Mopperen

Het is een van de laatste kermissen in Almere van het jaar. De kermisattracties staan in een rij tegenover elkaar op het Esplanade, een evenementenplein in het stadscentrum, en aan het Weerwater gelegen. Op deze locatie worden diverse evenementen georganiseerd. Zo ook de Almere City Run, waar ik op hetzelfde plein meer dan eens ben gestart en heb gefinisht. De kermisbezoekers hebben plezier in de botsautootjes en andere wild bewegende attracties. Ook voor de interne mens wordt gezorgd. Suikerspinnen en poffertjes zijn er te koop.

Bij de poffertjeskraam zit een oude man met een -in tegenstelling tot de andere vrolijke kermisbezoekers, chagrijnig gezicht. Ontevreden zit hij naar zijn leeg bordje dat op zijn buik rust, te kijken. Poedersuiker en een plasje vet dat langzaam van het papieren bordje druppelt verraden dat er een flink portie poffertjes op heeft gelegen. Naast hem zit een magere vrouw op haar rollator. Haar haar is dun en hangt onverzorgd in een paardenstaartje. Ze kijkt vermoeid met donkere wallen onder de ogen afwezig voor haar uit.
‘Nou, zo een portie poffertjes zijn tegenwoordig ook zo op.’
De vrouw op de rollator schrikt op en kijkt naar de oudere man.

‘Wat zei je?’ vraagt de vrouw. Met het hoofd schuin op haar linkerschouder kijkt ze de man aan.
‘Dat je tegenwoordig alleen maar kleine porties poffertjes krijgt voor dat geld. Jezus ben je doof ofzo?’
‘Nee,’ fluistert ze zacht en ze glimlacht. ‘Ik zat in gedachten elders.’
‘Ja, alsof je met die rollator zo elders ken wezen met je krakkemikkige poten.’
‘Nou,’ reageert ze, als een kind dat wordt gepest. ‘Jij loopt ook niet zo vlot meer.’
‘En da’s maar goed ook,’ de man verheft zijn stem. ‘Tegenwoordig moet je kunnen hardlopen als je wilt oversteken. En dan die stomme automobilisten die gebaren dat je kan gaan lopen, terwijl je geen voorrang hebt. Steek je over, word je bijna door een andere automobilist overhoop gereden.’

‘Ja, dat is waar.’ knikt de vrouw. Ze haalt een pakje shag uit haar jaszak en rolt er eentje.
‘Natuurlijk is het waar. Ik heb het toch niet tegen de kat zijn viool?’
‘Kalm aan maar.’ gebaart de vrouw. Ze steekt het gerolde shaggie in de brand en geeft deze aan de man.
De man pakt het aan en inhaleert de rook diep in. ‘Ik neem tegenwoordig gewoon de tijd als ik ga oversteken. Dan kunnen ze die zogenaamde beleefdheid in het donker steken, waar de zon niet schijnt.’
De vrouw moet lachen. Haar paardenstaart en schouders lachen schuddend mee.

Beiden staan op om weer verder te gaan. Tegenover restaurant Bobbie Beer lopen ze richting de Mediamarkt. Wanneer ze bij de Koetsierbaan willen oversteken rijden er net een paar auto’s voorbij. Ondanks wat de man eerder stellig voornam, om rustig te blijven wachten, staat hij nu toch met een grimas op het gezicht geërgerd te wachten. De vrouw achter de rollator inhaleert de rook van haar shaggie en blaast deze snel weer uit wanneer de man ineens oversteekt. De blauwe Nissan staat met piepende remmen stil. Met een ‘Rot op, aso!’ steekt de man over. De vrouw kijkt verontschuldigd naar de chauffeur van de Nissan en loopt gehaast achter haar metgezel aan.

Advertisements

Auteur: Dray

'Je wordt met de lach leuker.'

U mag reageren.

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s