Kopstukken

Met het WK voetbal dat vorige week is begonnen zijn ook de spaaracties weer begonnen. Supermarkten delen van alles uit. Miniatuurspelers, bekers, plaatjes, sleutelhangers en waarschijnlijk binnenkort ook een officieel gelicenseerde sinaasappel met QR-code.
Het bracht me terug naar mijn eerste ervaring met voetbalgekte.

Ik was een jaar of acht, negen en in mijn herinnering kreeg ik ze bij de SRV-man. Gouden plastic hoofden van spelers van het Nederlands elftal. Niet de hele voetballer, alleen het hoofd. Die kon je vervolgens vastklikken op een oranje plastic tray. Waarom iemand dat bedacht had weet ik niet, maar het werkte. Ik, en klasgenootjes, en iedereen in de buurt, wilde ze hebben.

Jaren later ontdekte ik op internet dat die kopstukken waarschijnlijk niet door de SRV-man zelf werden uitgedeeld, maar dat ze bij bepaalde producten werden weggegeven. Dat kan best kloppen. Want waarschijnlijk kochten mijn ouders die producten niet alleen bij de SRV-man en heeft mijn geheugen daar vervolgens één verhaal van gemaakt.

Zo werkt nostalgie wel vaker. De feiten vervagen langzaam, maar de sfeer blijft verrassend scherp. Ik zie die wagen nog door de straat rijden. De klep open, het geluid van de motor, de altijd chagrijnige blik van de SRV-man en ergens daartussen die gouden hoofden van mijn voetbalhelden.

Ik moet erbij zeggen dat ik nooit een echte voetballiefhebber ben geweest, en dat ben ik nog steeds niet. Vraag me niet wie er in 1978 linksback stond of hoeveel interlands iemand speelde. Grote kans dat ik het antwoord schuldig moet blijven. Maar ik heb wel een oranje hart. Zodra een EK of WK begint, gebeurt er iets bijzonders. De straten kleuren oranje, vlaggetjes verschijnen uit het niets en zelfs mensen die normaal gesproken nog geen bal van een voetbal kunnen onderscheiden, hebben ineens een mening over de opstelling.

En ik spaarde mee.
Niet omdat ik zo geïnteresseerd was in de tactische kwaliteiten van Johan Cruijff of Johan Neeskens, maar omdat verzamelen onweerstaanbaar was. Er zat iets magisch in het bemachtigen van een nieuw exemplaar. De hoop dat juist die ene speler erbij zou zitten die je nog niet had. De lichte teleurstelling als je voor de derde keer dezelfde kreeg. Het was een systeem dat later door voetbalplaatjes, flippo’s en talloze andere spaaracties zou worden geperfectioneerd.

Misschien begon daar wel iets wat nooit meer helemaal is verdwenen.
Want als ik eerlijk ben, verzamel ik nog steeds. Boeken, platen, cd’s, foto’s, herinneringen, verhalen en ongetwijfeld nog wat spullen waarvan ik vergeten ben dat ik ze bezit. Volgens sommige mensen verzamel ik al jaren onzin.

Daar hebben ze misschien nog gelijk in ook.
Aan de andere kant: die gouden kopstukken waren natuurlijk óók onzin.
Prachtige onzin.

Over de uitslagen uit die tijd weet ik vrijwel niets meer. Wie er scoorde, welke wedstrijd gewonnen werd of hoe een toernooi precies verliep, is grotendeels verdwenen in de mist van de tijd. Maar die gouden hoofden op dat oranje plastic traytje staan nog verrassend helder in mijn geheugen gegrift.
Misschien omdat het nooit echt om voetbal ging.

Misschien ging het gewoon om die allereerste oranje tray van, toen nog, mini-Dray.

Voorzet

Seattle doet het. Een stad die alle kleuren combineert tot een vanzelfsprekendheid waar je bijna jaloers op wordt. Het duel Iran tegen Egypte op het komende WK wordt daar plots een Pride-wedstrijd. Dit omdat het Pride-weekend valt op 26 juni, en de stad zegt rustig: hier hoort iedereen erbij. Zo simpel kan het zijn.

Iran en Egypte zijn er niet van gediend. Ze protesteren. Dat hun onderlinge duel ineens in het teken staat van de lhbtqia-gemeenschap, dat kan echt niet. “Onredelijk,” zegt de Iraanse bondsvoorzitter Mehdi Taj, “en een specifieke groep wordt gesteund.” Je hoort het bijna als een klaagzang over iets wat hij liever negeert. En je denkt: hoe klein moet je eigen wereld zijn dat een regenboog zo’n storm kan veroorzaken?

In Iran is homoseksualiteit strafbaar, soms zelfs met de doodstraf. In Egypte is het niet expliciet verboden, maar er zijn wel wetten en gewoonten die lhbtqia-rechten onderdrukken. Een simpele wedstrijd, en toch voelt het voor hen als een bedreiging. Alsof het hele idee van zichtbaarheid een internationale provocatie is.

De stad Seattle reageert rustig. Een Pride Match is niet eens officieel van de FIFA. Het is een stadsinitiatief, zegt Hana Tadesse van het organisatiecomité. Een klein gebaar, maar een krachtig signaal: jullie horen erbij, of jullie het nu willen of niet. Een stad die zegt dat inclusiviteit net zo belangrijk is als de score op het bord.

Ik kan er niet anders dan licht geamuseerd om glimlachen. Als homoseksuele man voelt het bijna als een subtiele overwinning. Alsof Seattle zegt: wij nemen je serieus. Jullie zijn belangrijk genoeg om over te praten, belangrijk genoeg om te zien. Het is een voorzet, niet eens een doelpunt, maar het voelt als 1-0 voor rechtvaardigheid.

Seattle heeft bij mij nu al een punt gescoord. Het is een kleine overwinning van zichtbaar leven, en dat voelt goed.