20 KM de Paris

Zondagochtend in Parijs. De wekker gaat om 06:00 uur. Geen tijd om te snoozen. Ik sta op en stap de badkamer in van mijn hotelkamer in Hôtel De Paris Opera. Waar ik een paar jaar geleden in dit hotel nog in een aftands badkamertje stond, sta ik nu in een moderne badkamer, inclusief stortdouche en net tegelwerk. Dit was ooit anders. Een versleten badkuip met een sleets douchegordijn is de luxe van toen. Gelukkig was vroeger niet alles beter. De onchristelijke tijd in de Franse hoofdstad heeft er alles mee te maken dat ik vandaag eindelijk de 20 kilometer van Parijs ga lopen. Drie jaar geleden had ik me al eens ingeschreven (en de verplichte sportkeuring uit laten voeren), maar door de pandemie ging dat feestje in 2020 niet door. Teleurstellingen zijn uitdagingen om mee om te gaan.

Na het ontbijt in de ruimte, beneden bij de receptie, besluit ik toch andere sportsokken aan te trekken. Het paar dat ik nu draag, vind ik te dun en voor mijn gevoel heb ik hierdoor te veel ruimte in mijn hardloopschoenen. Ik glij in mijn schoenen, en dat vind ik geen goed idee. Nadat ik van sokken ben geschwitst ben ik er klaar voor. Klaar voor vertrek naar de metro. De dag ervoor heb ik al mijn startnummer moeten ophalen, dus de snelste rit naar de Eiffeltoren is me wel bekend. Rond 08:00 uur vertrek vanaf Gare du Nord met lijn 4 en dan overstap op Gare Montparnasse voor lijn 6 naar Bir-Hakeim; het metrostation dichtbij de Eiffeltoren, en startvak. Bij Gare Montparnasse is het overduidelijk dat dit de rit naar de 20 kilometer van Parijs is, de metro ia afgeladen met hardlopers.

Het is een drukte van belang bij het metrostation Bir-Hakim. Honderden mensen lopen door elkaar. Sommigen weten precies waar ze moeten wezen, tientallen lijken doelloos rond te lopen. Ik weet dat ik in het roze startvak moet zijn, en in de verte zie ik de roze vlaggen bij de ingang van het startvak wapperen. Ik loop er relaxt naar toe. Het moment is daar; vlakbij de Eiffeltoren start ik straks mijn eerste buitenlandse run. Het wachten tot de start duurt lang. Er lopen meerdere hardlopers het startvak in en in langzaam tempo lopen we steeds dichter naar de iconische toren van Parijs. Er wordt gezongen en er wordt gesprongen en gedribbeld. Er worden selfies gemaakt en het valt me op dat in Frankrijk, of in Parijs, het hardlopen echt een sociale bezigheid is. Vriendengroepen doen aan de run mee en hardlopers zoeken elkaar op.

Rond 09:30 uur lopen we langzaam de Pont d’ Iéna, de brug tussen de Eiffeltoren en Trocadéro, op. Het startvak vóór ons mag nu los en wij schuiven dichter naar de start. Na een kwartier gaat dan ook het startschot voor het roze vak en lopen we in een gepast tempo naar de start. De hardloophorloges en -apps worden gestart en er wordt eindelijk hardgelopen. Niet door iedereen overigens, en wederom verbaas ik me over de deelnemende hardlopers die niet hardlopen, en we zijn nog geen honger meter verder. Incroyable, zouden de Fransen zeggen. Na 2 kilometer rennen we voorbij de Arc de Triomphe naar de Avenue Foch, om vanaf daar richting Bois de Bologne te lopen. Hier wordt een groot deel van de run gelopen. Wanneer we weer in de buurt van de Seine zijn, hebben we ruim de helft van de run erop zitten.

Tijdens mij run ben ik er op gefocust dat ik niet te hard van stapel loop, maar ik kan het niet laten om veel trage hardlopers in te halen. Het is een blijvende irritatiefactor, waaraan ik me, naarmate ik ouder wordt, mateloos kan ergeren; het onnodig links blijven lopen wanneer je geen hoog hardlooptempo hebt. Het is helaas niet anders en het blijft verspilde energie om je (ik) hier aan te blijven ergeren. Wanneer we dan eindelijk de oevers van de Seine bereiken ben ik blij dat we de helft erop hebben. Niet wetende welke hel me nog te wachten staat. De resterende negen kilometers bestaat uit een negental bruggen, waar je onderdoor moet lopen. Dus naar beneden, onder de brug door, èn weer omhoog. Die stukken omhoog breken me enorm op. Na de zoveelste brug wordt ik er enorm chagrijnig van. Gelukkig waren er op die plekken geen fotograven aanwezig.

Na 17 kilometer en de negende brug kunnen we eindelijk de Seine oversteken. Ik ben bij dat we die negen bruggen hebben gehad, maar de vermoeidheid doet me vergeten dat we nog zo’n vijftal bruggen terug moeten lopen, richting de Eiffeltoren. Als er een God bestaat (en zich bekommert om mijn persoonlijke gemoedsgesteldheid) dan heeft die er voor gezorgd dat aan deze zijde van de rivier het minder steil is onder de bruggen door, dus de laatste 3 kilometers zijn minder vermoeiend om te passeren (dus eigenlijk dank aan de stratenarchitecten van Parijs, dan voor de non-existent God). Nadat er nog één kilometer gelopen moet worden, kom ik weer in een lekker tempo en loop richting de Eiffeltoren. Na één uur, negenenveertig minuten en vierentwintig seconden passeer ik eindelijk de finishlijn. De run, die jaren lang hoog op mijn wensenlijst stond, is gelopen en ik ben meer dan tevreden met mijn gelopen tijd. Ik heb er in mijn leven weer een gekoesterde herinnering bij.

U mag reageren.