebben gehad van ‘tante Corona’ voel ik me inmiddels alweer stukken beter. Ik had niet ernstige klachten, maar het beetje pijn in de keel, de lichte hoofdpijn en een tikkeltje koorts hielden me toch een paar dagen in bed. Ik heb veel geslapen (beste medicijn, ever) en omdat ik me niet goed kon concentreren om te lezen, heb ik een paar televisieseries via de diverse streamaanbieders gebinged. Na net geen ‘vierkante ogen’ te hebben gekregen ben ik afgelopen maandag weer begonnen met werken en ben ik, op een aanhoudende hoestje na, gelukkig weer de oude.

Zo’n achtentwintig jaar geleden, volgens mij eind 1994, werd hier in Nederland de televisieserie The X-Files uitgezonden. Ik woonde toen net samen met de persoon die wel van mij, maar niet van horror houdt. Destijds (en ook nog steeds) keek ik graag naar deze televisieserie met de wazige, paranormale, horrorachtige en mysterieuze afleveringen. De eerste seizoenen keek ik ‘s-avonds in bed. Na de aflevering meteen het licht uit en lekker slapen. De latere seizoenen vond ik minder leuk en ook onnavolgbaar. Tegenwoordig kijk ik vooral geamuseerd naar een aflevering, want ik vind mezelf met de jaren toch iets minder zweverig.

Sinds 2007 ben ik bewust minder suiker gaan gebruiken. Hiermee bedoel ik dat ik sindsdien geen suiker meer in mijn koffie doe, of extra suiker toevoeg aan gerechten en/of dranken. Waar ik me niet echt bewust druk over maakte was de suiker die al reeds toegevoegd waren in het eten en drinken dat ik dagelijks consumeer. Zoals de zes suikerklontjes in een fles tomatenketchup. Daar wil ik verandering in brengen. Ik wil me er meer van bewust zijn wat ik allemaal aan suiker naar binnen werk, want zelfs de onschuldige, hartige snacks blijken toch nog te veel suiker te bevatten.

Vanmiddag wandelde ik tijdens mijn lunchpauze even buiten. Het zonnetje scheen en bij uitzondering luisterde ik vanaf mijn iPhone naar muziek. Het nummer ‘More Than This’ van Roxy Music kwam voorbij en ik kreeg instant het nostalgische zomergevoel. Ik weet niet of het nummer ooit in de zomer is uitgebracht, maar heel even was ik in een zomer van de jaren tachtig. Veertig jaar terug in de tijd. Aan het einde van mijn wandeling moest ik in de schaduw lopen, en had ik wind tegen. Meteen was ik tientalle jaren in de toekomst geschoten. Ik was weer in februari 2022.

Twee jaar geleden heb ik een weekendtrip naar Berlijn geboekt voor in de maand maart. Dit ging op het laatste moment net niet door, omdat er een pandemie plaats vond. Nu we zo langzamerhand om weten te gaan met het coronavirus en de nieuwere varianten minder heftig (dodelijk) blijken te zijn, heb ik dit jaar nogmaals voor de komende maand maart een weekendtrip naar Berlijn geboekt. Er zullen wat reisaanpassingen aan te pas komen in verband met de huidige pandemie, maar ik heb er zin in, en ik hoop in dat weekend weer ouderwets de toerist uit te kunnen hangen.

De klad zit er een beetje in, in het wekelijks een stukkie te schrijven om vervolgens hier op dit blog te plaatsen. Ik moet eens zien hoe ik mezelf het beste kan motiveren om het toetsenbord onder die laag stof weg te trekken. Het is niet dat ik niet weet waarover ik moet schrijven, want tijdens mijn wandelingen en hardlooprondjes krijg ik genoeg (waan)ideeën die me bezighouden en waarmee ik de lezers hier kan vervelen [smiley]. Misschien moet ik het eens proberen met korte stukjes tekst van maximaal honderd woorden. Da’s mooi, want dan ben ik nu klaar met tikken.

