De Februaristaking

Vandaag is het 75 jaar geleden dat er door middel van de Februaristaking actie werd gevoerd tegen de Duitse bezetting, en de opkomende Jodenhaat in het bijzonder. De Februaristaking was een staking op 25 en 26 februari 1941 die begon in Amsterdam en zich uitbreidde naar de Zaanstreek, Haarlem, Velsen, Hilversum en de stad Utrecht en directe omgeving. Het was de eerste grootschalige verzetsactie tegen de Duitse bezetter in Nederland. De staking was het enige massale en openlijke protest tegen de Jodenvervolging in heel bezet Europa.

Vanaf begin februari 1941 overwoog de Communistische Partij van Nederland (CPN) om actie te voeren tegen een mogelijke Mussert-regering van de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB). Op 17 februari 1941, toen de metaalstaking in Amsterdam-Noord op haar hoogtepunt was (als gevolg van – toen al – mogelijke gedwongen tewerkstelling van arbeiders in Duitsland) besprak de partijleiding van de CPN de mogelijkheden om voor de volgende dag een algemene staking uit te roepen. Omdat de Duitse bezetter zwichtte voor de eis om de uitzending naar Duitsland van Nederlandse metaalarbeiders te staken, verviel de aanleiding voor de staking.

Vanaf de winter 1940/’41 vielen leden van de nationaalsocialistische weerbaarheidsafdeling van de NSB Joden lastig in de Amsterdamse Jodenbuurt. Ze vernederden de Joodse bewoners en stalen hun spullen. De bewoners van de Jodenbuurt – een overwegend arme buurt – verzetten zich tegen de NSB’ers en vormden knokploegen. Ze werden in hun verzet gesteund door andere – niet-Joodse – Amsterdammers, vooral bewoners van de Jordaan en de Oostelijke Eilanden.

De weerbaarheidsafdeling trachtte caféhouders die niet van plan waren de toen net uitgevaardigde bordjes met teksten als ‘Voor Joden verboden’ of ‘Joden niet gewenscht’, te bewegen deze borden wél op te hangen. Dit leidde tot diverse opstootjes in de omgeving van het Rembrandtplein. Op 9 februari 1941 drongen NSB’ers, bijgestaan door Duitse militairen, op het Thorbeckeplein het café-cabaret ‘Alcazar’ binnen omdat daar nog Joodse artiesten optraden. Dit leidde tot een vechtpartij waarbij 23 mensen gewond raakten.

1941 a

Hanns Albin Rauter, Generalkommissar für das Sicherheitswesen in Nederland, rapporteerde de zaak Koco op 20 februari 1941 aan Heinrich Himmler. Hij schetste daarbij een voor de Joden zo ongunstig mogelijke weergave van de feiten, waarbij geschetst werd dat er een moedwillige aanslag door de eigenaren van Koco op de manschappen van de Sicherheitspolizei was gepleegd. Volgens Rauter moest er eindelijk eens iets gebeuren tegen de Joden en hun wreedheden. Als represaille voor de gebeurtenissen in ijssalon Koco vonden op zaterdag 22 februari en zondag 23 februari 1941 in de Jodenbuurt razzia’s plaats onder leiding van Obersturmbannführer Friedrich Knolle. Op bevel van Himmler, Seyss-Inquart en Rauter werden 427 Joodse mannen tussen 20 en 35 jaar opgepakt en – naar later bleek – naar het concentratiekamp Mauthausen afgevoerd.

Op zondag 23 februari was het zondagsmarkt in de Jodenbuurt, daardoor waren vele niet-Joodse Amsterdammers getuige van de razzia. De Nederlandse politie was niet op de hoogte gesteld van de razzia en was volledig overstuur. Ook de Amsterdammers waren verbijsterd en hun woede over het optreden van de Duitsers was groot.

