Santorini, dag 7

Vandaag de laatste dag die we in z’n geheel doorbrengen op Santorini. Morgen vertrekken we halverwege de dag naar Nederland. Dus hadden we nog even gecheckt wat we deze week nog niet bezocht hadden dat hier bij ons in de buurt te vinden is, en dat bleek de Haven van Armeni te zijn.

De haven is één van de twee historische havens van Oía, waarin tegenwoordig slechts kleine boten en jachten kunnen aanleggen. In de negentiende eeuw waren hier vele scheepswerven, maar daar zie je nu niets meer van terug. De reisgids van de ANWB vertelde ons dat het haventje zeer rustig is, omdat je er alleen te voet kunt komen via een steil voetpad met deels gladgeslepen treden. De reisgids bleek gelijk te hebben.

De afdaling begint vlak naast restaurant Apsithia, waar we van de week al hadden geluncht en uiteten zijn geweest. Ik heb ze zelf niet geteld, maar het pad bestaat uit 300+ treden, waar nu zelfs de ezels niet meer lopen (en dat is een goede zaak!). Na ruim een kwartier waren we uiteindelijk beneden. Ook hier stond weer een blauwwitte kerk als een soort van welkomstgeschenk. Het eiland heeft verdomme bijna meer kerken dan toeristen. Aan het water was het goed vertoeven, een lichte zeebries gaf ons wat verkoeling.

Verder valt er in het haventje van Armeni weinig te beleven. Er is één -vanmorgen nog gesloten, restaurant, een aantal huizen die pal aan het water staan en dan verder een kiezelstrand waar je alleen met een ligbed comfortabel kunt liggen, en die zijn daar niet. Ter verkoeling hebben we aan een oude pier met de voeten in de Egeische Zee gezeten. Naarmate er (veel) meer mensen de haven opliepen hebben we de schoenen weer aangetrokken en zijn de uitdaging van het naar boven klimmen aangegaan.

Op de terugweg naar boven hebben we er veel langer overgedaan dan het kwartier van de afdaling. De zon scheen fel en de klim was toch meer vermoeiend dan gedacht. Na verschillende rustpauzes kwamen we dan eindelijk, zwaar bezweet, weer boven in Oía aan, waar we meteen op het terras van Apsithia zijn gaan bijkomen. Eén ding weet ik nu zeker; ik ga nooit ofte nimmer meer zo’n trap met honderden treden bewandelen. Ook niet wanneer er aan de top van de wandeling verfrissend water en koud bier staat te wachten (zoals vandaag het geval was).

In de middag hebben we ons aan het dagelijks programma gehouden. Relaxt in het zwembad gezwommen en luierend op een ligbed onder de parasol gelegen. Eindelijk heb ik ook mijn boek Dode Hoek uitgelezen. Ik heb nog een paar ongelezen boeken op de e-reader staan, dus geen worries.

‘s-Avonds zijn we bij zonsondergang naar het centrum van Oía gewandeld om daar voor een laatste keer te gaan uiteten. Het was even zoeken naar een goed restaurant, maar we zijn uiteindelijk beland bij Laokasti, het restaurant waar we maandagavond al eerder zijn geweest. De cirkel van voedsel op Santorini is rond. Na het eten zijn we een laatste keer het centrum ingelopen om nog een paar laatste souveniers in te slaan. Na de pannenlappen van Zakynthos, vorig jaar, wilde ik nu nog een theedoek van dit Grieks eiland hebben. De Griekse keuken, maar dan anders. Verder hebben we nog enkele gadgets voor thuis ingeslagen. Voor nu zitten we nog even buiten, voor ons appartement. De wijn moeten nog opgedronken worden, want die nemen we niet mee naar huis.

Do you know the way to Armeni Bay?
All the way down.
Ease on down the road.
Another House of God.
Refreshing water.
The Port of Armeni.
The Only Way is Up.
One last walk into Oía.
The Last Supper (in Santorini).
Some Last Shopping.
At the End, Everything Will Be Wine.

