Het viel me van de week al op. Wanneer ik ‘s-ochtends-vroeg vanuit huis naar het station loop, kwetteren de zangvogeltjes in de bomen er weer vrolijk op los. Een geluid dat voor mij gelijkstaat aan het voorjaar. Ik weet het: een blik op de kalender leert me dat we nog in de eerste helft van de winter zitten, maar toch. Ook wanneer ik ‘s-middags vanuit het werk weer terug naar huis is het nog licht. Het voorjaar komt er aan, en dat maakt me vrolijk.

Gisteravond dacht ik er aan om een flink stuk te gaan hardlopen. Na maanden van korte afstanden, wilde ik wel weer eens die 10 kilometer aantikken. Na het wakker worden had ik al vlot mijn hardloopoutfit aan, ik hoefde alleen nog in mijn hardloopschoenen te stappen tot er energiek op het raam werd getikt. Er stond iemand in de voortuin. Ik weet niet wat het is, maar ik woon op een uniek stukje Almere. De coördinaten waarop ik woon zijn heel populair bij de bevolking. Zeer geliefd om te bezoeken. Ook wanneer een Kazachstaans hoertje haar klanten níet op ons adres uitnodigt.

Het leek er op dat Mies Bouwman met haar ring tegen het keukenraam had staan tikken. De vrouw in de voortuin had een strak geföhnde kapsel dat iets te donker was geverfd voor een dame van haar leeftijd. De mevrouw gaf warrig aan dat ze op zoek was naar de Haagbeukweg in Almere. Een straat die overigens niet in onze wijk ligt. Haar plan was om een wandelroute te volgen, en die begon op de Haagbeukweg. Een goed begin: de weg al kwijt voordat je begonnen bent.

Ik dacht eerst de ze naar haar bestemming moest lopen. Een makkie om uit te leggen: langs het spoor een kilometer verder wandelen tot je de Albert Heijn ziet, want daar is de Haagbeukweg. Maar ik zag dat ze haar auto op onze oprit had geparkeerd. Ook van die dingen die je maar accepteert, want anders kan je om alles boos worden. Met mijn oranje hardloopschoenen in de hand, legde ik uit dat ze de straat uit moest rijden, bij de stoplichten links afslaan. Daarna bij de stoplichten rechtdoor en bij de rotonde…

De mevrouw onderbrak me en begon met haar hoofd te schudden. Geen alzheimer. Ze  vroeg me of ik mijn uitleg wilde herhalen. Drie dingen die ik niet leuk vind: mij onderbreken wanneer ik aan het woord ben.
‘Ik zeg het u nog één keer, dus wel graag opletten. Het is ook mijn vrije zaterdag en die wil ik zelf naar wens invullen,’ zei ik misschien plomp, maar ook duidelijk en vriendelijk.
Mevrouw Bouwman was stil en luisterde. Ik herhaalde wat ik zojuist had gezegd en vertelde verder waar ze de Haagbeukweg kon vinden. Ik wenste haar succes en een fijne dag toe. Ik sloot de deur en stapte eindelijk in mijn hardloopschoenen.

Het hardlopen ging lekker. Het was mistig, dus bijna geen wind. Na een paar kilometer te hebben gelopen had ik even last van mijn scheenbeen, maar na een wandeling van 50 meter was dit al snel voorbij. Hierdoor kwam ik al snel in een flow terecht. Mies Bouwman aan mijn voordeur was ik al ras vergeten. In mijn hardloopenthousiasme dacht ik er zelfs even aan om een paar kilometers extra om te lopen. Mijn verstand hield me tegen. Langzaam opbouwen gaat snel genoeg.

Onderweg kwam ik veel andere sportievelingen tegen. Ook de mensen die denken dat ze de enige zijn in een grote stad als Almere. Die nemen alle ruimte, terwijl de gedachten zeer smal zijn en alleen gericht op het beeldscherm van hun telefoon. Maar ik ging lekker en veel mensen waren wel aanwezig in de wereld waarin ze bewogen. In een vlot tempo ging ik vrolijk verder. Vlakbij huis liep ik een groep Nordic wandelaars tegemoet. Een groepje actieve senioren. Een van de wandelaars herkende ik aan het te donkere, strakke kapsel.

