Crimineel

De eerste keer dat ik The Godfather zag, kon ik niet eens goed plaatsen wat ik keek. De wereld om me heen was nog klein, beperkt tot de straat en de school, en toch waren die films er al, als een achtergrondmuziek van iets wat altijd al heeft bestaan. Alsof de maffia er altijd al was, in een parallelle wereld waar ik nog geen toegang toe had, maar die stilletjes mijn verbeelding binnensloop. Het is een wereld van familie, macht en verraad, en een wereld waarin alles, maar dan ook alles, onder controle lijkt, zolang je de juiste mensen kent en de juiste stappen zet.

Thuis kijken we de eerste twee delen elk jaar wel een keer of twee. Minimaal. Altijd weer. De dialogen, de sfeer, diezelfde zware, intieme muziek. Soms kunnen we bepaalde zinnen per lettergreep meezeggen, alsof we onderdeel zijn van die wereld, alsof de films ons al die jaren geheim hebben toegesproken. Het tweede deel is mijn persoonlijke favoriet. De verhalen van Michael Corleone, de spanningen, de tragedie en de loyaliteit, alles samen maakt dat het tweede deel een eigen, onvervangbare magie heeft. Het derde deel? Nee. Daar trek ik de grens. Misschien omdat het probeert te verklaren wat niet te verklaren valt, of omdat de magie van de eerste twee delen onmogelijk te herhalen is.

Toen we elkaar leerden kennen, las Edo het boek van Mario Puzzo. Jaren later had hij het uit. Mijn man is geen groot boekenliefhebber, maar The Godfather leek hem genoeg te fascineren: de wereld van macht en verraad, de subtiele regels van eer en loyaliteit. Samen hebben we ons jarenlang laten meeslepen door deze wereld van corruptie en macht. Niet omdat we de maffia romantiseren, integendeel, maar omdat het laat zien hoe slecht en corrupt de mens kan zijn. Dat fascinatie en afschuw zo dicht bij elkaar liggen, maakt het interessant. Er zit iets onmenselijk menselijks in, iets wat ons toestaat te genieten van foute karakters. De donkere kant van ons krijgt even de kans om te genieten, zonder dat we de grenzen daadwerkelijk overschrijden.

Naast The Godfather kijken we eens in de zoveel tijd ook Good Fellas of Scarface, maar het blijft anders. Die films zijn groot, chaotisch, misschien realistischer op hun manier, maar de eerste twee delen van The Godfather zijn als een oude vriend, een jaarlijkse terugkerende herinnering. Ze vormen een constante in een wereld die snel verandert en herinneren ons eraan dat verhalen over macht, loyaliteit en verraad altijd relevant zijn, ongeacht het decennium.

Thuis, op de bank, met een wijntje of een gin tonic, kijken we samen naar die scènes die we kennen als onze eigen broekzak. Soms glimlachen we om een blik, soms slikken we bij een stilte. Het voelt intiem, vertrouwd, alsof de films een deel van ons geworden zijn. Alsof die wereld van macht en verraad altijd al een hoekje in ons huis had, wachtend tot wij hem weer zouden begroeten.

Horror

Laatst zag ik de film Weapons. Een vernieuwende horrorfilm: vermakelijk, maar niet echt eng. Mijn man keek de film zonder moeite mee. Dat is voor mij altijd een goede graadmeter; als hij blijft zitten, valt de horror meestal wel mee. Weapons probeert je angst aan te praten en slaagt daar deels in. Er zijn echter ook horrorfilms die je niet direct laten schrikken, maar je langzaam ongemakkelijk maken, alsof er iets in de kamer is veranderd zonder dat je precies kunt aanwijzen wat. Sinister (2012) behoort tot die laatste categorie. Het is geen film die je opzweept, maar een die je geestelijk tot stilstand brengt. Niet met geweld. Maar met een hardnekkig gevoel dat je iets ziet wat je eigenlijk niet had moeten zien. Het soort gevoel dat nog even blijft hangen als je de televisie uitzet, alsof je je omgeving opeens anders waarneemt.

Wat deze film voor mij vooral verontrustend maakt, is de manier waarop kinderen een centrale rol spelen. Niet als klassieke slachtoffers, zoals in Weapons, maar ook niet als expliciet demonische figuren die schreeuwen, tieren en vloeken, zoals we dat kennen uit The Exorcist. In Sinister is het subtieler, en juist daardoor des te ongemakkelijker. Kinderen horen onschuldig te zijn, of op zijn minst op een veilige manier ondoorgrondelijk. De film draait dat om. De blikken zijn onnatuurlijk leeg, de handelingen te doelgericht. Er zit een vorm van bewustzijn achter die niet past bij de leeftijd. Dat schuurt. Niet omdat het expliciet wordt gemaakt, maar juist omdat de film weigert het uit te leggen. Het is die combinatie van herkenning en vervreemding die je voortdurend op scherp zet, alsof je steeds een stap te ver in hun wereld kijkt.

De Super 8-filmpjes die een belangrijke rol spelen, vormen het morele en emotionele middelpunt van de film. Korrelige beelden, schijnbaar huiselijke taferelen, vastgelegd alsof het om herinneringen gaat. En juist daarin zit de kracht. Deze beelden voelen niet als fictie, maar als archiefmateriaal. Alsof je per ongeluk iets afspeelt dat niet voor jou bedoeld is. De afstand tussen kijker en gebeurtenis verdwijnt. Je kijkt niet naar een horrorfilm, je kijkt mee. En dat maakt het ongemak des te intensiever, omdat het idee dat het echte gebeurtenissen zouden kunnen zijn een constante sluier van dreiging meebrengt.

Die ervaring wordt versterkt door het geluid. Of eigenlijk door het ontbreken van traditionele muziek. In plaats daarvan is er een voortdurende aanwezigheid van vreemde, onheilspellende klanken. Geen melodieën die emoties sturen, maar geluiden die op de achtergrond blijven knagen. Industriële dreunen, vervormde tonen, iets wat lijkt op ademhaling, maar dan net niet menselijk. Het geluid begeleidt niet, het dringt zich op. Het zet zich vast onder je huid en blijft daar zitten, lang nadat de film is afgelopen.

Wat Sinister slim doet, is de kijker geen emotionele rust gunnen. Er is geen moment waarop je kunt zeggen: nu is het voorbij, nu begrijp ik het. De film weigert elke vorm van geruststelling. Zelfs wanneer het verhaal tot een einde komt, blijft het gevoel dat er niets is opgelost. Alsof het kwaad niet is verslagen, maar simpelweg van plek is veranderd.

Misschien is dat wel de kern van waarom Sinister bij mij zo blijft hangen. De film suggereert dat sommige vormen van kwaad niet spectaculair zijn, maar stil. Niet chaotisch, maar georganiseerd. En dat idee, gecombineerd met kinderstemmen, huiselijke omgevingen en een soundtrack die meer voelt dan klinkt, maakt Sinister niet zozeer angstaanjagend, maar diep verontrustend.

Het is geen film die je bang maakt om te kijken. Het is er een die je dwingt na te denken over wat je gezien hebt. En vooral over wat je liever niet had willen zien.