Santorini, dag 6

Vanmorgen stond ik al voor 06:45 uur naast mijn bed. Ik wilde toch minimaal één keer een hardlooprondje op Santorini hebben gedaan en dat wilde ik niet al te laat doen. Dus mezelf snel opknappen, hardloopkloffie aan, en gaan! In een lekker tempo liep ik de lange weg af, richting het westen, naar het centrum van Oía. Vlak voor de bus-terminal sloeg ik rechtsaf richting Tholos, naar het noorden. Mijn tempo schoot omhoog, want de weg liep heel steil omlaag. Dit hield aan tot ik beneden bij het einde van het eiland kwam. Na 3 kilometer besloot ik om te keren. Zo kom ik zeker wel aan de minimaal te lopen 5 kilometers, dacht ik. Mijn running-apps gaven achteraf aan dat dit me was gelukt.

Na mijn rondje (en ontbijt) stond een bezoek aan het plaatsje Kamári op de agenda. Dit ligt ten zuiden van het vliegveld en dit betekent dat we met het openbaar vervoer in Fira/Thira moesten overstappen op een andere bus. Dit keer was het iets minder chaotisch op de bus-terminal en zaten we al rap in de ge-airconditioneerde bus naar onze bestemming.

Aangekomen in Kamári stapten we uit bij de ‘Noodonderkomens’. Dit zijn de voorlopers van de containerwoningen, die in 1956 uit de grond werden gestampt voor de dakloze slachtoffers na de heftige aardbeving van dat jaar. Tegenwoordig wonen er allen nog kippen en duiven in deze rijtjeshuizen. Vanuit hier liepen we door naar Panagía Mirtidiótissa, de hoofdkerk van Kamári, die alleen voor de echt-gelovigen open is tijdens de kerkdiensten. Hierna zijn we met een kleine omweg doorgelopen naar het strand van Kamári.

Langs de Kamári-Beach loopt een promenade, waar we al wandelend hebben genoten van de vele toeristen. Ik hoop dat ze ook om ons hebben kunnen verwonderen. Tegen het einde van de promenade hebben we prima geluncht (chicken salad) bij Almira. Terugwandelend naar de busstop, bij de ‘Noodonderkomens’, hebben we her en der nog wat souveniers en zonnebrandcrème gescoord. Het laatste waren we vergeten mee te nemen.

De terugweg ging weer prima, waar een voor mij fantastische conducteur/kaartverkoper op de bus zijn werk deed. Tegen toeristen met natte badkleding eiste hij dat ze gingen staan. Geen natte stoelzittingen voor toekomstige passagiers, en bij ieder bushalte riep hij tegen de trage, dralende toeristen: ‘Hurry! Hurry! No hurry, no ride!‘ En daar was hij heel serieus in. Ik hou van deze Griekse versie van mezelf. Edo zei al dat ik kon gaan solliciteren.

In Thira/Fira aangekomen was het dit keer weer mega-chaos bij de bus-terminal. paniekerige toeristen met rolkoffers en angstige gezichten, heen en weer rennend naar een verkeerde bus. En dat in het Italiaans. Dat klinkt minstens 10 keer zo heftig. Sono la pace stessa! Gelukkig stond onze bus naar Oía na enkele minuten geduldig op ons te wachten, waarna we na zo’n 20 minuten weer voor de deur van onze accommodatie werden afgezet.

Eenmaal bij onze plaatselijke ‘thuis’ zijn we snel het zwembad ingedoken (via het trappetje) en hebben verder heel relaxt de rest van de middag doorgebracht. Een beetje lezen, een beetje power nappen. In de avond zijn we naar Alkyona gewandeld om daar te gaan uiteten. Dit restaurant ligt net buiten de gangbare wandelroutes, maar ik zag het vanmorgen tijdens mijn hardlooprondjes en Edo zag het vanuit de bus naar Kamári. Hier hebben we heerlijk gegeten/genoten. Behalve van de Griekse koffie. Die was wel héél sterk. Sterker dan de verhalen die ik hier vertel…

Hardlooprondje #210 van 2023.
Waiting for the bus.
De ‘Noodonderkomens‘ van Kamári.
Panagía Mirtidiótissa.
Beach near the promenade.
Waiting for the bus to Oía.
A friendly visitor at Alkyona. And a cat.
Enjoying a Greek coffee. 💀
Alkyona.

