DRAY BOSMA

It's just graffiti with punctuation.

U merkt er vanzelfsprekend helemaal niets van wanneer u dit leest, maar dit stukje schrijf ik vanaf mijn nieuwe computer. Het is een spiksplinternieuw apparaat en het ding heeft een heel nieuw, revolutionaire processor-chip. Deze werkt heel snel. Niet dat ik daar veel aan heb, want ikzelf ben hartstikke traag achter mijn computer. Ik moet er enorm aan wennen. Waar ik sinds de ontwikkeling van de homecomputers, zo’n kleine dertig jaar geleden, alles op het besturingssysteem Windows heb geleerd, mag ik nu alles opnieuw leren, omdat mijn nieuw computer op een compleet ander besturingssysteem draait.

Waar ik jarenlang automatisch met de cursor van de muis naar rechtsboven veeg om iets af te sluiten, moet ik nu naar linksboven. Wil ik weten hoe laat het is, dan kijk ik niet rechts onderaan, maar sinds mijn nieuwe computer ergens anders. Dan zwijg ik verder maar over mijn toetsenbord. Het is er een van het formaat Madurodam. Nu is het niet het gepriegel met mijn dikke vingers op de zeer bescheiden toetsen, maar waar ik voorheen automatisch Alt TAB intoetste om van scherm te wisselen, was ik nu heel even de weg kwijt. Deze combinatie heb ik inmiddels gevonden, maar ik voelde me even niet helemaal feskull*.

Het is een kwestie van wennen, en daar zit het voor mij ook een beetje het probleem. Ik ben zo ongeduldig als het maar kan, wanneer ik iets moet leren. Mijn eerste autorijles viel me destijds enorm tegen (naast het feit dat ik zelf autorijden volkomen vervloekt vind). Ik dacht bij mijn eerste rijles dat ik wel even zo weg kon rijden. Ik had geen moment gedacht aan een koppelingspedaal of de versnellingspook. Het is ook vanzelfsprekend dat je niet alles in één keer kunt. Ik ken niemand die na een eerste les in een andere taal, in het betreffende land een voordracht in die taal kon houden.

Dus wanneer ik hier een volgende keer weer een tekst met u deel, weet ik wel zeker dat ik het stukje veel sneller heb zitten schrijven dan dat ik het zo-even deed (ik heb af en toe online hulp moeten inschakelen). Ik vind het best een beetje frustrerend om op te zoeken hoe ik iets simpels als een streepje boven de letter E kan krijgen. Naast die frustratie krijg ik er ook iets voor terug, en dat is kennis. Dat maakt het voor mij meer dan waard. 

*cool

Categorieën:Read

Het was op zaterdag 22 maart 1975 toen ik samen met mijn ouders op visite ging bij mijn zus Gré en zwager Hans in de Volkerakstraat van Den Helder. In de jaren zeventig was deze straat nog gelegen in een vooraanstaande buurt, welke een paar decennia later verloederde tot een achterbuurt, en inmiddels is gesloopt en opgebouwd tot de nieuwe wijk ‘Duindal’. Het was een grauwe zaterdag met af en toe een paar flinke windstoten toen mijn ouders en ik op de fiets naar de andere kant van Den Helder op visite gingen. Ik kan me niet veel herinneren van die avond, ik was nog maar een jongen van acht jaar oud.

Wat ik me nog wel kan herinneren is dat de televisie op de achtergrond aanstond. De uitzending betrof, naar ik later begreep, het Eurovisie Song Festival. Mijn herinnering laat me denken dat de puntentelling heel spannend was. De eerste keer dat ik naar dit fenomeen keek wonnen we de wedstrijd. De popgroep uit Enschede, Teach-In won met Ding-a-Dong, en ik ging er toen vanuit dat Nederland dit concours altijd ging winnen.
Tjonge, had ik dat even verkeerd begrepen.

Ik kan niet zeggen dat ik op die avond in maart van 1975 meteen werd getroffen door het Eurovisie-virus, maar het trok wel mijn aandacht, het volgende jaar. Deze uitzending was op zaterdag 3 april 1976. Ik logeerde die dag bij een familielid en Engeland was favoriet. De popgroep Broterhood of Man scoorde al voorzichtig een hit in Nederland met Save Your Kisses for Me. Zelf had ik aan het einde van de uitzending de voorkeur voor de inzending van Frankrijk; Catherine Ferry met het kinderlijke lied Un, Deux, Trois.

