Kiezen

Vorige week woensdag brak er tijdens een lunchwandeling een stukje van een tand af. Geen complete kies die met een sierlijke boog uit mijn mond verdween, maar wel genoeg om direct te merken dat er iets niet meer klopte. Het bijzondere van een afgebroken tand is dat je tong ineens een obsessie ontwikkelt. Wat er ook gebeurt, hij blijft teruggaan naar precies die plek.

Omdat ik tegenwoordig ben ingeschreven bij een kleine tandartspraktijk, kon ik niet meteen terecht. Dat is het nadeel van kleinschaligheid. Het voordeel is dat je geen nummer bent en dat de praktijk bovendien lekker dichtbij zit. Geen ingewikkelde reis, geen parkeerstress en geen zoektocht naar een plekje ergens in een auto-onvriendelijk Amsterdam-Zuid. Toch betekende het wel dat ik een paar dagen moest wachten tot maandagochtend.

Dat wachten viel op zich mee. Nou ja, grotendeels dan.
Mijn tong bleef maar op onderzoek uitgaan. De scherpe rand kreeg meer aandacht dan een toeristische attractie. Na een paar dagen begon de binnenkant van mijn mond er behoorlijk onder te lijden; alles voelde schraal en rauw. Af en toe had ik het idee dat ik het gebit van een witte haai had gekregen. Niet omdat ik op zoek was naar gespierde Grieken in de Middellandse Zee, maar omdat iedere beweging van mijn tong weer langs die afgebroken rand schuurde. Tegen maandagochtend was ik bijna blij dat de tandarts eindelijk naar mijn mond mocht kijken.

Eenmaal in de stoel viel alles ontzettend mee. In de dagen ervoor had ik ongemerkt allerlei scenario’s bedacht: dat er flink geboord moest worden, de schade groter was dan gedacht, of dat ik zou horen dat er van alles vervangen moest worden. Maar de werkelijkheid bleek een stuk vriendelijker.

De tandarts keek, voelde, legde uit wat er ging gebeuren en stelde vervolgens een vraag: “Verdoving?”
Vroeger zou ik waarschijnlijk hebben gezegd dat het niet nodig was. Dat hoorde toen een beetje bij het beeld dat ik van mezelf had: stoer doen, alsof een tandartsbehandeling een wedstrijd was die je moest winnen.
Die tijd ligt gelukkig achter me.
Dus zei ik gewoon: “Ja, graag.”

En eerlijk gezegd was dat een prima beslissing. De behandeling verliep rustig, zonder pijn en zonder heldhaftige verhalen voor later. Soms is comfort gewoon verstandiger dan stoerheid.

Toch had ik achteraf een klein beetje spijt van die verdoving. Niet tijdens de behandeling, maar erna. De tand was keurig gerepareerd, maar mijn gezicht leek besloten te hebben om nog een paar uur vrij te nemen. Praten voelde vreemd, drinken voelde vreemd en zelfs glimlachen voelde alsof iemand de besturing tijdelijk had overgenomen.

Een paar uur liep ik rond met een half verdoofd gezicht dat zich gedroeg alsof het nog niet helemaal wakker was geworden. Maar ook dat ging voorbij.

Aan het einde van de middag voelde alles weer normaal. De tand was gerepareerd, de verdoving uitgewerkt en het leven ging verder alsof er niets was gebeurd. Behalve dan dat ik weer eens werd herinnerd aan een simpele waarheid: ouder worden betekent soms gewoon dat je verstandig genoeg bent geworden om voor verdoving te kiezen.

U mag reageren.