Santorini, dag 5

Vandaag hadden we een soort van rustdag. Even geen strakke planning op de agenda, maar meer een we-zien-wel-wat-er-op-ons-pad-komt-dag. Geen wekker die afgaat, maar douchen wanneer je wakker bent geworden (altijd wel zo handig). Overigens is het douchen hier een uitdaging. De badkamer is zo minimaal dat je amper je kont kunt keren. Wanneer je thuis de meterkast ombouwt tot douchecel, heb je meer ruimte dan hier in het appartement.

Na het ontbijt ben ik in m’n eentje even gaan wandelen op het zogenaamde salamanderpad. Niet het hele stuk zoals we een paar dagen geleden liepen, maar even een kilometer heen, en weer een kilometer terug. Dat vond ik voldoende met 28° celsius in de zon. Aangekomen bij het eerste witte kapelletje ben ik omgekeerd, richting thuis, en daar zijn we samen het zwembad in gedoken. In het water heb ik mijn dagelijkse 30 baantjes getrokken (volgens mijn horloge is dat 1,5 kilometer) en zijn we daarna het centrum van Oía ingegaan om te gaan lunchen.

De lunch hebben we genoten bij Skala, waar we Griekse salade hebben genomen, en de beslissing hebben gemaakt om daar in de avond ook te gaan uiteten. De ambiance was er zo dat we die keuze zonder twijfel hebben gemaakt. Op de terugweg hebben we de nodige souveniers ingeslagen, en de rest van de middag hebben we rondom en vlakbij bij ons appartement doorgebracht, om vervolgens later tijdens de zonsondergang weer naar het restaurant terug te lopen. Lang verhaal, kort: Wederom hebben we heerlijk gegeten en nu zitten we gelukzalig voor ons appartement te genieten van de zwoele, zomerse vrijdagavond.

Een korte wandeling.
Terug naar Oía wandelend.
Lunch bij Skala.

Santorini, dag 4

Het vakantiegevoel is alsmaar meer aanwezig; het dagelijks wakker worden past zich aan, aan de warmere temperaturen en niet aan tijd. Vanmorgen waren we niet voor acht uur wakker. Heel relaxt zijn we opgestaan voor de dagelijkse douche (lees: miezerstraal) en ontbijt. Vandaag stond een bezoek aan de hoofdstad Thira (of Fira) in de planning.

We hadden besloten om met het openbaar vervoer naar de hoofdstad af te reizen en online had ik al eeder wat informatie opgezocht, want mijn OV-chipkaart werkt niet op de Griekse eilanden. Op Santorini betaal je met harde valuta een busreis. Zo’n 100 meter van ons appartement vandaan staat een bushokje waar ieder half uur een bus stopt om reizigers mee te nemen. Zo ook deze ochtend, en om 09:50 uur stapten we in de ge-airconditionde toerbus naar Fira/Thira.

De busreis duurde iets meer dan 20 minuten en we arriveerden op tijd in de hoofdstad bij de idiootdrukke bus-terminal. Hier zijn we na een zeer korte wandeling de witte orthodoxe bisschopkerk Ypapántri ingelopen. De dwaasheid van religie werd hier wederom aan mij bevestigd; vrouwelijke toeristen in ienieminie jurkjes en slippers wandelen zonder opstoot door de kerk, maar ik wordt er vooral op geattendeerd géén petje te dragen. Edo sloeg meteen een kruisje opdat ik niet meteen in de hel terecht kom.

Na ons godzalig bezoek in de kerk gingen we op zoek naar de wereldberoemde kabelbaan van Santorini. Dit ging prima, want op iedere hoek van de straat stond bewegwijzerd hoe we moesten lopen, en ook hier in no time waren we op plaats van bestemming. Nadat we de enkele reis (een retourtje bestaat niet) hadden gekocht voor zes Euro zaten we rap in de kabelbaan die ons 220 meter naar beneden bracht. Hier in de oude haven van Thira/Fira was het een gekkenhuis aan Cruiseschip-toeristen. We moesten ons een pad banen tussen honderden mensen die allen met de kabelbaan naar boven willen.