Zo ben ik het Eurovisie Song Festival in de jaren erna blijven volgen. Ik heb de singletjes van Heddy Lester (De Malle Molen, 1977), Harmony (’t Is OK, 1978) en Bill van Dijk (Jij en Ik, 1982) hier nog liggen.
Toen ik in de jaren erna opgroeide koelde mijn liefde voor het liedjesfestijn iets af, maar wanneer het werd uitgezonden zat ik wel voor de televisie met een kladblokje om punten en opmerkingen op te schrijven op schoot. Ik ben niet zoals sommige fanatieke fans die in meteen kunnen vertellen wie in 1987 op de twaalfde plaats eindige (dit was Zweden, heb ik zojuist opgezocht).

De laatste vijftien jaar volg ik het Eurovisie Song Festival weer iets meer enthousiast. Het televisieprogramma van jaren geleden is niet gelijk aan de uitzendingen van de afgelopen tijd. Waar vroeger vaak de kandidaat en het liedje pas op het Festival bekend werden, kan je de laatste jaren al veel voorrondes uit de diverse deelnemende landen en de diverse inzendingen online volgen. Zo kon het gebeuren dat begin 2009 het al klaar als een klontje was dat Noorwegen de winnaar van het Eurovisie Song Festival ging worden.

De afgelopen week hebben we kunnen genieten van de twee halve finales en vanavond is de grote finale van het vijfenzestigste Eurovisie Song Festival. Dit jaar zijn er veel landen favoriet: Italië, Malta, Oekraïne, Zwitserland, IJsland, en mijn persoonlijke favoriet Frankrijk.
Barbara Pravi zingt het prachtige Voilà. Een Frans chanson waar ik inmiddels verliefd op ben geworden. Of het de winnaar van 2021 is, weet ik niet. Bij het Eurovisie Song Festival is het al decennialang dat niet altijd het beste liedje wint, maar de meest populaire act.
Dat is prima. Volgend jaar is er -zeer waarschijnlijk, weer een nieuw Eurovisie Song Festival!

Het wil maar niet zo vlotten met het mooie weer deze lente van 2021. Wanneer ik onlineberichten of -statussen van voorgaande jaren van begin mei lees hebben we in de voorgaande jaren al aardig wat dagen van zonneschijn en zomerse temperaturen achter de rug gehad. Dit jaar zijn ze maar sporadisch: de aantal dagen dat ik in korte broek heb doorgebracht zijn op een paar vingers te tellen.

Nu is er ook niet echt een reden tot klagen: het regent niet constant en het is niet stervenskoud, maar ik ben nu toch echt wel toe aan het dragen van mijn slippers en shirt met korte broek. En daarin zit het weer, naar mijn mening, een beetje tegen. Wanneer ik me op de fiets door Almere begeef valt het me op dat meerdere stadsgenoten de weg een beetje kwijt zijn. Een scholier met lang blond haar fietst mij, gekleed in een shirtje met trainingsbroek en hippe sneakers voorbij, terwijl ik even later langs een mevrouw met sjaal en de handen gehuld in wollen handschoenen voorbijfiets, terwijl haar hond in het gras staat te piesen.

Ik zie mensen die de zomer in de bol hebben, maar ook mensen die denken dat de kerstspullen zojuist op zolder zijn weggezet. Ga er maar aan staan: wil je barbecueën, dan blijkt de stevige wind je ideeën voor buitenactiviteiten in het water te gooien. Met daarbij temperaturen waarbij het stuk vlees eerder kouder dan warmer wordt. Of je kleedt je lekker warm aan voor een wandeling door het bos en dan smelt je even later, figuurlijk uit je winterjas. We zijn de weg kwijt, en niet alleen voor wat het weer betreft. Coronaversoepelingen die niet voor alle situaties of voor iedereen gelden. We worden gevraagd om in ons eentje boodschappen te doen, maar we mogen wel weer met zijn allen vliegen naar nieuwe vakantiebestemmingen.

Thuis heb ik de winterjas inmiddels een etage hoger weggelegd, maar ik heb dan wel weer een extra hoodie aan de kapstok hangen, voor de mindere, koude, dagen. Ik kijk het maar per dag aan. Soms droom ik even weg en fantaseer over ik dat ik elders woon, waar het nooit een raadsel is naar wat je moet aantrekken. Dat je iedere dag op slippers en in shirt met korte broek kunt doorbrengen, maar dat kan natuurlijk ook heel erg saai zijn. Iedere dag dezelfde kleding dragen. Maar wanneer het om slippers en een shirt met korte broek gaat, dan kan het eigenlijk nooit vervelend worden.

