Omkijken

Het was vorige week dinsdag, zo’n dag tussen kerst en Oud en Nieuw waarop de tijd zich sowieso anders gedraagt. Niet sneller, niet langzamer, maar anders. Ik keek om me heen, samen met man Edo en nichtje Nikki, in het Anne Frank Huis. Druk was het natuurlijk, maar niet opdringerig. Eerder ingetogen. Alsof iedereen wist dat hier niet werd gekeken, maar geluisterd.

Nichtje Nikki werkt daar, en dat maakt verschil. Niet omdat ze meer weet dan een audiotour, maar omdat ze het huis kent zoals je een werkplek kent: met routine én betrokkenheid. Ze gaf ons een mini-rondleiding, zonder dat het een officiële zaak werd. Geen feitenregen, geen jaartallen die om voorrang vroegen, maar aandacht voor details. De trap die kraakt. Een afvoerleiding die meer geluid maakt dan je verwacht. De plekken waar stilte geen leegte is, maar aanwezigheid.

We liepen samen: mijn man, Nikki en ik. Dat alleen al gaf het bezoek een andere toon. Het was geen publiek, maar iets gedeelds. Via een sluip- en kruiproute vanwege onderhoud stonden we in het keukentje van het Achterhuis. Dat kleine keukentje waar normaal geen bezoekers mogen komen. Een ruimte buiten de vaste route, zonder informatiebordjes, zonder audio-uitleg.

Het was een intens en intiem moment. Alsof je stiekem in andermans keuken staat te kijken. Niet nieuwsgierig op een ongepaste manier, maar voorzichtig, bijna verontschuldigend. Je kijkt naar het aanrecht, de kastjes, de ruimte waarin alledaags leven doorging terwijl de wereld daarbuiten ontspoorde. Een keuken is geen museumstuk. Het is een plek van wachten, van water koken, van stil zijn. Juist daarom kwam het zo binnen. De geschiedenis stond hier niet achter glas; je stond er middenin.

Daar, ergens tussen het keukentje en de bekende kamers, dacht ik aan de Museumkaart. Niet als digitaal pasje op je mobiel, maar als houding. Als een besluit om vaker terug te keren, om niet alles in één keer te willen zien. De kaart nodigt uit tot herhaling. Tot langzaam kijken. Tot het besef dat cultuur geen eenmalige ervaring is, maar iets waar je steeds opnieuw langsgaat.

Mijn interesses dwalen graag door musea waar geschiedenis, literatuur, muziek en theologie elkaar raken. Waar een oude bijbel net zo veel zegt als een schilderij. Waar een handgeschreven brief meer losmaakt dan een interactieve kinderinstallatie. Het zijn de plekken waar vragen belangrijker zijn dan antwoorden, en waar je niet hoeft te begrijpen om toch geraakt te worden.

De Museumkaart maakt dat mogelijk. Je loopt makkelijker even binnen. Je blijft kort of juist lang. En, zoals Nikki ons ook vertelde vanuit haar werk daar, zijn er in het Anne Frank Huis regelmatig nieuwe tentoonstellingen. Andere invalshoeken, andere stemmen, nieuwe manieren om hetzelfde verhaal te vertellen. Het huis blijft hetzelfde, maar het gesprek verandert.

Die ochtend, samen met familie, voelde dat gesprek even heel dichtbij. Niet groots, niet luid. Gewoon drie familieleden in een huis dat blijft spreken. Misschien is dat wel de waarde van zo’n kaart. Niet dat je overal naar binnen kunt, maar dat je soms precies daar bent waar je even moet zijn.

Nieuwjaarswens

Aan het einde van het jaar word ik altijd wat emotioneel van binnen, maar dit keer is het anders. Misschien komt het doordat ik onlangs weer eens in het Achterhuis stond. Je loopt daar niet simpelweg rond; je beweegt door een ruimte waar de tijd zich vastklampt aan elk kozijn, elke trede. Alsof elk hoekje nog iets bewaart dat niet uitgesproken wil worden.

Die avond thuis kon ik het maar moeilijk loslaten. Het was laat, het huis stil… en misschien komt het daardoor dat ik droomde wat ik droomde. Een droom die me zo helder voor de geest staat dat hij voelt als een herinnering.

In die droom zat ik aan een houten tafel die ik niet kende, maar die me toch vertrouwd voorkwam. Er lag een dagboek voor me, een exemplaar dat nooit heeft bestaan of gevonden is. En ik wist meteen: dit was niet van Anne. Dit was het dagboek van Margot Frank. Anne heeft al zo vaak en zo intens en terecht in de schijnwerpers gestaan dat we haast vergeten dat haar oudere zus er ook was. Net zo echt als Anne, net zo hoopvol en net zo bang. Een stem die zelden is gehoord, misschien omdat ze in het echte leven zoveel stiller was.