Bij café Aroma, helemaal aan het einde van de havenkom hebben we een cappuccino grande besteld en deze aan de Egeïsche Zee genuttigd. Ook hier hebben we ons lichtelijk verwonderd aan de ‘Mens op Vakantie’. Ik kan nu wel begrijpen dat realityseries succesvol zijn. Wat een typetjes hebben we hier rondlopen. Nadat we onze cappuccino’s hadden afgerekend stond ons een nieuwe uitdaging. Hoe komen we weer boven zonder 588 traptreden te beklimmen en niet 2 uur wachten in een rij, in de brandende zon met honderden cruiseschip-toeristen?

Een ex-collega van mij heeft me ooit laten zien dat voordringen eigenlijk hartstikke makkelijk is. Toen we eerder deze ochtend het kabelbaanstation verlieten zag ik al dat de uitgang naast de ingang ligt, en dat deze uitgang voor iedereen toegankelijk is. Dus met een allervriendelijkst gezicht zijn we de honderden mensen voorbijgelopen, richting de uitgang. Daar zijn we slinks naast de ingang naar binnen gelopen en zo langzaamaan in de rij gaan staan, en niemand van de cruiseschip-kudde die het doorhad!

Eenmaal weer boven in Fira/Thira wilde Edo nogmaals een kerkje bezoeken. Dit keer de Katholieke bischopskerk, die in 1832 werd gewijd aan Johannes de Doper. Daar is nog een kaarsje aangestoken en hebben we later, iets verderop heel kort een dienst bijgewoond. Ik voelde me er een indringer (atheïst) en stond snel weer buiten. Mijn religie is eten, dus we gingen op zoek naar een eetgelegenheid. Deze vonden we even verderop: Diverso Bistro.

Hier hebben we bijzonder gegeten; 2 dikke pancakes met bacon en stroop en hier bovenop 2 uitsmijters. Bijzonder en lekker. Hierna was het voldaan wandelen naar de bus-terminal. Hier leek het chaos. Groepen op zoek naar de bus met de juiste bestemming en buschauffeurs die hun grote, lange bus moesten manoeuvreren in een smalle parkeerplaats. Het leek op een voor de hand mislukte opdracht uit Wie is de Mol. Hysterisch gillende mensen rennend van de ene bus naar de ander. Ook toen onze bus naar Oía op de terminal arriveerde waren er nog mensen in lichte paniek.

Nadat we onze fee hadden betaald voor een rit naar ons tijdelijke thuis zaten we comfortabel en verkoelend in de bus. Bij toeval werden we iets van 20 minuten later precies voor de deur van Olympic Villa afgezet. Hoe luxe is dat? Hier zijn we nadat we ons hebben omgekleed het zwembad ingedoken en hebben net als voorgaande middagen heel relaxt gedaan. ‘s Avonds, net na zonsondergang zijn we het centrum ingegaan om bij Apsithia te gaan uiteten. Daar heerlijk local gegeten, en met volle buik teruggelopen om daar op ons zitje voor ons appartement te genieten van de Griekse avond.

Hysterie bij de bus-terminal.
De bisschopkerk Ypapántri.
Uitzicht vanaf de hoofdstad.
Klaar voor een ritje met de kabelbaan.
Uitzicht vanuit de kabelbaan.
Een deel van de groep cruiseschip-toeristen de we voorbij zijn gelopen.
Die andere bischopskerk.
Een straatje in Thira/Fira met kerstballen.
Uiteten bij Apsithia.

Santorini, dag 3

Ik had me eerder deze week voorgenomen om vanmorgen een klein rondje te gaan hardlopen, maar mijn motivatie bleek ook op vakantie te zijn. Dus niet in hardloopoutfit om 07:00 uur de deur uit, maar gewoon nog even blijven liggen (niet dat het vakantiebed zo comfortabel ligt, maar dat terzijde). Het hardlooprondje komt een dezer dagen wel. Of niet.

Vandaag lag een wandeling naar het vissersplaatsje Ammoudi in de planning. Een wandeling die bestaat uit een tochtje door het mega-toeristische stadje Oía en een zeer steile trap naar beneden van 278 treden. Een sportieve uitdaging. Het is ons wel gelukt en beneden stond een aangename, stevige bries. We liepen beneden eerst naar links, richting het strandje, via diverse terrassen om later via dezelfde terrassen naar het mini-haventje te lopen. In Madurodam zijn de havens niet veel kleiner. Het begrip vissersplaatsje is ook niet meer van toepassing, alles staat er in het teken van de toerist.

