Het was een kleurige enveloppe, persoonlijk aan mij gericht, die ondanks de vrolijke tinten een onmiskenbaar serieuze uitstraling had. Dat is meestal geen goed teken. Enveloppen willen vaak iets van je, zonder eerst te vragen of je daar wel zin in hebt. Deze ging over darmonderzoek. Omdat ik van een zekere leeftijd ben. Dat is een formulering die tegelijk vaag en onontkoombaar is. Je weet precies wat ermee bedoeld wordt, ook al wordt het nergens hardop gezegd.
Mijn eerste reactie was verzet. Praat geen poep, man, dacht ik. En precies daar ging het dus wél over. Poep. Ontlasting. Datgene wat je produceert en daarna zo snel mogelijk vergeet. Er zat een keurige uitleg bij, vriendelijk en duidelijk, over hoe en wat. Zonder sensatie, zonder schaamte. Ik zal hier niet in detail treden. Dat lijkt me verstandig.
Het was niet de eerste keer dat ik zo’n verzoek kreeg. Eerder schoof ik het terzijde. Geen tijd, geen zin, en vooral geen behoefte om mezelf onder ogen te komen. Ontkenning is een vaardigheid die je ongemerkt ontwikkelt. Zeker als je denkt dat ouder worden iets is wat anderen overkomt. Dit keer voelde het anders. Niet heroïsch, maar berustend. Ik besloot dat meedoen makkelijker was dan ontkennen.
De instructies waren overzichtelijk. Bijna geruststellend. Alsof iemand zei: je bent niet de eerste, je bent niet de laatste, en het komt waarschijnlijk gewoon goed. Het werd geen avontuur, geen verhaal voor bij de koffie. Het was een handeling. Iets wat je doet en daarna achter je laat. Je vergeet het niet meteen, maar het hoort erbij, als een stille routine.
Van de week kwam de uitslag. Alles in orde. Ik hoef me nergens druk over te maken. Dat leest prettig, zelfs als het onderwerp weinig poëtisch is. Over een paar jaar mag ik weer. Dan mag ik opnieuw met een stokje in de wc-pot draaien. Niet aantrekkelijk, zeker niet, maar een kleine moeite. Misschien is dat volwassen worden: niet dat je alles begrijpt, maar dat je sommige dingen gewoon doet. Omdat het verstandig is. Omdat het rust geeft.
