Sommige woorden verdwijnen zo langzaam uit onze taal dat je pas merkt dat ze weg zijn als je ze jaren later ineens weer hoort. Schorriemorrie is er zo één.
Als kind hoorde ik het regelmatig. Er hoefde maar een groepje jongens iets uit te halen of er riep iemand: “Dat schorriemorrie ook!” Gek genoeg vond ik dat helemaal geen naar woord. Integendeel. Ik zag meteen een stel stripfiguren voor me. Een paar ondeugende schavuiten met een veel te grote pet, een katapult in hun achterzak en een gezicht waarop je de volgende streek al kon aflezen. Geen zware criminelen, maar boefjes die een bal door een ruit schoten, een appel uit een boom pikten of belletje trokken om vervolgens gillend van het lachen weg te rennen.
De werkelijkheid achter het woord was minder lieflijk. Schorriemorrie betekent zoiets als tuig, gespuis of uitschot. Taalkundigen vermoeden dat het via het Bargoens, de taal van marskramers, zwervers en dieven, in het Nederlands terecht is gekomen. Het is familie van woorden als schorem en rapalje.
Toch zit er iets wonderlijks in de klank. Zeg het maar eens hardop: schor-ri-mor-rie. Het danst bijna je mond uit. Alsof het eerder de naam van een ondeugend kaboutertje is dan van een groep straatschoffies. Sommige woorden klinken vriendelijker dan ze eigenlijk bedoeld zijn.
Misschien komt dat omdat vroeger wel meer woorden een glimlach opriepen, zelfs als ze niet als compliment bedoeld waren. Een deugniet was een schavuit. Een opschepper een blaaskaak. Een onhandig figuur een kwibus. Een vreemd type een zonderling. Een druktemaker een belhamel. En wie zich echt onmogelijk gedroeg, was een vlegel of een schoffie.
Ook de uitdrukkingen van toen hoor je steeds minder. Dat is andere koek. Maak dat de kat wijs. Daar lusten de honden geen brood van. Hij heeft ze niet alle vijf. Ze maken plaats voor woorden als cringe, random, slay, toxic en AI. Taal verhuist nu eenmaal met elke generatie mee.
Toch vind ik het jammer als zulke oude woorden helemaal verdwijnen. Ze hebben kleur. Ze vertellen iets over de tijd waarin ze ontstonden. En ze klinken vaak veel vriendelijker dan de woorden die we er tegenwoordig voor gebruiken. Schorriemorrie klinkt bijna vertederend. Zeg tegenwoordig eens “aso”, “hufter” of “tokkie”. Dat voelt meteen een stuk harder.
Misschien denken mensen over vijftig jaar precies hetzelfde over onze taal. Dan bladeren ze door oude berichten en vragen ze zich af wat een influencer eigenlijk was. Of waarom iedereen elkaar ineens cringe noemde. Misschien klinkt appen dan net zo ouderwets als een grammofoonplaat. En wie weet ligt er ergens een opa uit te leggen dat je vroeger nog “even een appje stuurde”, terwijl zijn kleinkind hem glazig aankijkt.
Woorden komen en woorden gaan. Dat is altijd zo geweest.
Maar eerlijk gezegd hoop ik dat schorriemorrie nog een poosje blijft rondzwerven. Al is het maar omdat ik er nog steeds geen gevaarlijke boeven in zie, maar een stel vrolijke stripfiguren die iets hebben uitgespookt en met een onschuldige grijns uit beeld rennen.