Nadat we wel genoeg van Ammoudi hadden gezien mochten we dezelfde steile trap oplopen. We hadden er voor kunnen kiezen om via de autoweg terug naar Oía te wandelen, maar die was niet veel minder steil, en een paar extra kilometers omlopen. De 278 traptreden waren ons bekend, dus de keuze was beslist. Na de vierde, of vijfde rustpauze, nog niet halverwege onze klim, was ook het moment van inzicht dat de geest wellicht nog jong is, maar het lichaam allang niet meer.

Boven aangekomen waren de meeste toeristen ook in Oía gearriveerd en was het weer hilarisch druk in de straatjes. We hebben voor een lunch op een overdekt terras bij Apsithia gezeten met uitzicht op de witte huisjes en de vele ‘Instagram-onderdanen’. Alles in dienst van social media. Ik zou het komisch vinden, als het niet zo triest was: Vrouwen en meisjes die op hakken -waar je niet op kunt lopen, en in blote jurkjes -die niets van het lichaam verhullen, moeilijk doen om zo mooi mogelijk en ook het liefst zo ongeïnteresseerd mogelijk op de foto willen staan. Dan is die geest van mij dan toch niet zo jong meer.

Na een middagje van zwemmen en luieren (die gewoonte blijven we hier trouw) was het in de vroege avond weer op zoek naar een gepast restaurant in Oía. De zon was al bijna onder, dus de meeste toeristen zaten met hun mobieltjes aan de kust de in de zee zakkende zon te fotograferen. Wij vonden ons restaurant van de avond in Kasteli of Oía. Niet echt een succes, noch een aanrader en daar laat ik het maar bij. Soms zeg je juist meer door te zwijgen.

Na het restaurantbezoek zijn we nog even doorgewandeld naar het westen van Oía, tegen de stroom van terugkerende toeristen in. Altijd gezellig om in het Nederlands de buitenlandse bezoekers het ongewenste toe te wensen (grapje, natuurlijk!). Na een kleine omweg weer richting het tijdelijke thuis gewandeld en onderweg een ijsje gescoord om daar verder voor ons appartement te genieten van de avond en een glas wijn. Life is good.

De westzijde van Santorini
Zicht op het haventje van Ammoudi.

Santorini, dag 2

Vanmorgen ging de wekker niet zo idioot vroeg als gisterochtend/-nacht, maar om 07:00 uur en dat vond ik al vroeg genoeg. Ik moet altijd even wennen aan het wakker worden op de eerste vakantiedag, op locatie. Na een korte douche, onder een miezerig lauw/koud straaltje waren we klaar voor ontbijt; gebakken ei met bacon en koffie. Sterke koffie.

Na het ontbijt maakten we ons klaar voor een wandeling over een wandelpad, waarvan we gisteravond al hadden gelezen dat deze tot aan hoofdstad Fira liep, 10 kilometer verderop. In elk toeristisch vakantieboekje staat dit wandelpad beschreven. Het is een uitdagende route door een vulkaanlandschap; stevige schoenen zijn een must.

Natuurlijk zijn we in de zomerse hitte niet voor de volle 10 kilometer gegaan. Na 3 kilometer zijn we omgekeerd en terug naar Oía gelopen, en dat was al zweten! Het pad heeft, zo ver ik weet, geen naam, maar Salamanderpad is hier wel op z’n plaats; na iedere vijfde stap schiet er een kleine salamander voor je uit, de struiken in.

Onderweg kwamen we ook langs een paar pittoreske, witte kapelletjes, waar we op de heen- en terugweg even zijn gestopt om in de schaduw op adem te komen. Bij Tímíos Stavrós stonden vele toeristen als kamelen om een waterput bij te komen van de vele moeilijke en uitdagende stappen die op dit pad zijn achtergelaten. Thuis aangekomen hadden we 5,7 kilometer gewandeld.