Categorieën:Read

Ik zit in de trein. Het is één van de weinige ritjes die ik tegenwoordig maak. De laatste keer dat ik in de trein zat is alweer twee maanden geleden. Waar ik voorheen dagelijks van thuis naar werk, en andersom, in de trein zat, is het tegenwoordig heel zelden dat ik nog per trein op pad ga. Als ik al eens van huis ben.
Het afgelopen jaar was raar. Veel mensen zijn thuisgebleven. De uitzonderingen, zoals mijn buurvrouw, daargelaten, Deze mensen hebben bijna ieder weekend een feestje te vieren. Ik weet niet wat er te vieren valt, want er zijn inmiddels meer dan 17.000 mensen overleden aan het Covid-virus. Jippie, hang de slingers op en schenk me het glas nog maar eens vol!
Dit is volgens de feestvierders hartstikke onwaar. De coronacijfers zijn afkomstig van de overheid, en die kunnen we sowieso niet vertrouwen.

Dit hoorde ik ook tijdens mijn treinritje naar Amsterdam. Een reiziger was van mening dat hij een ander moest overtuigen over de onzin die de corona-maatschappij tegenwoordig is. Ik vond het opmerkelijk dat de aanhoorder het totaal niet eens was met de stelling dat de overheid de macht wilde pakken door middel van een avondklok, vaccinaties en andere maatregelen. De twee reizigers stonden (en zaten) letterlijk tegenover elkaar, en er was geen hoor en wederhoor. Je bent voor of tegen. Er is geen middenweg.
Toen ik uiteindelijk de trein verliet waren ze nog in discussie.

Elkaars mening wordt niet meer getolereerd, en er wordt niet meer logisch nagedacht. Velen hebben de focus vooral op het gelijk hebben.
Zo las ik van de week een bericht op twitter en deze was (naar mijn mening) doordrenkt door complete stupiditeit. Er was een mevrouw die aan ‘rastapipo’ Willem Engel de situatie aanvoerde dat ze een paar uur per week met een recent gevaccineerde collega moest meerijden en of dit invloed kon hebben op haar gezondheid? Ze meldde er nog wel even bij dat ze absoluut niet gevaccineerd wilde worden.
Nu ben ik van mening dat wanneer je echt niet gevaccineerd wil worden, men je niet kan verplichten. Dat is de vrije wil van de mens.

Dat het niet gevaccineerd willen worden consequenties heeft, dat is dan botte pech. Daar moet je niet boos om worden. Van regen word je tenslotte ook nat.
Ik zie de angstige mevrouw van Twitter, bang voor haar gevaccineerde collega, al voor me. Ongewassen haren en verslonsde kleding, want je weet maar nooit welke giftige ingrediënten er allemaal in shampoo of wasmiddelen wordt gedaan. Of dat weet ze wel en gebruikt het juist hierom niet.
Ze is zo bezig met haar overtuiging dat ze geen logica meer ziet in deze verwarde wereld, en dan keert ze zich tot de alwetende Engel van Viruswaarheid. Deze corona-goeroe wist haar het verlossende antwoord te geven. ‘Ik denk dat het wel meevalt. Geen seks of bloedtransfusie, dan ben je vast veilig.’

Ik was met stomheid geslagen. Ik weet nu wel waarom mensen vaak denken aan de naam Viruswaanzin bij deze dwarsdenkers-stichting. Deze onnadenkende, in principe autodidacte deskundige lijkt van mening te zijn dat gevaccineerde mensen besmettelijk zijn. Niet gevaccineerde mensen kunnen door onveilige seks of een bloedtransfusie door gevaccineerde mensen besmet worden met het medicijn. Volgens de corona-goeroe is met de stelling de gevaccineerde mens gevaarlijker dan het coronavirus zelf. Hoe verzin je het, en hoe debiel ben je wanneer je dit idee geloofwaardig vindt?

Je mag anti-vaxxer zijn en denken dat corona een hoax is, maar probeer mij niet te overtuigen van jouw ideeën. Mij interesseert het niet wanneer je niet in de overheid gelooft of dat je er stellig van bent dat het medicijn erger is dan de kwaal. Ik vertrouw op mijn gezond verstand en niet op de door anderen verzonnen, ongemotiveerde feiten. Wanneer jij daar een andere mening over hebt, vind ik dat prima. Maar denk eerst eens na voordat je iemand online condoleert wanneer deze zich laat vaccineren.

Categorieën:Read

%d bloggers liken dit: