DRAY BOSMA

“RUN A SMILE ON YOUR FACE.”

Het is in het voorjaar van 1940 wanneer de zeventienjarige Hayo, samen met zijn vrienden het plan heeft om op vakantie te gaan. De reisroute zal hen van Nijmegen, via Arnhem naar Utrecht, en weer terug naar Nijmegen brengen. Hieronder lees je het reisverslag dat Hayo zo’n tachtig jaar geleden, in een logboek met tekst, foto’s en tekeningen heeft bijgehouden.

INLEIDING

Het plan om te gaan kamperen stuitte ook bij ons op de gebruikelijke tegenkanting. Thuis kregen ze angstige visioenen van zoons die ‘s-nachts op een koude natte grond lagen en geen nachtrust meer kregen; en die er weldra uitzagen als rovers met ongewassen gezichten en haardossen die sterk herinnerden aan de tijd dat de kam nog niet uitgevonden was. Daar kwam nog bij het aangebrande eten waar ze de dag mee door moesten brengen.

Maar toch bleven we sparen en werkten we aan onze uitrusting die, vooral na de, door de moeder van Mans prachtig in elkaar gezette tent, na iedere verjaardag en St. Nicolaas uitgebreid werd met pannen, primus, grondzeil, rugzak, enzovoort. Eindelijk tegen het voorjaar 1940 hadden we vrijwel alles bij elkaar en tevens een voorlopige toestemming. Echter toen kwam de 10e mei…*

Nieuwe moeilijkheden met de distributie van brood, boter, vet en petroleum. Doch reeds tien dagen na de inval hielden we onze ZaZo, om de nodige ervaring te krijgen. Met de toestemming op de ‘Ganzehoeve’, een landgoed aan de Vecht te mogen kamperen, werden de laatste bezwaren uit de weg geruimd. We besloten een trektocht met een vaartkamp te combineren. Twee gingen met de cano en namen de ‘trekpot’ mee, terwijl de derde op de fiets de rest van de uitvoering vervoerde. Zo begon op 13 augustus de lang verbeide tocht. “              

*De Duitse aanval op Nederland in 1940 begon op 10 mei en betekende voor Nederland het begin van de Tweede Wereldoorlog.

REISBESCHRIJVING

Eindelijk na een hartroerend afscheid stapten we dinsdagsmorgens de deur uit, op weg naar de cano, die we voor het gemak de vorige dag maar naar ‘t Meertje hadden gevaren. We begonnen met de tent, kampeerdekens, pannen, primus en dergelijke in de boot te stouwen, wat een erg nauwkeurig werkje is, maar waarin we door schade en schande wijs geworden waren. Ondanks onze goede voornemens om vroeg te vertrekken, was het toch al met al over tienen toen de tros, in dit geval de scheerlijn, werd los gesmeten en we ’t Meertje uitstroomden, de avonturen tegemoet…

Het eerste stuk tot Pannerden was niet het gemakkelijkst, aangezien we tegen de stroming in moesten en eerlijk gezegd hadden we in stilte gehoopt op een fijn sleepje dat ons gratis en voor niks in de Rijn zou brengen. Helaas het mocht niet zo wezen, hoe we de Waal ook aftuurden geen roeiboot, laat staan een sleep, waagde het om deze morgen naar boven te varen, zodat we maar eens extra hard aan de peddels trokken en welgemoed de tocht naar de Kop van Pannerden begonnen.

Het was vrij hoog water waardoor de meeste kribben gedeeltelijk onder water stonden. Toch werden ze stuk voor stuk genomen, uitgezonderd de drie waar we bovenop liepen, tot groot ongenoegen van de voorste man, aangezien zijn tenen bij het afduwen nat werden. Ondanks alles bereikten we in een uitstekende stemming de Kop. Nauwelijks waren we de Rijn opgedraaid en kregen we een stroompje van vier à vijf kilometer mee, of we zagen kans om het roeibootje van een vrij snel varende vrachtboot te charteren. Met snelle vaart ging het op Arnhem af, echter bij Westervoort waarschuwde de schipper ons dat hij de IJssel op ging en dus stapten we vlug in de cano en verlieten het schip dat de IJssel opdraaide. Op eigen kracht ging het nu verder. Het weer was prachtig en in de verte zagen we Arnhem reeds liggen, dat we om een uur of twee passeerden. Met een snelheid van negen à tien kilometer ging het nu stroomaf. Aan stuurboord lagen de heuvels van de Veluwe met de Westerbouwing en de Duno, terwijl we aan bakboord de groene weiden, de boerderijen en de steenfabrieken van de Betuwe zagen. Na Wageningen gepasseerd te zijn, begonnen we, daar het tegen zessen liep, naar een geschikte kampplaats uit te kijken. Na enige moeite vonden we ter hoogte van het Opheusdens veer een aardig oppertje, waar we snel de tent opsloegen en de primus aanstaken voor de Nassi Goreng, die we kant en klaar van huis hadden meegekregen.

Na het eten maakten we een verkenningstocht in de omgeving, het bleek dat we een schitterend plekje hadden gevonden. Achter de zomersdijk een rustig kolkje, temidden der groene weiden. In de verte tekende zich de Grebbeberg donker af tegen de paarsrode avondlucht. Slechts het schorre kwaken van de kikker in de plas verstoorde de avondstilte. Het was weer een van die onvergetelijke avonden, zoals je ze alleen aan de rivier kunt beleven. Toen het donker begon te worden kropen we in de slaapzak en waren we snel onderzeil…

U mag reageren.

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: