Warm

Wat een heerlijke zomer is dit toch. Al wekenlang kan de korte broek weer uit de kast en maken mijn slippers overuren. En weet je? Mij hoor je niet klagen. Sterker nog, ik bloei er helemaal van op.

Terwijl sommige mensen al beginnen te zuchten zodra de thermometer de dertig graden aantikt, sta ik juist met een grote glimlach buiten. Geef mij maar een strakblauwe lucht, een zwoele avond en een terras waar je nog om tien uur zonder jas kunt zitten. Het leven voelt gewoon nét iets lichter als je niet eerst drie lagen kleding hoeft aan te trekken voordat je de deur uitgaat.

Deze zomer zijn er op sommige plekken in Nederland zelfs al meerdere regionale hittegolven gemeten, en ook de landelijke hittegolf van eind juni was recordlang voor die maand. Behoorlijk uitzonderlijk dus.

Natuurlijk hoor je ondertussen ook de andere kant. “Het klimaat is naar de knoppen.” Of: “Vroeger was dit allemaal niet zo.” Dat soort opmerkingen vliegen je om de oren zodra het een paar dagen tropisch is.

En ja, het klimaat verandert, en warme extremen komen tegenwoordig vaker voor dan vroeger. Wetenschappelijk goed onderbouwd. Maar het weer en het klimaat zijn ook altijd al in beweging geweest. Nederland kende in het verleden strenge winters tijdens de zogenoemde Kleine IJstijd, waarin rivieren regelmatig dichtvroren en er volop op natuurijs werd gereden. Maar we hebben ook historische hittegolven gehad, zoals die van 1947, 1975 en de legendarische zomer van 1976. Extremen horen dus al eeuwen bij ons weerbeeld. Alleen de frequentie en intensiteit veranderen.

Voor mij is het allemaal een stuk eenvoudiger. Ik geniet.

Want tegen de tijd dat ik denk: zo, nu mag het wel een paar graden minder, staan de herfstbladeren alweer te popelen om van de bomen te vallen. Dat is misschien wel het mooiste aan Nederland. We leven niet maandenlang in hetzelfde seizoen. Elk jaargetijde krijgt zijn beurt. De zomer maakt plaats voor de herfst, daarna volgt de winter en voor je het weet staat de lente alweer voor de deur. Die afwisseling zou ik eigenlijk voor geen goud willen missen.

Dus voorlopig profiteer ik nog even van iedere warme dag die we krijgen. Misschien moet ik mezelf eindelijk eens trakteren op een hangmat. Een plekje in de tuin, een goed boek, een glas koud drinken binnen handbereik en verder helemaal niets.

Nou ja… misschien af en toe even opstaan om een ijsje te halen.
Dat lijkt me een prima vorm van lichaamsbeweging.

Zomer 1990

Ik wist het al een tijdje, maar laatst werd het weer eens bevestigd. Zintuiglijke prikkels zijn de krachtigste tijdmachines die bestaan. Een geur, een smaak, een bepaald licht of een liedje, en zonder enige moeite reis je tientallen jaren terug. Niet een beetje terug, maar écht. Je bent er weer.

Dat gebeurde toen ik onverwacht Inner City Blues van Marvin Gaye hoorde. Binnen een paar seconden stond ik niet meer in het hier en nu. Ik lag ineens weer op een badlaken op het strand van Den Helder, in de zomer van 1990.

Die vakantie bracht ik bijna drie weken lang op het strand door. Elke dag hetzelfde ritueel. Handdoek uitrollen, de zon opzoeken en mijn felgele Sony Walkman Sports opzetten. Op mijn oren zat de koptelefoon, in de Walkman draaide bijna onafgebroken What’s Going On van Marvin Gaye. Als de cassette afgelopen was, draaide ik hem om. Daarna volgden The Supremes en nog veel meer Motown. De branding verzorgde het achtergrondgeluid.

