Maan

Wanneer ik tijdens mijn hardlooprondje de halve maan nog zichtbaar aan de hemel zie staan, denk ik aan de succesvolle terugkeer van Artemis II en kijk ik net iets anders omhoog.

Ik heb de laatste maanmissie online gevolgd. Thuis en onderweg, maar al snel zat ik er meer in dan ik had verwacht. Vooral toen de eerste scherpe foto’s binnenkwamen. Dat is toch iets anders dan vroeger. Alles is helder, bijna tastbaar. En toen die beelden van de achterkant van de maan verschenen, voelde ik het meteen: dat lichte, bijna kinderlijke enthousiasme. Alsof je even iets ziet wat eigenlijk niet voor jou bedoeld is.

Dat gevoel herken ik ergens van.
  Als peuter kreeg ik flarden mee van het Apollo-programma. Niet dat ik het begreep, maar het was er wel. De spanning in huis, de televisie die aanstond. Later hoorde ik pas over Apollo 11 en alles wat daarbij hoorde. Mensen die naar de maan gingen, dat was toen geen geschiedenis, maar iets wat gewoon gebeurde.

Misschien is dat waarom het me nu nog steeds raakt. Niet eens zozeer door de techniek of de prestatie, maar door het gevoel van nabijheid. Dat de maan even geen afstandelijk hemellichaam is, maar een plek waar mensen daadwerkelijk naartoe gaan en weer van terugkomen.

Het verschil met Apollo zit voor mij niet alleen in wat er gebeurt, maar in hoe ik het beleef. Toen was het iets wat groter was dan alles, nu past het ergens in mijn dag. Tussen werk en boodschappen door kijk ik live mee. En toch, juist door die beelden, die scherpte, dat zicht op de achterkant van de maan, komt het ineens weer dichtbij.

Vanochtend hing hij daar weer, die halve maan. Onaangedaan. Alsof er niets gebeurd is.
    Maar voor mij toch wel een beetje.