Jaartallen

Er zijn mensen die in de trein een krant lezen. Of een boek. Sommigen kijken eindeloos naar hun telefoon, alsof daar elk moment iets dringends kan gebeuren. Ik niet. Ik heb een andere gewoonte ontwikkeld.
’s Ochtends, op weg naar mijn werk, open ik Wikipedia en typ ik een willekeurig jaartal in.

Dat kan van alles zijn. 1973. 1821. 1564. Soms iets nog verder weg, omdat het leuk is om te zien hoe dun de geschiedenis kan worden als je maar ver genoeg teruggaat.
Neem bijvoorbeeld het jaar 1123.
In dat jaar gebeurde er… tja, niet zo veel. Althans, niet zo veel dat iemand de moeite heeft genomen om het op te schrijven. Hier en daar een oorlogje, een machtswisseling, een bisschop die ergens werd benoemd. En ergens tussendoor krijgt Deventer stadsrechten. Dat soort dingen.
Daar blijft het dan vaak wel bij. Je merkt meteen hoe geschiedenis werkt. Hoe verder je teruggaat, hoe stiller het wordt. Alsof de wereld toen nog niet zo’n behoefte had om zichzelf voortdurend te documenteren. Er werd natuurlijk net zo goed geleefd, geruzied, gereisd, bemind en gestorven. Alleen schreef niemand het op. Of het is verloren gegaan.

Spring je naar bijvoorbeeld het jaar 1948, dan ontploft de pagina bijna.
Nieuwe landen. Verkiezingen. Oprichting van organisaties. Boeken, films, uitvindingen. Alles is gedateerd, genoteerd, geclassificeerd. Het voelt soms alsof de wereld na de uitvinding van de typemachine en de archiefkast ineens veel meer gebeurtenissen is gaan produceren.
Maar dat is natuurlijk niet zo. We zijn ze alleen beter gaan opschrijven.

Het leuke van mijn treinritueel is dat je van alles tegenkomt waar je nooit naar gezocht zou hebben. Een onbekende schrijver. Een vergeten expeditie. Een merkwaardige uitvinding (de Kinetoscope van Edison) uit 1893 waarvan je je afvraagt waarom die niet is blijven bestaan, en het dagblad De Telegraaf wel.
Soms staat er in zo’n jaartalpagina een boek genoemd. Een titel die ergens blijft hangen. Dan pak ik mijn telefoon er nog eens bij en zoek het op. Wat het is, waar het over gaat, of het nog verkrijgbaar is.
Af en toe koop ik het.
Niet omdat ik ernaar op zoek was, maar omdat het mij onderweg heeft gevonden.
Zo groeit langzaam een stapel boeken die eigenlijk begonnen is bij een willekeurig jaartal in een trein. Het is een soort literair toeval. Alsof je door een oude bibliotheek loopt waar steeds een boek half uit de kast steekt.

Wat mij er vooral aan bevalt, is dat het mijn horizon verbreedt.
Je komt voortdurend kleine wetenswaardigheden tegen. Dingen die nergens echt belangrijk voor zijn, maar die wel het gevoel geven dat de wereld groter en interessanter is dan de dagelijkse routine van koffie, werk en boodschappen.
Dat is misschien ook precies wat geschiedenis doet. Niet alleen vertellen wat er gebeurd is, maar je eraan herinneren dat er altijd meer is dan het moment waarin je leeft.
En dat allemaal dankzij een simpele gewoonte: een jaartal intikken en kijken wat er gebeurt.

Vanmorgen was het 1682.
Ik weet nu iets over een Franse ontdekkingsreiziger, een obscure theologische ruzie tussen koning Lodewijk XIV en de Paus, en een toneelstuk dat allang niemand meer opvoert.
Niet slecht voor een treinrit van twintig minuten.