Afvallen

Een week geleden lag ik nog in mijn blote kont op het strand van Corfu. De zon brandde enthousiast op mijn huid, de zee kabbelde zachtjes en ik dacht dat geluk misschien niet meer was dan een koud biertje binnen handbereik. De afgelopen weken gleden voorbij met heerlijke broodjes, ijskoffies en wijntjes, en ik schonk mezelf de vrijheid van gulzigheid.

Maar vandaag sprak de weegschaal een ander verhaal. Hij keek me aan met een onverbiddelijk cijfer: 92,2 kilo. Een getal dat klonk als een kleine terechtwijzing. Alsof het zei: je hebt je vermaakt, maar nu is het genoeg.

Het is september, de vakantie is voorbij, en dus ook het excuus. Tijd om de gulzigheid weer te verruilen voor discipline. Ik heb besloten minder calorierijk te eten: hoe saai dat woord ook klinkt, en mijn hardloopschoenen weer trouw aan te trekken. Dan ga ik de straat op, het juiste ritme zoeken, tussen hijgen en hopen dat de buren niet meewarig kijken.

Mijn doel is helder: 84 kilo. Dat betekent dat er 8,2 kilo moet verdwijnen. Dat is geen kattenpis. Maar ik stel me voor hoe ik in november, wanneer de bladeren nat en donker op de stoep plakken, mijn eigen zomerlichaam terugvind. Een vreemd plan misschien: in de herfst het zomerse lijf achterna jagen. Toch geeft dat iets troostrijks.

Achter de cijfers van mijn kille weegschaal schuilt een eenvoudig verlangen. Niet naar ijdelheid of pronkzucht, maar naar lichtheid. Naar het gevoel dat je jezelf wat makkelijker door de dag draagt. Ik weet nu al dat ik onderweg zal mopperen, soms vloeken, maar toch telkens de discipline hervind. Ik weet dat ergens onder die 92,2 kilo een man van 84 kilo zit te wachten.

U mag reageren.