Karpathos

Afgelopen maandagavond, iets later dan verstandig was, klikten we definitief op ‘Boeken’. Bestemming: Karpathos, Griekenland. Op dat moment voelde het alsof de vakantie eigenlijk al begonnen was. De koffers staan nog gewoon op zolder en het duurt nog weken voordat het vliegtuig opstijgt, maar in gedachten wandel ik al door Griekse straatjes en kijk ik uit over een azuurblauwe baai.

Voorpret is misschien wel de mooiste helft van een vakantie. Je ziet een foto van een verlaten strandje en denkt: daar lig ik straks met mijn handdoek. Je leest over een sfeervol bergdorpje en fantaseert al over een wandeling door smalle straatjes waar de tijd lijkt te hebben stilgestaan. Voor je het weet heb je tientallen tabbladen openstaan met strandjes, uitzichtpunten en gezellige tavernes waar volgens bezoekers de beste moussaka of de lekkerste gegrilde octopus wordt geserveerd.

Dat eten is natuurlijk niet onbelangrijk. Sterker nog, voor mij hoort goed eten gewoon bij vakantie. Geen haast, geen boterham achter je bureau, maar uitgebreid genieten. Een Griekse salade die nog echt naar tomaat smaakt. Versgebakken brood. Tzatziki waarbij je het schaaltje het liefst zou aflikken. Een glas wijn of een koud biertje erbij en de vakantie voelt compleet.

En dan die avonden. De zon is net achter de horizon verdwenen, de warmte hangt nog aangenaam in de lucht en je zoekt een terrasje uit. Mensen kijken. Een beetje praten. Misschien nog een ijsje halen. Je hebt nergens haast voor. Niemand kijkt op zijn horloge. Het enige dat telt is dat het gezellig is.

Ook thuis begint de voorbereiding langzaam vorm te krijgen. Welke boeken mogen mee? Dat blijft elk jaar weer een uitdaging. Je wilt voldoende keuze hebben, maar ook weer niet de halve bibliotheek meeslepen. Gelukkig past er tegenwoordig een hele bibliotheek op een e-reader. Daarnaast download ik alvast een paar films op de iPad. De kans is groot dat ik er helemaal niet naar kijk, maar het idee dat ze klaarstaan voor een luie middag of een lange vlucht geeft een merkwaardig gerust gevoel.

Misschien is dat wel het mooiste aan vakantie: de vrijheid om niets te hoeven doen. Geen wekker. Geen agenda. Geen lijstjes die afgewerkt moeten worden. Uitslapen als je daar zin in hebt. Of juist vroeg opstaan omdat de ochtendzon zo mooi is. Een stranddag inruilen voor een autoritje over het eiland. Of andersom. Alles mag, niets hoeft.

In het dagelijks leven zijn we vaak druk met plannen, afspraken en verplichtingen. Vakantie zet dat allemaal even op pauze. Je hoeft even nergens naartoe, behalve naar waar je zelf zin in hebt.

Karpathos ligt nog even voor ons. Maar in gedachten heb ik al een eerste duik genomen, een paar heerlijke maaltijden gegeten, een stapel boeken verslonden en uren op een terras gezeten terwijl de avond langzaam over het eiland viel.

En misschien is dát wel de echte luxe van een vakantie. Niet alleen de bestemming, maar vooral het heerlijke besef dat er straks een week is waarin helemaal niets moet. Alleen genieten.

Voorpret

Een paar dagen geleden hebben we een weekend naar Pisa geboekt. Niet zomaar een stad, niet zomaar een reis. Pisa, met z’n scheve toren, z’n pleinen, z’n gelato en z’n zonlicht dat eind maart al een beetje naar zomer ruikt. Edo en ik gaan, samen met twee familieleden, Diana en Marcel, die Italië niet alleen bewonderen, maar aanbidden. Toscane in het bijzonder. Ze kennen de streek volgens mij als hun broekzak, praten over cipressen alsof het oude vrienden zijn, en het zal me niet verbazen als ze blind een Chianti Classico herkennen aan alleen al de geur.

