Vakantiestress

Volgende week zijn we onderweg van Schiphol naar Griekenland. Als ik dit twintig jaar geleden had geschreven, was ik op dit moment waarschijnlijk al minstens twee weken bezig geweest met alles wat er eventueel mis zou kunnen gaan. Niet alleen met dingen die daadwerkelijk een probleem konden worden. Nee, dat zou te eenvoudig zijn geweest. Ik kon me ook uitstekend opfokken over zaken die helemaal niet van toepassing waren. Geef mij een vakantie in het vooruitzicht en ik bedacht zelf de problemen er wel bij.

Wat als de trein naar Schiphol niet reed? Wat als we te laat kwamen? Wat als mijn koffer te zwaar was? Had ik genoeg kleding bij me? Wat als ik iets belangrijks vergat? Vooral die laatste was handig. Je kunt je namelijk eindeloos zorgen maken over iets waarvan je nog niet weet wát je gaat vergeten. Er kwamen lijstjes. Vervolgens bedacht ik dingen die niet op het lijstje stonden. Die zette ik er alsnog op, waarna ik me begon af te vragen of er misschien nóg iets ontbrak. Voorpret, maar dan anders.

Hoe dichter de vertrekdatum naderde, hoe meer mijn hoofd zich ermee bemoeide. Het weer op de bestemming moest worden gecontroleerd. Niet één keer natuurlijk, want stel je voor dat het weer zich in de tussentijd bedacht. Reisdocumenten lagen gewoon waar ze hoorden te liggen. Toch konden ze kennelijk ieder moment spontaan verdwijnen. En de koffer moest het liefst dagen van tevoren klaarstaan. Vakantie was bedoeld om tot rust te komen. Daar moest blijkbaar eerst flink voor gewerkt worden.

Een voordeel van ouder worden, en dat mag ook weleens gezegd worden, is dat ik daar tegenwoordig veel minder last van heb. Het is volgende week pas zover en ik ben nog steeds opmerkelijk rustig. De koffer staat niet al twee weken geopend op bed. Ik controleer niet dagelijks of mijn paspoort nog steeds bestaat. Ik heb geen denkbeeldige vertragingen opgelost en lig niet wakker van zoekgeraakte bagage die op dit moment nog gewoon thuis ligt.

Er moet natuurlijk nog van alles gebeuren. De koffer moet worden ingepakt en er zullen ongetwijfeld nog wat laatste dingen in huis gehaald moeten worden. Maar dat hoeft vandaag niet, want we vertrekken pas volgende week. Het kan ook gewoon later. Misschien komt het door ervaring. Ik ben vaak genoeg op reis geweest om te weten dat er altijd wel iets anders loopt dan gepland. En dat het meestal gewoon wordt opgelost. Een vergeten tandenborstel is geen humanitaire ramp. Ze verkopen die dingen zelfs in Griekenland. En als een vliegtuig vertraging heeft, vertrekt het geen minuut eerder omdat ik daar thuis drie weken van tevoren alvast zenuwachtig over ben geweest.

Dat klinkt allemaal buitengewoon verstandig. Vroeger had ik het waarschijnlijk ook kunnen bedenken. Alleen had ik toen geen tijd. Ik moest me zorgen maken.

Nu ben ik zelfs twee dagen voor vertrek waarschijnlijk nog gewoon ontspannen. Althans, dat is de bedoeling. En wie weet? Misschien schiet ik straks alsnog volkomen ongefundeerd in de vakantiestress. Ik denk het niet, maar stel je voor. Dan heb ik in ieder geval wel meteen iets om me zorgen over te maken.

Sugarcoating

Vroeger lag het tijdschrift altijd ergens bij ons in huis. Niet van mij, maar van mijn zus, die er keurig een abonnement op had. Ik bladerde erdoorheen, aanvankelijk een beetje uit baldadigheid, alsof ik terrein betrad dat niet voor mij bedoeld was. Maar al snel bleef ik hangen. Niet bij de brave verhalen of de rubrieken waar alles netjes op zijn plek viel, maar bij die ene strip die er totaal uit de toon viel. Sugar Jones.

Ik begreep haar toen al niet helemaal, maar dat maakte haar juist interessant. Ze was luid, overdreven, soms ronduit onaangenaam. Geen heldin, geen voorbeeldfiguur, eerder iemand van wie je dacht: zo wil ik niet worden. Een vrouw die tegen de vijftig liep, maar zich met zichtbaar geweld nog als twintiger presenteerde. En toch las ik haar elke keer weer. Misschien omdat ze iets had wat de rest van het blad niet had: rafelrandjes.

Nu, zoveel jaar later, merk ik dat ze zich af en toe weer aandient. Niet dagelijks, gelukkig, maar op van die momenten dat ik iets te lang naar mezelf kijk. Op een foto bijvoorbeeld. Of beter gezegd: naar een bewerkte versie van mezelf. Want laten we eerlijk zijn, de mogelijkheden zijn tegenwoordig eindeloos. Een filter hier, een tikje gladstrijken daar, wat schaduw weg, wat licht erbij. Voor je het weet kijk je naar een versie van jezelf die net iets frisser oogt dan de werkelijkheid.

En daar sluipt ze binnen. Sugar Jones. Niet als stripfiguur, maar als gedachte. Als lichte waarschuwing. Want wat deed zij eigenlijk anders? Ook zij probeerde de tijd een stap voor te blijven. Met lagen make-up, met trucs, met een houding die moest verhullen dat de rek eruit was. Het verschil is misschien alleen dat haar middelen zichtbaarder waren. Grof en bijna grotesk. Terwijl die van ons subtieler zijn, digitaler, bijna onzichtbaar. Maar het mechanisme erachter is verdacht hetzelfde.

Ik betrap mezelf erop dat ik soms net iets te lang blijf hangen bij mijn verbeterde versie. Dat ik denk: zo kan het ook. En misschien, heel misschien, ook zo moet. Dat is het moment waarop het ongemakkelijk wordt. Niet omdat ouder worden erg is, maar omdat het blijkbaar niet meer vanzelfsprekend is om het gewoon te laten zien.

Begrijp me goed: ik ben niet van plan om alle filters per direct in de ban te doen. Daarvoor zijn ze te handig, te verleidelijk en soms gewoon leuk. Maar ik hoop wel dat er een grens blijft. Dat ik nog zie waar het ophoudt. Dat het spel blijft, en niet dat mensen me voorbijlopen wanneer ze me in het echt zien.

En misschien niet geheel onbelangrijk: mijn karakter moet niet diezelfde kant op schuiven. Want als er iets was wat Sugar Jones echt onaantrekkelijk maakte, dan was het niet haar uiterlijk. Het was de verbetenheid. Het koste wat kost vasthouden aan iets wat allang voorbij was, en iedereen die dat benoemde als vijand zien.

Daar zit voor mij het verschil. Ouder worden is onvermijdelijk. Hoe je ermee omgaat, dat is een keuze. Als ik dan toch moet kiezen tussen een rimpel extra of een beetje zelfspot, dan weet ik het wel. Al is het maar om te voorkomen dat ik op een dag in de spiegel kijk en denk: wanneer ben ik eigenlijk in die strip terechtgekomen?