Ik zie mezelf daar nog liggen. Een paarse Speedo, een mintgroen baseballpetje van de Miami Dolphins en een huid die met de dag donkerder werd. Aan het einde van de vakantie was ik bruiner dan ik ooit daarvoor of daarna ben geweest. Eigenlijk heb ik er nog steeds profijt van. Sinds die zomer zijn mijn benen nooit meer teruggekeerd naar de spreekwoordelijke melkflessenwitte uitvoering. Blijkbaar heeft de zon toen besloten een fors voorschot op de rest van mijn leven te nemen.

Het mooie is dat ik nauwelijks foto’s van die vakantie heb. Dat hoefde ook niet. Alles zit opgeslagen in mijn hoofd. Blijkbaar heeft mijn brein dat complete decor gekoppeld aan de muziek van Marvin Gaye. Zodra die eerste noten klinken, wordt niet alleen het nummer afgespeeld, maar ook de geur van zonnebrand, het geluid van de meeuwen, de zilte zeelucht, het warme zand en het ontspannen gevoel van een eindeloze zomervakantie.

Misschien is dat wel de kracht van muziek. Muziek bewaart niet alleen melodieën, maar ook momenten. Soms zelfs beter dan een fotoalbum. Want een foto laat zien hoe iets eruitzag. Een lied laat je weer voelen hoe het was.

Toen Inner City Blues afgelopen was, stond ik weer gewoon in het heden. Maar heel even was ik weer die drieëntwintigjarige jongen op het strand van Den Helder. En eerlijk gezegd vond ik het daar helemaal niet verkeerd.

Muizen en Mensen

Het is vroeg in de avond van de prille zomermaand. Ik zit op het bankje in de voortuin en ik kijk naar de overkant van mijn straat. Er zijn geen buren die terugkijken. Ik heb uitzicht op een grote grasvlakte en de zon heeft zojuist haar vertrek naar morgen aangekondigd. De lucht begint met het kleuren van het avondrood. Het doet me denken aan de openingsscène in het eerste hoofdstuk van Muizen en Mensen uit 1937 van de Amerikaanse schrijver John Steinbeck, zoals ik het heb meegemaakt.

Voor een moment voel ik me aanwezig aan de oevers van de rivier Salinas, enkele kilometers ten zuiden van de stad Soledad in de Amerikaanse staat Californië. Ik mis alleen nog het uitzicht op een sprong konijnen, die iedere zomeravond op het zand van de oevers van de rivier wat afkoeling zoeken, en ieder moment verwacht ik dat de twee hoofdpersonages uit de novelle van de Amerikaans schrijver vanuit het struikgewas tevoorschijn komen. George, de kleinere van de twee mannen, voorop en de lange slungel Lennie loopt een paar meter achter hem aan.

Er volgt deze avond geen dialoog tussen de twee mannen. Vanavond krijg ik niets mee van de geïrriteerde George Milton die zich enigszins ergert aan het overmatige waterdrinken van de niet al te snuggere Lennie Small. Wanneer hij te veel drinkt is deze weer de hele nacht misselijk. George is kwaad over de idiote buschauffeur die hen eerder deze dag zes kilometer heeft laten lopen. Daarnaast moet hij Lennie in de gaten houden. Hij is vergeetachtig en altijd ergens anders met zijn gedachten. Tenzij het over aaibare dieren gaat. Want die hebben altijd zijn aandacht.

Ik ben weer ter plaatse in mijn eigen voortuin wanneer een fietser met een beetje lawaai het trottoir oprijdt. De buurman van een paar huizen verderop groet vanachter zijn mondkapje mij een fijne avond toe. Ik groet terug en lach hem een vriendelijke grijns toe, en ik denk: Kan het leven altijd gevuld zijn met zomeravonden als deze, waarbij ik mag mijmeren over dingen die er niet toe doen. Ja, ik weet het, na een zoveelste avond met ondergaande zon, te midden van diverse mooie kleurschakeringen in de lucht, gaan deze wellicht ook vervelen, maar ik kan toch enorm genieten van deze momenten. Waar ik net als Lennie Small uit Muizen en Mensen niet al te veel behoef na te denken over allerlei zaken die alledaags, en soms ook overbodig zijn.