De CPN zag door deze razzia een kans om de staking die op 18 februari niet was doorgegaan, alsnog uit te voeren. De CPN zag voldoende aanleiding “om de gehele massa te mobiliseren, daar de gehele massa tegen deze antisemitische actie was”. De CPN greep zodoende niet slechts terug op het idee van een staking die ze al op 17 februari overwogen had, maar gebruikte ook ongeveer dezelfde motivering: de dreigende machtsovername van de NSB door middel van de Jodenvervolging moest worden voorkomen. Wellicht zou de Duitse bezetter door een algemene staking in gaan zien dat de Jodenvervolging in Nederland een doodlopende weg was en zeker geen middel om de NSB aan de macht te brengen. Het landelijke partijbestuur en het bestuur van het District Amsterdam besloten vervolgens over te gaan tot een staking op 25 en 26 februari 1941.

Ter voorbereiding op de staking organiseerde de ondergrondse CPN op 24 februari een korte openluchtvergadering van ongeveer 400 Amsterdamse leidinggevende verzetsfunctionarissen op de Noordermarkt in de Jordaan. Stratenmaker Willem Kraan verkondigde hier het besluit tot staken. De merendeels communistische aanwezigen werden ook tot staken aangespoord door Piet Nak en Dirk van Nimwegen en stemden in met de plannen. Ze ontvingen pakken met manifesten en moesten proberen de arbeiders in de bedrijven tot staking te bewegen. De bedoeling was dat er twee dagen zou worden gestaakt: dinsdag zo veel mogelijk bij de overheidsbedrijven en woensdag een algemene staking, dus inclusief het bedrijfsleven.

Op de ochtend van 25 februari 1941 stonden de trams stil in Amsterdam. Tezelfdertijd verspreidden aanhangers van de CPN het manifest ‘Staakt, staakt, staakt!!!’ onder Amsterdamse bedrijven. De staking breidde zich als een olievlek uit over de stad. Rond het middaguur van de 25e was de algemene staking een feit, eerder dan de organisatoren hadden verwacht en anders dan zij hadden voorzien.

Van Amsterdam sloeg de staking over naar Zaandam, Haarlem, Velsen, Hilversum (waar werknemers van de Nederlandse Seintoestellen Fabriek het voortouw namen), Bussum, Weesp, Muiden en de stad Utrecht. De communistische Vonkgroep deed ook een poging om de februaristaking uit te breiden tot Den Haag; pamfletten met een stakingsoproep werden uitgereikt bij de tramremise, maar er was geen stakingsbereidheid bij het personeel van de HTM.

De Duitsers braken de staking met geweld, intimidatie en meedogenloos ingrijpen. Hierbij vielen negen doden en 24 zwaargewonden en talloze stakers werden gevangengenomen. Na twee dagen was de staking ten einde. Dit was een gevolg van de combinatie van enkele factoren: het Duitse ingrijpen, de stakingsparolen van de CPN (de staking mocht slechts twee dagen duren) en de druk van het Amsterdamse gemeentebestuur om het werk te hervatten.

De steden die hadden meegedaan aan de staking kregen van de Duitsers hoge boetes opgelegd. Amsterdam moest 15 miljoen gulden betalen, Zaandam een half miljoen en Hilversum 2,5 miljoen. Omdat er in Hilversum, net als in Amsterdam, ook was betoogd was de boete daar relatief hoog.

De Februaristaking wordt jaarlijks herdacht bij het beeld van De Dokwerker op het Jonas Daniël Meijerplein. Het bronzen beeld, dat een staker voorstelt, werd in 1952 gemaakt door Mari Andriessen. De Dokwerker staat symbool voor het verzet van ‘de kleine man’ tegen een grote macht. Het verhaal wil dat arbeiders spontaan in verzet kwamen omdat zij het lijden van hun Joodse medeburgers niet aan konden zien. Dat het initiatief voor de staking van de zijde van de CPN kwam, is bij velen niet bekend. Ook het verhaal van de ijssalon – aanleiding voor de razzia’s – kennen de meeste mensen niet.

Aan de zuidzijde van de Noorderkerk is een plaquette aangebracht die herinnert aan de verboden openbare bijeenkomsten op de Noordermarkt. Gedurende vele jaren waren de communistische organisatoren van de staking niet welkom bij de officiële herdenking, daarom hielden de communisten jarenlang een aparte herdenking. Op initiatief van Harry Verheij en Ed van Thijn werden beide herdenkingen vanaf 1968 samengevoegd.

1941 b

 

Advertisements

Auteur: Dray

'Je wordt met de lach leuker.'

U mag reageren.

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s