Baantjes

Sinds afgelopen dinsdagavond trek ik baantjes in het zwembad van Almere. Realistische baantjes, zo weet ik inmiddels. Van muur naar muur, 25 meter heen en vervolgens dezelfde afstand weer terug. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar voor iemand met een lichte vorm van afstandsdyslexie blijkt het toch behoorlijk verrassend.

De inspiratie om te gaan zwemmen deed ik op tijdens onze vakantie op Karpathos. Bij het hotel lag een zwembad waarin ik vrijwel dagelijks mijn baantjes trok. Lekker in de ochtendzon, met uitzicht op de bergen en af en toe een Griekse wesp als belangstellende badmeester. Ik hield keurig bij hoeveel keer ik heen en weer zwom en ging er daarbij vanuit dat één lengte ongeveer 25 meter was. Het zag er tenslotte best indrukwekkend uit wanneer ik aan de ene kant stond en naar de andere kant keek.

Meten is weten, maar gokken maakt het kennelijk een stuk aangenamer.

Afgelopen dinsdagavond liep ik in Almere het zwembad binnen. Het bad daar is officieel 25 meter lang. Ik keek naar de overkant en dacht meteen: dit kan nooit de bedoeling zijn. Die muur stond ongeveer in een andere postcode. Vergeleken met dit bad was het zwembad op Karpathos niet veel meer dan een uit de kluiten gewassen ligbad.

Mijn vermeende Griekse baantjes van 25 meter blijken achteraf net aan tien meter lang te zijn geweest. Als het al niet minder was. Ik heb daar dus niet dagelijks indrukwekkende afstanden gezwommen, maar vooral heel vaak gekeerd. Mijn zwemconditie bleek voor een deel te bestaan uit bochtenwerk.

Toch heeft het zwemmen op Karpathos iets in gang gezet. Ik merkte dat ik het fijn vond om in beweging te zijn en dat zwemmen weer heel andere spieren aanspreekt dan hardlopen, fietsen of krachttraining. Daarom heb ik besloten ermee door te gaan. Niet meer in de zon van Karpathos, maar in een overdekt bad in Almere, tussen mensen die wél lijken te weten hoe lang 25 meter is.

Ik ga niet zwemmen omdat ik wil afvallen. Mijn belangrijkste doel is fitter worden. Een betere conditie, wat meer kracht en misschien uiteindelijk een iets strakker lichaam. Niet dat ik ineens het lichaam van een veertigjarige verwacht. Veertig ben ik tenslotte al een hele tijd niet meer. Bovendien hoeft mijn lichaam niet jonger te worden; als het maar wat steviger in zijn vel komt te zitten.

Voorlopig wil ik gewoon voldoende echte meters maken. Geen Karpathische fantasieafstanden meer, maar banen waarvan de lengte officieel is vastgesteld en waarover geen discussie mogelijk is. Dat betekent doorzwemmen, rustig opbouwen en accepteren dat de overkant soms verder weg ligt dan ik zou willen.

En zolang ik het leuk vind, blijf ik gaan. Mocht ik er ook nog een strakker lichaam aan overhouden, dan beschouw ik dat als een aangename bijvangst. Of, om in zwembadtermen te blijven: als een extra baantje.

Afvallen

Een week geleden lag ik nog in mijn blote kont op het strand van Corfu. De zon brandde enthousiast op mijn huid, de zee kabbelde zachtjes en ik dacht dat geluk misschien niet meer was dan een koud biertje binnen handbereik. De afgelopen weken gleden voorbij met heerlijke broodjes, ijskoffies en wijntjes, en ik schonk mezelf de vrijheid van gulzigheid.

Maar vandaag sprak de weegschaal een ander verhaal. Hij keek me aan met een onverbiddelijk cijfer: 92,2 kilo. Een getal dat klonk als een kleine terechtwijzing. Alsof het zei: je hebt je vermaakt, maar nu is het genoeg.

Het is september, de vakantie is voorbij, en dus ook het excuus. Tijd om de gulzigheid weer te verruilen voor discipline. Ik heb besloten minder calorierijk te eten: hoe saai dat woord ook klinkt, en mijn hardloopschoenen weer trouw aan te trekken. Dan ga ik de straat op, het juiste ritme zoeken, tussen hijgen en hopen dat de buren niet meewarig kijken.

Mijn doel is helder: 84 kilo. Dat betekent dat er 8,2 kilo moet verdwijnen. Dat is geen kattenpis. Maar ik stel me voor hoe ik in november, wanneer de bladeren nat en donker op de stoep plakken, mijn eigen zomerlichaam terugvind. Een vreemd plan misschien: in de herfst het zomerse lijf achterna jagen. Toch geeft dat iets troostrijks.

Achter de cijfers van mijn kille weegschaal schuilt een eenvoudig verlangen. Niet naar ijdelheid of pronkzucht, maar naar lichtheid. Naar het gevoel dat je jezelf wat makkelijker door de dag draagt. Ik weet nu al dat ik onderweg zal mopperen, soms vloeken, maar toch telkens de discipline hervind. Ik weet dat ergens onder die 92,2 kilo een man van 84 kilo zit te wachten.