Op de tweede dag van dit jaar ben ik door mijn rug gegaan. Dit was mijn allereerste keer dat dit gebeurde en het is een ervaring die ik liever nooit heb gehad. Ik wilde op die zondagmorgen mijn sokken aantrekken om een rondje te gaan hardlopen, maar in plaats van dat ik mijn sokken aantrok, trok er een enorme, helse pijn door mijn onderrug. Ik kon niets meer doen dan alleen maar jammerend klagen van deze narigheid. Voorzichtig liep ik naar de badkamer, waar het nogmaals in mijn rug schoot. Ik heb daar minutenlang met beide handen op de badrand staan kermen van de aanhoudende pijn in mijn rug. Nog nooit heb ik dit zo ernstig gehad. Voor mij zat er verder niets op dan te liggen en af en toe voorzichtig een wandeling te maken.

Zo heb ik een week lang plat op mijn rug gelegen, onderbroken door af en toe een wandelingetje. Deze ommetjes liep ik niet langer dan een half uur, want anders kwam mijn rug in opstand door middel van opkomende, zeurderige pijn. Na acht dagen op bed te hebben gelegen had ik er genoeg van. De pijn was inmiddels niet meer zo intens, en ik vond dat ik wel weer kon proberen om te gaan werken. Aangezien ik zittend werk heb (kantoorbaan, en dankzij de pandemie ook thuiswerk), ben ik halve dagen, alleen in de ochtend gaan werken. Dit ging wel lekker. Af en toe opstaan om heen en weer te lopen en in de middag rust (plat op mijn rug). Zo ging het alsmaar beter. De ene dag iets slechter dan de ander, maar uiteindelijk verbetering.

Nu, na vier weken van rustig aandoen ben ik vanmorgen weer voorzichtig gaan hardlopen. Een kleine afstand van vijf kilometer. Het ging goed en lekker. Ik had gedacht dat de vier weken rust mijn lijf enigszins roestig had gemaakt, maar dit bleek niet het geval. Wanneer ik volgende week weer begin met korte afstanden, kan ik langzaamaan weer de actieve hardloper van voorgaande jaren worden. Ik heb mezelf beloofd niet te hard van stapel te gaan, maar ik kan niet wachten tot ik volgend maand weer het normale aantal hardlooprondjes kan lopen.

Categories: Read

Ik heb een beetje last van de laatste-week-van-januari-depressie. Het valt me de laatste jaren op dat deze laatste week van januari niet goed combineert met mijn geestelijke gemoedstoestand. Ik ben niet echt down of depressief, maar ik vind veelal alles stompzinnig, niet leuk en ook niet de moeite waard van mijn aandacht. Wanneer er me iets tegenzit, ontstaat er in mijn hoofd een dramatische happening (dreinend en aanstellerig). Daarbij komt dit jaar er ook nog bij dat ik al ruim drie weken niet heb kunnen hardlopen. Mijn rug werkt niet mee. Nu vind ik het heel zielig voor mezelf dat ik zo’n negen keer mijn hardloopschoenen niet heb kunnen aantrekken. Normaal denk ik: kop op, het komt wel goed! Vandaag voel ik me innerlijk als een kind, liggend op de grond met gebalde vuisten, te schreeuwen naar niemand die het zal horen.

Het is een voordeel dat deze bijzonder geestesgesteldheid van mij maar een weekje duurt. En dat soms niet eens. Halverwege de week zie ik ‘Het Weekend’ aan de horizon van de werkweek gloren, en veeg ik de imaginaire tranen uit mijn ogen. Grote kans dat ik op woensdagavond alweer stilletjes zit te neuriën. Tot die tijd loop ik te jammeren, erger ik me wezenloos aan alles en irriteert me alles wat er maar even tegenzit. Het is de donkere kant van mij die gelukkig alleen die paar dagen in de laatste week van januari van zich laat horen. Laat me nog maar even doorbijten.

Categories: Read

%d bloggers like this: