Irritant

Ooit las ik ergens de tekst: “You’ll always be an asshole in someone’s story.” Ik weet niet meer waar ik hem tegenkwam, maar hij bleef hangen. Niet omdat ik ineens de ambitie kreeg om de klootzak uit te hangen, maar omdat er iets ontzettend verhelderends in zat. Je kunt nog zo je best doen om een fatsoenlijk mens te zijn, rekening te houden met anderen en niemand moedwillig voor het hoofd te stoten: ergens loopt iemand rond bij wie jij in het verhaal de lul bent.

Die gedachte sluit mooi aan bij een uitspraak die aan Anthony Hopkins wordt toegeschreven: “It’s none of my business what other people think of me.” Ook zo’n zin die heel eenvoudig klinkt, totdat je probeert er daadwerkelijk naar te leven. Want natuurlijk vinden we het belangrijk wat anderen van ons denken. Dat zit er behoorlijk ingebakken. We willen aardig gevonden worden, gewaardeerd worden en vooral niet het onderwerp zijn van een gesprek waarin iemand zegt: “Nou, die Dray…” gevolgd door een diepe zucht en een verhaal waarin ik er vermoedelijk niet al te best vanaf kom.

Het heeft me dan ook enige tijd gekost om die twee gedachten naar tevredenheid in mijn hoofd te installeren. Niet als een soort pantser waar alles op afketst, maar als relativering. De mening die iemand over mij heeft, zegt namelijk niet alleen iets over mij. Misschien zelfs veel meer over degene die die mening heeft. Die wordt gevormd door ervaringen, verwachtingen, gevoeligheden en interpretaties. Iemand kan mij bot vinden waar een ander mij duidelijk vindt. Iemand kan me eigenwijs noemen waar een ander denkt dat ik tenminste weet wat ik wil. En waar de één mijn humor waardeert, zit de ander waarschijnlijk nog steeds te wachten tot ik mijn excuses aanbied.

Daar heb ik uiteindelijk maar beperkt invloed op. Dat betekent overigens niet dat ik mezelf tegenwoordig een vrijbrief geef om me als een hork te gedragen. “Het kan me niet schelen wat jij van me vindt” is een prachtige levenshouding zolang je hem niet gebruikt als excuus om anderen slecht te behandelen. Als ik iemand kwets, wil ik daar best naar kijken. Misschien zat ik fout. Misschien had ik iets anders kunnen zeggen of doen. Zelfreflectie lijkt me aanzienlijk gezonder dan jezelf bij voorbaat tot onbegrepen genie uitroepen.

Maar er zit een groot verschil tussen nadenken over je eigen gedrag en voortdurend bezig zijn met hoe dat gedrag door anderen wordt beoordeeld. Dat laatste is een wedstrijd die je onmogelijk kunt winnen. Zelfs wanneer je alles goed probeert te doen, zal iemand je intenties verkeerd begrijpen. Of jouw versie van ‘goed’ simpelweg helemaal niet goed vinden. En dus probeer ik dat steeds vaker los te laten.

Ik weet inmiddels ongeveer wie ik ben. Ik weet wat mijn bedoelingen zijn en probeer anderen te behandelen zoals ik zelf behandeld wil worden. Meer kan ik eigenlijk niet doen. Voor de rest schrijft iedereen zijn eigen verhaal en kennelijk krijg ik daarin soms een bijrol waarvoor ik zelf nooit auditie heb gedaan.

Misschien ben ik in iemands verhaal aardig, grappig of behulpzaam. In een ander verhaal ben ik eigenwijs, lastig of degene die op precies het verkeerde moment precies het verkeerde zei. Daar kan ik wakker van liggen, mezelf eindeloos analyseren en proberen een verhaal te herschrijven dat niet eens door mij geschreven wordt.

Of ik laat het gewoon liggen.

Dan ben ik maar een irritant mannetje.