Familieweekend

Vanmiddag reden we weer naar huis na een weekend dat zich het beste laat samenvatten als warm, vol en oprecht. Zo’n weekend dat je niet organiseert om iets spectaculairs te doen, maar om simpelweg samen te zijn. En juist daarom slaagt het.

We doen dit nu een paar jaar, met de familie een paar dagen weg. Even uit de dagelijkse routine, weg van agenda’s die bepalen wat er moet gebeuren. Er wordt gelachen, gegeten, gewandeld, herinneringen opgehaald en soms ook een beetje gezwegen zonder dat het ongemakkelijk wordt. Iedereen vindt daarin zijn plek, alsof het vanzelf gaat.

Halverwege de terugreis, terwijl het landschap langs de autoruit schoof en het gesprek even stilviel, kwam die andere laag naar boven. De gedachte aan degenen die er niet meer zijn. Het is zo’n moment dat zich niet aankondigt, maar er ineens gewoon is.

Ik dacht aan hen die ooit net zo vanzelfsprekend deel uitmaakten van de familie als wij nu. Mensen die dit soort weekenden nooit hebben meegemaakt, omdat we hier pas de laatste jaren mee zijn begonnen. Dat besef heeft iets dubbels. We zijn dichter bij elkaar gekomen, juist in een periode waarin we ook mensen hebben moeten loslaten.

En toen kwam die stille, bijna ongrijpbare gedachte op: stel dat ze ergens nog meekijken. Niet groots of allesoverziend, maar gewoon aanwezig, op hun manier. Bewust van wat zich hier afspeelt. Zouden ze dan even bij ons zijn gebleven dit weekend? Zouden ze gedacht hebben dat het mooi is, dat we dit doen samen?

Het is geen gedachte die om bewijs vraagt, eerder één die iets zachts toevoegt aan het moment. Want als er zoiets bestaat als een hiernamaals waarin bewustzijn voortleeft, dan voelt het bijna vanzelfsprekend dat verbondenheid daar ook een plaats heeft. Dat herinneringen niet verdwijnen, maar misschien juist helderder worden. En dat wanneer wij hier samen aan tafel zitten, er ergens iets meeklinkt van wie er ooit ook zat.

Misschien is dat wel wat we doen zonder het hardop te zeggen. We nemen hen mee. In kleine gewoontes die ooit door hen zijn ontstaan, in een grap die blijft terugkomen, in een blik of een gebaar dat ineens vertrouwd voelt zonder dat je precies weet waarom.

Herinneringen zijn geen afgesloten hoofdstukken, ze bewegen met ons mee. Terwijl wij nieuwe momenten maken, groeit er iets door dat al veel eerder is begonnen. Dit weekend was daar weer een voorbeeld van. We bouwden verder, maar niet los van wat er was.

Misschien zit de kracht juist daarin. Dat we kunnen lachen met het besef van gemis, dat we kunnen genieten terwijl we weten dat niet iedereen er fysiek bij kan zijn. En dat we toch voelen dat ze niet helemaal afwezig zijn.

Toen we thuis aankwamen en de auto stilviel, bleef dat gevoel nog even hangen. Niet zwaar of verdrietig, maar als een stille verdieping van alles wat het weekend al was. We creëren herinneringen, maar nooit los van wat eraan voorafging. Misschien is dat wel de mooiste vorm van samenzijn, dat het groter is dan alleen het moment zelf.

U mag reageren.