Er zijn van die kleine momenten waarop de tijd ineens een rare lus maakt. Je staat ergens, doet iets alledaags, en plotseling sta je oog in oog met het verleden. Niet groots of dramatisch. Gewoon een papieren keukendoekje.
Dat gebeurde mij deze week op het werk. In de pantry. Ik pakte een velletje papier om mijn handen af te drogen en keek er even naar. Het was wit. Stralend wit zelfs. Het soort wit dat bijna licht lijkt te geven. Ik stond er een paar seconden naar te kijken alsof ik een archeologische vondst in handen had. Want wit keukenpapier, dat had ik in geen veertig jaar meer gezien. Tenminste, zo voelde het. In mijn herinnering verdwenen die ergens begin jaren tachtig. Rond de tijd dat we allemaal ineens leerden wat een ozonlaag was. Daar zat namelijk een gat in. Een serieus gat. En dat kwam door ons. Door spuitbussen, koelkasten, airco’s. Door iets met een afkorting die iedereen toen kende: CFK.
Dat was het moment waarop allerlei dingen ineens anders werden. De deodorant in de badkamer kreeg een nieuw etiket:“CFK-vrij”. Alsof dat een soort keurmerk was. Spuitbussen klonken ook anders, vond ik toen. Of misschien verbeeld ik me dat. Maar er was nog iets dat verdween: het witte papier. Keukenrollen, servetten, papieren handdoeken – alles werd opeens grijzig. Dat typische schuurpapierachtige spul. Het voelde ook anders. Harder. Minder luxueus. Alsof het papier je handen niet zozeer droogde als wel een lichte huidbehandeling gaf. Niemand klaagde daarover. We waren tenslotte de planeet aan het redden. Ik kan me nog herinneren dat iemand uitlegde dat papier vroeger wit werd gebleekt met chloor. Dat was efficiënt, maar niet bepaald vriendelijk voor het milieu. Dus werd het grijs. Ongebleekt. Milieubewust. Een beetje alsof het papier zelf ook schuldgevoel had. En zo bleef het. Decennia lang was grijs keukenpapier gewoon hoe keukenpapier eruitzag.
Tot deze week. Daar lag het dus. In de pantry. Een stapel spierwitte papieren handdoekjes in een dispenser. Ik trok er nog eentje uit om te controleren of ik me niet vergiste. Wit. Ik keek even om me heen, half verwachtend dat er ergens een bordje hing met uitleg. Iets als: “Nieuwe generatie duurzaam gebleekt papier”. En eigenlijk zou dat bordje best kunnen bestaan. Want tegenwoordig mag papier weer wit worden gemaakt, maar op een andere manier. Niet meer met chloor zoals vroeger, maar met zuurstofverbindingen zoals waterstofperoxide of ozon. Dat klinkt nog steeds een beetje als een middel waarmee je een zwembad schoonmaakt, maar het laat in ieder geval geen schadelijke chloorresten achter in het water of het milieu. Of gaten in de ozonlaag. Technisch gezien is dat dus een stuk schoner.
Maar toch voelde het een beetje vreemd. Alsof iemand streamingdiensten via cassettebandjes aanbiedt. Het kan allemaal prima, maar je had er gewoon niet meer op gerekend. Ik stond daar dus met dat velletje in mijn hand en dacht: kijk nou toch. Sommige dingen verdwijnen niet echt. Ze wachten gewoon tot de techniek een rondje heeft ingehaald. En dan liggen ze ineens weer in de pantry.