Onderzoek

Het was een kleurige enveloppe, persoonlijk aan mij gericht, die ondanks de vrolijke tinten een onmiskenbaar serieuze uitstraling had. Dat is meestal geen goed teken. Enveloppen willen vaak iets van je, zonder eerst te vragen of je daar wel zin in hebt. Deze ging over darmonderzoek. Omdat ik van een zekere leeftijd ben. Dat is een formulering die tegelijk vaag en onontkoombaar is. Je weet precies wat ermee bedoeld wordt, ook al wordt het nergens hardop gezegd.

Mijn eerste reactie was verzet. Praat geen poep, man, dacht ik. En precies daar ging het dus wél over. Poep. Ontlasting. Datgene wat je produceert en daarna zo snel mogelijk vergeet. Er zat een keurige uitleg bij, vriendelijk en duidelijk, over hoe en wat. Zonder sensatie, zonder schaamte. Ik zal hier niet in detail treden. Dat lijkt me verstandig.

Het was niet de eerste keer dat ik zo’n verzoek kreeg. Eerder schoof ik het terzijde. Geen tijd, geen zin, en vooral geen behoefte om mezelf onder ogen te komen. Ontkenning is een vaardigheid die je ongemerkt ontwikkelt. Zeker als je denkt dat ouder worden iets is wat anderen overkomt. Dit keer voelde het anders. Niet heroïsch, maar berustend. Ik besloot dat meedoen makkelijker was dan ontkennen.

De instructies waren overzichtelijk. Bijna geruststellend. Alsof iemand zei: je bent niet de eerste, je bent niet de laatste, en het komt waarschijnlijk gewoon goed. Het werd geen avontuur, geen verhaal voor bij de koffie. Het was een handeling. Iets wat je doet en daarna achter je laat. Je vergeet het niet meteen, maar het hoort erbij, als een stille routine.

Van de week kwam de uitslag. Alles in orde. Ik hoef me nergens druk over te maken. Dat leest prettig, zelfs als het onderwerp weinig poëtisch is. Over een paar jaar mag ik weer. Dan mag ik opnieuw met een stokje in de wc-pot draaien. Niet aantrekkelijk, zeker niet, maar een kleine moeite. Misschien is dat volwassen worden: niet dat je alles begrijpt, maar dat je sommige dingen gewoon doet. Omdat het verstandig is. Omdat het rust geeft.

Getal

Leeftijd is een getal. Het is een cliché-uitspraak, maar wanneer het getal boven de vijftig is gekomen, dan vind ik het toch meer dan alleen maar een cijfer. Natuurlijk voel ik me jong, maar ik bén echt wel ouder dan mijn eigen gedachten me doen geloven. Mijn lichaam houdt me de laatste tijd wat vaker een spiegel voor. Blessures komen sneller, en vooral ook; ze blijven langer. Een pijntje, een stijve knie, spierpijn die zich gedraagt alsof het recht heeft op een week vakantie, en dat terwijl ik alweer klaarsta voor een volgende ronde.

Ook merk ik dat ik sneller moe ben dan vroeger. Waar ik voorheen ’s avonds nog energie over had om van alles te doen, ben ik nu blij als ik gewoon even kan zitten met m’n benen omhoog. Is dat erg? Nee. Wel vind ik het confronterend.

Toch geef ik niet op. Ik blijf hardlopen. Want juist dat geeft me het gevoel dat ik nog steeds meedoe, dat ik leef, beweeg en volhoud. Rust roest is mijn levensmotto geworden. Als ik stil blijf staan, voel ik me pas echt oud.

Hardlopen is mijn uitlaatklep, mijn manier om de tijd te laten weten dat ik nog niet uitgerangeerd ben. En zolang mijn benen het blijven doen, al gaat dat piepend en krakend, blijf ik doorgaan. Want ouder worden mag dan onvermijdelijk zijn, opgeven vind ik dat allerminst.