Crocs

Ik ben blij dat ik nooit het dramatische in me heb gehad met uitspraken als: wanneer je me ooit in Crocs ziet lopen, schiet me dan maar neer, en begraaf me áchter het kerkhof, want ik heb vorige maand Crocs voor mezelf besteld. Niet die foeilelijke gatenkaasklompjes waarmee je vroeger vooral campingdouches en ziekenhuisgangen associeerde, maar een nettere uitvoering. Strakker. Minder gaten. Minder schaamte, dacht ik. Maar toch, het zíjn Crocs. En dat doet iets met je ego.
Laat ik eerlijk zijn: ik had niet alleen geen affectie met die schoenen, ik had een lichte, stille afkeer van de mensen die ze droegen. Van die types die zonder ironie door de supermarkt klosten, klos klos klos, alsof esthetiek een luxeprobleem was waar zij zich principieel van hadden losgezegd. Mensen die eruitzagen alsof ze comfort boven alles verkozen, inclusief het zelfrespect. Ik keek, oordeelde, en liep verder. Op normale schoenen. Met veters. Zoals het hoort.

De aanleiding was even banaal als onontkoombaar. Ik ontving een e-mail van Zalando Lounge, waarin altijd scherpe aanbiedingen worden medegedeeld, en daar stonden ze ineens. Dat ene paar waar ik al eerder een oogje op had laten vallen, nu plots een stuk goedkoper. Alsof het universum zei: nu of nooit, het jaar is net begonnen, wees eerlijk tegen jezelf. Ik klikte, keek nog één keer weg, en klikte toen toch weer terug. Dat laatste klikje voelde als verraad. Niet aan de mode, maar aan mijn jongere zelf.
Ik geef mezelf de schuld. In mijn hoofd ben ik nog steeds de man van vierendertig die alles kan, alles leuk vindt en nooit concessies doet. Mijn lichaam, en vooral mijn voeten, hanteren echter een veel realistischer agenda. Aftakelen. Ze protesteren niet luid, maar consequent. Crocs zijn hun stille overwinning.

Crocs dus. Oorspronkelijk bedacht in 2002 door een bedrijfje in Colorado, bedoeld voor vissers en tandartsen. Licht, comfortabel, ademend, waterbestendig. Een uitvinding zo banaal dat het bijna poëtisch wordt. Wie had gedacht dat dit stuk schuimachtig plastic, met zijn marshmallowachtige glans en praktische lelijkheid, zou uitgroeien tot een mode-icoon van het anti-modevolk. De schoenen riepen niet: kijk mij eens mooi zijn, ze riepen: kijk mij eens comfortabel zijn. En blijkbaar is dat, na een bepaalde leeftijd, genoeg.
Nu loop ik hier, op mijn nettere uitvoering, bijna statig, en ik moet toegeven: ze zitten echt niet verkeerd. Warm, zacht, licht. En dat klos klos klos van elke stap, ooit het geluid van mijn minachting, is nu een hypnotiserend ritme geworden. Het zegt: dit is geen statement, dit is praktisch. Mijn voeten zijn tevreden, mijn hoofd blijft kritisch, en toch ben ik nog niet helemaal om. Ze blijven plastic, en dat bevordert stinkvoeten.

Het ironische is dat ik dacht dat ik mezelf nooit zou betrappen op iets zo ordinairs, en hier ben ik, een volwassen man, oprecht tevreden met een plastic schoen die eruitziet alsof hij op een bouwplaats thuishoort. En toch voel ik geen schaamte. Alleen erkenning. Voor mijn voeten, voor mijn oude lijf, en een beetje voor de man die ik dacht te zijn.
Misschien is dat de les. De ernst van volwassenheid. Dat je jezelf kunt betrappen op plastic geluk en dat dat prima is. Dat je geest je jong houdt, terwijl je voeten je een lesje in nederigheid geven. En dat, lezers van mijn weblog, is misschien wel het enige dat echt telt.

U mag reageren.