Kapelletjes

Wie over Karpathos rijdt, hoeft niet lang te zoeken naar een teken van hogerhand. Sterker nog, je moet behoorlijk je best doen om er géén tegen te komen. Kerken, kerkjes en vooral kapelletjes staan werkelijk overal. In de dorpen, langs de weg, boven op een berg en soms op plekken waarvan je je afvraagt wie in hemelsnaam ooit heeft gedacht: dát is een handige plek voor een kapel.

Het belangrijkste geloof op Karpathos is het Grieks-orthodoxe christendom. Dat is niet iets wat een slimme reisorganisatie speciaal voor toeristen heeft bedacht om het eiland wat authentieker te laten ogen. Het christendom heeft hier heel oude papieren. Uit de vroegchristelijke periode, grofweg de vijfde en zesde eeuw, zijn op Karpathos resten van ongeveer twintig basilieken bekend. In de omgeving van Arkasa zijn er verschillende gevonden en ook bij Pigadia liggen de resten van Agia Fotini, een vroegchristelijke basiliek. Het geloof zit hier dus al een slordige vijftien eeuwen in het metselwerk.

In 1054 gingen de oosterse en westerse kerk ieder hun eigen weg. Wij in West-Europa raakten vooral vertrouwd met het rooms-katholicisme, terwijl Griekenland orthodox bleef. Toch kom je veel oude bekenden tegen. Agios Nikolaos is gewoon onze Sint-Nicolaas en Agios Georgios kennen wij als Sint-Joris. En dan is er Maria. Of beter gezegd: Panagia, de Alheilige. Die kom je op Karpathos werkelijk overal tegen. Veel kerken zijn aan haar gewijd en haar naam duikt voortdurend op wanneer je over het eiland rijdt.

Maar hoort dat geloof nog wel bij het moderne Karpathos? Volgens mij is het antwoord daarop duidelijk ja, al betekent dat natuurlijk niet dat iedere Karpathiër iedere zondagochtend keurig vooraan in de kerk zit. Religie is hier meer dan alleen kerkbezoek. Het is verweven met families, dorpen, feestdagen en tradities. Kerken zijn vaak gewijd aan een beschermheilige en op de feestdag van zo’n heilige wordt niet alleen gebeden, maar ook gegeten, muziek gemaakt en gedanst. De bekende panigýria zijn daardoor tegelijkertijd religieuze vieringen en dorpsfeesten. Geloof en het gewone leven lijken hier veel makkelijker naast elkaar te bestaan dan wij in het behoorlijk geseculariseerde Nederland gewend zijn.

En dan zijn er dus die kapelletjes. Heel veel kapelletjes. Een flink deel daarvan is verbonden aan families die ze verzorgen en onderhouden. Dat verklaart misschien waarom je ze aantreft op plaatsen waar geen weldenkend mens spontaan zou besluiten: weet je wat hier nog ontbreekt? Een kerk. Wij hebben er inmiddels tijdens onze autoritten aardig wat gezien. Soms groot en indrukwekkend, soms niet veel groter dan een schuurtje, maar bijna altijd witgekalkt en regelmatig op een plek waar het uitzicht minstens zo hemels is als de bestemming.

Ik begin zelfs te vermoeden dat er op Karpathos een bouwverordening bestaat die bepaalt dat wanneer twee geiten langer dan een kwartier op dezelfde plek blijven staan, er een kapelletje tussen moet worden gebouwd. En aangezien er hier óók behoorlijk veel geiten zijn, verklaart dat eigenlijk alles.

Karpathos mag dan smartphones, huurauto’s, wifi en cappuccino’s hebben, het verleden is hier nooit helemaal verdwenen. Het staat gewoon langs de kant van de weg. Met een kruis op het dak, een paar iconen achter de deur en meestal een uitzicht waarvoor zelfs een atheïst heel even stil wordt.

Karpathos

Afgelopen maandagavond, iets later dan verstandig was, klikten we definitief op ‘Boeken’. Bestemming: Karpathos, Griekenland. Op dat moment voelde het alsof de vakantie eigenlijk al begonnen was. De koffers staan nog gewoon op zolder en het duurt nog weken voordat het vliegtuig opstijgt, maar in gedachten wandel ik al door Griekse straatjes en kijk ik uit over een azuurblauwe baai.

