Als mens ben je soms gewoon toe aan iets nieuws. Dat kan een kapsel zijn, een andere route naar je werk, of minder spectaculair maar minstens zo ingrijpend: een ander dressoir in de woonkamer. Zo’n meubel waar je dagelijks langsloopt zonder het nog echt te zien. Tot je op een avond denkt: dit is het niet meer.
De afgelopen jaren hebben we om ons heen gekeken en de laatste maanden vooral online. Alles wat ook maar enigszins in de buurt kwam van wat wij voor ogen hadden, werd kritisch bekeken. Strakke dressoirs. Deens. Teakhout. Met lades, zonder lades. Met pootjes die op het scherm elegant leken, maar in werkelijkheid misschien wat iel zouden zijn. We hebben onze vingers krom gescrold. We zoomden in op houtnerf en grepen. Een paar keer waren we zo dichtbij dat we besloten: dit nemen we. Maar steeds was er iets. Net niet leuk genoeg, net niet mooi genoeg, of erger nog: al verkocht. Dat ene woord onder de foto: verkocht. Alsof iemand anders precies ons meubel had weggekaapt.
Ons oude Zweedse kastje stond ondertussen onverstoorbaar tegen de muur. Praktisch. Braaf. Functioneel. Ooit enthousiast in elkaar gezet op een vrije middag, met een inbussleutel en goede moed. Het had gedaan wat het moest doen. Maar het had geen verhaal. Geen verleden. Het was er gewoon.
Wij wilden iets met karakter. Een Deens dressoir uit de jaren zestig. Warm teakhout. Slanke, taps toelopende poten. Subtiele grepen die je niet vastpakt, maar voorzichtig opent. Een meubel dat niet roept, maar zachtjes aanwezig is. Iets dat je ogen vangt zonder te schreeuwen.
Afgelopen zaterdag reden we eerst naar Amsterdam-Noord, maar daar slaagden we toch net niet. Toen door naar Zoeterwoude-Rijndijk, naar een specialist in meubels met een zichtbaar verleden. In een achteraf gelegen winkel, tussen andere meubels met een leven achter zich, stond het dressoir. Niet pontificaal. Gewoon rustig. Alsof het al jaren wachtte op ons.
We liepen eromheen. Keken naar de tekening in het hout. Openden een lade, nog één. Alles gleed soepel. Deurtjes sloten met een zachte klik. Alleen dat geluid al gaf vertrouwen. Hier was aandacht aan besteed. Hier was tijd in gestoken. Het voelde alsof het meubel ons iets vertelde.
En terwijl ik daar stond, besefte ik dat het niet alleen over opbergruimte ging. We worden rijper. Dat voel je niet alleen in je rug na een autorit. Het zit ook in je gedachten. In dat vertederende verlangen naar vroeger. Alsof je brein alvast oefent met selectief herinneren en alleen het mooie bewaart. De muziek warmer. De zomers langer. De meubels degelijker.
Zo’n jarenzestigdressoir past wonderwel bij dat gevoel. Misschien kopen we geen meubel, maar een stukje sfeer waarvan we denken dat die ooit vanzelfsprekend was. Een milde vorm van nostalgie, met een knipoog naar onszelf. Het is een klein eerbetoon aan vroeger, zonder dat het zwaar wordt.
We hoefden elkaar niet lang aan te kijken. Dit was hem. Een korte knik. Deal. Afspreken dat het volgende week wordt bezorgd. Sindsdien tellen we de dagen af.
Het oude kastje zal verdwijnen. Zonder drama. Het heeft zijn werk gedaan. Maar straks staat daar dat Deense dressoir. Warm tegen de muur. En wij, iets ouder en een tikje nostalgischer, denken tevreden: soms is het tijd voor iets nieuws.