Zij herkende mij ook. Ze wees naar mijn oranje hardloopschoenen, zwaaide en riep: ‘Ik heb het toch gevonden hoor!’ Ik salueerde met mijn wijsvinger, begroette alle wandelaars van de groep en rende mijn laatste kilometer naar huis. Blijkbaar had ik een uur geleden niet een al te negatieve indruk achtergelaten bij mevrouw Bouwman, toen ze in haar auto vertrok naar de Haagbeukweg.

Aan het einde van de jaren 80 van de vorige eeuw kwam de compact-disc in opgang. In die tijd was ‘hoe kleiner, hoe fijner’ het credo. Mijn muziekverzameling veranderde zo langzaamaan in een collectie van kleine zilveren discs in plastiek vierkante doosjes. Alle nieuw uitgebrachte albums werden compact bij de platenboer gekocht en op mijn nieuw aangeschafte multi-disc cd speler van Pioneer afgespeeld. Digitaal was het nieuwe genieten. Geen krasjes en tikjes meer te horen. Zo zachtjesaan verving ik de oude vinyl langspeelplaten voor de cd’s.

Mijn langspeelplaatverzameling heb ik nooit weggedaan. Ik kon het niet over mijn hart verkrijgen om ze weg te doen. Iedere verhuizing sinds de jaren 90 heb ik de verzameling van huis naar huis meegesleurd. In het begin gaf ik ze nog een prominente plek in het huis, maar later toen we ook geen platenspeler meer hadden, bleven de lp’s en 12″-uitvoeringen van de hits van weleer in de verhuisdozen bewaard. Helaas ben ik door een faillissement een groot deel van mijn platencollectie verloren, maar huilen om de dingen die zijn geweest heeft mij nooit plezier gebracht, dus laten we dat achterwege.

Na onze laatste verhuizing heb ik, een paar jaar geleden, toch weer een platenspeler aangeschaft. Van de vinylplaten die ik nog wel in mijn bezit heb zijn sommige albums nooit digitaal opnieuw uitgebracht en de nieuw aangeschafte platenspeler bood de mogelijkheid om de analoge albums digitaal als mp3 op te slaan. Die oude pareltjes kan ik nu nog steeds beluisteren. Met de opkomst van het vinyl overweeg ik de aanschaf voor een nieuwe draaitafel. Eentje die een prominente plaats in ons huis verdient.

Sinds een paar jaar koop ik af en toe een nieuw album in vinyluitvoering. Het luisteren naar muziek met zo’n grote, vierkante albumhoes op schoot is niet alleen maar luisteren. Het is muziek beleven. Genieten. Groot was dan ook mijn aangename verrassing toen mijn schoonmoeder laatst vroeg of wij de oude langspeelplaatcollectie die altijd bij hen heeft gestaan met ons mee naar huis mocht. Langspeelplaten van 5 decennia geleden. Wat een verrijking.

Wanneer je op oudejaarsdag nog niet alles in huis hebt gehaald, ben je afhankelijk van de supermarkten die de winkeldeuren op deze laatste dag van het jaar openen voor de vergeetachtige mensen onder ons, en de mensen die alles op het laatste moment beslissen. Zo stond ik ook vanmiddag nog in de supermarkt. Niet omdat ik iets was vergeten of de dingen altijd tot het laatst uitstel, ik wist dat mijn vaste buurtsuper open zou zijn. Wanneer je dat weet stel je jezelf er op in. Oliebollen? Die haal ik 31 december!