In de middag hebben we het rustig aan gedaan. Een paar baantjes in het zwembad gezwommen en verder heel relaxt op de ligbedden gelegen, ik heb verder een paar hoofdstukken uit Dode Hoek gelezen. Ook nog een kort bezoekje aan de buurtsuper gedaan, die zich tegenover ons appartement bevindt (wijnvoorraad) en ik heb nog even heerlijk liggen power nappen.

In de avond zijn we weer Oía ingelopen, waar vandaag wel heel veel toeristen in filevorming het stadje wilde binnengaan. Enkelen zullen de zonsondergang op hun mobiele telefoon gemist hebben. Morgen is er voor hen weer een kans. Ter afsluiting hebben we lekker gegeten bij Geogis Kokalis, een restaurant op steenworp afstand van ons verblijf. Nu nog een glaasje wijn en daarna naar bed. Er is nog geen vaste planning, maar morgen is er vast wel weer genoeg te doen.

Het wandelpad.
One of many ..!
Kapelletje Tímíos Stavrós.
Blauwe maan boven Santorini.

Santorini, dag 1

Vanmorgen ging de wekker om 03:00 uur. Niet dat ik er door gewekt werd, want onbewust (of juist heel bewust) was ik er op gefocust om op tijd wakker te worden. Vandaag stond de vakantietrip naar Santorini in de planning. Dus op het moment dat de wekker net aanstalten nam om af te gaan stond ik al naast mijn bed om te gaan douchen.

Na het douchen en een kort ontbijt (Brintapap en koffie) was het nog de laatste artikelen in de koffers deponeren, dichtritsen en gaan! Even na 04:00 uur stapten we in de auto richting de luchthaven. Het was niet druk onderweg, dus na een krap half uur rijden parkeerden we de auto op het parkeerterrein om vervolgens op de transferbus naar Schiphol te stappen.

Op Schiphol ging alles vlotjes. Iets te vlotjes, want we stonden met onze rolkoffers bij de securitycheck. Daar mag je alleen met je handbagage doorheen, dus wij terug naar de bagage-inname om daar dan toch onze koffers op het vliegtuig te zetten en wij nogmaals, maar nu voor het echt door de securitycheck.

In het viegtuig, na een korte vertraging, taxiënde we naar de aan ons toegewezen baan en vlogen we in no time over Nederland, richting Santorini. Onderweg keek ik naar de door mij op mijn iPhone gedownloade film 12 Angry Men (goede film met veel dialoog, maar toch echt een aanrader!) en las ik van mijn e-reader een paar hoofdstukken uit Dode Hoek van M.W. Craven. Ook een aanrader, maar dat terzijde, want al snel waren we (met een flink bump!) op Santorini geland.

Nog sneller waren we in een soort van privébusje naar Oia gebracht, waar we een korte rondleiding door ons appartement kregen. Het is er niet groot of heel luxe, maar heel prima om er de komende acht dagen door te brengen. De omgeving is inmiddels verkend en de nodige boodschappen zijn gehaald en in de vroege avond de nodige (toeristische) foto’s geschoten om daarna heerlijk uiteten te zijn geweest. De eerste vakantiedag zit er bijna op. We drinken nog een wijntje en dan naar bed. We waren tenslotte vanmorgen al heel vroeg op.

I can see our Street from here!
Our appartement for this week.

Aftellen

Per vandaag mag ik nog één weekje werken en dan heb ik twee weken vakantie. Ik ga niet roepen dat ‘ik er zo aan toe ben’, want dat vind ik zo een dooddoener en iedereen lijkt dat tegenwoordig maar te roepen, waardoor de opmerking inmiddels zo onbenullig is geworden. Het zelfde geldt voor het antwoord ‘Druk’ op de vraag ‘Hoe gaat het met je?’
Het gaat niet druk met je; het gaat goed met je of het gaat slecht met je.
Maar ik dwaal af..
Nog een vijftal dagen werken. Als deze net zo snel gaan als de afgelopen weken, dan heb ik er wel vertrouwen in dat het goedkomt (lees: snel gaat). Dit heeft wel een nadeel, want wanneer de voorpret zo snel gaat, gaat de vakantie zelf waarschijnlijk nog sneller. Het is dus belangrijk om de komende tijd (en eigenlijk altijd) in het moment van de dag te leven. Dat wil ik je meegeven, en ga ik zelf ook doen.

