Overgang

Morgen is het nog precies 100 dagen tot kerst. Dat weet ik omdat ik een widget op mijn telefoon heb die aftelt tot kerst. Iedere keer dat ik op mijn scherm kijk, word ik er dus subtiel aan herinnerd dat 25 december alweer dichterbij komt. Niet dat ik daardoor onmiddellijk zin krijg om de kerstboom van zolder te halen. Ik zit eerlijk gezegd nog helemaal niet in de kerstsfeer. Sterker nog: in mijn hoofd ben ik nog een beetje op Karpathos.

Nog geen twee weken geleden liepen we daar in korte broek rond, reden we met onze huurauto over het eiland en probeerden we bij harde wind overeind te blijven. Ik denk nog aan Olympos, de kleine kapelletjes, zwemmen in zee, warme Griekse dagen en natuurlijk die ene kapel waar ik mijn hoofd zo hard stootte dat ik de volgende dag spontaan mijn eigen stigmata produceerde. Kerstmis is dan gevoelsmatig behoorlijk ver weg.

Maar mijn telefoon beweert vandaag: 101 dagen.

Het vreemde is dat ik precies weet hoe het gaat. Nu denk ik nog: kerst? Doe normaal, het is september. Over een paar weken worden de avonden merkbaar korter, trek ik ’s morgens misschien voor het eerst weer een jas aan en ligt er ineens ergens een zak chocolade-pepernoten die ik natuurlijk principieel veel te vroeg vind. Om hem vervolgens toch te kopen.

En dan gebeurt het. Mijn AirPods Pro zitten in mijn oren, ik luister naar muziek en ineens komt er een kerstnummer voorbij. Misschien zoek ik het zelfs zelf op, maar dat zal ik later uiteraard ontkennen. Ik durf er zelfs geld op te zetten dat het gebeurt voordat september voorbij is.

Waarschijnlijk begin ik voorzichtig. Geen complete kerstplaylist en al helemaal geen urenlange muzikale aanval met bellen, rendieren en vrede op aarde. Gewoon één nummer. En ik vermoed nu al welk nummer: It’s the Most Wonderful Time of the Year. Een titel die eind september natuurlijk nergens op slaat, maar daar trekken mijn hersenen zich vermoedelijk weinig van aan.

Vanaf dat moment gaat het langzaam. Eén kerstnummer wordt er twee, en twee worden er vijf. De avonden worden donkerder en op een gegeven moment voelt het binnen ineens gezelliger dan buiten. In de winkels verschijnen kerstspullen waar ik aanvankelijk hoofdschuddend langs loop. Veel te vroeg. Belachelijk. Wie koopt dit nou in oktober? Om een week later toch even te kijken of er iets leuks tussen staat.

Zo werkt het blijkbaar bij mij. Ik word niet op een ochtend wakker met kerstgevoel. Het sluipt langzaam naar binnen. Eerst via muziek, daarna door de donkere avonden en uiteindelijk door dat moment waarop je moet toegeven dat de zomer écht voorbij is. Niet dat ik haast heb. Er zit nog een hele herfst tussen vandaag en 25 december en die mag van mij gewoon zijn werk doen. Ik wil eerst nog hardlopen tussen vallende bladeren, thuiskomen met koude handen en meemaken hoe september oktober wordt, oktober november en de wereld langzaam donkerder.

Misschien is juist dát de voorpret. Kerstmis hoeft niet ineens te beginnen. Het mag langzaam dichterbij komen.

Vandaag geniet ik dus nog heerlijk na van Karpathos. Van zon, zee, wind en Griekse herinneringen. Kerst staat nog keurig op 101 dagen afstand. Mijn telefoon telt ondertussen onverstoorbaar verder.

En ergens vóór het einde van deze maand gaan mijn AirPods mij verraden.

It’s the Most Wonderful Time of the Year…

En dan weet ik: daar gaan we weer.

Kerstochtend

Ik kijk vanuit het badkamerraam naar buiten. Kerstochtend. Het huis is nog stil, alsof het zelf ook even uitslaapt. De wereld oogt helder en koud, zo’n kou die alles scherper maakt. Alsof de dag zichzelf heeft aangezet op standje extra contrast.

Over het trottoir loopt een jongeman. Of eigenlijk nog een tiener. Alleen. Zijn handen diep in zijn jaszakken, schouders iets opgetrokken. Hij loopt niet gehaast, maar doelgericht. Zijn schoenen vallen op. Hagelwitte Nikes, nog ongeschonden, alsof ze speciaal voor vandaag zijn aangetrokken. Schoenen die zeggen: ik ga ergens heen waar mensen zijn. Naar vrienden misschien. Familie. Dat hoop ik tenminste. Het is Kerstmis. Een mens hoeft niet alleen te zijn op deze dagen. Tenzij het een bewuste keuze is. Ook dat bestaat. Maar daar wil ik deze ochtend nog niet te lang bij stilstaan.

Even later zie ik verderop beweging op het Spoorbaanpad. Een man op leeftijd fietst langzaam voorbij. Hij zit rechtop, zoals oudere mannen dat doen, met een houding die verraadt dat hij al een leven lang fietst. Onder zijn arm draagt hij een sjoelbak. Niet achteloos, maar stevig geklemd, alsof hij weet dat dit geen alledaags vervoersobject is. Het is een prachtig beeld. Typisch Nederlands. Grote dingen op de fiets vervoeren zonder er verder een punt van te maken. We gaan geen auto huren. Geen aanhanger. Dat is allemaal gedoe. Dit kan zo ook.

De sjoelbak wiebelt een beetje bij elke pedaalslag. Ik hoop dat hij niet ver meer hoeft. Het is enorm koud buiten en hij heeft wind tegen. Dat zie je aan de lichte spanning in zijn gezicht, aan de manier waarop hij net iets harder trapt dan comfortabel is. Toch fietst hij door. Waarschijnlijk wacht er ergens een woonkamer met koffie, kerstkransjes en een tafel die net groot genoeg is om de sjoelbak op te zetten. Sjoelen is ook zoiets. Een spel dat nergens thuishoort en juist daarom overal. De Fransen noemen het niet voor niets billard hollandais. Alsof ze het niet konden laten ons daar even aan te herinneren.

Aan de overkant van het veld hobbelt een kat voorbij. Eerst lijkt hij geen last te hebben van de kou. Zijn staart fier omhoog, zijn pas zelfverzekerd. Maar na een paar meter verandert dat. Hij versnelt ongemerkt. Niet rennend, maar doelbewust sneller. Op weg naar wat ik aanneem zijn huis. Warmte wint het altijd van trots.

Ik blijf nog even staan bij het raam. Kerstochtend laat zich niet haasten. Buiten gaat iedereen ergens heen. Of juist naar binnen. Dat is genoeg om naar te kijken.