Laatst zat ik televisie te kijken en daar waren ze weer: de sterren van toen. Niet in een terugblik, niet in een eerbetoon, maar gewoon, levend en wel, in een spelshow. Ze moesten racen, lachen, aan een bel trekken en elkaar aankijken alsof ze dit vroeger ook al deden, alleen dan met betere verlichting en minder rimpels. Althans, minder zichtbare rimpels.
Wat meteen opviel, waren de gezichten. Strakke koppies. Voorhoofden zo glad dat je er bijna het licht van de studiokoplampen in kon zien weerkaatsen. Expressies die geen kant meer op konden. Botox, fillers, alles wat de moderne cosmetische gereedschapskist te bieden heeft. En laat ik dat meteen zeggen, voordat iemand zich aangesproken voelt: iedereen moet vooral doen wat hij of zij goed vindt. Cosmetische correcties, kleine ingrepen of complete bekverbouwingen; als jij je er gelukkig bij voelt, dan is dat genoeg. Geluk hoeft geen verantwoording af te leggen.
Sterker nog, ik vind het een goede ontwikkeling dat je als zestiger of bijna-zeventiger er jong uit mag zien. Dat je je gezicht mag verzorgen, jezelf mag aanpassen, mag experimenteren met strakke lijnen. Niet zoals vroeger als klapvee bij Op Volle Toeren, met jasschorten, een strak permanentje en een blik alsof je elk moment een klaagzang over een verloren hit moest inzetten. Het mag tegenwoordig frivool, het mag zelfverzekerd, het mag mooi.
Eerlijkheidshalve moet ik melden dat ik ooit zelf twee keer Botox heb laten injecteren. Het voelde onwennig en best grappig, maar het is me allemaal niet waard. Ik hou het bij AI-afbeeldingen; dat is genoeg speelsheid en vervalsing voor één leven.
Maar terwijl ik keek naar dat spel, dacht ik toch iets anders. Het zeventigste levensjaar staat bij deze mensen niet meer ergens vaag aan de horizon. Het staat voor de deur. Soms zelfs al met de sleutel in het slot. Waarom zou je dan willen dat je eruitziet als een twintiger? In een spelshow nog wel, waar alles draait om snelheid, grapjes en doen alsof de tijd even heeft stilgestaan.
Het probleem is niet dat het niet mag. Het probleem is dat het niet werkt. Speel niet het spel “Hoe oud denk je dat ik ben” met me, want ik doe niet mee. Ik schat je niet in als iemand van begin dertig. Ik zie iemand van bijna zeventig met een strak gezicht. Dat is geen waardeoordeel, dat is observatie. Je stem verraadt je. Je blik. De manier waarop je reageert op een grap of een verlies. Levenservaring laat zich niet gladstrijken.
Nogmaals, als je jezelf er goed bij voelt, vooral doen. Echt. Maar doe het voor jezelf. Niet om de ander te overtuigen dat de tijd geen vat op je heeft gehad. Dat spel win je niet. En je hoeft het ook niet te winnen. Je hebt tenslotte genoeg levenservaring. Dat mag gezien worden. Ook in een spelshow.