Discussie

De Paus en een atheist hebben een discussie over het geloof. Een discussie waarvan mijn vader vroeger altijd al zei dat een discussie als deze oneindig was. De discussie tussen de Paus en de atheist is in het begin beheerst en beschaafd, maar na een tijd wordt de Paus ongeduldig en vooral ook geirriteerd. Het frustreerd hem dat ze niet samen tot overeenstemming kunnen komen en ook dat het ‘m niet lukt de atheist te overtuigen van het geloof waar de Paus zijn leven inmiddels aan heeft gewijd.
‘Een moment, wacht nu eens een moment! We lijken in niets op elkaar. Je bent als een man met een blinddoek om. Geblinddoekt in een donkere kamer, op zoek naar een zwarte kat die er niet eens is!’.
‘Oh, maar meneer de Paus,’ reageert de atheist. ‘Het lijkt er op dat we juist heel veel overeenkomsten hebben.’
De Paus kijkt hem niet begrijpend aan. De atheist hervat.
‘Ú bent als een persoon met een blinddoek om. Geblinddoekt in een donkere kamer, op zoek naar een zwarte kat die er niet is. Het enige verschil tussen ons is, is dat u de kat wel heeft gevonden.’

Stupid is …

Fear. It is the perfect way to win souls, and gain power. The church has been doing it for thousands of years and even today’s commercial world uses fear to persuade people. If you don’t brush your teeth with toothpaste brand X, caries will rot your teeth and with toothpaste brand Y your teeth will shine even whiter. We tell children about Christmas and Santa Claus, and when the children do not listen to their parents, they are told to be nice, because Santa knows everything . As I told here before: fear wins souls and with scared people you gain power.

Scaring people and then telling them that you have (or are) the solution to a safer life, or in religious words: to a safe afterlife, works great! At least, with the gullible people, in my eyes. There are fanatical Christians who claim that their God hates certain groups. So you have the people of Westboro Baptist Church. A group of inbred families, who can not think for themselves and do everything leader Fred Phelps has told them before.

According to WBC, their god hates faggots, Jews, the president of America, the United States itself, and the way too tolerant Netherlands are also very much hated by their god. They also thank the same god for 9/11, killed soldiers, snipers and roadside bombs. I think that the people of this controversial church also hate any form of intelligence. With their stupid actions they don’t seem to be the brightest folks to me.

I don’t understand (and I’m not going to do my best to do so) that people focus on the -in their opinion- negative things in life. For example, there is a serious Christian group that reports that their god hates tattoos and tattooed people. On their website, they claim that parents with tattoos are 300% (who comes up with these numbers?) more likely to experience child abuse, neglect and starvation, that tattoo ink is 98% marijuana, and tattoo artists fund many terrorist groups, including ISIS.

If it were a satirical website, it might still be funny, but there is a small group of people who take this idiocy seriously and thereby gain fear in others and power in themselves. They throw around various quotes from the Bible, but always forget Matthew 7:1-3. “Judge not, lest ye be judged; for with what judgment you judge, you shall be judged, and with what measure you mete, it shall be measured to you. Why do you see the mote in your brother’s eye, but do you not perceive the beam in your own eye?”

Older

De afgelopen weken luister ik constant (wanneer ik van huis naar het werk reis, en weer terug, en tijdens een lunchwalk) naar het album Older van George Michael. Het album geeft me een gevoel van troost, maar ook van gedeeld verdriet waardoor het voelt dat ik niet aleen sta met hartzeer (gedeelde smart, is halve smart). Voor mijn gevoel is het album tijdloos. Ik had zelfs de verkeerde herinnering dat het een paar jaar geleden nieuw in de winkels had gelegen (of recent te streamen via de streamingdiensten), maar het album is al langer dan een kwart eeuw oud. Herinneringen zijn vreemde ervaringen.