In mijn droom sloeg ik het dagboek open en begon een fragment voor te lezen, gewoon zachtjes, alsof ik bang was iemand wakker te maken.
“Het is de laatste dag van het jaar,” schreef Margot, “en vreemd genoeg voel ik geen opwinding. De muren zijn vandaag nauwer, alsof ze ons nog steviger vasthouden. We deelden een klein stukje brood met jam. Moeder had het bewaard. Het smaakte naar iets dat groter was dan voedsel, misschien naar hoop.”

Ik las verder:
“Ik probeer een wens te vinden voor het nieuwe jaar. Anne praat over vrede in de wereld en ik glimlach. Ik wil ook geloven dat ze gelijk heeft. Maar niet alleen vrede, vrijheid of veiligheid. Ik hoop dat we onze menselijkheid bewaren, dat we blijven geloven in elkaar. Dat er, hoe klein ook, een lichtpuntje blijft branden.”
Toen sloeg ik het dagboek dicht, alsof mijn droom vond dat het wel genoeg was.

Ik werd wakker met dat zinnetje in mijn hoofd: een lichtpuntje dat weigert te doven. En hoe ouder ik word, hoe meer ik denk dat dat misschien het geheim is van elk nieuw jaar. Niet de grote plannen, niet de harde voornemens. Maar het vasthouden van iets kleins en warms, iets dat zegt dat het morgen een beetje beter kan.

Zeker nu, in een tijd die soms harder klinkt dan goed voor ons is, voelt dat als een uitnodiging. Om zachter te zijn. Ruimhartiger. Draagzamer. Daarom sluit ik het jaar af met een eenvoudige wens: dat we in het nieuwe jaar meer draagzaamheid voor elkaar vinden, en dat ieder van ons een klein lichtpuntje mag bewaren of kan zijn dat weigert te doven.

Anne

Vandaag ben ik met een kennis en mede-blogger naar Amsterdam geweest. Het weer leende zich niet echt om van winkel naar winkel te lopen, dus besloten we naar het Anne Frank Huis aan de Prinsengracht te gaan. Het afgelopen halfjaar heb ik me verdiept in de geschiedenis van Anne Frank, en dit bezoek was voor mij een mooie manier om haar verhaal af te sluiten.

De tour door het huis begint in het magazijn op de begane grond. Daarna ga je via een steile trap naar boven, naar het kantoor van Victor Kugler. Vlak voordat je de trap opgaat, zie je links de echte, originele ingang van het huis. Vijfenzestig jaar geleden stapten de families Frank en Van Pels hier voor het laatst als vrije mensen naar binnen.

Van het eerste kantoor loop je door naar het voorkantoor van Miep Gies, Bep Voskuijl en Jo Kleiman. Hier wasten Anne en Margot Frank zich elke zaterdag tijdens hun onderduiking. Vanuit het voorkantoor ga je via een steile trap naar de opslagruimte, een etage hoger.

Vanuit de opslagruimte loop je naar de overloop, waar je uiteindelijk de bekende boekenkast ziet staan. Zodra je een stap in de schuilplaats achter de kast zet, krijg je meteen een beklemmend gevoel. Niet alleen omdat de ruimte erachter zo benauwd is, maar ook door de beladen geschiedenis die er voelbaar is.

In de kamer die Anne deelde met meneer Pfeffer wordt duidelijk hoe beperkt hun leefruimte werkelijk was. Het is bijna niet voor te stellen dat mensen zo lang met elkaar in zo’n kleine ruimte hebben moeten samenleven. Van Anne’s kamer loop je door naar de wasruimte en het toilet, om vervolgens via nog een steile trap in het bovenvertrek te komen.

In deze ruimte sliepen Hermann en Auguste Pels en leefden overdag de acht onderduikers. Hier aten ze, vierden ze verjaardagen, Sinterklaas en Chanoeka. Vanuit deze kamer loop je door naar de kleine kamer van Peter Pels. Een blik langs de trap naar boven geeft zicht op de zolder, waar Anne en Peter vele uren samen hebben doorgebracht.

Vanuit deze ruimte wordt de bezoeker naar de zolder van het voorhuis geleid, waar het verhaal van de onderduikers na hun arrestatie wordt verteld. Ook komt de bredere geschiedenis van de Jodenvervolging aan bod. Het bezoek aan het Achterhuis heeft bij mij een onuitwisbare indruk achtergelaten.