Voorpret is misschien wel de mooiste helft van een vakantie. Je ziet een foto van een verlaten strandje en denkt: daar lig ik straks met mijn handdoek. Je leest over een sfeervol bergdorpje en fantaseert al over een wandeling door smalle straatjes waar de tijd lijkt te hebben stilgestaan. Voor je het weet heb je tientallen tabbladen openstaan met strandjes, uitzichtpunten en gezellige tavernes waar volgens bezoekers de beste moussaka of de lekkerste gegrilde octopus wordt geserveerd.

Dat eten is natuurlijk niet onbelangrijk. Sterker nog, voor mij hoort goed eten gewoon bij vakantie. Geen haast, geen boterham achter je bureau, maar uitgebreid genieten. Een Griekse salade die nog echt naar tomaat smaakt. Versgebakken brood. Tzatziki waarbij je het schaaltje het liefst zou aflikken. Een glas wijn of een koud biertje erbij en de vakantie voelt compleet.

En dan die avonden. De zon is net achter de horizon verdwenen, de warmte hangt nog aangenaam in de lucht en je zoekt een terrasje uit. Mensen kijken. Een beetje praten. Misschien nog een ijsje halen. Je hebt nergens haast voor. Niemand kijkt op zijn horloge. Het enige dat telt is dat het gezellig is.

Ook thuis begint de voorbereiding langzaam vorm te krijgen. Welke boeken mogen mee? Dat blijft elk jaar weer een uitdaging. Je wilt voldoende keuze hebben, maar ook weer niet de halve bibliotheek meeslepen. Gelukkig past er tegenwoordig een hele bibliotheek op een e-reader. Daarnaast download ik alvast een paar films op de iPad. De kans is groot dat ik er helemaal niet naar kijk, maar het idee dat ze klaarstaan voor een luie middag of een lange vlucht geeft een merkwaardig gerust gevoel.

Misschien is dat wel het mooiste aan vakantie: de vrijheid om niets te hoeven doen. Geen wekker. Geen agenda. Geen lijstjes die afgewerkt moeten worden. Uitslapen als je daar zin in hebt. Of juist vroeg opstaan omdat de ochtendzon zo mooi is. Een stranddag inruilen voor een autoritje over het eiland. Of andersom. Alles mag, niets hoeft.

In het dagelijks leven zijn we vaak druk met plannen, afspraken en verplichtingen. Vakantie zet dat allemaal even op pauze. Je hoeft even nergens naartoe, behalve naar waar je zelf zin in hebt.

Karpathos ligt nog even voor ons. Maar in gedachten heb ik al een eerste duik genomen, een paar heerlijke maaltijden gegeten, een stapel boeken verslonden en uren op een terras gezeten terwijl de avond langzaam over het eiland viel.

En misschien is dát wel de echte luxe van een vakantie. Niet alleen de bestemming, maar vooral het heerlijke besef dat er straks een week is waarin helemaal niets moet. Alleen genieten.

Corfu

Dinsdagavond, een uur of negen. Buiten hing de lucht loom boven de stad, alsof de zomer ergens anders was blijven steken. Binnen zat ik met een kop koffie die eigenlijk al koud was geworden. De dag had meer omgegooid dan ik in weken had meegemaakt. Want sinds die dinsdagochtend was de onzekerheid waar we al een tijdje in hadden gezeten, voorbij. Een deur die dichtsloeg, en tegelijk een raam dat openging.

En juist daarom gebeurde er iets geks. Alsof het leven zelf ons een duwtje gaf, belandden we diezelfde avond achter de laptop. “Zullen we?” zeiden we tegelijk. Niet aarzelend, maar met een zweem van stoutmoedigheid. En voor we het goed en wel beseften, klikten we ons een week naar Corfu toe. Nog nooit hebben we zo krap van tevoren een vakantie geboekt. Normaal zou ik er nachten over piekeren, lijstjes maken, reisgidsen openslaan. Maar nu niet. Het voelde alsof ik in een achtbaan stapte zonder de beugel nog vast te klikken. Rollercoaster-stijl, en dan in het kwadraat.

Toen de bevestigingsmail binnenkwam, keek ik ernaar alsof het een brief uit een andere wereld was. Daar stond het zwart op wit: we gingen. Alsof een eiland in de Ionische Zee zijn armen al voor ons opende. Terwijl de adrenaline nog natrilde, kwam er een kalmte over me. Want wat ons te wachten stond, is een week van luieren. Een stoel aan het zwembad, de zee die zonglinstert alsof ze speciaal voor ons haar mooiste jurk heeft aangetrokken, en dagen die niets van ons eisen behalve misschien de keuze tussen een Griekse salade of een tweede glas wijn.