Wanneer ik ergens enthousiast over raak, dan wil ik er alles (zoveel mogelijk) over weten. Online kwam ik de volgende wetenswaardigheden tegen:
Het album Older is het derde studioalbum van de Engelse singer-songwriter George Michael, uitgebracht op 13 mei 1996 in Europa door Virgin Records en Aegean Records. Het was Michael’s eerste studioalbum sinds Listen Without Prejudice Vol. 1 uit 1990 – het gat van vijf en een half jaar was te wijten aan de juridische strijd die George Michael voerde met zijn voormalige platenmaatschappij Sony Music. Drie jaar werden aan de opnames van Older gewijd, en op het album verkende hij nieuwe muzikale gebieden, op een serieuzere manier dan op zijn vorige albums.


Ten tijde van de release was het album een enorme commerciële hit, vooral in Europa, en werd het in Amerika ontvangen met een lauwe commerciële goedkeuring. In het Verenigd Koninkrijk was het album vooral opmerkelijk voor het produceren van een recordaantal van zes top drie hitsingles in een periode van twee jaar. De hoge verkoopcijfers van het album waren aanleiding voor een heruitgave van het album, getiteld Older & Upper, achttien maanden na de oorspronkelijke release.
En zo luister ik nog eventjes door naar George Michael’s Older.

Four Years

Forever missed. Forever treasured.
Still finding comfort in the memories
Knowing we won’t make new ones
I love the little visits in my dreams,
Blessed to have known you,
And will never forget you.
Love forever.

Stoppen

Na ruim tweehonderd dagen achter elkaar te hebben hardgelopen ben ik daar afgelopen weekend mee gestopt. Sinds 3 december, vorig jaar, heb ik dagelijks mijn hardlooprondje gelopen en nu, na ruim een half jaar van aanhoudend iedere dag de hardloopschoenen aantrekken, heb ik besloten het niet langer te willen volhouden. Ik ga nu voor drie à vier keer hardlopen in de week. Dat vind ik voldoende.


Al weken had ik pijntjes aan spieraanhechtingen her en der in mijn lichaam (online opgezocht) en ging het naarmate de tijd verstreek iedere dag hardlopen me een beetje tegen te staan. Er viel een figuurlijke last van mijn schouder toen ik besloot niet langer iedere dag een rondje te gaan hardlopen, en deze opluchting was voor mij bevestiging van de juiste keuze.

Zwijgen

Ik ken de man niet zo goed. Ik weet niet eens zijn naam. Ik ken ‘m van gezicht op de momenten dat ik hem tegenkom tijdens het pendelen met openbaar vervoer van thuis naar mijn werk, en andersom. Het toeval wil dat we beiden dezelfde tijden de trein en metro nemen. Op station Duivendrecht stapt hij, net als ik over, op de trein of metro. Afhankelijk van de heen- of terugweg.
Beiden zijn we er van bewust dat we tegelijkertijd reizen, maar we zijn beiden nog niet zo vertrouwd dat we een knikje van groeten of als gebaar van herkenning naar elkaar geven. We zien elkaar zitten, staan samen te wachten of we nemen beiden de roltrap, en kijken vervolgens weg. Niet dat dit zo erg is, we zijn twee personen die elkaar toevalligerwijs tegenkomen tijdens onze dagelijkse reis. Wanneer het universum het anders wil, raken we ooit wel eens in gesprek. Mocht het niet zo zijn, dan is het ook goed. Ik hou wel van rustig reizen.

Emoties

De tropische temperaturen van de afgelopen dagen doen iets met me. Ik bedoel hiermee niet het overmatig zweten of het wegsijpelen van mijn innerlijke energie (het dagelijkse hardlopen gaat gewoon door), maar het is meer op emotioneel vlak dat het iets met me doet. Het zal vast te maken hebben met dat de warme temperaturen niet dagelijks zijn en dat daarom de oude herinnering of ervaring als een onbeheerste oprisping naar boven komt.

Het gebeurt dat ik ’s middags door een bijzondere lichtinval bij metrostation Strandvliet aan een moment van vroeger met mijn vader moet denken en ik in een volle metro volschiet. Of zoals vandaag nu het de geboortedag is van mijn schoonvader en mijn oudste zus, Gré, die beiden al een paar jaar niet meer onder ons zijn, me iets meer emotioneel en sentimenteel maken.

Het zijn korte emotionele momenten, misschien niet eens tien seconden, maar ze zijn wel krachtig, en prachtig.