Hier ben ik overigens geen uitzondering op, want er waren voldoende mensen in de supermarkten die genoeg in het mandje of boodschappenkar gooiden. Mensen van allerlei allooi die nog een paar dingen echt nodig hebben in die laatste uren van 2017. De een doet het op zijn gemak en leest nog eens heel uitgebreid en op het dooie gemak de ingrediënten van een blik soep, en de ander heeft haast en doet alsof de supermarkt een atletiekbaan is. Verstand op nul en blik op oneindig. De kassa’s in dit geval. Zo ook het meisje met brandweerwagenroodhaar.

Het meisje had zo’n haast dat ze niet door had dat ze met haar half gevuld boodschappenmandje een paar pakken koeken op de grond liet vallen. Door een kleine twijfel in haar snelheid wist ik dat ze heel goed doorhad dat er door haar doen een paar artikelen op de supermarkt vloer waren gevallen. Een oudere mevrouw sprak haar hierop op aan, maar het meisje met het te rode haar speelde doof. Hierop heb ik haar er op geattendeerd dat ze een paar pakken koeken had laten vallen, en gevraagd of ze het even wilde opruimen.

Met een nijdig gezicht en de opmerking: ‘Ja, dat kan gebeuren,’ liep ze chagrijnig terug naar de gevallen koeken.
‘Inderdaad,’ reageerde ik. ‘Maar als je het op de laatste dag van het jaar opruimt, ben je dit jaar toch nog een goede burger geweest.’
Zwaar beledigd legde ze de koeken terug in het schap, tussen de andere koeken.
Op dat moment wist ik mijn goed voornemen voor het nieuwe jaar: Dit jaar ga ik mensen aanspreken op hun a-sociaal gedrag. Niet dat dit altijd gewaardeerd zal worden, net als deze middag. Misschien zijn er momenten dat ik er lichtelijk spijt van krijg, maar als niemand het doet zakken we alleen nog verder weg in een onbeschaafde maatschappij.

De allerbeste wensen voor het nieuwe jaar, waarin we iets meer sociaal met elkaar om mogen gaan.

In de wijk waar ik woon zijn ze momenteel druk bezig met het aanpassen, verleggen en opknappen van het fietspad dat langs het spoor van het centrum naar Parkwijk loopt. Fietsers en voetgangers worden door middel van afzettingen er op attent gemaakt niet verder te gaan. Het pad ligt er al ruim 2 maanden braak. Ik ben inmiddels wel een beetje moe van alle modder en regenplassen. Op mijn route van, en naar huis is het hink-stap-springen om het enigszins schoon en droog te houden. Eigen schuld, want ik laat me niet zomaar door een paar hekken tegenhouden. Ik ploeter eigenwijs door.

Inmiddels is er een beperkt en zeer minuscuul stukje fietspad opnieuw geasfalteerd. Na 2 maanden. Waarom dit zo lang moet duren begrijp ik niet, want wat er nu na al tijd is opgeknapt, ziet er niet uit. Die paar meters die bedekt zijn met asfalt lijken door een dronken ome Harry te zijn gewalst. Rol er met je rollerskates overheen en je verliest geheid een sleutelbos. Wellicht bezuinigt ProRail, de spoorinfrastructuurbeheerder van Nederland, op de werkzaamheden en worden er stagiaires ingehuurd. Het is een aanfluiting en een belediging voor die mannen die vroeger met passie alle bestraatte straatjes plat hebben gewalst, en zo ploeter ik straks in 2018 nog steeds door.

Dat wordt voorlopig tot aan maart volgend jaar langs en over de wegversperringen lopen. Of erger, meters ómlopen. Ik had eerst de illusie dat medewerkers van ProRail al de neergehaalde wegversperringen terug in originele staat terugbrengen, maar dat blijkt niet helemaal waar te zijn. Afgelopen kerstweekend zag ik vanuit het slaapkamerraam een man van het type kansloos, de omvergehaalde wegversperringen terugzetten. Op zijn manier worden de bewoners van Almere heropgevoed. Nu kunnen ze niet langer ‘illegaal’ langs het spoor doorlopen. Op zich niet helemaal erg, deze wereldverbeteraars, maar dan moet je zelf niet verder fluitend, met je hondje over het afgesloten, braakliggend fietspad lopen.