Hierna

Het hiernamaals. Alleen het woord al. Alsof er na dit leven nog een locatie bestaat waar we allemaal naartoe moeten. Een soort eeuwige eindbestemming, maar dan zonder dat iemand ooit een ansichtkaart terugstuurt. Ik geloof er niet in.

Volgens mij is dood zijn ongeveer hetzelfde als nog niet geboren zijn. Ik heb persoonlijk geen vervelende herinneringen aan 1847. Ook het jaar 1623 is zonder noemenswaardige problemen aan mij voorbijgegaan. Ik lag niet ergens in het donker te wachten tot het eindelijk 1966 werd. Ik bestond gewoon niet. En vermoedelijk wordt dat na mijn dood opnieuw de situatie. Niet eens zwart of leeg, want om zwart of leeg te ervaren moet er iemand zijn die dat constateert.

Als kind vond ik de hemel al een merkwaardig concept. Er waren immers al duizenden, nee miljoenen mensen overleden voordat ik überhaupt ten tonele verscheen. Waar waren die allemaal gebleven? Als ze daadwerkelijk allemaal in de hemel zaten, moest het daar inmiddels behoorlijk druk zijn. Over overbevolking gesproken. En kwamen daar voortdurend nieuwe afdelingen bij? Hemel-Noord? Hemel-Buiten? Nieuwbouwproject Eeuwige Velden, fase 14? Ook vroeg ik me af hoe dat praktisch ging. Welke leeftijd had je daar? Bleef je de leeftijd waarop je overleed? Dat zou behoorlijk oneerlijk zijn wanneer de één eeuwig 24 bleef en een ander tot in de eeuwigheid met zijn leesbril naar de engelen moest zoeken.

Later hoorde ik over reïncarnatie. Dat klonk eigenlijk een stuk aantrekkelijker. Gewoon opnieuw beginnen. Nieuwe ouders, nieuw lijf, nieuwe kansen en waarschijnlijk opnieuw jarenlang ontdekken dat je eigenlijk geen idee hebt waar je mee bezig bent. Alleen vond ik het nogal jammer dat je niets van je vorige levens meekrijgt. Dat is toch een gemiste kans. Stel dat ik al zeven keer eerder heb geleefd, maar daar werkelijk helemaal niets meer van weet. Wat heb ik er dan aan? Misschien was ik ooit een Romeinse bakker, een middeleeuwse dorpsgek of een buitengewoon aantrekkelijke Egyptenaar die uitsluitend in linnen rondliep. Dan wil ik dat weten ook. Anders voelt reïncarnatie toch een beetje als een spaarkaart waarvan bij iedere nieuwe winkel je stempels worden gewist.

En zo heeft de mens door de eeuwen heen allerlei oplossingen bedacht voor het grote niets dat mogelijk op ons wacht. Hemel, hel, wedergeboorte, geesten, zielen, energieën en complete werelden waar overleden familieleden kennelijk gezellig op ons zitten te wachten. Sommige mensen geloven daarin. Anderen weten het zelfs zeker. Dat laatste vind ik bijzonder, want voor zover ik weet heeft niemand het hiernamaals ooit uitvoerig getest en daarna een recensie achtergelaten.

Ik geloof dus nergens in. Wanneer het licht uitgaat, gaat het volgens mij gewoon uit. Geen aftiteling, geen vervolgaflevering en geen tweede seizoen. Toch zit er ergens een klein voorbehoud. Want geloven dat er niets is, betekent niet automatisch dat ik hoop dat er niets is. Misschien zou ik het zelfs wel aardig vinden wanneer ik er volledig naast blijk te zitten. Dat ik na mijn laatste adem mijn ogen weer open en denk: verrek, tóch.

En als er dan inderdaad een hemel blijkt te bestaan, neem ik die overbevolking wel voor lief. Lekker hemelen tot in het oneindige.

Oldebroek

De gemeente Oldebroek heeft besloten om geen regenboogvlag meer te hijsen bij het gemeentehuis. Volgens de nieuwe coalitie is dat niet nodig, omdat iedereen al vertegenwoordigd wordt door de Nederlandse vlag en de gemeentevlag. Aanstaand wethouder Tom de Nooijer noemde de regenboogvlag zelfs “onchristelijk” en plaatste haar in het rijtje van “cultuurmarxisme” en “woke”.

Ik moet eerlijk zeggen: daar heb ik moeite mee.

Laat ik vooropstellen dat ik geen enkel probleem heb met mensen die hun geloof uitdragen. Sterker nog, dat recht moet iedereen hebben. Geloof is iets persoonlijks en mag ook zichtbaar zijn. Maar zodra religieuze overtuigingen worden gebruikt om een andere groep mensen minder zichtbaar te maken, gaat er wat mij betreft iets fundamenteel mis. Dan wordt geloof geen bron van verbinding meer, maar een middel om anderen op afstand te zetten.

Wat me bovendien opvalt, is hoe selectief de Bijbel soms wordt gelezen. Er staan talloze passages in over naastenliefde, vergeving, barmhartigheid en zorg voor elkaar. Opmerkelijk genoeg hoor ik die veel minder vaak terug wanneer het over de LHBTI+-gemeenschap gaat. Dan lijken juist die paar teksten die afwijzing lijken te ondersteunen ineens alle aandacht te krijgen. Dat zegt naar mijn idee meer over de lezer dan over het boek zelf.

En dan dat argument dat iedereen al onder de Nederlandse en de Oldebroeker vlag valt. Dat klinkt sympathiek, maar ik geloof er helemaal niets van.

Als dat werkelijk de gedachte is, waarom bestaan er dan nog protestantse, katholieke, evangelische en apostolische kerken? Waarom moskeeën, synagogen en tempels? Iedereen valt toch onder dezelfde gemeente? Dan zou één kerkgebouw voldoende moeten zijn. Natuurlijk slaat dat nergens op.

Juist omdat mensen verschillend zijn, bestaan er verschillende tradities, gebouwen en symbolen waarin zij zich herkennen. De regenboogvlag is daar één van. Ze neemt niemand iets af. Ze zegt alleen: ook jij hoort erbij. Niet meer, maar zeker ook niet minder.

Dat sommige mensen zich aan die vlag storen, vind ik geen overtuigend argument om haar weg te halen. De taak van een overheid is niet om een minderheid minder zichtbaar te maken omdat een meerderheid zich daar misschien ongemakkelijk bij voelt. Een overheid hoort juist uit te dragen dat iedere inwoner gelijkwaardig is.

Wat mij misschien nog wel het meest verbaast, is dat een stuk gekleurd doek blijkbaar zoveel politieke energie waard is. Gemeenten hebben te maken met woningnood, zorg, veiligheid, bereikbaarheid en leefbaarheid. Toch wordt een regenboogvlag ineens een belangrijk onderwerp.
En dat roept bij mij een eenvoudige vraag op.

Waarom maak je je als bestuurder zó druk om een onschuldige regenboogvlag?
Daar heb ik oprecht grote twijfels over. Want als juist dát symbool moet verdwijnen, welk signaal geef je dan eigenlijk af aan de mensen voor wie die vlag bedoeld is?

Ik woon liever in een samenleving waarin verschillen niet worden weggepoetst, maar mogen bestaan. Waar een regenboogvlag geen discussie hoeft op te roepen, maar gewoon kan wapperen naast de Nederlandse vlag en de gemeentevlag. Niet omdat de één belangrijker is dan de ander, maar omdat er in een vrije samenleving ruimte hoort te zijn voor iedereen. Dat is voor mij geen “woke”. Dat is beschaving.