Molshoop

Het is al ruim vijfentwintig jaar geleden dat ik voor het eerst Wie is de Mol? keek. De eerste jaren zat ik op het puntje van de bank, notitieblok op schoot, en schreef ik iedere afwijking op: een aarzelende blik, een vreemd lachje, een onverwachte beweging. Theorieën vloeiden eruit, soms volstrekt absurd, soms wonderlijk goed kloppend. Het was een spelletje met mezelf, een stille wedloop tussen logica en toeval, waarbij elke kleinste misstap van een deelnemer een mogelijke aanwijzing was.

Tegenwoordig kijk ik nog steeds, maar niet meer zo fanatiek. Afleveringen terugkijken? Soms. Meerdere keren per week? Dat stadium heb ik allang achter me gelaten. Kijken is een ritueel geworden. Een bekende stem, een vertrouwd gezicht (Rik, zoals altijd), een klein stukje spanning dat toch nooit helemaal terugkeert. Ik neem genoegen met een glimlach als iemand stuntelt bij een opdracht, of als een hint zo voor de hand ligt dat je hem bijna mist.

Dit jubileumseizoen met oud-deelnemers zal ik volgen, vanzelfsprekend. Het is leuk om oude bekenden terug te zien, al weet ik dat de echte verrassing zeldzaam is geworden. En dan vernam ik dat Richard Groenedijk -zucht- waarschijnlijk ook meedoet. Van mij mag hij in de eerste aflevering afvallen, maar ja, met mijn geluk zal hij waarschijnlijk de Mol zijn. De ironie, zoals altijd!

Dat is iets wat bij dit programma hoort: alles is mogelijk. Iedere theorie slaat ergens op, en tegelijk ook niet. Je kunt uren filosoferen over een schuine blik of een vreemde draai aan een opdracht, en het blijft gissen, altijd een stap verwijderd van zekerheid. Dat maakt het fascinerend én absurd tegelijk.

Toch kijk ik. Met een halve theorie, een half oog op het scherm, en een glimlach bij het zien van een bekend gezicht of een kleine stunteligheid. Het ritueel is gebleven, al is de sensatie wat vervaagd. Zo gaat dat met televisie, zo gaat dat met gewoontes, en zo gaat dat met Wie is de Mol?.

Een gedachte over “Molshoop

U mag reageren.