Het idee ontstond eind vorig jaar, bij een etentje in een Italiaans restaurant in Amstelveen. Zo’n warme Italiaanse plek met een ober die buonasera zegt omdat hij het meent, en waar een rode wijn altijd een vino eccellente is. We zaten daar, met volle glazen en volle magen, en nichtje Diana zei: “Zouden jullie het leuk vinden om volgend jaar maart mee naar Pisa te gaan?” Vaak blijven vragen als deze in de lucht hangen, zwevend tussen een espresso en de rekening. Maar deze keer niet. Deze keer hebben we woord bij daad gevoegd. Al duurde het nog maanden voordat de boeking er daadwerkelijk kwam.

We gaan wanneer de lente aanbreekt. Eind maart. De maand waarin alles begint te ruiken naar belofte. Ik reken een beetje op mooi weer. Niet te warm, niet te koud. Een jas over de schouder, een zonnebril op het hoofd. Wandelen door smalle straatjes, verdwalen zonder spijt. Pisa schijnt daar uitermate geschikt voor te zijn. Het is, voor zover ik heb kunnen nagaan, geen grote stad, eerder een compacte verzameling geschiedenis, waar je in een middag van de Arno naar de beroemde Piazza dei Miracoli kunt lopen. Dat plein alleen al: een kathedraal, een doopkapel, een begraafplaats en die ene toren die iedereen kent, maar die eigenlijk pas later beroemd werd omdat hij per ongeluk begon te verzakken.

Wat ik prettig vind, is dat Pisa meer is dan alleen die scheve toren. Ooit was het een machtige zeehandelstad, een rivaal van Genua en Venetië. Galileo Galilei werd er geboren, al zal hij dat zelf waarschijnlijk niet zo interessant hebben gevonden. Tegenwoordig is het ook een universiteitsstad, met studenten, boekwinkels en cafés waar je vermoedelijk beter zit dan in de schaduw van selfiesticks.

We gaan zeer milieu-onbewust met het vliegtuig, dat wel. Ik weet het. Maar de trein was duurder en ingewikkelder. Eerlijk gezegd hebben we daar niet eens serieus naar gekeken. Vliegen heeft iets van een sprong. Een snelle beslissing. Je stapt in en even later sta je ergens waar de koffie anders smaakt.

We gaan. Dat is het belangrijkste. We hebben geboekt. En dat is al een beetje reizen. Voorpret vind ik minstens zo belangrijk als de trip zelf. Want soms begint een reis niet bij aankomst, maar al bij het idee dat ergens, in Pisa, alles rustig op ons staat te wachten.

Corfu

Dinsdagavond, een uur of negen. Buiten hing de lucht loom boven de stad, alsof de zomer ergens anders was blijven steken. Binnen zat ik met een kop koffie die eigenlijk al koud was geworden. De dag had meer omgegooid dan ik in weken had meegemaakt. Want sinds die dinsdagochtend was de onzekerheid waar we al een tijdje in hadden gezeten, voorbij. Een deur die dichtsloeg, en tegelijk een raam dat openging.

En juist daarom gebeurde er iets geks. Alsof het leven zelf ons een duwtje gaf, belandden we diezelfde avond achter de laptop. “Zullen we?” zeiden we tegelijk. Niet aarzelend, maar met een zweem van stoutmoedigheid. En voor we het goed en wel beseften, klikten we ons een week naar Corfu toe. Nog nooit hebben we zo krap van tevoren een vakantie geboekt. Normaal zou ik er nachten over piekeren, lijstjes maken, reisgidsen openslaan. Maar nu niet. Het voelde alsof ik in een achtbaan stapte zonder de beugel nog vast te klikken. Rollercoaster-stijl, en dan in het kwadraat.

Toen de bevestigingsmail binnenkwam, keek ik ernaar alsof het een brief uit een andere wereld was. Daar stond het zwart op wit: we gingen. Alsof een eiland in de Ionische Zee zijn armen al voor ons opende. Terwijl de adrenaline nog natrilde, kwam er een kalmte over me. Want wat ons te wachten stond, is een week van luieren. Een stoel aan het zwembad, de zee die zonglinstert alsof ze speciaal voor ons haar mooiste jurk heeft aangetrokken, en dagen die niets van ons eisen behalve misschien de keuze tussen een Griekse salade of een tweede glas wijn.